2016/25 onzorgvuldig

Samenvatting

Dagblad van het Noorden heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld door een gewijzigde versie te plaatsen van een ingezonden brief van klaagster, waarbij het woord ‘zelfeuthanasie’ is vervangen door ‘euthanasie’. Daarmee is de essentie van de brief – te weten: lezers nu juist te attenderen op het verschil tussen beide vormen van levensbeëindiging – verloren gegaan. Bij de afhandeling van de klacht had de hoofdredacteur niet mogen volstaan met een uitleg van de werkwijze van de krant, maar had hij klaagster verder tegemoet behoren te komen. De Raad doet de aanbeveling aan Dagblad van het Noorden om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M. Mulder

tegen

P. Sijpersma, hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden

Mevrouw M. Mulder te Assen (klaagster) heeft op 30 maart 2016 een klacht ingediend tegen P. Sijpersma, hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klaagster en Sijpersma van 18 april en 23 mei 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 27 mei 2016 in aanwezigheid van klaagster. Dagblad van het Noorden is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 14 maart 2016 heeft klaagster een ingezonden brief aan Dagblad van het Noorden gestuurd met de kop “Gebroken hart” en de tekst:
“Er is een groep mensen die niet meer verder wil leven. De criteria waar artsen aan gehouden zijn bij euthanasie biedt hen geen hulp. Er is dan bijvoorbeeld geen sprake van lichamelijk of geestelijk ondraaglijk lijden. Maar om voor die persoon zeer legitieme redenen, wil hij of zij echt niet meer. Een aantal artsen is op de hoogte van de mogelijkheid van zelfeuthanasie en weet van het bestaan van levenseindecounselors. Een levenseindecounselor gaat in gesprek met mensen die zelfbeschikt en onder eigen verantwoordelijkheid een zorgvuldig besluit willen nemen over hun levenseinde, en daar eventueel voorbereidingen voor willen gaan treffen. De alternatieven, lijdend voortleven of een gruwelijke dood sterven, kan voorkomen worden met kennis over zelfeuthanasie. Ook is de voorbereiding en het in bezit zijn van een laatstewil pil, soms genoeg om het leven weer wat draaglijker te vinden en uit te leven.”
Klaagster heeft haar brief ondertekend met haar naam en de vermelding levenseindecouselor.nl.

De brief is geplaatst in de krant van 19 maart 2016. Daarbij is het woord ‘zelfeuthanasie’ gewijzigd in ‘euthanasie’ en het woord ‘zelfbeschikt’ in ‘zelfbeschikking hebben’.

Diezelfde dag heeft klaagster bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop haar ingezonden brief is gepubliceerd. Daarbij heeft zij de redactie onder meer het volgende bericht:
“Het woord zelfeuthanasie wijzigde u in euthanasie. Juist het verschil tussen euthanasie en zelfeuthanasie wilde ik aangeven. De kern van mijn brief is hiermee verloren gegaan.
Mijn ingezonden brief, althans de door u afgedrukte versie, is onbegrijpelijk nietszeggend geworden. Ik verwacht dat u dit gaat rectificeren.”

Omdat klaagster geen reactie van de redactie ontving, heeft zij haar bezwaar op 23 maart 2016 kenbaar gemaakt aan de hoofdredacteur. Sijpersma antwoordde die dag als volgt:
“U heeft wel een punt, maar voor rectificatie voel ik niet zo veel. In de eerste plaats is uw stuk niet onbegrijpelijk geworden, zoals u stelt. Het woord zelfeuthanasie is bovendien onbekend; wellicht heeft de eindredacteur het voor een fout aangezien. Ten derde zie ik dat u zelf zo’n counselor bent die u in uw bijdrage noemt. Daarmee krijgt uw stukje iets van een advertentie. Dat is niet de bedoeling, zoals u begrijpt. Mocht u bij een volgende gelegenheid weer in de pen klimmen – u moet zich vooral niet ontmoedigd voelen – dan doet u er goed aan uw woorden [en] zinnen zo helder mogelijk te formuleren.”

Vervolgcorrespondentie heeft niet tot een oplossing geleid.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat haar ingezonden brief is veranderd, door het foutief overnemen van woorden. Daardoor is de essentie van haar brief geheel teniet gedaan. Op de zitting licht klaagster toe dat de kern van haar klacht de wijziging van het woord ‘zelfeuthanasie’ betreft. Ze benadrukt dat ze in haar brief dat woord heeft gebruikt náást de term ‘euthanasie’, juist om het verschil in betekentis aan te duiden. Ze kan zich voorstellen dat de eindredacteur het begrip ‘zelfeuthanasie’ niet kende, maar vindt dat hij zich daarin dan had moeten verdiepen en dit had moeten opzoeken.  Het woord ‘zelfeuthanasie’ bestaat wel degelijk en (de betekenis van) het begrip kan eenvoudig via Google worden gevonden. Bij zelfeuthanasie houdt de persoon in kwestie zelf de regie en de verantwoordelijkheid. Dat is een enorm verschil met de (artsen)euthanasie, die volgens de euthanasiewet getoetst wordt en uitsluitend door een arts gegeven kan worden. Haar brief was juist bedoeld om mensen die niet voor euthanasie in aanmerking komen, of daarvoor zijn afgewezen, kennis te laten nemen van een alternatief.
Verder meent klaagster dat de hoofdredacteur met zijn reactie haar klacht onzorgvuldig heeft afgehandeld. Op de zitting deelt klaagster desgevraagd mee dat als ze een meer invoelende reactie zou hebben ontvangen en de oorspronkelijke versie van haar brief alsnog zou zijn geplaatst, ze haar klacht niet aan de Raad had voorgelegd.

Sijpersma betwist dat de ingezonden brief van klaagster door het foutief overnemen van woorden van betekenis is ontdaan. Het woord ‘zelfeuthanasie’ bestaat niet en de eindredacteur heeft er daarom ‘euthanasie’ van gemaakt. De huisregels van de krant bieden de mogelijkheid dat in de tekst van inzendingen wijzigingen worden aangebracht zonder overleg met de inzender. Vanzelfsprekend is het oogmerk de strekking van de tekst onaangetast te laten. Euthanasie houdt in dat mensen hulp krijgen bij sterven. Dat is de staande praktijk. De praktijk die klaagster in haar brief beschrijft, mag ook als zodanig worden aangemerkt: gesprekken met en begeleiding van levensmoede mensen door professionele begeleiders. Dat mag dus gewoon ‘euthanasie’ worden genoemd.
De hoofdredacteur wijst er verder op dat de krant het recht heeft ingezonden stukken en rectificaties te weigeren. Rectificatie was zeker verstrekt als het artikel van klaagster geweld was aangedaan, maar daarvan was geen sprake. Klaagster heeft in eerste instantie geen reactie ontvangen van de krant na haar bezwaar over de plaatsing van haar ingezonden brief. Dit is eveneens overeenkomstig de huisregels: in principe wordt over inzendingen niet gecorrespondeerd. Sijpersma heeft in tweede instantie gereageerd en toen kort uitleg gegeven over de handelwijze van de krant. Klaagster heeft daarin keurig antwoord gekregen, aldus de hoofdredacteur.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de redactie verantwoordelijk is voor het plaatsen van ingezonden brieven. De redactie mag ingezonden brieven wijzigen of inkorten zolang de essentie en de toonzetting behouden blijven. Verder verdient het de voorkeur dat de redactie de voorwaarden voor de selectie en plaatsing van reacties publiceert.

Uit de ingezonden brief en de toelichting van klaagster op de zitting blijkt dat de essentie van klaagsters brief erin was gelegen om lezers te attenderen op diverse vormen van levensbeëindiging, waarbij juist het verschil tussen de termen ‘zelfeuthanasie’ en ‘euthanasie’ cruciaal was. Het is voorstelbaar dat de eindredacteur het woord ‘zelfeuthanasie’ niet kende. Hij had er echter op bedacht kunnen en moeten zijn dat beide termen niet willekeurig – en onderling uitwisselbaar – in de brief waren gebruikt, maar dat klaagster daarmee een bijzondere bedoeling had, te meer omdat zij had vermeld dat zij levenseindecounselor was. Het had dan ook op de weg van de eindredacteur gelegen om hetzij nader onderzoek te doen naar het verschil tussen de begrippen dan wel bij klaagster navraag te doen.

Door de wijziging van het begrip ‘zelfeuthanasie’ in ‘euthanasie’ is de essentie van klaagsters brief verloren gegaan. De plaatsing van de gewijzigde brief van klaagster is dan ook journalistiek onzorgvuldig.

In het licht van het voorgaande is ook de afhandeling van de klacht door de hoofdredacteur onjuist. Hij had niet mogen volstaan met een uitleg van de werkwijze van de krant, waarbij hij klaagster bovendien nog heeft aangesproken op haar taalgebruik. Terecht onderkende hij in zijn eerste reactie dat klaagster ‘wel een punt had’. Hij had haar verder tegemoet behoren te komen door dit op passende wijze zo snel mogelijk te corrigeren. Zo had bijvoorbeeld het plaatsen van de oorspronkelijke brief het probleem voor beide partijen uit de wereld kunnen helpen.

Een en ander leidt tot de conclusie dat de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2015/23

BESLISSING

De hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan Dagblad van het Noorden om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 12 juli 2016 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, A. Mellink MPA, mw. drs. J.X. Nabibaks en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.