2016/28 onzorgvuldig

Samenvatting

B. Blokker en NRC Handelsblad hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld door een afspraak met klaagsters over autorisatie en de mogelijkheid tot wijziging van de concepttekst te schenden. Hierdoor zijn in het artikel “Witte mensen moeten eens luisteren” ten onrechte passages opgenomen, waarvan klaagsters hadden verzocht deze te wijzigen dan wel te schrappen. Bij de afhandeling van de klacht hadden Blokker en de krant niet mogen volstaan met het aanbieden van excuses. Zij hadden klaagsters verder tegemoet behoren te komen, door bijvoorbeeld in de kolommen van de krant duidelijk te maken dat zij bij de publicatie hadden gehandeld in strijd met gemaakte afspraken en de onlineversie van het artikel aan te passen in overeenstemming met de door klaagsters verzochte wijzigingen. De Raad doet de aanbeveling aan NRC Handelsblad om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

W, X, Y en Z

tegen

B. Blokker en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

Mr. M.Ch. Kaaks, advocaat te Amsterdam, heeft op 7 april 2016 namens W, X, Y en Z (klaagsters) een klacht ingediend tegen de heer B. Blokker en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad. De heer E. Kalse, adjunct-hoofdredacteur, heeft hierop gereageerd op 9 mei 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 24 juni 2016. Klaagsters waren daar aanwezig vergezeld door mevrouw V en mr. Kaaks, die het standpunt van klaagsters heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Van de zijde van de krant zijn voornoemde Blokker en Kalse verschenen. De heer S. de Jong, ombudsman van NRC Handelsblad, was als toehoorder aanwezig.

DE FEITEN

In augustus 2015 zijn klaagsters benaderd door Blokker met het verzoek om mee te werken aan een publicatie over vrouwen die via social media vormen van racisme aan de kaak stellen.
Na herhaaldelijk contact, hebben klaagsters – met uitzondering van Z – verklaard akkoord te gaan met een interview. Verder heeft V aan de publicatie meegewerkt. De geïnterviewde vrouwen hebben met Blokker de afspraak gemaakt dat het artikel pas zou worden gepubliceerd nadat de eindversie door hen was geautoriseerd. Deze afspraak is onder meer in een WhatsApp-gesprek van 27 oktober 2015 tussen een van de klaagsters en Blokker verwoord als volgt:
“Bas, ik krijg het eindresultaat eerst in te zien en pas bij akkoord wordt het gebruikt toch?”
“Zeker. En akkoord betekent: wel of niet gezegd en wel of niet in context geplaatst. Ik geef iedereen ruim de tijd en ik ga geen vijf versies maken op basis van nagesprekken in de mail. Als jij zegt: dit zinnetje slaat nergens op, dan haal ik t eruit.”
Op dinsdag 3 november 2015 heeft Blokker per e-mail het conceptartikel aan de geïnterviewde vrouwen gestuurd met het volgende begeleidende bericht:
“Hierbij stuur ik jullie het artikel waarvoor ik jullie (sommigen alweer eventjes geleden) heb mogen spreken. Ik hoop en ga ervan uit dat er spectaculaire foto’s van jullie zijn gemaakt en hoop daarom des te ernstiger dat het stuk door jullie beugel kan.
In het document vinden jullie het artikel zelf, een woordenlijstje en een ‘twitteromschrijving’ van jullie. Je mag over alles waar ik je aanhaal of aanduid iets zeggen. Ik ben op dit moment in Griekenland en morgen nauwelijks bereikbaar. Ik zou jullie willen vragen om mij je opmerkingen te mailen. Donderdagavond kan ik mijn mails weer lezen en dan weet ik of het stuk zo gepubliceerd kan worden. Dank alvast voor het lezen en voor alle gesprekken.”
De geïnterviewde vrouwen hebben hierop afzonderlijk gereageerd, waarna Blokker hen in een mail van vrijdag 6 november 2015 om 4:16:23 uur het volgende heeft bericht:
“Dank voor al jullie reacties. Dit is de versie die ik nu naar de redactie stuur, met de aanmerkingen van jullie verwerkt. Behalve ‘[…]’ in een citaat van [voornaam Y] – nee, dat klinkt niet psycho, dat is echt spreektaal.”
In het begeleidende stuk is een aantal door Blokker aangebrachte wijzigingen vet gemaakt en zijn daarnaast bepaalde passages doorgehaald. Een aantal wijzigingen is niet vet gemaakt.

Diezelfde vrijdag heeft klaagster Y via WhatsApp nog met Blokker gecommuniceerd als volgt:
“08:19 uur “Bas, “[…]” moet er echt uit.”
11:20 uur “Wil je even bevestigen Bas?”
11:26 uur “Hi Bas, je reageert niet op mail en whatsapp, maar “[…]” moet eruit. Echt. Gr [voornaam Y]”
12:36 uur “Ha [voornaam Y], sorry, ik kan er nu niks meer uithalen, het stuk is met alle wijzigingen door. Ik ben in Macedonië en ik heb maar heel af en toe bereik.”
13:21 uur “Hier ben ik echt niet amused over Bas. Deze timing ook. Ik vroeg ook […] eruit om dezelfde reden. Sensatie. Echt geen zin in.
13:22 uur “Ik ben hier echt boos over.”
13:27 uur “Luister [voornaam Y], dit heeft niks met sensatie te maken. Ik heb je het stuk dinsdag avond gestuurd. Ik heb vannacht je reactie gekregen en de gevraagde wijzigingen doorgevoerd. Dan kun je mij toch niet slechte timing verwijten. Je had er eerst kennelijk geen moeite mee en nu ineens wel. Ik snap ook niet waarom. Je hebt zo met mij gepraat. Wat is daar nou erg aan?”
13:32 uur “Nee dat is niet zo. Ik zei je letterlijk dat ik het ben vergeten te zeggen. Vraag [voornaam Z] maar. Was het eerste waar ik over viel toen ik het las. Zij was erbij. Ik ben bezorgd Bas. […] Ik kan zelf heel goed inschatten hoe dingen gaan vallen. Male fragility. En ik wil dit niet in een nationale krant. Witte mannen over me heen. […] heb je ook laten staan. Ik lijk wel een witte mannen hater.”

“Bas, los van of jij het ermee eens bent of niet. Kunnen die 4 woorden er nu nog uit of niet?””

Vervolgens is het artikel op zaterdag 7 november 2015 in NRC Handelsblad, in de rubriek ‘Weekend – Het Grote Interview’ gepubliceerd onder de kop “Witte mensen moeten eens luisteren”. Het artikel is op de voorpagina aangekondigd met de tekst “Leven in een blanke wereld – Black Twitter: witte mensen moeten leren luisteren”, waarbij portretfoto’s van de geïnterviewde vrouwen zijn geplaatst. De intro van het artikel luidt:
“Black Twitter. Ze zijn een kleine maar groeiende groep: de vrouwen die op sociale media ageren tegen het ‘vanzelfsprekende uitgangspunt’ dat in de Nederlandse samenleving wit de standaard is.”
In het artikel zijn niet alle wijzigingen overgenomen, zoals die voorkwamen in de versie die door Blokker is rondgestuurd op vrijdag 6 november. Naast de uitwerking van de interviews bevat het artikel de volgende verwijzing naar klaagster Z:
“De fotografie, dat was een suggestie van de vrouw die geen publiciteit wilde. ,,Als je een Vanity Fair-achtige shoot maakt, wil ik er nog wel over nadenken.” Ze heeft het toch niet gedaan, de anderen wel.”

Naar aanleiding van reacties op het artikel hebben de geïnterviewde vrouwen gezamenlijk in een artikel op de website Joop.nl gereageerd op de gepubliceerde versie en op de naar aanleiding daarvan ontstane commotie en hebben zij hun bezwaren over (de gang van zaken rond) de publicatie in NRC Handelsblad geuit.
Op 9 november 2015 heeft Blokker in een e-mail aan de vrouwen onder meer het volgende geschreven:
“”Na een doorwaakte nacht – jullie zullen er sinds zaterdag meer hebben gehad, dus ik zal er zeker niet over klagen – las ik net jullie reactie op joop.nl. Dat vind ik een goed en helder stuk. (…) En wat de kritiek betreft, die heb ik verdiend. (…) Nogmaals mijn excuses voor de gang van zaken rond de autorisatie.”
 
Op 10 november 2015 is in de rubriek ‘Opinie’ ruim aandacht besteed aan lezersreacties op de publicatie van 7 november. Daarnaast is ook een column van Jan Kuitenbrouwer geplaatst onder de kop “Luister vooral ook beter naar jezelf”, die onder meer de volgende passage bevat:
“Het meest fascinerende detail aan het Black Twitterstuk is die ‘Vanity Fairachtige fotoshoot’, als voorwaarde gesteld door een van de spreeksters, die zich uiteindelijk terugtrok. Waarom een glamourportret?”

In een e-mail van 11 november 2015 heeft klaagster Z bezwaar gemaakt tegen de passage waarin naar haar is verwezen in het artikel van 7 november. Zij heeft Blokker onder meer het volgende geschreven:
“Waar ik onder voorbehoud ja op zei is een “Vanity Fair Hollywood-achtige special waar je al deze mensen bij elkaar brengt en ze met elkaar laat kletsen.” Dat is niet gebeurd. Ik heb geen bericht van je ontvangen waarin jij zei dat de dames bij elkaar zullen komen. Je hebt ze allen individueel gesproken. Daarnaast zijn mijn overwegingen om niet mee te doen had totaal niets met de shoot te maken. Kuitenbrouwer heeft jouw dus correct geciteerd. Hij gaat ervan uit dat wat je opschrijft klopt. Ik ga nu nadenken wat ik hier mee doen. Want dit is niet integer.”

In de hierop volgende mailcorrespondentie schrijft Blokker onder meer:
“Ik zie het nu ook terug. Je hebt gelijk. Dat heb ik niet goed opgeschreven. (…) En het klopt ook niet dat jij je ,,uiteindelijk” terugtrok. (…) “Heel vervelend. Zal ik correctie schrijven”

Klaagsters W, X en Y hebben op 12 november 2015 in afzonderlijke e-mails bezwaar gemaakt tegen (de gang van zaken rond) de publicatie van 7 november en verzocht om een correctie. Later die dag hebben alle vrouwen (klaagsters en V) gezamenlijk nog een mail naar de krant gestuurd.

Vervolgens heeft Kalse op 13 november 2015 onder meer het volgende aan de geïnterviewde vrouwen geschreven:
“Wij hebben uw email van gisteravond ontvangen en uw emails aan Bas Blokker en de ombudsman van NRC, Sjoerd de Jong, gelezen. Wij vinden het vervelend dat er na het stuk van afgelopen zaterdag discussie is ontstaan over de gang van zaken rond het stuk. Alle betrokkenen bij het stuk hebben zorgvuldig geprobeerd te handelen. Daarbij zijn een paar dingen misgegaan. Naar ons idee zijn dat zaken die het stuk niet wezenlijk anders hadden gemaakt. Er is inderdaad een aantal toegezegde veranderingen niet doorgevoerd. Dat is zeker gezien de ruime toezeggingen van te voren vervelend. Wij hebben vastgesteld dat de afgedrukte tekst in de krant op de volgende plaatsen afwijkt van wat Bas Blokker jullie heeft toegezegd. (…) Een passage (…) was door Bas Blokker geschrapt, maar die is op verzoek van en in overleg met de eindredactie teruggezet. Wel is daarbij de naam niet meer genoemd. Zoals gezegd: de tekst is op een aantal plekken ten onrechte niet gewijzigd. Veel andere wijzigingen zijn wel doorgevoerd. Bas Blokker heeft jullie eerder al zijn excuses aangeboden voor de gemaakte fouten. Wij doen dat nu ook namens de krant. Als die wijzigingen wel waren doorgevoerd, was het stuk niet wezenlijk veranderd. Wij denken dan ook dat een officiële correctie in dit geval weinig zin heeft. De tekst van die correctie zou wederom de nadruk vestigen op zaken die jullie niet gezegd hadden willen hebben. Onze ombudsman Sjoerd de Jong heeft al laten weten dat hij in de krant van morgen (zaterdag) terug zal komen op het artikel en de reacties die daarna in de kranten zijn verschenen. (…) Wij vinden het zoals gezegd buitengewoon vervelend dat jullie nu zo terugkijken op het stuk. Het is een belangrijk debat dat jullie in onze krant hebben aangezwengeld. We zouden daarom graag een keer het gesprek met jullie aangaan.”

Op 14 november 2015 heeft de ombudsman van NRC in zijn rubriek onder de kop “Was de krant een witte helper van de wal in de sloot?” onder meer het volgende geschreven:
“Maar ook niet mals zijn inmiddels de reacties van de vrouwen zelf. Op Joop.nl schreven ze achter de kernboodschap van het stuk te staan, al waren „bepaalde afspraken” over „autorisatie” niet nagekomen, en zette het stuk hen te „aanvallend” neer. Op mijn vraag welke afspraken dan geschonden zijn, volgden lange e-mails: de krant had hen „walgelijk” behandeld, vond een van hen, vooral door hen drie dagen na het stuk op de opiniepagina’s te laten „afbranden”, compleet met denigrerende smurfencartoon. Tekstuele wijzigingen die hun beloofd waren, schreven zij, waren niet in het stuk terechtgekomen – vandaar de niet nagekomen „autorisatie”. Valt de krant iets te verwijten?(…)
De ambachtelijke klacht van de vier luidt dat de auteur bepaalde woorden verkeerd heeft weergegeven, „veel heeft gemanipuleerd” en afspraken heeft geschonden. Aha, het interview was „niet geautoriseerd”, twitterde een lokale PvdA-politicus al triomfantelijk, met de verhaspelde toevoeging. „Typisch witte mannengedrag van journalist Bas Kroon.”
Maar ook voor de Bas die Blokker heet is dat verwijt onterecht – al ging er wel degelijk wat mis.
Vooropgesteld: van ‘autorisatie’ kan in strikte zin geen sprake zijn, al gebruikte de interviewer dat woord zelf ook terloops. ‘Autoriseren’ doet een creditcardmaatschappij met betalingen, maar een nieuwsmedium beslist zelf over het publiceren van een interview, niet de geïnterviewde. Wat wél kan, en hier ook is gebeurd, is voor publicatie inzage verlenen en geïnterviewden de gelegenheid geven onjuistheden of onduidelijkheden te verbeteren. Zeker als het gaat om een interview waarin personen hun nek uitsteken. De vrouwen stelden dat als voorwaarde. Inzage is ook allesbehalve zuinig verleend. Blokker mailde alle vier zijn artikel al dinsdagavond, vier dagen voor publicatie, met het verzoek commentaar te leveren voor donderdagavond. Dat is heel redelijk. Volgde een reeks gewenste aanpassingen, ruim veertig, die hij beloofde te verwerken – op één na. (…) Blokker hield vast aan het citaat, als „spreektaal”. Vrijdagochtend stuurde hij zijn herziene tekst, met wijzigingen in vette letters, aan hen en de eindredactie – die al beschikte over een eerdere versie. Wat er toen misging, zegt Blokker: enkele wijzigingen had hij abusievelijk niet vet gemaakt, en die werden dus door de eindredactie niet verwerkt. Twee geschrapte passages wilde de eindredactie handhaven, en kwamen, herschreven, terug in het artikel. De eindredactie verliep niet ideaal, omdat Blokker inmiddels in het buitenland verbleef. Hij vindt het pijnlijk dat niet alle wijzigingen zijn aangebracht en heeft de geïnterviewden daarvoor excuses gemaakt. Waar ging het dan om? (…)
Alles bij elkaar vervelend of zelfs pijnlijk, gezien de heftige ophef naderhand, maar het zijn zeker geen fatale omissies of aanpassingen waardoor Blokkers stuk een heel ander karakter of andere lading zou hebben gekregen, en van een totaal andere orde dan „manipulatie”.
Integendeel, Blokker is zijn gesprekspartners ruimer tegemoetgekomen dan hij op grond van het Stijlboek van de krant had hoeven doen. Ook een les: beloof niet te veel. En blijf in de buurt, want wat je belooft moet je kunnen waarmaken. Belangrijker lijkt mij nu, welk vervolg de krant hieraan geeft in de berichtgeving. Na de steen in het water nu ook graag de rimpelingen volgen – of de vijver peilen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagsters voeren – samengevat – aan dat zij aanvankelijk twijfelden om mee te werken aan de publicatie, omdat het antiracisme-debat veel venijnige en heftige reacties oproept, vooral wanneer allochtone vrouwen in dat debat publiekelijk stelling nemen. Zij hebben Blokker op voorhand met grote nadruk duidelijk gemaakt dat het voor hen essentieel is de juiste toon te treffen, dat het interview vrij zou zijn van ambiguïteiten en dat zowel citaten als context geheel zouden overeenstemmen met hetgeen zij beogen. Hun terughoudendheid werd weggenomen door de zorgvuldigheid en omzichtigheid die Blokker tentoonspreidde. Hij wekte het vertrouwen dat aan hun bijzondere voorwaarden zou worden voldaan, te weten: geen publicatie zonder autorisatie en de mogelijkheid tot aanpassing en wijziging van de interviews. De mogelijkheid om het perspectief van de allochtone vrouw in het antiracisme-debat te kunnen duiden en toe te lichten, de verzekering dat de krant rekening zou houden met de delicaatheid van het onderwerp en de afspraak met Blokker over autorisatie en aanpassing van de tekst, maakten dat klaagsters met een interview hebben ingestemd.
Nadat klaagsters op dinsdag 3 november 2015 het concept hadden ontvangen, hebben zij diverse aanpassingen in de tekst aangebracht en die aan Blokker gestuurd. Klaagsters benadrukken dat Blokker niet duidelijk heeft gemaakt dat donderdagavond 5 november de deadline voor de aanpassingen was. Uit zijn reactie van vrijdagochtend 6 november bleek dat Blokker een bepaalde wijziging niet had doorgevoerd. Daarom heeft klaagster Y kort daarna, rond 8 uur, nogmaals aan Blokker verzocht het bewuste citaat te verwijderen en heeft zij daaraan het verzoek toegevoegd ook nog een ander citaat te schrappen. Blokker liet later die dag weten dat de wijzigingen niet meer konden worden doorgevoerd, maar volgens klaagsters was dat onwil. De eindredactie ging nog met de tekst aan de slag en heeft daarover nader overleg met Blokker gehad. Bovendien werden pas die middag de foto’s gemaakt. Volgens klaagsters handelde Blokker aldus in strijd met de gemaakte afspraak en dat is onzorgvuldig.     
De tweede onzorgvuldigheid bleek bij de publicatie op 7 november. Bij lezing van het artikel – dat onverwachts zeer prominent op de voorpagina als coverstory was aangekondigd – constateerden klaagsters dat dit niet overeenstemde met het gecorrigeerde en geaccordeerde concept. Belangrijke correcties, waarom zij gemotiveerd en expliciet hadden verzocht, waren alsnog genegeerd. Daarmee is niet alleen de gemaakte afspraak met klaagsters opnieuw geschonden, één van de door de eindredacties teruggeplaatste passages – over de Vanity Fairachtige fotoschoot met verwijzing naar klaagster Z – was bovendien feitelijk onjuist. Blokker heeft dat ook erkend en aangeboden een correctie te schrijven, wat hij vervolgens niet heeft gedaan. Daarbij komt dat uitgerekend deze passage door columnist Kuitenbrouwer werd aangegrepen als inleiding van zijn badinerende stuk van 10 november 2015.
Klaagsters hebben zich over de gang van zaken en de uiteindelijke publicatie beklaagd bij de krant en correctie geëist in de krant. Gezien het gevoelige onderwerp, de omzichtigheid waarmee zij zijn overgehaald mee te werken en de gemaakte afspraken over autorisatie, vonden zij het gepast dat de achteraf gebleken onzorgvuldige werkwijze van de krant publiekelijk werd gecorrigeerd. De krant had op z’n minst in de daaropvolgende zaterdageditie kunnen verklaren dat een ongeautoriseerde versie was gepubliceerd waarin fouten waren geslopen en correcties niet waren doorgevoerd. Bovendien had de krant de onlineversie van het artikel alsnog kunnen aanpassen conform de afspraak, zodat dit in het digitale krantenarchief zou worden weergegeven zoals was toegezegd. Omdat de krant een en ander heeft nagelaten, hebben klaagsters zich tot de Raad gewend.
Klaagsters wijzen er nog op dat de hoofdredacteur van NRC op 14 november 2015 in de Belgische krant De Standaard heeft verwezen naar het artikel en daarbij juist enkele passages heeft aangehaald die de krant tégen de afspraak in had geweigerd te verwijderen, als voorbeeld van het provocerende toontje dat klaagsters hadden willen voorkomen. Verder heeft de ombudsman van NRC, eveneens op 14 november, aandacht aan de kwestie besteed waarbij hij de fouten van de krant heeft vergoelijkt en heeft gesuggereerd dat klaagsters in hun verontwaardiging overdrijven.

Blokker en de krant stellen hier tegenover dat er geen sprake is van foutieve berichtgeving of verkeerd toegeschreven citaten. De passages die zijn verwijderd en de passages die hadden moeten worden verwijderd, maar toch in de krant zijn gekomen, waren niet onjuist of onvolledig. Deze passages werden achteraf teruggetrokken door de geïnterviewde vrouwen, die in eerste instantie overwegend tevreden waren met het stuk. Zij hadden tot donderdagavond 5 november de tijd hun verbeteringen door te geven en hebben dat allemaal gedaan. De wijzigingen die ze Blokker toestuurden, gingen vergezeld van complimenten. De gevraagde verbeteringen zijn op één na allemaal door Blokker doorgevoerd. Door miscommunicatie met de eindredactie zijn enkele veranderde passages toch ongewijzigd in de krant gekomen. Daarnaast heeft de eindredacteur in telefonisch overleg met Blokker twee passages gedeeltelijk teruggezet. Klaagster Y liet de dag na de afgesproken deadline nog weten dat ze was vergeten een bepaald citaat te wijzigen. Dat bericht bereikte Blokker nadat hij ’s ochtends van de eindredactie had gehoord dat het artikel niet verder zou worden gewijzigd. Toen Blokker op zaterdagochtend van klaagster Y hoorde dat niet alle wijzigingen in de krant waren doorgekomen, heeft hij hiervoor telefonisch zijn excuses gemaakt en aangeboden contact op te nemen met haar werkgever om uit te leggen dat er twee zinnen waren die zijzelf anders of niet in het stuk had willen terugzien. Later heeft Blokker contact gehad met de anderen en ook aan hen excuses aangeboden.
In de week na de publicatie en na enkele kritische opiniestukken die later in de krant werden afgedrukt, verzochten de geïnterviewde vrouwen om rectificatie. Gezien de aard van de ongewijzigde passages was de krant van mening dat een rectificatie een onbedoeld effect zou hebben; daarmee zou opnieuw de aandacht worden gevestigd op feiten die klaagsters juist uit de krant wilden halen. Daarom heeft Kalse de geïnterviewde vrouwen op 13 november 2015 per e-mail uitgenodigd voor een gesprek, maar daarop hebben zij niet gereageerd. Overigens heeft hij in diezelfde mail excuses aangeboden voor de passages die ongewild in het artikel onveranderd zijn blijven staan. Verder heeft hij erop gewezen dat ombudsman Sjoerd de Jong de volgende dag in zijn rubriek aandacht aan de kwestie zou besteden. Door de publicatie van deze rubriek heeft in de krant gestaan wat de vrouwen per rectificatie vroegen, te weten: dat het artikel niet precies zo in de krant is verschenen als zij wilden en dat er passages waren die zouden worden gewijzigd, maar toch in de krant hebben gestaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat de met klaagsters – althans met de geïnterviewde vrouwen – gemaakte afspraak over autorisatie en de mogelijkheid tot aanpassing van de concepttekst niet is nagekomen.

Uitgangspunt is dat een journalist gemaakte afspraken behoort na te komen. Uit de stukken blijkt dat klaagsters met Blokker afspraken hebben gemaakt over de voorwaarden van publicatie van de met hen gehouden interviews. Publicatie zou niet plaatsvinden dan nadat klaagsters akkoord zouden zijn met de inhoud van het artikel. Blokker heeft verder – zonder voorbehoud – aan klaagsters toegezegd dat alle door hen verzochte wijzigingen zouden worden doorgevoerd.
Door een versie van het artikel te publiceren waarin níet alle door klaagsters verzochte aanpassingen zijn verwerkt – deels bewust, deels als gevolg van miscommunicatie tussen Blokker en eindredactie – hebben Blokker en de krant journalistiek in strijd met de gemaakte afspraak gehandeld. Bovendien is daardoor tevens een feitelijk onjuiste passage in het artikel terecht gekomen – over de Vanity Fair-achtige fotoshoot – waarin is verwezen naar klaagster Z.

Blokker en de krant hebben aldus journalistiek onzorgvuldig jegens klaagsters gehandeld. Dit klemt te meer, daar het voor Blokker duidelijk was dat het een voor klaagsters gevoelig onderwerp betreft. De Raad overweegt in dit verband dat Blokker aan klaagsters niet (voldoende) duidelijk heeft gemaakt, dat zij een deadline hadden om te reageren. Voorts vindt de Raad het niet aannemelijk dat de door klaagster Y op 6 november 2015 rond 8:00 uur doorgegeven nadere aanpassing feitelijk niet meer kon worden doorgevoerd.
Verder merkt de Raad op dat voor zover de door Blokker met klaagsters gemaakte afspraak verder ging dan wat bij de krant gebruikelijk is, dit niet aan klaagsters kan worden tegengeworpen en dus aan het voorgaande niet afdoet.

In het licht van het voorgaande is ook de afhandeling van de klacht door Blokker en de hoofdredactie onvoldoende zorgvuldig. Zij hadden niet mogen volstaan met het aanbieden van excuses, maar hadden klaagsters verder tegemoet behoren te komen. Zo hadden zij in de eigen kolommen van de krant duidelijk kunnen maken dat zij met de publicatie van het artikel van 7 november 2015 hadden gehandeld in strijd met de gemaakte afspraken en de onlineversie kunnen aanpassen in overeenstemming met de door klaagsters verzochte wijzigingen. Blokker en de hoofdredactie hebben dit ten onrechte nagelaten en aldus ook op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
De publicatie van de ombudsman van 14 november 2015 kan daaraan niet afdoen, nu deze onafhankelijk van de redactie van de krant functioneert. Daarbij komt dat hij in zijn rubriek weliswaar heeft erkend dat er door Blokker met klaagsters veel ruimere afspraken waren gemaakt dan het NRC-Stijlboek aangeeft en dat daaraan gedeeltelijk niet was voldaan, maar dat hij vervolgens inhoudelijk heeft getoetst of de uiteindelijke gepubliceerde gewraakte passages nu echt zo fataal waren en daarmee de  gemaakte fouten (min of meer) heeft vergoelijkt.
Uit de hierboven geciteerde mailwisselingen tussen de geïnterviewde vrouwen en Blokker wordt nog eens duidelijk dat het voor de vrouwen van groot belang was dat er geen uitspraken zouden worden opgenomen die als te provocatief zouden kunnen worden aangemerkt. Juist dat wilden ze voorkomen. En dat de gewraakte passages een door de geïnterviewde vrouwen niet gewenste ophef veroorzaakten, wordt alleen al duidelijk door het stukje van – nota bene – de hoofdredacteur van de NRC in de Belgische krant De Standaard van 14 november 2015. Tegen die achtergrond moeten de vergoelijkende opmerkingen van de ombudsman juist de negatieve gevoelens van klaagsters hebben versterkt.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Blokker en NRC Handelsblad journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2016/25, RvdJ 2016/17, RvdJ 2013/2

CONCLUSIE

Blokker en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan NRC Handelsblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 6 september 2016 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. A. Karadarevic, mw. M.J. Rietkerk en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.