2016/20 zorgvuldig

Samenvatting

B. van Sluis, Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant hebben in het artikel “Mist rond organisator loopwedstrijden” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over Stichting Loopevenementen en een van haar bestuurders (klagers). Het artikel is gebaseerd op deugdelijk onderzoek, waarbij diverse onafhankelijke bronnen zijn geraadpleegd. In de publicatie is ook duidelijk inzicht gegeven in dit onderzoek. Bovendien heeft Van Sluis op faire wijze wederhoor toegepast. Dat klagers aldus niet adequaat hebben gereageerd, kan Van Sluis niet worden verweten. Ten slotte bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat de privacy van de bestuurder van de Stichting onnodig is aangetast.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting Loopevenementen en X

tegen

B. van Sluis en de hoofdredacteuren van Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant

De heer X te  […] mede namens Stichting Loopevenementen (klagers) in een brief die door de Raad is ontvangen op 24 februari 2016 een klacht ingediend tegen de heer B. van Sluis en de hoofdredacteuren van Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant. Bij de beoordeling van de zaak is verder correspondentie betrokken van klagers en de heer Van Sluis van 17 en 23 maart 2016 en van 21 april 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 22 april 2016 in aanwezigheid van klager, die werd vergezeld door mevrouw Y (medebestuurslid van Stichting Loopevenementen), en Van Sluis.

Een van de leden van de Raad heeft zich verschoond. Partijen hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Op 19 november 2015 verscheen in Dagblad van het Noorden een artikel van de hand van Van Sluis met de kop “Mist rond organisator loopwedstrijden”. De intro van het artikel luidt:
“De Koninklijke Nederlandse Atletiekunie (KNAU) waarschuwt voor Stichting Loopevenementen uit Farmsum die meerdaagse hardloopwedstrijden organiseert. De stichting met het hoofdkantoor in belastingparadijs Belize claimt opbrengsten volledig aan het goede doel te schenken, maar daar lijkt weinig van te kloppen.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“De Atletiekunie roept verenigingen en hardlopers op voorzichtig te zijn. ,,Wees niet te happig om met Stichting Loopevenementen in zee te gaan. Iedereen mag natuurlijk zelf weten aan welke wedstrijden hij mee wil doen, maar terughoudendheid is in dit geval niet onverstandig”, zegt Dennis Weijers namens de bond. Diverse hardlopers zeggen dat er veel mist rond de stichting hangt. Er wordt geklaagd over de hoogte van het inschrijfgeld, maar vooral over het gebrek aan transparantie over kosten en opbrengsten.”
en
“De opbrengst van de wedstrijden zou naar Voedselbank Nederland gaan. (…) Tienduizenden euro’s werden binnengehaald door de non-profitorganisatie die zegt zonder winstoogmerk te opereren. Bij Voedselbank Nederland ontvingen ze echter geen geld, bevestigt actiecoördinator Rutger van Valkenburg. Volgens spreekbuis en bestuurder [X] (52) uit […] van Stichting Loopevenementen berust dit op een misverstand. Het opgehaalde geld zou gaan naar Voedselbank Zuid-Oost-Groningen. ,,Regelmatig maken we geld over aan deze voedselbank”, zegt [X]. Maar volgens voorzitter Willem van Veen van die lokale voedselbank is er vorig jaar en dit jaar slechts een klein bedrag overgemaakt.”
en
“Het steekt de hardloopteams dat Stichting Loopevenementen weigert een financiële verantwoording af te leggen. ,,Ze zijn dat niet verplicht, zeggen ze, want hun hoofdkantoor is gevestigd in Belize in Midden-Amerika”, weet Perdok. Hij en zijn team stuurden een mail voor een financieel overzicht. (…) Het antwoord dat Perdok kreeg van de stichting was veelzeggend. ,De RoPa-run heeft publicatieplicht opgelegd door de Kamer van Koophandel en de Belastingdienst. Wij zijn een buitenlandse stichting die ingeschreven staat in Belize, Centraal-Amerika. Wij hoeven daarom geen inzicht te geven in onze financiële cijfers’, staat in de mail. Perdok: ,,Toen sloeg de twijfel toe bij ons.” Belize staat bekend als vestigingsplaats voor bedrijven en particulieren om belastingen te omzeilen of ontduiken. De Organisatie voor Economische Samenwerking (OESO) heeft Belize op de lijst met belastingparadijzen gezet. Volgens [X] van Stichting Loopevenementen is het niet zo gek dat de stichting zaken doet vanuit Belize. ,,Dat is zo afgesproken met de Belastingdienst”, zegt hij in een gesprek met deze krant. [X] laat documenten zien die de deal moeten bevestigen, maar dat zijn geanonimiseerde kopietjes. Bij de Belastingdienst weten ze niets van een deal. (…) Wie de andere bestuursleden zijn, blijft onduidelijk. Ze staan niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Waarom niet blijft vaag. Volgens [X] willen de andere bestuursleden hun adres niet prijsgeven. (…) Een Kamer van Koophandel-woordvoerder laat weten dat daarvoor niet uitgeweken hoeft te worden naar het buitenland. Huisadressen van functionarissen van een stichting kunnen geheim blijven.”

Onder de subkop “Politie weet van niks” is verder nog onder meer het volgende bericht:
“[X] is geen onbekende in de hardloopwereld. Hij regelde tussen november 2011 en augustus 2013 al eerder loopevenementen, maar die organisatie (Stichting Benelux Evenementen) ging op de fles. Bij de bond geven ze aan geen goede ervaringen te hebben gehad met Benelux Evenementen. Onder meer omdat er meer werd beloofd dan waargemaakt. [X] organiseerde destijds ook al de Benelux Run. Die staat ook nu weer gepland voor begin volgend jaar met een grote finish in Emmen.”

Het artikel is op 24 november 2015 ook geplaatst in de Leeuwarder Courant.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat ten onrechte wordt gesuggereerd dat Stichting Loopevenementen (hierna: de Stichting) alleen in Belize is gevestigd om belasting te omzeilen of ontduiken en dat zij haar doelstelling als ‘goede doelenstichting’ niet (voldoende) nakomt. Volgens klagers kunnen zij wel degelijk aantonen dat zij afspraken hebben gemaakt met de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft hierover tegen Van Sluis geen uitlatingen kunnen doen, omdat zij ten opzichte van derden geheimhouding moet betrachten. Op de zitting legt X uit dat de Stichting uit privacy-overwegingen is geregistreerd in Belize; de bestuurders – hij en mevrouw Y – willen niet met hun persoonlijke gegevens op internet te vinden zijn.
Verder voeren klagers aan dat het artikel suggestieve en onjuiste uitlatingen bevat, die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. De publicatie is voornamelijk gebaseerd op uitlatingen van een medewerker van de Atletiekunie. Diens advies om terughoudend te zijn met deelname aan loopevenementen van de Stichting is niet gebaseerd op harde feiten maar informatie ‘van horen zeggen’. Van Sluis heeft dit advies ten onrechte als waarheid overgenomen en als algemene waarschuwing gepresenteerd. Bovendien heeft Van Sluis vermeld dat de Voedselbank Nederland geen geld ontving, terwijl hij wist dat dit gegeven niet juist was. Hem was al bekend dat de Stichting geen geld gaf aan Voedselbank Nederland, maar aan de lokale voedselbank van Zuid-Oost-Groningen. X heeft Van Sluis de contactgegevens van de heer Visser van de lokale voedselbank gegeven, maar Van Sluis heeft nooit contact met Visser opgenomen. Van Sluis heeft alleen contact opgenomen met de directeur van Voedselbank Vlagtwedde, die niet op de hoogte was van de afspraken tussen de Stichting en de heer Visser. Tot op heden heeft de Stichting ieder jaar kleine bedragen aan de Voedselbank overgemaakt. Overigens is op de website van de Stichting nooit vermeld dat alle winsten naar de Voedselbank zouden gaan. Op de zitting voegen X en Y hieraan onder meer toe dat investeringen zijn gedaan en alle bonnetjes kunnen worden verantwoord. In de eerste twee jaar is geen winst gemaakt. Er staat een begroting op papier, die Van Sluis had kunnen inzien. Er staan geen cijfers op de website vanwege de concurrentie in de sector.
Verder menen klagers dat Van Sluis heeft nagelaten op deugdelijke wijze wederhoor toe te passen. X is niet door Van Sluis benaderd, maar heeft zelf contact met de journalist opgenomen. Van Sluis heeft bovendien belangrijke informatie die hij van X heeft gekregen, niet in het artikel verwerkt. Zo heeft X Van Sluis relevante correspondentie tussen de Stichting en de (regionale) voedselbank en de Belastingdienst laten lezen. Bovendien heeft Van Sluis niets vermeld over het telefonische contact dat hij heeft gehad met mevrouw Y en heeft hij positieve uitlatingen van een van de hardlopers niet opgenomen. Op de zitting voegt X nog toe dat in de hardloopwereld diverse belangen een rol spelen. Daarom was hij erg op zijn hoede en wilde hij Van Sluis geen volledige inzage geven. Wellicht had hij dat wel gedaan als Van Sluis hem normaal had benaderd. X wijst erop dat hij geen klacht bij de Raad zou hebben ingediend, als dat wat hij doet niet zou deugen.
Ten slotte menen klagers dat het niet nodig was om de persoonlijke gegevens van X in het artikel te vermelden. X heeft Van Sluis duidelijk gemaakt dat hij niet wilde dat zijn naam zou worden vermeld, maar dat is toch gebeurd.
Klagers concluderen dat de Stichting aldus ten onrechte in een kwaad daglicht is gesteld en als onbetrouwbare partij is weggezet. Het faillissement van de Stichting Benelux Evenementen doet niet ter zake en is alleen aangehaald om dit negatieve beeld kracht bij te zetten. De uitlatingen tasten de eer en goede naam van klagers aan en zijn ten aanzien van X onnodig grievend.

Van Sluis stelt hier, mede namens de kranten, tegenover dat hij een tip had gekregen dat de Stichting mogelijk onterecht subsidie zou hebben ontvangen van de gemeente Leeuwarden. Nadat hij een medewerker van de communicatieafdeling van de gemeente had gesproken, heeft deze direct contact opgenomen met X. X belde hem vervolgens omdat hij wilde weten waarom hij daarnaar vroeg. Anders had Van Sluis zeker zelf contact met X opgenomen. Tijdens dit telefoongesprek is afgesproken dat Van Sluis bij X langs zou gaan. Inmiddels had hij, om het aantal bronnen te vergroten, ook contact gelegd met enkele lopers die vraagtekens zetten bij de inschrijfkosten die de Stichting rekent. 
Tijdens het bezoek aan X – dat ongeveer anderhalf uur duurde – weigerde deze te vertellen wie er nog meer betrokken zijn bij de Stichting, omdat anders onder meer de adresgegevens van die betrokkenen bekend zouden worden. De documenten die X liet zien, maakten op geen enkele wijze hard dat de Stichting een overeenkomst had gesloten met de Belastingdienst. De stukken die X liet zien waren geanonimiseerd en oncontroleerbaar. Verder had X geen pasklaar antwoord op vragen over de financiële situatie van de Stichting. Dat was volgens hem niet nodig, omdat de Stichting niet onder het Nederlandse belastingstelsel valt. X deelde nog mee dat Van Sluis mogelijk zou worden gebeld door een vrouw om zijn twijfels weg te nemen. Dat gebeurde ook, maar omdat zij niet wilde vertellen wat haar volledige naam was, heeft hij het telefoongesprek niet weergegeven. Overigens heeft hij nog voorgesteld om haar te ontmoeten, maar dat hoefde niet.
Van Sluis benadrukt dat hij diverse partijen heeft benaderd, zoals de Atletiekunie, Voedselbank Nederland, de lokale Voedselbank en een aantal hardlopers. Ook heeft hij gesproken met een bron binnen de Belastingdienst, met de politie Noord-Nederland en meerdere gemeenten en sponsors van de Stichting. Alles bij elkaar heeft hij een eerlijk beeld neergezet. Zijn artikel is feitelijk onderbouwd, berust op verschillende bronnen die op hun deugdelijkheid zijn getoetst en er is voldoende wederhoor toegepast.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt allereerst vast dat X en Y op de zitting hebben verklaard, dat zij de enige ingeschreven bestuurders van de Stichting zijn. Op basis van deze verklaringen acht de Raad voldoende aannemelijk dat de Stichting bevoegd vertegenwoordigd is.

Kern van de klacht is dat sprake is van onjuiste en suggestieve berichtgeving, zonder deugdelijke toepassing van wederhoor, waarbij de privacy van X onnodig is aangetast.

De Raad meent dat er voor Van Sluis voldoende aanleiding bestond om met een kritische blik over Stichting Loopevenementen te berichten en in dat verband ook aandacht te besteden aan de achtergrond van X. Van Sluis heeft aannemelijk gemaakt dat hij deugdelijk onderzoek heeft verricht en dat de berichtgeving is gebaseerd op stukken en informatie afkomstig van diverse onafhankelijke bronnen. In het artikel is ook duidelijk inzicht gegeven in het onderzoek, onder meer door vermelding van de geraadpleegde bronnen.

Niet is gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat. Anders dan klagers hebben gesteld is het advies om terughoudend te zijn om met de Stichting in zee te gaan, duidelijk voor rekening van de woordvoerder van de Atletiekunie gelaten. Verder hebben klagers erkend dat zij in de periode waarover is bericht (slechts) kleine bedragen (2014: 75 euro; 2015: 100 euro) aan de lokale Voedselbank hebben verstrekt, hetgeen ook in het artikel is weergegeven.

Verder heeft Van Sluis aannemelijk gemaakt dat hij klagers – in de persoon van X – voldoende gelegenheid tot wederhoor heeft geboden. Dat het contact door tussenkomst van de gemeente Leeuwarden op initiatief van X tot stand is gekomen, doet daaraan niet af.
Mede gelet op dat wat klagers in deze klachtprocedure naar voren hebben gebracht, acht de Raad het aannemelijk dat zij tegenover Van Sluis geen (voldoende) openheid hebben willen verschaffen over de registratie van de Stichting en haar bestuurders. Onweersproken heeft Van Sluis gesteld dat de vrouw die hem over de Stichting Loopevenementen opbelde weigerde te vertellen wat haar volledige naam was. Even ervan afgezien dat het een journalist in beginsel vrijstaat zelf een keuze te maken welke onderdelen van het door hem verzamelde materiaal in een publicatie worden opgenomen – zolang dat geen afbreuk doet aan een evenwichtige presentatie van de feiten – is het tegen die geheimzinnige achtergrond alleszins begrijpelijk dat Van Sluis niet heeft vermeld wat zij over de Stichting te zeggen had. Verder heeft X op de zitting erkend dat hij Van Sluis geen volledige inzage in de financiële stukken heeft willen geven. Dat klagers aldus niet adequaat hebben gereageerd, kan Van Sluis niet worden verweten.

Volgens de Raad zijn Van Sluis en de kranten nauwgezet en controleerbaar te werk gegaan. Bovendien is op een faire wijze wederhoor bij klagers toegepast.

Ten slotte is niet aannemelijk geworden dat de privacy van X op journalistiek ontoelaatbare wijze is aangetast. X bekleedt, ook al vindt hij dat wellicht onwenselijk, als bestuurder van de Stichting een openbare functie. Daarmee is een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk. Het vermelden van zijn persoonlijke gegevens is journalistiek niet ongebruikelijk en in de context van deze berichtgeving ook relevant. Per slot was hij geen onbekende in de wereld van loopevenmenten en was een andere stichting op dat gebied waarbij hij betrokken was geweest, nog maar kort daarvoor failliet gegaan.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Van Sluis en de hoofdredacteuren van Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3, C. en C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2015/14 en RvdJ 2014/17

CONCLUSIE

B. van Sluis en de hoofdredacteuren van Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 24 juni 2016 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, M.C. Doolaard, dr. H.J. Evers en F.Th.H. Ruys, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.