2016/27 zorgvuldig

Samenvatting

W. Takken en NRC Handelsblad hebben in het artikel “Kort geding Volkskrant over tweet” vergezeld van het trefwoord “Eritreeërs” op journalistiek zorgvuldige wijze verslag gedaan van een rechtszaak tussen K.P. Roberson (klager) en de Volkskrant. Anders dan Roberson heeft aangevoerd, vindt de Raad niet dat in het artikel termen zijn gebruikt die een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie geven.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

K.P. Roberson

tegen

W. Takken en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

De heer K.P. Roberson te Utrecht (klager) heeft op 4 april 2016 een klacht ingediend tegen de heer W. Takken en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en Takken betrokken van 22 april, 19 mei en 21 juni 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 24 juni 2016 in aanwezigheid van klager. Van de zijde van de krant zijn voornoemde Takken en mevrouw M. Breedeveld, adjunct-hoofdredacteur, verschenen.

DE FEITEN

Op 16 februari 2016 verscheen in NRC Handelsblad een artikel onder de kop “Kort geding Volkskrant over tweet” vergezeld van het trefwoord “Eritreeërs”. Het artikel luidt verder als volgt:
“Journalist Kevin P. Roberson spant een kort geding aan tegen de Volkskrant omdat het dagblad een tweet van hem citeert in een artikel over Eritrese intimidatie in Nederland.
Roberson vindt dat hij ten onrechte in verband wordt gebracht met bedreiging door aanhangers van het Eritrese regime. Hij eist verwijdering van zijn tweet uit het artikel, rectificatie en een schadevergoeding.
Het artikel gaat vooral over bedreiging van hoogleraar Mirjam van Reisen. Roberson adresseerde haar en een journaliste in een tweet over een verwante rechtszaak: ,,This could be a career ending case for the both of you.” De krant gebruikt de tweet als illustratie van de intimidatie waaronder Van Reisen gebukt gaat.
Volgens de advocaat van Roberson was diens bericht echter niet intimiderend bedoeld. Het was onderdeel van zijn rechtbankverslaggeving. Roberson is geen Eritreeër en zou geen aanhanger zijn van het regime.
De Volkskrant heeft overigens al een rectificatie geplaatst, maar die vindt de eiser onvoldoende. In dezelfde kwestie hebben ook RTL Nieuws en OneWorld gerectificeerd.
Roberson is naast journalist anti-racisme-activist. Volgens hem is de berichtgeving over Eritrese intimidatie een uiting van racisme. Op Twitter neemt hij het op voor Meseret Bahlbi, een actieve aanhanger van het Eritrese regime, die hij ,,my brother” noemt. De zaak dient in Amsterdam op 24 februari.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij de kwestie onder de aandacht heeft gebracht van NRC-journalist Bas Blokker, aan wie hij een kopie van de dagvaarding heeft gestuurd. Blokker heeft vervolgens Takken van de zaak op de hoogte gebracht en Takken het telefoonnummer van klager gegeven. Takken heeft echter geen contact met hem gezocht en dus niet aan wederhoor gedaan, aldus klager. Volgens hem is ten onrechte vermeld dat het om ‘Eritreeërs’ gaat die het kort geding hebben aangespannen. Dat is niet juist, hij is een Afro-Amerikaanse Nederlander. Verder maakt hij bezwaar tegen het gebruik van de term ‘bedreiging’. Daarmee wordt ten onrechte de indruk gewekt dat hij iemand iets aan wilde doen door fysiek geweld te gebruiken dan wel iets wilde vernietigen. In het kort geding gaat het om (vermoedelijke) ‘intimidatie’ en dat staat ook duidelijk in de dagvaarding. Ook is ten onrechte vermeld dat de Volkskrant een rectificatie heeft geplaatst, dat is namelijk niet gebeurd. Ten slotte maakt klager bezwaar tegen de vermelding dat hij een ‘anti-racisme-activist’ is en dat hij het opneemt voor Meseret Bahlbi. Ten aanzien van de aanduiding ‘activist’ wijst klager erop dat hij in NRC eerder als ‘activist’ is aangeduid door Blokker, die dat vervolgens heeft rechtgezet. Volgens klager is de term schadelijk voor zijn imago, omdat hij daarmee zijn onafhankelijkheid verliest. Wel heeft hij empathie voor Bahlbi en de rest van de mensheid en daarom focust hij zich met zijn werk op maatschappelijke onderwerpen, aldus klager.

Takken en de krant stellen hier tegenover dat het bij berichtgeving over rechtszaken niet ongebruikelijk is om met de advocaten te praten. Takken heeft voorafgaand aan de publicatie gebeld met de advocaten van beide partijen en heeft beider standpunten in het artikel verwerkt. In het artikel is niet beweerd dat het kort geding is aangespannen door ‘Eritreeërs’. Die term is als trefwoord bij het bericht geplaatst omdat de rechtszaak hoor bij een reeks kwesties rond Eritrese intimidatie. Takken heeft van de advocaat van klager begrepen dat klager in het kort geding bezwaar maakte tegen associatie met zowel ‘intimidatie’ als ‘bedreiging’ – van beide was sprake in het Volkskrant-artikel. Overigens liggen de termen in elkaars verlengde en zijn zij bijna synoniemen. Verder is op 9 februari 2016 in de Volkskrant wel degelijk een rectificatie geplaatst onder het kopje ‘Aanvullingen & Verbeteringen’. Dat klager die rectificatie onvoldoende vond, doet daaraan niet af. Takken en de krant wijzen er voorts op dat klager geregeld demonstraties bezoekt en daar filmt voor zijn Facebookpagina ‘The Roberson Report’. In die zin is hij journalist, maar geen traditionele die objectief verslag doet. Klager roert zich op en rond die demonstraties ook als deelnemer en hij stond bij de demonstratie ‘Samen tegen Racisme’ op de lijst van sprekers. Vandaar dat Takken hem als ‘activist en journalist’ heeft aangeduid. Ten slotte blijkt uit diverse Twitterberichten van klager dat hij het wel degelijk voor Bahlbi opneemt, aldus Takken en de krant.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Gezien de opmaak en inhoud van het artikel van 16 februari 2016 is het voor de gemiddelde lezer duidelijk dat sprake is van verslaggeving van het feit dat een rechtszaak is aangespannen. Takken heeft in het bericht de achtergronden van de kwestie geschetst. Hij heeft dat op een journalistiek zorgvuldige wijze gedaan.

Anders dan klager meent, is de term ‘Eritreeërs’ niet gebruikt als aanduiding van degenen die het kort geding zouden hebben aangespannen, maar als trefwoord. Het is journalistiek gebruikelijk en niet ontoelaatbaar om met een trefwoord de samenhang met andere berichtgeving weer te geven.

Ook verder is niet gebleken dat een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de gang van zaken is gegeven. Een journalist hoeft bij berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van rechtszaken, in beginsel geen wederhoor toe te passen. Niettemin heeft Takken de advocaten van partijen gesproken en hun standpunten in het artikel verwerkt. Voldoende duidelijk is dat Takken met de zinsnede ‘Roberson vindt’ het door klager in de rechtszaak ingenomen standpunt verwoordt en daarmee niet (ten onrechte) heeft willen suggereren dat hij klager zelf heeft gesproken.

De door klager gegeven uitleg van het begrip ‘bedreiging’ is te beperkt. In het artikel wordt nergens gesuggereerd dat sprake zou zijn van ‘fysiek geweld’ of ‘iets vernietigen’. Het is duidelijk dat Takken de termen ‘intimidatie’ – iemand angst aanjagen door te dreigen met negatieve gevolgen – en ‘bedreiging’ afwisselend heeft gebruikt om daarmee hetzelfde aan te duiden.

Voorts is het niet ongebruikelijk dat media rechtzettingen plaatsen in een rubriek genaamd ‘Aanvullingen & Verbeteringen’. Niet ter discussie staat dat de Volkskrant in die rubriek heeft rechtgezet dat zij niet de indruk heeft willen wekken ‘dat klager Eritreeër is en een aanhanger van het Eritrese regime’. Dit mocht Takken omschrijven als ‘het plaatsen van een rectificatie’.

Gelet op de activiteiten van klager, waarbij hij het actief opneemt voor groepen die slachtoffer van bijvoorbeeld racisme dreigen te zijn, is de aanduiding ‘activist’ niet onjuist dan wel onnodig negatief. In dat verband merkt de Raad op dat klager zelf de krant (in de persoon van journalist Blokker) attent heeft gemaakt op het kort geding.

Ten slotte heeft Takken aannemelijk gemaakt dat hij voldoende grond had voor de bewering dat klager het ‘op Twitter opneemt voor Meseret Bahlbi’.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Takken en NRC Handelsblad journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2016/11, RvdJ 2014/26

CONCLUSIE

Takken en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 6 september 2016 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. A. Karadarevic, mw. M.J. Rietkerk en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.