2016/24 zorgvuldig

Samenvatting

De Stentor heeft op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan een uitspraak van de Overijsselse Ombudsman over een conflict tussen klagers en de gemeente waarin zij wonen. De redactie is vrij in de selectie van nieuws en had geen voorafgaande toestemming van klagers nodig om over de kwestie te publiceren. De krant behoefde de namen van klagers niet te anonimiseren, omdat zij eerder hadden meegewerkt aan berichtgeving over de kwestie. Ten slotte is niet gebleken dat de berichtgeving feitelijk onjuist is. Overigens is een medium zelf verantwoordelijk voor de inrichting van zijn interne klachtprocedure en dient hij daarover duidelijkheid aan zijn publiek te verschaffen. In dit geval bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat klagers hun klacht niet op de juiste wijze aan het medium hebben voorgelegd.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X en Y

tegen

de hoofdredacteur van de Stentor

De heer en mevrouw [achternaam] te [woonplaats] (klagers) hebben op 10 maart 2016 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Stentor. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klagers en de heer G. Dijkstra, adjunct-hoofdredacteur, van 20 maart en 11 april 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 27 mei 2016. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 8 maart 2016 is in de Stentor een artikel geplaatst met de kop “[woonplaats]naren Y en X stoten neus bij Ombudsman”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Overtuigd van hun gelijk stapten [X] en zijn vrouw [Y] uit […] naar de Overijsselse Ombudsman. Zou die ook vinden dat de lantaarnpaal bij hun woning aan de […]straat in […] terug moet naar de plaats waar die eerder stond? Hun hoop was tevergeefs. Reageren kunnen ze niet op de uitspraak. De [achternaam]s waren gisteren niet bereikbaar.”
Het artikel is verderop in de krant vervolgd onder de kop “Als [achternaam]s het willen kan paal iets verplaatst”. Het vervolgartikel bevat onder meer de volgende passage:
“[gemeente] heeft voldoende gedaan om het probleem rond de lantaarnpaal aan de […]straat in [woonplaats]t op te lossen. Tot die conclusie komt de Overijsselse Ombudsman. De Ombudsman gaat niet mee met de suggesties die klagers Y en X deden de lantaarnpaal of dertig centimeter of anderhalve meter zuidwaarts te verplaatsen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat de publicatie zonder hun toestemming is verschenen. Zij voelen zich daardoor te kijk gezet, zeker nu hun naam daarin is vermeld. Bovendien staan er onwaarheden in de berichtgeving, aldus klagers.
Zij lichten toe dat zij al geruime tijd met de gemeente bezig zijn om een lantaarnpaal te verplaatsen. Al in 2015 zijn zij ermee geconfronteerd dat in de krant aandacht aan deze kwestie zou worden besteed. Zij hebben toen aan die publicatie hun medewerking verleend, om te voorkomen dat het een eenzijdig verhaal zou worden. Nadat zij dit een tijd hadden laten rusten, zagen zij tot hun schrik de publicatie van 8 maart 2016 waarover zij vooraf niet waren geïnformeerd. Zij hebben toen gelijk gebeld met de krant en om uitleg gevraagd. De redacteur zei toen dat hij wel had geprobeerd hen te bereiken, maar dat hij geen gehoor kreeg. Dat kan kloppen, want klagers waren toen niet thuis. Volgens klagers had de krant ook wel een dag later kunnen bellen, dan hadden zij zelf kunnen beslissen of zij hadden meegewerkt. Nu was het kwaad al geschied. Klagers menen dat de krant niet op deze manier zou moeten werken.

De Stentor voert aan dat mevrouw Y voorafgaand aan het indienen van de klacht bij de Raad alleen contact heeft gehad met verslaggever Vink, de auteur van het artikel. De krant meent dat de klacht niet in behandeling kan worden genomen, omdat hiermee niet is voldaan aan dat wat is bepaald in artikel 2a van het Reglement van de Raad.
Voor zover de Raad de klacht toch inhoudelijk beoordeelt, stelt de krant dat mevrouw Y in het telefoongesprek met Vink niet heeft gerept over onwaarheden en dat klagers dit onderdeel van de klacht niet hebben toegelicht.
Verder licht de krant toe dat de publicatie is gebaseerd op een uitspraak van de Overijsselse Ombudsman. Klagers hebben een al langer lopend conflict met de gemeente. Daarover heeft de krant al op 2 december 2015 bericht. In dat artikel hebben klagers verteld wat het probleem is. Zij hebben meegewerkt aan die publicatie en zijn daarin met naam genoemd. Bovendien is bij dat artikel een foto geplaatst van de heer Xserend in zijn auto op de oprit. Klagers hebben toen aangekondigd dat zij de Ombudsman zouden inschakelen en – mocht die niet kunnen helpen – de (Rijdende) rechter. De publicatie van 8 maart 2016 was dan ook een logisch vervolg op het eerdere artikel. 
De krant wijst erop dat uitspraken van de Ombudsman openbaar zijn en dat voor verslaggeving over die uitspraak geen toestemming nodig is van klagers. Aangezien zij aan het eerdere artikel hadden meegewerkt, vond de krant het niet nodig hun naam in de publicatie van 8 maart te anonimiseren. Dat de verslaggever contact met klagers heeft gezocht, had geen ander doel dan te checken of klagers de zaak inderdaad aan De Rijdende Rechter zouden voorleggen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Stentor heeft zich allereerst op het standpunt gesteld dat de klacht niet behandeld kan worden, omdat niet zou zijn voldaan aan dat wat is bepaald in artikel 2a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad. De Raad overweegt hiertoe het volgende.

Met de ingang van zijn nieuwe werkwijze per 1 november 2013 – waarover de mediasector vooraf uitvoerig is geconsulteerd – fungeren media als eerste lijn in de afhandeling van klachten. In artikel 2a lid 1a van het Reglement is bepaald dat een klager, voordat hij zich tot de Raad kan wenden, zijn bezwaren eerst moet voorleggen aan het medium. In het Reglement is niet nader omschreven tot welke persoon, behorend tot ‘het medium’, een klager zich moet richten. In de informatie op de website van de Raad is vermeld, dat dit bij voorkeur de eindverantwoordelijke – meestal de hoofdredacteur – is.

Elk medium is zelf verantwoordelijk voor de inrichting van zijn interne klachtprocedure en dient daarover duidelijk met zijn publiek te communiceren. De klacht is hier op een voor de hand liggende wijze aan een medium voorgelegd, namelijk via de betreffende journalist. Klagers mogen ervan uitgaan dat deze journalist de klacht intern in het gewenste kanaal zal brengen. Doet hij dit niet, dan dient de journalist een klager uitdrukkelijk erover te informeren dat de klacht elders (bijvoorbeeld bij de hoofdredactie) moet worden ingediend.
Hoe dit intern is geregeld, is aan het betreffende medium. In dit geval bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat klagers hun klacht niet op de juiste wijze aan het medium hebben voorgelegd. De Raad zal de klacht dan ook inhoudelijk beoordelen.

In de publicatie van 8 maart 2016 wordt feitelijk bericht over de uitspraak van de Overijsselse Ombudsman in het conflict tussen klagers en de gemeente. De Raad stelt voorop dat een journalist vrij is in de selectie van nieuws en geen voorafgaande toestemming nodig heeft van degene over wie hij publiceert. De krant behoefde de namen van klagers niet te anonimiseren, omdat zij eerder hadden meegewerkt aan berichtgeving over hun conflict met de gemeente, waarbij hun namen zijn vermeld. Bij die gelegenheid hebben zij aangekondigd dat zij de Ombudsman zouden inschakelen. Deze publicatie moet worden aangemerkt als een vervolg op die eerdere berichtgeving. De krant heeft daarom niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld door in het artikel van 8 maart opnieuw de naam van klagers te vermelden. Van een onevenredige aantasting van hun privacy is geen sprake. Ten slotte is niet gebleken dat het artikel relevante feitelijke onjuistheden bevat.

Een en ander leidt tot de conclusie dat de Stentor journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A. en C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2011/51

BESLISSING

De Stentor heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 12 juli 2016 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, A. Mellink MPA, mw. drs. J.X. Nabibaks en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.