2016/13 onzorgvuldig

Samenvatting

Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad heeft in een reeks artikelen aandacht besteed aan een (vermeende) rel rond het afscheid van burgemeester Link van de gemeente Schinnen. De krant heeft daarbij herhaaldelijk als feit vermeld dat mr. J.P.J. Hermans (klager) in zijn functie van wethouder en loco-burgemeester heeft ‘gelekt’ uit een vertrouwelijk overleg. Hierdoor is zijn integriteit als publiek bestuurder ernstig in twijfel getrokken. De negatieve beeldvorming is verder versterkt door de wijze waarop is bericht over het verloop van een telefoongesprek met klager, zijn ontslagneming en opvolging. Voor de stelselmatige, ernstige diskwalificatie van klager in de uitoefening van zijn functie bestond onvoldoende grond. De krant heeft hiermee journalistiek onzorgvuldig gehandeld. De Raad doet de aanbeveling aan Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

mr. J.P.J. Hermans

tegen

de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad

Op 2 december 2015 heeft de heer mr. J.P.J. Hermans (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en de krant van 7, 10 en 11 december 2015, van 6, 7 en 8 januari en van 10 februari 2016.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 19 februari 2016. Klager was daar aanwezig en aan de kant van de krant zijn de heer J. van den Camp (teamleider) en de heer E. Visser (redacteur) verschenen.

DE FEITEN

Op 1 augustus 2015 verscheen in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad een artikel van de hand van Visser met de kop “Rel rond afscheid Berry Link” en de intro:
“Burgemeester Berry Link van Schinnen heeft zijn afscheidsreceptie afgelast, omdat hij niet benoemd zal worden tot ereburger van de gemeente Schinnen. Dat blijkt uit onderzoek van deze krant.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passage:
 “Alle afspraken voor de receptie werden echter afgezegd, toen Link te weten kwam dat hij de ereburgertitel niet zou krijgen. Link kwam hierachter nadat wethouder Jan Hermans (Vernieuwingsgroep) uit de school had geklapt na het vertrouwelijke overleg waarin het besluit over de eretitel werd genomen door de fractievoorzitters van de Schinnense gemeenteraad.”

Dezelfde dag is ook een achtergrondartikel over de kwestie gepubliceerd onder de kop “Sober afscheid blijkt receptierel”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Er is deze donderdagavond 2 juli nog een vertrouwelijke bijeenkomst met de fractievoorzitters, de griffier, de gemeentesecretaris en de twee wethouders Jan Hermans (Vernieuwingsgroep) en Roy van der Broek (CDA). Ook een personeelsfunctionaris is erbij aanwezig. Onderwerp van bespreking is het afscheid van Berry Link. Het is een vertrouwelijke bijeenkomst en aan de orde komt de vraag of Berry Link het ereburgerschap van de gemeente Schinnen moet krijgen toebedeeld. De gemeenteraad beslist daarover.”
en
“Het presidium komt op 13 juli bij elkaar. Link tafelt samen met de fractievoorzitters in Kasteel Terworm in Heerlen. Er wordt gewoon vergaderd, maar het is ook de laatste bijeenkomst van het presidium voor het zomerreces. De avond verloopt rustig, totdat Link plots in woede uitbarst. Hij richt zijn pijlen op VVD-fractieleider Bert Heggen. ,,Ik verdien het ereburgerschap!” zo tiert de scheidend burgemeester. ,,Als ik dat niet krijg, gaat de hele receptie niet door.”(…)  Als vanuit de fractievoorzitters vervolgens de vraag rijst hoe Link aan zijn informatie komt, geeft de boze burgemeester tot ieders verbazing direct zijn bron prijs. ,,Jan Hermans heeft mij dit verteld. (…) Jan Hermans was één van de wethouders die aanwezig was bij de vertrouwelijke bijeenkomst op 2 juli over het ereburgerschap. Heggen pikt het niet dat vertrouwelijke informatie is doorgespeeld aan de burgemeester en stapt na de ontboezeming van Link naar Hermans. Hij confronteert de wethouder met de woorden van de burgemeester. Hermans wast dan zijn handen in onschuld en zegt niet te weten waar Heggen het over heeft. De VVD-voorman laat het er echter niet bij zitten en wil direct een driehoeksgesprek met Hermans en Link. Dat gesprek is gauw voorbij, want Link doet direct voor de tweede keer uit de doeken dat Hermans hem de informatie gaf over het ereburgerschap. ,,Ik ben altijd bereid om op te stappen”, zo zegt Hermans dan. Later heeft de wethouder nog een gesprek met Link en de raadsgriffier.”
en
“Op 24 juli komen op voorspraak van Hugo Schaffrath, fractieleider van de grootste partij Vernieuwingsgroep, de fractieleiders bijeen. Doel is om de plooien glad te strijken. De vier wethouders zitten erbij, net als de raadsgriffier en de gemeentesecretaris. Tijdens de bijeenkomst komt het gesprek van Hermans met Link en de raadsgriffier aan de orde. (…) wanneer de fractievoorzitters aan Hermans vragen stellen over dat gesprek, laat hij iedereen in verbazing achter. ,,Ik kan me niet herinneren dat ik zo’n gesprek heb gehad.”
Het mag duidelijk zijn, de plooien zijn nog niet gladgestreken. Als deze krant de kwestie telefonisch voorlegt aan Jan Hermans, verbreekt hij de verbinding na de mededeling dat hij dringend een ander telefoontje moet plegen. Zeven minuten later belt hij terug. ,, De vragen gaan over vertrouwelijke overleggen”, zegt hij. ,,Daar kan ik niets over vertellen. Ik vind het apart dat mensen blijkbaar informatie naar buiten brengen, terwijl is afgesproken dat zij dat niet moeten doen. Ik snap dat niet.” Als hem specifiek gevraagd wordt te reageren op de beschuldiging dat hij zélf gelekt heeft uit een vertrouwelijk overleg, zegt hij: ,,Ik wacht af wat er in de krant komt te staan.”
Tegenover deze krant ontkent Berry Link de hele gang van zaken. ,,Ik weet helemaal niet eens of ik ereburger van de gemeente word of niet. En daar ben ik ook helemaal niet mee bezig. Wat er is gezegd tijdens het presidium op 13 juli, kan ik niet zeggen, omdat dat een vertrouwelijk overleg is geweest.”

Vervolgens verscheen op 4 augustus 2015 in de rubriek ‘Analyse’ een artikel van Visser met de kop “‘Kwestie-Link’: op z’n beloop laten of niet?” en de intro:
“Burgemeester Berry Link van Schinnen hoorde dat hij geen ereburger wordt, maar ontkent nu dat hij dat heeft gehoord. Wat doet de gemeenteraad daarmee?”
Het slot van dit artikel luidt:
“De burgemeester praat zichzelf goed, liegt dat hij niet weet of hij ereburger wordt in Schinnen, en komt er vervolgens ‘makkelijk mee weg’. (…) Daarbij is het haast ondenkbaar dat een van de andere hoofdrolspelers met rust gelaten wordt. Wethouder Jan Hermans wordt ervan beschuldigd informatie uit een vertrouwelijke bijeenkomst te hebben doorgespeeld. Hermans, eerste loco-burgemeester, is en blijft natuurlijk wel wethouder van de gemeente Schinnen. En wethouders die vertrouwelijke informatie doorspelen, wordt het vuur meestal aan de schenen gelegd. Ook in Schinnen.”

Op 5 augustus 2015 zijn twee berichten over de kwestie gepubliceerd met de volgende koppen “Geldrop-Mierlo gunt Link start met een schone lei” en “VVD wil spoeddebat over receptierel”. Dit laatste bericht bevat onder meer de volgende passage:
“Deze krant berichtte zaterdag dat Jan Hermans uit een vertrouwelijk overleg richting Link lekte dat de burgemeester geen ereburger zou worden. Link schrapte op zijn beurt alle festiviteiten rond zijn afscheid, zo bevestigden diverse bronnen tegenover deze krant.”

Daarna is op 13 augustus 2015 over de kwestie bericht in een artikel met de kop “Steun voor spoeddebat over receptierel Link”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De gemeenteraad van Schinnen gaat een spoeddebat houden over de receptierel waarin burgemeester Berry Link en wethouder Jan Hermans (Vernieuwingsgroep) verzeild zijn geraakt.”
en
“Deze krant berichtte zaterdag 1 augustus dat Jan Hermans uit een vertrouwelijk overleg richting Link lekte dat de burgemeester geen ereburger zou worden.”

Vervolgens is op 4 september 2015 een artikel gepubliceerd met de kop “Wethouder weg na receptierel” en het intro:
“De receptierel rond vertrekkend burgemeester Berry Link van Schinnen kost wethouder Jan Hermans (Vernieuwingsgroep) de kop. Hij heeft gisteren zelf per direct ontslag genomen.”
Verder bevat dit artikel de volgende passages:
“Loco-burgemeester Jan Hermans fluisterde afzwaaiend burgemeester Berry Link in dat hij niet tot ereburger van Schinnen benoemd zou worden. Hermans ‘lekte’ daarmee uit een door de politieke leiders van Schinnen op 2 juli gehouden overleg.”
en
“De zaak werd een politieke tijdbom toen deze krant 1 augustus de hele kwestie publiek maakte in het artikel Sober afscheid blijkt receptierel. Daarin ontkende Link van heel de gang van zaken iets af te weten. Oppositiefractie VVD eiste een spoeddebat om duidelijk te krijgen wat er nu precies was gebeurd en wat de rollen van Link en Hermans daarin waren. (…) ,,Het debat had volgende week moeten plaatsvinden”, zegt VVD-fractieleider Bert Heggen. ,,Kennelijk heeft Hermans dat niet willen afwachten.” De VVD heeft in het presidium laten weten een motie van wantrouwen tegen Hermans in te dienen, als hij in het spoeddebat niet met goede verklaringen zou komen, bevestigt Heggen.” De gemeente maakte het opstappen van Hermans gisteren bekend. Hermans was niet voor commentaar bereikbaar.”
en
“Fractieleider Hugo Schaffrath (Vernieuwingsgroep) vindt dat Hermans overigens niets fout heeft gedaan. ,,Hij heeft niet ‘gelekt’ uit een vertrouwelijk overleg. Dat bewuste overleg was informeel.” De VVD bestrijdt dat. Over de vraag wanneer er iets ‘vertrouwelijk’ is, gaat de raad later dit jaar debatteren.”

Hierna is op 10 oktober 2015 in een artikel met de kop “Nieuwe wethouder Schinnen” het volgende vermeld:
“Jeannete Quadvlieg-van Dam is de nieuwe wethouder van de Verniewingsgroep in Schinnen. Zij is de opvolger van Jan Hermans, die opstapte nadat hij in de knel was gekomen toen hij uit de school had geklapt uit een vertrouwelijk overleg.”

Ten slotte bevat het artikel van 12 oktober 2015 met de kop “Nieuwe wethouder gehaald bij ‘de buren’” de volgende passage:
“Quadvlieg volgt Jan Hermans op als wethouder namens de Vernieuwingsgroep in Schinnen. Hermans verloor het vertrouwen van de Schinnense gemeenteraad nadat hij uit een vertrouwelijk overleg had gelekt.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt vooral bezwaar tegen de bewering dat hij zou hebben ‘gelekt’. Volgens hem moet ‘lekken’ worden uitgelegd als ‘informatie van enig belang zonder noodzaak buiten de kring brengen van degenen die over die informatie horen te beschikken’. Dit is een ernstige beschuldiging, zeker in zijn rol als bestuurder. Het overleg van 2 juli 2015 is destijds door de raadsgriffier slechts deels als vertrouwelijk aangeduid, namelijk voor het gedeelte waarin is gesproken over opvolging van de burgemeester. De rest van het overleg – dus ook het deel over de mogelijke toekenning van het ereburgerschap aan burgemeester Link  – was niet vertrouwelijk. Maar ook als dat wél het geval zou zijn geweest, dan had klager de collegiale verplichting dit met Link te bespreken. Hij schetst het dilemma toen twee weken na dat overleg bleek dat Link niet op de hoogte was van het feit dat hij geen ereburger zou worden. Het is niet gangbaar dat iemand én ereburger wordt én de erespeld van de gemeente Schinnen ontvangt. Klager was bang dat als hij Link zou vragen of hij de erespeld wilde accepteren, deze door die vraag zou weten dat hij het ereburgerschap zou mislopen. Als hij dit niet had gevraagd was er een kans geweest dat Link de erespeld tijdens het feest openlijk had geweigerd, omdat hij hoopte ereburger te worden. Klager zag het daarom als zijn taak als loco-burgemeester Link op de hoogte te stellen van de uitkomst van het overleg van 2 juli. Hij heeft dat gedaan, zonder nadere informatie over het verloop van het vooroverleg of vermelding van namen. Als reactie noemde Link twee namen waarvan hij dacht dat ze tegen hem hadden gestemd. Daar heeft klager bevestigend op geantwoord.
Klager vindt dat de mededeling die hij aan Link heeft gedaan, niet kan worden gekwalificeerd als ‘lekken’. Door dit zo aan te duiden en in diverse artikelen te herhalen – en daarbij verder termen als ‘uit de school klappen’, ‘influisteren’ en ‘doorspelen’ te gebruiken – heeft de krant tendentieus over hem bericht en hem beschadigd in zijn eer en goede naam. Ten onrechte is bij de lezer de indruk gewekt dat het een uiterst belangrijke aangelegenheid betrof waarover gelekt zou zijn. De krant heeft volgens klager voetstoots aangenomen dat is gelekt, terwijl dat niet het geval is, en heeft daar geen deugdelijk onderzoek naar verricht. In de artikelen zijn ook gebeurtenissen vermeld waarvan de krant alleen kennis kan hebben ‘van horen zeggen’. Daarbij is het waarheidsgehalte bepaald door de betrouwbaarheid van de zegsman. In dit geval iemand die er belang bij heeft politieke tegenstanders zo veel mogelijk uit te schakelen.
Tendentieus en onjuist is ook het citaat in het artikel van 1 augustus 2015 “Ik kan me niet herinneren dat ik zo’n gesprek heb gehad.” Iedereen wist van dat gesprek en klager is niet zo dom om te ontkennen wat iedereen weet. Er had moeten staan: “Ik kan me uit dat gesprek niet veel meer herinneren.” In datzelfde artikel is ook op tendentieuze wijze weergegeven hoe het telefoongesprek met de journalist is verlopen. Ten onrechte is een beeld geschetst van een in verwarring gebracht persoon die wat te verbergen had. Volkomen overbodig is vermeld dat hij de verbinding verbrak. Daar had hij een goede reden voor en hij belde zelf na enkele minuten terug.
Klager meent dat in het artikel van 12 oktober 2015 ten onrechte is vermeld dat hij ‘het vertrouwen in de gemeenteraad heeft verloren’. De gemeenteraad heeft zich hierover niet uitgelaten. Hij betwist dat bij doorgang van het spoeddebat vóór een motie van wantrouwen zou zijn gestemd. In het artikel van 4 september 2015 is ten onrechte als reden voor zijn ontslagneming gemeld ‘dat hij het debat niet heeft willen afwachten’. Tijdens de smaadcampagne was een onwerkbare situatie ontstaan, waardoor hij zich genoodzaakt zag ontslag te nemen. Het heeft hem verbaasd en gegriefd dat de gemeenteraad het onderzoek naar de kwestie niet heeft laten doorgaan. Voor zijn aanzien was het beter geweest als de waarheid boven tafel was gekomen. Klager heeft later nog aan Visser verzocht de onjuiste reden voor zijn ontslagneming te rectificeren, waarbij hij bronnen heeft genoemd die zijn visie konden bevestigen. Visser heeft dit niet gedaan.

De krant vindt het spijtig dat klager zich gedwongen heeft gevoeld om af te treden, maar meent dat haar niets te verwijten valt. Zij heeft feitelijk weergegeven welke gebeurtenissen zich in politiek Schinnen hebben afgespeeld. Van kwetsende of tendentieuze berichtgeving is geen sprake. Het is duidelijk dat informatie uit het vooroverleg van 2 juli 2015 via klager tot burgemeester Link is gekomen.
Uit informatie die de krant via bronnen verkreeg blijkt ook, dat het vooroverleg door betrokkenen als vertrouwelijk werd gezien. Als het vooroverleg níet vertrouwelijk was, had klager geen dilemma gehad in zijn gesprek met Link en had hij vrijuit kunnen praten. Er is dus wel degelijk sprake geweest van ‘lekken’ zoals in de artikelen bedoeld: het ‘uit de school klappen’ ofwel het (opzettelijk) laten uitlekken van een geheim. Het lekken heeft niet alleen betrekking op het melden dat Link geen ereburger zou worden, maar ook op het noemen van de namen van de personen die tegen het toekennen van het ereburgerschap hebben gestemd. Dat klager die namen niet actief heeft genoemd, maar slechts bevestigend heeft geantwoord op een vraag van Link, maakt geen verschil. Het lekken is niet overdreven aangestipt en staat in het artikel van 4 september zelfs tussen aanhalingstekens. Daarmee wordt duidelijk gemaakt dat een andere persoon het niet als lekken ziet, zoals verderop in het artikel is vermeld. De krant spreekt tegen dat er geen onderzoek heeft plaatsgehad en dat zij gebruik heeft gemaakt van slechts één zegsman. Voor de totstandkoming van de diverse verhalen rond deze kwestie is gesproken met meerdere bronnen.
De weergave van het citaat “Ik kan me niet herinneren dat ik zo’n gesprek heb gehad.” is evenmin onjuist of tendentieus. Het is verkregen via meerdere bronnen, aldus de krant. Verder vindt de krant dat het telefoongesprek met klager niet onjuist is weergeven. Dat een beeld van hem zou zijn geschetst als ‘een in verwarring gebracht persoon die wat te verbergen heeft’, is zijn persoonlijke invulling. De gang van zaken is zeer feitelijk weergegeven. Visser heeft dat zo gedaan vanwege het opmerkelijke verloop van het gesprek.
De krant erkent dat het verlies van vertrouwen in klager als wethouder niet in het openbaar is uitgesproken door de gemeenteraad. Bij de redactie was echter voor zijn aftreden bekend dat bij doorgang van het spoeddebat een motie van wantrouwen op tafel zou zijn gekomen, die op meerderheidssteun kon rekenen. Dat klager het debat ‘kennelijk niet heeft willen afwachten’ is de mening van VVD-fractieleider Heggen. Het is dus niet juist dat er ontslagredenen door de krant zijn bedacht. Klager zelf was voor dat artikel niet bereikbaar voor commentaar.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft de kern van de klacht zo opgevat dat de berichtgeving – met name door het (herhaaldelijk) gebruik van de term ‘lekken’ – ten onrechte een ernstige beschuldiging aan het adres van klager bevat.

In de artikelen, die gaan over een bestuurlijke aangelegenheid, is herhaaldelijk als feit vermeld dat klager heeft ‘gelekt’ uit een vertrouwelijk overleg. De Raad vindt dat in deze context de term ‘lekken’ een uitermate negatieve lading heeft, waardoor de integriteit van klager als wethouder en loco-burgemeester ernstig in twijfel is getrokken.

De negatieve beeldvorming is nog versterkt door de wijze waarop in het achtergrondartikel van 1 augustus 2015 de gang van zaken rond het telefoongesprek tussen klager en Visser is weergegeven. Door te vermelden dat klager in eerste instantie de verbinding heeft verbroken, is een beeld geschetst dat hij iets te verbergen had. En ook de berichtgeving over zijn ontslagneming en opvolging – als zou hij het spoeddebat niet hebben willen afwachten c.q. het vertrouwen van de gemeenteraad hebben verloren – versterken de indruk dat hij als politiek bestuurder niet deugt.

Klager is in de berichtgeving stelselmatig negatief neergezet en daardoor zodanig gediskwalificeerd dat de krant dit niet zonder deugdelijke grond had mogen publiceren. Gelet op dat wat partijen hebben aangevoerd, meent de Raad dat voor de ernstige diskwalificatie in de uitoefening van zijn functie onvoldoende rechtvaardiging bestond. Daarbij merkt de Raad op dat uit de berichtgeving valt op te maken dat bronnen informatie uit (vermeende) vertrouwelijke bijeenkomsten aan de krant hebben doorgespeeld, terwijl dit níet als ‘lekken’ is aangeduid. Het is aannemelijk dat deze bronnen persoonlijke (politieke) motieven hebben gehad, die de krant ertoe hadden moeten bewegen meer genuanceerd over de handelwijze van klager te berichten. De krant heeft dat ten onrechte niet gedaan.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad tendentieus over klager heeft bericht en daarmee journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2013/7 en RvdJ 2007/26

CONCLUSIE

Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 19 april 2016 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. J.R. van Ooijen en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.