2016/29 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

Omdat PowNed niet meedoet aan de procedure van de Raad voor de Journalistiek, heeft de Raad de klacht van F. van der Linde tegen A. Nanninga, D. Weesie en PowNed niet inhoudelijk behandeld. De Raad gaat in deze situatie alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

F. van der Linde

tegen

A. Nanninga, D. Weesie en de hoofdredacteur van PowNed

De heer F. van der Linde (klager) heeft op 12 april 2016 een klacht ingediend tegen mevrouw A. Nanninga, de heer D. Weesie en de hoofdredacteur van PowNed. Klager heeft zijn standpunt verder toegelicht in een e-mail van 21 juni 2016.

De hoofdredacteur van PowNed heeft in het verleden aan de Raad bericht dat hij niet wenst mee te werken aan de procedure van de Raad. Bij het doorsturen van de klacht is daarom aan de hoofdredacteur meegedeeld dat indien hij niet binnen de termijn van drie weken inhoudelijk heeft geantwoord, dit als een stilzwijgende afwijzing wordt beschouwd. Mevrouw Nanninga, de heer Weesie noch de hoofdredacteur van PowNed heeft op de klacht gereageerd.

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 24 juni 2016 op basis van de schriftelijke stukken.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 18 februari 2016 is in een uitzending van het televisieprogramma Studio PowNed onder meer aandacht besteed aan klager, waarbij hij is vergeleken met Volkert van der G.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager voert – samengevat – aan dat hij zonder deugdelijke grondslag is vergeleken met de moordenaar van Pim Fortuyn en dat hij daardoor wordt gedemoniseerd. De uitzending heeft tot gevolg gehad dat hij diverse (doods-)bedreigingen heeft ontvangen.
Het lijkt klager evident dat Nanninga, Weesie en PowNed diverse uitgangspunten hebben overschreden die zijn vermeld in de punten A., B.1, B.3 en C. van de Leidraad van de Raad. Volgens klager is hij slechts het volgende slachtoffer van een hetze van de omroep, die keer op keer mensen wegzet zonder (voldoende) onderbouwing. Daarom verzoekt klager de Raad een principiële uitspraak over zijn klacht te doen. Dit baat niet alleen klager, maar ook vele anderen die net als hij de dupe zijn van de laster van PowNed.

BEOORDELING OF DE KLACHT VAN ALGEMENE STREKKING OF PRINCIPIEEL BELANG IS

In artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad is het volgende bepaald:
“Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”

A. Nanninga, D. Weesie en de hoofdredacteur van PowNed wensen blijkbaar (nog steeds) uit beginsel geen medewerking te verlenen aan de procedure bij de Raad en hebben zich ook in deze zaak niet verweerd. De Raad zal dan ook slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval dat deze van een algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

De Raad ziet thans geen aanleiding de klacht over de manier waarop PowNed meent journalistiek te kunnen bedrijven aan te merken als van algemene strekking of principieel belang. De uitzending bevat specifieke opmerkingen over klager, waartegen hij bezwaar maakt. De Raad heeft er alle begrip voor dat klager niet in het openbaar met de moordenaar van Pim Fortuyn wenst te worden vergeleken. De Raad vindt echter niet dat de strekking van de klacht het belang van klager in zodanige mate overstijgt, dat er sprake zou zijn van een algemene strekking. Dat een inhoudelijk oordeel van de Raad mogelijk ook anderen ten goede komt, kan daaraan niet afdoen.

Ook heeft de Raad geen aanknopingspunten kunnen vinden voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistieke proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, zodat de klacht van principieel belang zou zijn. Zoals blijkt uit de klacht heeft deze betrekking op het overschrijden van diverse algemene uitgangspunten zoals geformuleerd in de Leidraad van de Raad. Deze uitgangspunten zijn – onder meer naar aanleiding van klachten over (vermeend) demoniseren – in diverse conclusies uitgewerkt. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn. Dat Nanninga, Weesie en PowNed wellicht hebben gehandeld in strijd met die criteria, maakt op zichzelf nog niet dat de klacht daarmee van principieel belang is.

De Raad ziet dan ook geen aanleiding de klacht inhoudelijk te behandelen.

Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 5
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2016/2, RvdJ 2016/1, RvdJ 2015/18, RvdJ 2014/30, RvdJ 2011/76, RvdJ 2011/42, RvdJ 2009/68 en RvdJ 2007/13
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.1, B.3 en C.

CONCLUSIE

De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 6 september 2016 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. A. Karadarevic, mw. M.J. Rietkerk en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.