2016/2 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

Omdat Radar (AVROTROS) niet meedoet aan de procedure van de Raad voor de Journalistiek, heeft de Raad de klacht van Flexper Group B.V. tegen Radar niet inhoudelijk behandeld. De Raad gaat in deze situatie alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Flexper Group B.V.

tegen

de hoofdredacteur van Radar (AVROTROS)

De heer R. Rozemond heeft op 13 oktober 2015 namens Flexper Group B.V. te Zwanenburg (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Radar (AVROTROS).

De hoofdredacteur van Radar heeft in het verleden herhaaldelijk aan de Raad bericht dat hij niet wenst mee te werken aan de procedure van de Raad. Bij het doorsturen van de klacht is daarom aan de hoofdredacteur meegedeeld dat indien hij niet binnen de termijn van drie weken inhoudelijk heeft geantwoord, dit als een stilzwijgende afwijzing wordt beschouwd. De hoofdredacteur heeft niet op de klacht gereageerd.

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 27 november 2015 op basis van de schriftelijke stukken.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een opname van de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 13 april 2015 is in een uitzending van het televisieprogramma Radar aandacht besteed aan de handelwijze van klaagster. Op de website van Radar is in een bericht met de kop “Flexper: geen website, wel een hoge rekening” onder meer het volgende vermeld:
“Voor een zzp’er is het van groot belang om online goed zichtbaar en vindbaar te zijn. Er zijn bedrijven die hier handig op inspelen. Flexper is zo'n bedrijf, dat echter de verwachtingen vaak verre van waarmaakt.
Kleine zelfstandigen en zzp’ers die worden benaderd door een vertegenwoordiger van Flexper Group BV krijgen een rooskleurig beeld voorgespiegeld, maar in de praktijk valt het behoorlijk tegen. Flexper belooft onder andere een flitsende website met professionele foto's, een mobiele app en een Google AdWords campagne om bovenaan de zoekresultaten te komen.”

HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER

Klaagster voert – kort samengevat – aan dat haar handelwijze in de uitzending op een tendentieuze, suggestieve en journalistiek onverantwoordelijke wijze in een kwaad daglicht is gesteld. Daarbij zijn schijnbaar slechts twee klanten uit haar totale klantenbestand geïnterviewd, die nota bene voorafgaande aan de uitzending al in een zakelijk conflict met haar waren verwikkeld. Volgens klaagster heeft Radar het uitgezonden materiaal nooit terdege gecontroleerd en heeft de redactie nagelaten de betrouwbaarheid van de bronnen te onderzoeken. Zij meent dat het maatschappelijk belang van de uitzending niet zorgvuldig is afgewogen tegen het belang van klaagster, dat met de uitzending is geschaad. Bovendien is haar onvoldoende gelegenheid tot wederhoor geboden, aldus klaagster. Zij stelt verder dat niet alleen haar belangen maar die van velen in haar branche zijn geraakt, waarmee het onderwerp van de uitzending tevens van algemene strekking is.

BEOORDELING OF DE KLACHT VAN ALGEMENE STREKKING OF PRINCIPIEEL BELANG IS

In artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad is het volgende bepaald:
“Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”

De hoofdredacteur van Radar heeft zich op principiële gronden niet verweerd. De Raad zal dan ook slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval dat deze van een algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

De Raad vindt niet dat de strekking van de klacht het belang van klaagster in zodanige mate overstijgt, dat er sprake zou zijn van een algemene strekking. De uitzending bevat wellicht enkele algemene opmerkingen over websites-ontwikkelaars, maar is vooral toegespitst op klaagster. Er is dan ook geen sprake van een klacht met betrekking tot een onderwerp waarbij de belangen van (zeer) velen betrokken kunnen zijn.

Ook heeft de Raad geen aanknopingspunten kunnen vinden voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistieke proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, zodat de klacht van principieel belang zou zijn. De klacht gaat over niet-waarheidsgetrouwe en tendentieuze berichtgeving, het gebruik van bronnen en het toepassen van wederhoor. De Raad heeft hierover in zijn Leidraad algemene uitgangspunten geformuleerd, die in diverse conclusies zijn uitgewerkt. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn. Dat Radar wellicht heeft gehandeld in strijd met die criteria, maakt op zichzelf nog niet dat de klacht daarmee van principieel belang is. De Raad ziet dan ook geen aanleiding de klacht inhoudelijk te behandelen.

Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 5
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2015/18, RvdJ 2015/7, RvdJ 2014/48 en RvdJ 2014/47
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.

CONCLUSIE

De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 7 januari 2016 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. J.R. van Ooijen en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.