2016/16 zorgvuldig

Samenvatting

H. van der Steen en Brabants Dagblad hebben in het artikel “Henk van Belkom geëerd met prachtig vormgegeven boek” op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan een boek waaraan M.A.M. van der Heijden (klager) als hoofdauteur heeft meegewerkt. Het stond Van der Steen vrij zijn mening te uiten op de wijze als hij heeft gedaan. Verder is niet gebleken dat het artikel een onjuist citaat over de omslag van het boek bevat.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

M.A.M. van der Heijden

tegen

H. van der Steen en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

De heer M.A.M. van der Heijden te Tilburg (klager) heeft op 26 januari 2016 een klacht ingediend tegen de heer H. van der Steen en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. Bij de beoordeling van de zaak is verder correspondentie betrokken van klager, Van der Steen en M. van Assen, hoofdredacteur, van 29 januari en 24 februari 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 18 maart 2016 in aanwezigheid van klager, die werd vergezeld door zijn echtgenote, en Van der Steen.

DE FEITEN

Op 7 november 2015 verscheen in het Brabants Dagblad een artikel van de hand van Van der Steen met de kop “Henk van Belkom geëerd met prachtig vormgegeven boek”. Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
 “Volgende week is het 60 jaar geleden dat The South Jazzband voor het eerst repeteerde. Morgen (Postelhoeve, 15.00 uur) wordt een schitterend vormgegeven boek gepresenteerd over Henk van Belkom, leider en oprichter. Het boek is een 150 bladzijden lange ode aan de musicus, inclusief nogal veel flauwe (of flauw opgeschreven) anekdotes. Goed, dit is geen serieuze biografie, maar een lofzang. Het is wel een probleem dat de schrijvers echte insiders zijn, zodat ze zich niet meer, zoals een belangstellende leek, echt kunnen verwonderen over die opwindende wereld van de jazz. Op de cover van het boek staat trouwens maar één schrijver, Rinus van der Heijden, de in deze dreven alom bekende jazz-criticus. Maar er zijn nog twee schrijvers verbonden aan het boek, Ruud Erich en Jan van Rijthoven, als interviewers. Die staan ‘om tactisch-grafische redenen’ niet op de cover, zo wordt verteld. Erich en Van Rijthoven staan wel, in kleinere letters, in het boek vermeld onder Rinus van der Heijden. Omdat zeker voor kleinere letters nog wel plaats is in de krant, schuiven ze alle drie aan om te vertellen.”
en
“Het boek is werkelijk schitterend van uitgave: mooi papier, grote letters, geweldige illustraties, plus prachtige foto’s van de geïnterviewden, van Gemma van der Heyden. Het is wel jammer dat de lezer, die niet zo thuis is in de jazz of met de families van alle ter sprake komende musici, geregeld in het duister tast over bepaalde achtergronden, ook over de vraag waarom Van Belkom zelf buiten het project werd gehouden.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel hem onaangenaam heeft getroffen; hij voelt zich daardoor in zijn integriteit aangetast. In het interview met Van der Steen, die voor het gesprek weinig tijd leek te hebben, heeft hij uitvoerig uitgelegd waarom slechts zijn naam op de cover was vermeld. Daaraan lagen opmaak-technische redenen ten grondslag: de vormgever had te weinig ruimte om alle drie de namen op te nemen. Het was kiezen tussen twee mogelijkheden: de titel van het boek inkorten, of alleen zijn naam – als hoofdauteur – vermelden. De eerste optie was niet mogelijk, omdat de titel van het boek al was opgedoken in diverse publicaties. Nadat klager contact had gehad met de mede-auteurs is uiteindelijk voor de tweede optie gekozen. Van der Steen heeft ten onrechte vermeld dat sprake was van ‘tactisch-grafische’ redenen en heeft van die woordverdraaiing oneigenlijk gebruik gemaakt door te concluderen dat op de cover van het boek geen plaats meer was voor kleine letters, maar in de krant zeker wel. Voor klager zit daarin de crux van zijn klacht: Van der Steen wil kost wat kost zijn gelijk halen door via een achterdeurtje de verdenking die hij jegens hem koestert – de volledige eer als schrijver van het boek opeisen, ten koste van de twee andere auteurs – bedekt uit te spreken. Een andere steek onder de gordel is volgens klager de vermelding dat de namen van de mede-auteurs “wel, in kleinere letters, in het boek vermeld [staan] onder Rinus van der Heijden”.
Klager meent dat Van der Steen op een oneigenlijke manier journalistiek heeft bedreven. Van der Steen wilde per se een interview, maar daarvan is uiteindelijk maar weinig in de krant gekomen. Hij heeft niet één vraag gesteld over de totstandkoming van het boek en is met zijn beschrijving van het boek in de rol van recensent getreden. Klager begrijpt niet waarom Van der Steen zo nodig een interview met de schrijvers wilde houden, als hij uitsluitend schrijft over de vormgeving die het boek kenschetst.

Van der Steen en het Brabants Dagblad stellen daar tegenover dat het idee voor een interview was geopperd door Erich, een van de mede-auteurs, die aan Van der Steen had verzocht om aandacht te besteden aan het boek. Op het afgesproken tijdstip waren Erich en Van Rijthoven aanwezig en begon Van der Steen direct met het interview. In minder dan een kwartier had hij de voornaamste informatie verzameld. Daarna kwam klager erbij. Van der Steen heeft klager gevraagd naar de omslag, nadat de mede-auteurs hun lezing hadden gegeven. Klager antwoordde dat het ging om ‘opmaak-technische’ redenen. Van der Steen heeft bewust gekozen voor de formulering “Die staan ‘om tactisch-grafische redenen’ niet op de cover, zo wordt verteld.” Het laatste (‘zo wordt verteld’) houdt de mogelijkheid open dat er iemand kan zijn die er anders tegenaan kijkt. De vermelding ‘tactisch-grafische’ redenen is een citaat, daarom staat het tussen aanhalingstekens. Erich heeft dit zo gezegd en Van Rijthoven was het met die formulering eens, aldus Van der Steen. Daarnaast had hij nog twee redenen om voor deze formulering te kiezen. Hij had de omslag bestudeerd en vond dat de namen van de mede-auteurs daar best nog een plaatsje hadden kunnen krijgen. Verder had Erich opgemerkt dat ze de keuze van de uitgever wel konden begrijpen, omdat klager nu eenmaal een naam heeft in de jazzwereld en de mede-auteurs niet. Dat verklaarde de ‘tactische’ reden. Nadat klager zijn bezwaren over de publicatie had kenbaar gemaakt, heeft Van der Steen bij Erich nagevraagd of hij iets had geschreven dat niet klopte. Volgens Erich was dat niet het geval.
Van der Steen betwist dat hij geen enkele vraag heeft gesteld over de totstandkoming van het boek. De helft van het artikel gaat over inhoud en totstandkoming. Hij stelt er een eer in een boek gelezen te hebben als hij erover schrijft, in welke vorm ook. Dat was nu niet anders. Hij had het boek gelezen en gezien dat het prachtig was vormgegeven. Dat was het doel van het artikel: de lezer melden dat er een boek zou verschijnen, met informatie over vorm, inhoud en enkele achtergronden. Van ‘een steek onder water’ is geen sprake, aldus Van der Steen.
De hoofdredacteur voegt hier nog aan toe dat Van der Steen, en niet de geïnterviewden, de stijl van het artikel bepaalt. Dat niet alle aspecten van het boek zijn bejubeld, is nu eenmaal iets dat kan gebeuren als een journalist over een boek schrijft.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel bevat een bespreking van het boek van klager en zijn mede-auteurs, en is daarmee een recensie. Dat Van der Steen ter voorbereiding op de publicatie een interview met de schrijvers heeft gehouden en dat interview (deels) in het artikel heeft verwerkt, maakt dat niet anders.

Recensenten zijn vrij om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen. Daarbij zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd. Uit de publicatie blijkt voldoende dat het hier met name een persoonlijk oordeel van Van der Steen over het boek betreft. Het stond hem vrij zijn mening te uiten op de wijze als hij heeft gedaan.

Verder heeft Van der Steen onbetwist gesteld dat Erich hem tijdens het interview heeft meegedeeld dat de namen van de twee mede-auteurs vanwege ‘tactisch-grafische’ redenen niet op de omslag zijn vermeld. Dat klager het met deze formulering niet eens is, wil niet zeggen dat Van der Steen dit citaat niet had mogen gebruiken. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat Van der Steen dit niet als feit heeft vermeld, maar duidelijk als citaat heeft opgenomen.

Het is voorstelbaar dat de publicatie klager niet welgevallig is, maar Van der Steen hoefde zich bij het geven van zijn, soms ook kritische, mening niet te laten weerhouden door de mogelijkheid dat daardoor ook afbreuk zou kunnen worden gedaan aan de reputatie van klager.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Van der Steen en het Brabants Dagblad journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: C.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2011/25 en RvdJ 2010/16

CONCLUSIE

Van der Steen en het Brabants Dagblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 12 mei 2016 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. M.E.L. Kogeldans, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. H.M.M. Nietsch, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.