2016/1 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

Omdat het AD niet meedoet aan de procedure van de Raad voor de Journalistiek, heeft de Raad de klacht over de artikelen “’Mijn geloof behouden in de gevangenis’” en “’Door twintig man uit bed gehaald’” niet inhoudelijk behandeld. De Raad gaat in deze situatie alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

R.F. Witte en de hoofdredacteur van het AD

De heer X (klager) heeft op 27 september 2015 een klacht ingediend tegen journalist R.F. Witte en de hoofdredacteur van het AD.

De hoofdredacteur van het AD heeft eerder aan de Raad bericht dat hij niet meer wenst mee te werken aan de procedure van de Raad. Bij het doorsturen van de klacht is daarom aan de hoofdredacteur meegedeeld dat indien hij niet binnen de termijn van drie weken inhoudelijk heeft geantwoord, dit als een stilzwijgende afwijzing wordt beschouwd. Drs. P.F.G. van den Bosch, hoofdredacteur Regio AD, heeft in een e-mail van 2 november 2015 bevestigd dat het AD niet meewerkt aan de procedure van de Raad. Journalist R.F. Witte heeft evenmin inhoudelijk op de klacht gereageerd.

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 27 november 2015 op basis van de schriftelijke stukken.

DE FEITEN

Op 19 september 2015 is in het AD Groene Hart een artikel verschenen met de kop “’Mijn geloof behouden in de gevangenis’”. De intro van het artikel luidt:
“De Bijbel heeft [woonplaats]naar [X] getroost tijdens de 36 dagen die hij in voorarrest heeft doorgebracht, afgelopen zomer.”
De publicatie is verderop in de krant vervolgd in een artikel van de hand van Witte met de kop “’Door twintig man uit bed gehaald’”. Bij dit artikel is een foto van klager geplaatst met een balkje over zijn ogen. In de berichtgeving is geciteerd uit het kerkblad van de Gemeente der Nederlands Hervormde Kerk in [plaatsnaam].

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager voert aan dat hij in het kerkblad zijn verhaal heeft gedaan, waarbij hij uitdrukkelijk heeft vermeld dat daaruit ‘niets mag worden overgenomen voor of door de media, daar de zaak zich onder de rechter bevindt’. Hij maakt bezwaar tegen de berichtgeving in het AD omdat daarin zonder zijn toestemming over de kwestie is bericht, waarbij bovendien is geciteerd uit zijn stuk in het kerkblad. Zijn gevoelens waren bestemd voor de gemeenteleden van de kerk en niet voor buitenstaanders, aldus klager. Hij vindt verder de plaatsing van de foto met een balkje in combinatie met een aantal toevoegingen, zoals de vermelding van zijn woonplaats en zakelijke activiteiten, ongepast. Klager vindt dat zijn privacy en die van zijn gezin ernstig zijn aangetast. Verder meent hij dat zijn belangen in de lopende rechtszaak onnodig zijn geschaad.

BEOORDELING OF DE KLACHT VAN ALGEMENE STREKKING OF PRINCIPIEEL BELANG IS

In artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad is het volgende bepaald:
“Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”

Witte en de hoofdredacteur van het AD hebben zich op principiële gronden niet verweerd. De Raad zal dan ook slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval dat deze van een algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

De Raad vindt niet dat het belang van de klacht zodanig is – bijvoorbeeld omdat deze betrekking heeft op een onderwerp waarbij de belangen van (zeer) velen betrokken kunnen zijn – dat er sprake is van een klacht die van algemene strekking is.

Ook heeft de Raad geen aanknopingspunten kunnen vinden voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistieke proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, zodat de klacht van principieel belang zou zijn. De klacht gaat over de selectie van nieuws (het ‘aandacht besteden aan de kwestie en het citeren uit klagers stuk in het kerkblad zonder toestemming van klager’) en de schending van klagers privacy door plaatsing van zijn foto in combinatie met de vermelding van een aantal persoonlijke gegevens. De Raad heeft hierover in zijn Leidraad algemene uitgangspunten geformuleerd, die in diverse conclusies zijn uitgewerkt. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn. Dat Witte en het AD wellicht hebben gehandeld in strijd met die criteria, maakt op zichzelf nog niet dat de klacht daarmee van principieel belang is. De Raad ziet dan ook geen aanleiding de klacht inhoudelijk te behandelen.

Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 5
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2015/18, RvdJ 2015/7, RvdJ 2014/48 en RvdJ 2014/47
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en C.1

CONCLUSIE

De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 7 januari 2016 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. J.R. van Ooijen en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.