2016/26 onzorgvuldig niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

H. Runhaar en De Gooi- en Eemlander hebben in het artikel “Agressiezaak loopt nog” met de bovenkop “Politicus dreigde met stiletto” en het artikel “OM krijgt zaak stiletto-politicus niet rond” op journalistiek onzorgvuldige wijze over klager – de bedoelde politicus – bericht. Zonder deugdelijke grondslag is als feit vermeld dat klager een stiletto had en daarmee zijn buurman heeft bedreigd. Bovendien is ten onrechte nagelaten een eerder verkregen reactie van klager adequaat te verwerken. De berichtgeving is hierdoor onjuist, tendentieus, nodeloos grievend en eenzijdig. In die context zijn de vermelding van de persoonlijke gegevens van klager en de publicatie van zijn portretfoto eveneens journalistiek onzorgvuldig. De Raad heeft de bezwaren tegen een update van 26 september 2015 op de website van de krant niet behandeld, omdat deze update een compilatie is van eerdere berichtgeving en de klacht tegen die oorspronkelijke berichten niet tijdig is ingediend. De Raad doet de aanbeveling aan De Gooi- en Eemlander om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R. van den Akker

tegen

H. Runhaar en de hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander

Mevrouw mr. K.M. van Boven, advocaat te Uitgeest, heeft op 23 maart 2016 namens de heer R. van den Akker een klacht ingediend tegen de heer H. Runhaar en de hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en de heer P. Hovestad, adjunct-hoofdredacteur, van 18 april 2016 en van 11 en 20 mei 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 27 mei 2016 in aanwezigheid van klager, die werd vergezeld door zijn echtgenote, mr. Van Boven en mr. C. Boergonje. Van de zijde van de krant waren Runhaar, Hovestad en de heer P. Schat, chef redactie, aanwezig. Hovestad heeft het standpunt van de krant toegelicht aan de hand van een notitie.

Een van de leden van de Raad heeft zich verschoond. Partijen hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

In de periode van 8 juli 2015 tot en met 22 augustus 2015 is in de papieren editie van De Gooi- en Eemlander en op de website van de krant een aantal artikelen verschenen waarin over klager is bericht.

Als vervolg op die berichtgeving verscheen op 26 september 2015 in De Gooi- en Eemlander een artikel van de hand van Runhaar met de kop “Agressiezaak loopt nog” en de bovenkop “Politicus dreigde met stiletto”. Dit artikel luidt verder:
“De impasse in de zaak van de stilettotrekkende Hilversumse politicus Roland van den Akker houdt aan. Pas eind oktober denkt de behandelend officier van justitie een beslissing te nemen. De fractiemedewerker van Hilversum1 werd begin juli opgepakt op de [straatnaam], waar hij woont. Hij had een buurman bedreigd met een volgens het slachtoffer zeker 25 centimeter lange stiletto. Dat gebeurde nadat de buurman Van den Akker in zijn tuin betrapte.
Hoogst verdacht, vond hij, omdat Van den Akker al vaker zijn auto en auto’s van anderen in de buurt zou hebben vernield. De politicus verzette zich na de bedreiging heftig tegen zijn arrestatie. Zelf stelde hij dat de buurt en de politie onder één hoedje spelen. Aan de [straatnaam] sleept al jaren een conflict over parkeren. Na maanden is het rechercheonderzoek nu afgerond. Van den Akker wordt verdacht van bedreiging met een misdrijf tegen het leven dan wel met zware mishandeling. Dat het dossier nu wordt beoordeeld door een officier van justitie betekent dat het OM de zaak serieus neemt. ,,Er heeft al een eerste schifting plaatsgevonden”, zegt een woordvoerster. Van den Akker heeft zich tijdelijk teruggetrokken als fractiemedewerker van de kleine oppositiepartij.”
Een artikel met vergelijkbare inhoud is diezelfde dag op de website van de krant geplaatst onder de kop “Agressiezaak politicus Hilversum loopt nog”.

Ook is op 26 september 2015 op de website van De Gooi- en Eemlander een update gemaakt van een artikel dat op 21 augustus 2015 is geplaatst onder de kop “Verdachte Hilversum1’er tijdelijk op non-actief”.

Ten slotte is op 19 november 2015 in De Gooi- en Eemlander een artikel geplaatst, eveneens van de hand van Runhaar, met de kop “OM krijgt zaak stiletto-politicus niet rond”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Er komt toch geen strafzaak tegen Hilversumse politicus Roland van den Akker die begin juli zijn Marokkaanse buurman aan de [straatnaam] zou hebben bedreigd met een stiletto. Het Openbaar Ministerie heeft de zaak geseponeerd bij gebrek aan voldoende overtuigend bewijs. ,,Na onderzoek blijkt dat onvoldoende kan worden vastgesteld wat er is gebeurd. Er is ruimte voor gerede twijfel”, aldus een toelichting van het OM.”
en
“Het slachtoffer riep zijn buurman ter verantwoording, waarop het fractielid van Hilversum1 hem met een mes zou hebben bedreigd. De politie bevestigde toen dat Van den Akker zich hevig verzette tegen zijn aanhouding. Het OM zegt nu: ,,De verdachte heeft zich niet verzet. De politie zag bij aanhouding een voorwerp in zijn hand en ze hebben hem toen zekerheidshalve, omdat het wellicht het mes zou kunnen zijn waarover was gesproken, meteen met kracht tegen de muur gezet. Het was overigens geen mes en er is ook nooit een mes aangetroffen.””
Een artikel met vergelijkbare inhoud is diezelfde dag op de website van de krant geplaatst onder de kop “OM krijgt zaak tegen politicus Hilversum niet rond”.

De klacht is gericht tegen de artikelen van 26 september en 19 november 2015 en tegen de update van 26 september 2015.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in de berichtgeving stelselmatig ten onrechte is geïnsinueerd dat hij de verantwoordelijke dader is van het voorval en zich heeft schuldig gemaakt aan een geweldsdelict. Er is sprake van feitelijk onjuiste, tendentieuze en grievende berichtgeving. Hij licht toe dat de bedoelde buurman (eigenlijk een buurtbewoner) vermoedelijk ontevreden is over het parkeerbeleid dat mede door hem binnen de Hilversumse politiek is geïnitieerd. De irritaties zijn zo hoog opgelopen dat de buurman hem begin juli 2015 ‘uit het niets’ zwaar heeft mishandeld. Vervolgens heeft de buurman een valse aangifte gedaan, waarbij hij onjuist heeft verklaard dat klager in het bezit zou zijn van een mes en de buurman hiermee zou hebben bedreigd. Nog voordat de politie en het Openbaar Ministerie inhoudelijk onderzoek hebben kunnen doen naar de feitelijke samenloop van omstandigheden heeft Runhaar uitgebreid over het voorval bericht. Voorafgaand aan het eerste artikel (van 8 juli) heeft klager contact gehad met Runhaar. Hij heeft toen duidelijk verteld dat de lezing van zijn buurman onjuist is, dat juist híj het slachtoffer was en dat daar ook bewijs voor was. Runhaar wilde daar echter niets van weten.
Na het eerste contact heeft Runhaar nog één keer, op 21 augustus 2015, een bericht achtergelaten met het verzoek aan klager om contact op te nemen. Op het moment dat klager in de gelegenheid was dat bericht te beantwoorden, stond het betreffende artikel al online en was de redactie gesloten. Op de zitting deelt klager desgevraagd mee dat hij later zelf geen contact met de krant heeft gezocht, omdat Runhaar vanaf het eerste moment wist wat zijn verhaal was en daar toch geen oren naar had.
Ten aanzien van het artikel van 26 september 2015 maakt klager meer specifiek bezwaar tegen de tendentieuze en veroordelende toon. Volgens klager heeft Runhaar zich alleen gebaseerd op de eenzijdige informatie van de buurman. Omdat op dat moment de kwestie niet meer actueel was, had het op de weg van Runhaar gelegen om contact op te nemen met diverse bronnen en de juistheid van de informatie te verifiëren. Runhaar heeft voorafgaand aan deze publicatie geen contact opgenomen met klager, maar heeft de eerder door klager verstrekte informatie gedeeltelijk in het artikel verweven. Daarbij is onvermeld gelaten dat juist klager het slachtoffer is en niet de dader. Hierdoor is hij juist méér geschaad, aldus klager. Verder vindt hij dat door plaatsing van een grote portretfoto in combinatie met de vermelding van zijn naam en de straat waarin hij woont, zijn privacy onnodig is geschonden. Klager is zich bewust van zijn publieke functie, maar het voorval vond plaats in de privésfeer. Het openbaar maken van zijn persoonlijke gegevens in combinatie met de publicatie van zijn portretfoto, is daarom onzorgvuldig, aldus klager.
Met betrekking tot het afsluitende artikel van 19 november 2015 merkt hij op dat weliswaar aan het eind is vermeld dat hij geen mes heeft gebruikt en zich niet tegen zijn aanhouding heeft verzet, maar dat door de tendentieuze kop de daadwerkelijke boodschap diffuus is. Klager weet dat koppen vaak overdrijvingen bevatten, maar meent dat lezers hieruit een onjuiste conclusie over de kwestie zullen trekken. Bovendien dekt de kop de lading niet. De lezer zal denken dat de zaak alleen maar is geseponeerd vanwege gebrek aan bewijs, terwijl vaststaat dat hij de buurman niet met een stiletto heeft bedreigd; dat mes was er immers niet. Daarnaast wordt wederom, door de vermelding van zijn persoonlijke gegevens, zijn privacy onnodig geschaad. Op de website is bovendien aan de publicatie een portretfoto toegevoegd, wat die inbreuk verergert.
Ten slotte vindt hij dat de krant zijn klacht niet juist heeft afgehandeld. Naar aanleiding van gesprekken tussen partijen is in de internetpublicaties zijn achternaam vervangen door een initiaal,  is zijn portretfoto verwijderd, is de term ‘stiletto-politicus’ uit de kop van het bericht van 19 november 2015 verwijderd en is dit laatste bericht achter de betaalmuur vandaan gehaald zodat iedereen daarvan kennis kan nemen. Klager vindt dit echter onvoldoende en heeft daarom zijn klacht alsnog aan de Raad voorgelegd.

Runhaar en de krant stellen daar in het algemeen tegenover dat de berichtgeving is gebaseerd op vijf bronnen: klager zelf (artikel van 8 juli), de buurman, het proces-verbaal van aangifte van de buurman, de woordvoerder(s) van de mediadesk van de politie en de woordvoerder(s) van het Openbaar Ministerie. Op de zitting licht Runhaar desgevraagd toe dat de politiewoordvoerder heeft bevestigd wat de buurman heeft verklaard. Hij kan het zich niet meer goed herinneren, maar acht het niet waarschijnlijk dat de woordvoerder daarbij ook uit eigen waarneming heeft bevestigd dat klager een mes heeft gehad. Na het artikel van 8 juli, waarin klager sprekend is opgevoerd, heeft hij geen enkel verzoek tot wederhoor beantwoord, dan wel direct of via zijn partij gereageerd op de verschenen artikelen. Van iemand die een publieke functie vervult, mag worden verwacht dat hij heel goed de weg weet, als hem iets niet bevalt. Van een schending van klagers privacy is geen sprake. Hij was ten tijde van het voorval voorzitter en schaduwraadslid van Hilversum1 en plaatselijk bekend als actievoerder tegen de doorgang in een geluidsscherm in de buurt van zijn woning. Om die reden is zijn volledige naam vermeld en zijn foto geplaatst. Bovendien is in [straatnaam] sprake van een slepend conflict tussen bewoners over parkeerplekken. Treiterijen en autovernielingen waren (mede) de achtergrond van het voorval. Daarom is de straatnaam genoemd. Op de zitting benadrukt Hovestad dat het niet gaat om een voorval in de privésfeer van klager, aangezien de buurman boos is over het parkeerbeleid dat (mede) door klager in zijn publieke functie tot stand is gebracht.
Ten aanzien van het artikel van 26 september 2015 voeren Runhaar en de krant nog specifiek aan dat duidelijk blijkt dat het om een vervolgbericht gaat. Er is geen sprake van tendentieuze, veroordelende of feitelijk onjuiste berichtgeving, maar van een juiste weergave van de op dat moment bekende feiten. Op de zitting licht Runhaar toe dat de berichtgeving vooral gaat over het verhaal van het slachtoffer, dat wil zeggen: de buurman. In dit artikel is ook vermeld hoe klager er zelf tegenaan kijkt. Doordat klager onbereikbaar was voor commentaar is teruggegrepen op zijn reactie in het artikel van 8 juli 2015, waarin hij stelde dat er niets van het verhaal klopte.
Met betrekking tot het artikel van 19 november 2015 stellen Runhaar en de krant dat de term ‘stiletto-politicus’ in de kop ongelukkig is gekozen en tenminste tussen aanhalingstekens geplaatst had moeten worden. Daarom is de kop inmiddels op de website verwijderd. Het verwijt dat geen juiste voorstelling van zaken wordt gegeven, raakt kan nog wal. Het OM gaat hier niet op in en klager zelf weigert een inhoudelijke toelichting te geven. Overigens is het feit dat de zaak wordt geseponeerd bij gebrek aan voldoende overtuigend bewijs, geen reden voor een rectificatie in de krant.
Runhaar en de krant menen dat zij klager, naar aanleiding van de gesprekken met hem, voldoende tegemoet zijn gekomen.

BEOORDELING VAN DE TIJDIGHEID VAN DE INDIENING voor zover de klacht is gericht tegen de update van 26 september 2015 op de website van de krant

De Raad stelt vast dat de update van 26 september 2015 op de website van De Gooi- en Eemlander een compilatie is van het op 21 augustus 2015 op de website geplaatste bericht met de kop “Verdachte Hilversum1’er tijdelijk op non-actief” en een artikel dat op 21 augustus 2015 in de papieren versie van de krant is verschenen onder de kop “Wakker liggen door agressie van politicus”. De update kan niet als een nieuwe, zelfstandige publicatie worden beschouwd.

Nu de klacht tegen de oorspronkelijke berichtgeving van 21 augustus 2015 niet binnen de door de Raad gestelde termijn is ingediend, zal de Raad dit onderdeel van de klacht niet inhoudelijk behandelen.

Het voorgaande neemt niet weg dat de Raad wel heeft kennisgenomen van de berichtgeving tot en met 22 augustus 2015 als toelichting op de klacht voor zover deze is gericht tegen de artikelen van 26 september en 19 november 2015.

BEOORDELING VAN DE KLACHT voor zover gericht tegen de artikelen van 26 september en 19 november 2015

Het artikel van 26 september 2015 bevat onder meer de zinsneden “Politicus dreigde met stiletto”, “de stilettotrekkende Hilversumse politicus”, “hij had een buurman bedreigd”, terwijl de kop van het artikel van 19 november 2015 luidt: “OM krijgt zaak stiletto-politicus niet rond”.

Aldus is in beide artikelen als feit vermeld dat klager een stiletto had en daarmee – althans volgens het artikel van 26 september – zijn buurman heeft bedreigd. Dit is een ernstige beschuldiging die klager in hoge mate diskwalificeert en die de krant niet zonder deugdelijke grondslag mag publiceren. Daarbij komt dat bijzondere zorgvuldigheid is geboden indien informatie afkomstig is van personen die ten tijde van de verstrekking ervan in conflict waren met de betrokkene of anderszins belanghebbende waren.

Duidelijk moge zijn dat klager was verwikkeld in een ernstig conflict met de buurman. Uit de toelichting van Runhaar en de krant kan worden opgemaakt dat de beschuldiging uiteindelijk is terug te voeren op slechts één bron, te weten: diezelfde buurman. Het proces-verbaal bevat immers diens verklaring en verder is aannemelijk dat de politiewoordvoerder slechts heeft bevestigd wat de buurman heeft verklaard. Zodoende bestond van meet af aan onvoldoende deugdelijke grondslag voor de – als feitelijk gepresenteerde – beschuldiging aan het adres van klager. Runhaar en de krant hadden de beschuldiging niet als feit mogen presenteren en terughoudender over de kwestie behoren te berichten, maar hebben dat niet gedaan. Hierdoor is de berichtgeving feitelijk onjuist, tendentieus en nodeloos grievend.

Ten aanzien van de vraag of voldoende wederhoor is toegepast, staan de standpunten van partijen lijnrecht tegenover elkaar. De Raad kan niet vaststellen welk standpunt juist is. Hoe dan ook wist Runhaar dat klager niet alleen betwistte dat hij de buurman had bedreigd, maar ook dat klager meende dat juist híj het slachtoffer was. Dit is ook tot uitdrukking gebracht in het artikel van 8 juli 2015. Gezien het feit dat Runhaar kennelijk vond dat hij voor elk artikel wederhoor bij klager behoorde toe te passen – hij heeft immers aangevoerd dat hij daartoe steeds pogingen heeft ondernomen – valt niet in te zien, waarom hij de eerder verkregen reactie van klager niet volledig in het artikel van 26 september 2015 heeft weergegeven. Door dit na te laten is die berichtgeving eenzijdig en daarmee ook in dit opzicht onzorgvuldig geweest.

Het voorgaande heeft ook invloed op de vraag of ongerechtvaardigd inbreuk is gemaakt op de privacy van klager. De Raad acht het aannemelijk dat het voorval – in min of meerdere mate – is gerelateerd aan de publieke functie van klager als fractielid van Hilversum1. Er bestaat daarom in beginsel geen bezwaar om in het kader van berichtgeving over het voorval tussen klager en diens buurman, klagers persoonlijke gegevens te vermelden en zijn portretfoto te plaatsen.  Echter, in de context van de feitelijk onjuiste, tendentieuze, grievende en eenzijdige berichtgeving zijn de vermelding van die persoonlijke gegevens en de publicatie van de foto – gelet op de zeer zware beschuldiging – eveneens journalistiek onzorgvuldig.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Runhaar en De Gooi- en Eemlander journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A., B.3, C. en C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2015/16, RvdJ 2015/11 en RvdJ 2006/11

BESLISSING

De klacht tegen de update van 26 september 2015 op de website van De Gooi- en Eemlander wordt niet inhoudelijk behandeld.

Voor zover de klacht betrekking heeft op de artikelen van 26 september en 19 november 2015 hebben H. Runhaar en De Gooi- en Eemlander journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan De Gooi- en Eemlander om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 12 juli 2016 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, A. Mellink MPA en mw. drs. J.X. Nabibaks, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.