2015/8 deels-onzorgvuldig niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

M. Rengers en de Volkskrant hebben in het artikel “Onderzoek naar integriteit was onzorgvuldig” op journalistiek onzorgvuldige wijze een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven weergegeven (CBb). Dat concludeert de Raad voor de Journalistiek naar aanleiding van een klacht van de heer J. ten Wolde, partij in de procedure bij het CBb. Nu het artikel een weergave van een gerechtelijke uitspraak behelst, was toepassing van wederhoor niet nodig. Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat Rengers in de kwestie partijdig was en dat de krant had moeten verhinderen dat Rengers verslag deed. Ten slotte was de krant niet verplicht de ingezonden brief van klager te publiceren. De klacht tegen het artikel “Integriteitsbureau in de vuurlinie” is niet inhoudelijk behandeld. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan de Volkskrant om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J. ten Wolde

tegen

M. Rengers en de hoofdredacteur van de Volkskrant

De heer J. ten Wolde te Hilversum (klager) heeft op 3 april 2015 een klacht ingediend tegen de toentertijd aan de Volkskrant verbonden journalist de heer M. Rengers (Rengers) en de hoofdredacteur van de Volkskrant. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van Rengers van 28 april 2015 en van mevrouw C. de Vries, managing editor (De Vries), van 29 april 2015 betrokken.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 29 mei 2015 in aanwezigheid van klager, Rengers en De Vries. Klager heeft zijn standpunten toegelicht aan de hand van een notitie.

DE FEITEN

Op 11 april 2014 verscheen in de Volkskrant een artikel van de hand van Rengers met de kop “Integriteitsbureau in de vuurlinie”. De intro van dit artikel luidt:
“Burgemeester Verver van Schiedam stapte in 2011 op: zij zou haar macht hebben misbruikt. Nu procedeert ze tegen haar kwelgeest. Haar advocaat: ‘BING heeft haar tot paria gemaakt.’”
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passage:
“Opeens lijken de rollen omgedraaid, in het Paleis van Justitie in Den Haag. Oud-burgemeester van Schiedam Wilma Verver ziet plotseling haar grootste kwelgeest, de bekendste integriteitsonderzoeker van Nederland Jaap ten Wolde, zichtbaar aangedaan de zittingszaal H4 verlaten. Vandaag – bij het hoger beroep tegen een eerder vonnis van de accountantskamer – is Verver de klager, en zit Ten Wolde in de beklaagdenbank.

Vervolgens is op 21 juni 2014 een interview van Rengers met Verver in Volkskrant Magazine verschenen, waarover de Ombudsvrouw van de Volkskrant op 30 juni 2014 een column heeft geschreven met de kop “’Was het interview met Wilma Verver in het Volkskrant Magazine kritiekloos?’”

Op 19 december 2014 verscheen in de Volkskrant een artikel van de hand van (onder anderen) Rengers met de kop “Onderzoek naar integriteit was onzorgvuldig”. De intro van dit artikel luidt:
“Oud-burgemeester Wilma Verver van Schiedam haalde donderdag haar gelijk. Het integriteitsonderzoek dat haar de kop kostte was ‘ongenuanceerd en onvolledig’. Onderzoeker Jaap ten Wolde ging wel vaker in de fout.”
Dit artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Het integriteitsonderzoek dat de Schiedamse oud-burgemeester Wilma Verver in 2011 de kop kostte, was onzorgvuldig en niet objectief. De onderzoeker, voormalig KPMG-kopstuk Jaap ten Wolde, wordt om die reden berispt.
Dit staat in een donderdag gepubliceerd vonnis van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Volgens deze rechtbank zijn de conclusies die Ten Wolde trok over de Schiedamse burgemeester ‘ongenuanceerd en onvolledig’. Ook bood Ten Wolde, een van de grondleggers van integriteitsonderzoeken bij politici, haar ‘niet op de juiste wijze gelegenheid om op een concept van het rapport te reageren.’”
en
“Het vonnis over Schiedam van donderdag betreft een hoger beroep. ‘De uitspraak heeft ons verrast, zeker na de eerdere uitspraak van de Accountantskamer waarin alle klachten van mevrouw Verver ongegrond waren verklaard’, reageert BING-directeur Peter Werkman. ‘Onze juristen buigen zich nu over de discrepantie tussen beide uitspraken, en de betekenis daarvan.’”
en
“De intussen gepensioneerde Jaap ten Wolde, die recentelijk het boekje Ik ben integer, jij bent integer schreef, wil niet reageren.”

Naar aanleiding van het artikel van 19 december heeft klager op 23 december 2014 een ingezonden brief aan de Volkskrant gestuurd. Op 20 januari 2015 heeft klager de Ombudsvrouw van de Volkskrant benaderd en haar laten weten dat hij overleg op prijs zou stellen als zijn brief niet zou worden geplaatst. In een vervolgbericht van diezelfde dag heeft klager nog aan de Ombudsvrouw geschreven dat hij voorafgaand aan het versturen van zijn ingezonden brief, over plaatsing daarvan overleg heeft gehad met de redactie. In haar reactie van 26 januari 2015 heeft de Ombudsvrouw onder meer aan klager geschreven:
“Ik heb nogmaals navraag gedaan bij de brievenredactie (de vaste brievenredacteur is weer aanwezig), maar hij kan zich een gesprek met u niet herinneren. Hij weet wel dat hij nooit toezeggingen kan doen voor plaatsing – daar kan ik inkomen, want soms wordt een rubriek op het laatste moment omgegooid vanwege de actualiteit.”
Verder gaat de Ombudsvrouw in haar reactie in op de inhoud van het artikel van 19 december. Hierna hebben klager en de Ombudsvrouw nog verder gediscussieerd over de kwestie, maar dit heeft niet tot een minnelijke oplossing geleid.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt allereerst bezwaar tegen het artikel van 11 april 2014. Hij voert aan dat Rengers – vanwege de voorgeschiedenis van de kwestie – meer evenwicht in zijn artikel had moeten zoeken en enige kritische kanttekeningen had moeten plaatsen. Rengers heeft ten onrechte niet gemeld dat alle klachten van Verver in de eerste rechtsgang waren afgewezen. Verder bevat het artikel diverse feitelijke onjuistheden, aldus klager.
Hij maakt verder bezwaar tegen het artikel van 19 december 2014, dat volgens hem ten onrechte het beeld schept dat álle conclusies uit zijn onderzoek onderuit zijn gehaald. Verder is het conceptrapport wél aan Verver voorgelegd, met uitzondering van één hoofdstuk dat volgens BING geen nieuwe feiten bevatte. Daarnaast heeft Rengers ten onrechte vermeld dat klager niet zou hebben willen reageren. Hij was mobiel bereikbaar, maar Rengers heeft hem niet telefonisch benaderd.
Klager meent verder dat de Volkskrant – vanwege de reacties op het interview van Rengers met Verver, waaronder die van de Ombudsvrouw – erop bedacht had moeten zijn dat Rengers niet objectief is in zijn verslaggeving over deze kwestie. Volgens klager had de Volkskrant daarom moeten verhinderen dat Rengers verslag deed van de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Ten slotte vindt klager dat zijn ingezonden brief ten onrechte niet is geplaatst.

Ten aanzien van het artikel van 11 april 2014 stellen Rengers en de Volkskrant daar tegenover dat klager zijn bezwaren daartegen niet eerst aan hen heeft voorgelegd en dat daarom de klacht op dit punt niet inhoudelijk behandeld zou moeten worden. Overigens menen zij dat deze berichtgeving zorgvuldig is geweest.
Bij de berichtgeving van 19 december 2014 heeft Rengers zich gebaseerd op het persbericht van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), dat volgens hem luidde als volgt:
“Klacht oud-burgemeester Schiedam tegen accountant deels gegrond – Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) verklaart de klacht van de voormalige burgemeester van Schiedam tegen de accountant die in 2011 onderzoek deed naar haar handelen deels gegrond en legt de accountant een berisping op. Bij dat onderzoek handelde de accountant op een aantal belangrijke onderdelen in strijd met de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van objectiviteit. Zo liet hij na om de oud-burgemeester tijdig schriftelijk te informeren over de onderzoeksopdracht en de uitbreiding daarvan. Verder bood hij haar niet op juiste wijze gelegenheid om op een concept van het rapport te reageren. De conclusies over de vermindering van opdrachtverstrekkingen aan een aannemingsbedrijf en de rol van de voormalig burgemeester hierin zijn te ongenuanceerd en onvolledig.(…)”
Rengers en de Volkskrant menen dat de kern van het persbericht op juiste wijze in het artikel is verwoord. Aangezien het artikel slechts een verslag betreft van de uitspraak van het CBb, behoefde Rengers geen wederhoor toe te passen. Niettemin heeft hij wel een poging daartoe gedaan. Rengers heeft de directeur van BING benaderd en zijn reactie in het artikel opgenomen. Verder heeft hij contact gehad met een medewerkster van het Instituut Financieel Onderzoek, waaraan klager is verbonden, die het verzoek om een reactie aan klager zou overbrengen. Later die middag heeft Rengers nog met haar afgesproken dat als klager die middag niet zou reageren, in het artikel zou worden vermeld dat hij dat niet wilde. Zo geschiedde. Overigens bestond er geen aanleiding voor de krant om te verhinderen dat Rengers verslag zou doen van de uitspraak van het CBb.
Voor wat betreft de klacht over het niet-plaatsen van de ingezonden brief van klager stelt de krant dat de redactie nooit de plicht heeft om ingezonden brieven te plaatsen. Klagers brief is bekeken door de opinieredactie en ongeschikt bevonden voor publicatie. Een interview met klager was journalistiek gezien interessant geweest, maar daarvan is het nog niet gekomen onder meer door het vertrek van Rengers naar een andere krant. Op de zitting merkt De Vries op dat de afhandeling van de klacht door omstandigheden niet zo heeft plaatsgevonden als de krant had gewild. De krant heeft weliswaar niets fout gedaan, maar had dit beter willen aanpakken, bijvoorbeeld door een vervolginterview met klager te plaatsen. De Vries benadrukt dat de krant dit nog steeds interessant lijkt. Rengers laat ten slotte weten dat hij het vervelend vindt dat door zijn vertrek de afhandeling zo is verlopen.

BEOORDELING VAN DE TIJDIGE INDIENING voor zover de klacht is gericht tegen het artikel van 11 april 2014

Volgens de klachtregeling van de Raad moet een klager zijn klacht eerst voorleggen aan het betrokken medium. Dit moet gebeuren binnen drie maanden na het plaatsvinden van de journalistieke gedraging waartegen klager bezwaar heeft. Daarna heeft het medium maximaal drie maanden de tijd om de klacht af te handelen. Nadat het medium de klacht heeft afgehandeld, dan wel ná het verstrijken van de maximale termijn van drie maanden, moet de klager zijn klacht uiterlijk binnen één maand indienen bij de Raad.

Klager heeft zijn bezwaren tegen het artikel van 11 april 2014 niet eerst aan de Volkskrant voorgelegd. Aangezien de termijnen voor het voorleggen van de klacht aan het medium en het vervolgens indienen van de klacht bij de Raad inmiddels zijn verstreken, heeft klager zijn klacht niet-tijdig ingediend. De Raad zal daarom de klacht op dit punt niet inhoudelijk behandelen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT voor zover deze is gericht tegen het artikel van 19 december 2014 en het niet-plaatsen van de ingezonden brief van klager

De Raad vat de kern van klagers bezwaar tegen de inhoud van het artikel zo samen, dat de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) onjuist is weergegeven. De Raad zal zich voor wat betreft die inhoud, tot deze kern beperken.

Volgens de Raad mag een journalist zich in berichtgeving over een gerechtelijke uitspraak baseren op een persbericht dat door de betreffende rechterlijke instantie is uitgebracht.
In het persbericht van het CBb – zoals door Rengers is geciteerd in zijn reactie op de klacht – staat duidelijk dat het beroep van de oud-burgemeester deels gegrond is verklaard. Verder is in het persbericht vermeld dat klager op een aantal belangrijke onderdelen in strijd heeft gehandeld met de fundamentele beginselen van deskundigheid, zorgvuldigheid en objectiviteit. Daarbij zijn twee specifieke conclusies als te ongenuanceerd en onvolledig aangeduid.
In het artikel is echter gemeld dat volgens de uitspraak van het CBb het onderzoek van klager onzorgvuldig en niet objectief was, en dat de conclusies van klager ongenuanceerd en onvolledig waren. Hiermee hebben Rengers en de krant niet waarheidsgetrouw en journalistiek onzorgvuldig over de uitspraak van het CBb bericht.

Verder heeft klager bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop wederhoor is toegepast. Aangezien het artikel een weergave van een gerechtelijke uitspraak behelst, was het toepassen van wederhoor – het vragen van reacties op die uitspraak aan alle betrokken partijen – niet nodig. Dat Rengers dat toch heeft gedaan, valt te prijzen. Volgens de Raad is dit ook fair en journalistiek zorgvuldig gebeurd. Rengers heeft immers de reactie van BING, het bureau dat destijds het onderzoek uitvoerde, weergegeven. Bovendien heeft hij geprobeerd contact met klager te krijgen via het instituut waaraan deze momenteel is verbonden. Dat dit instituut het verzoek van Rengers om een reactie kennelijk niet aan klager heeft weten over te brengen, kan Rengers niet worden verweten.

De Raad ziet verder geen aanleiding voor de conclusie dat de krant had moeten verhinderen dat Rengers verslag deed van de uitspraak van het CBb. Klager heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Rengers in deze kwestie partijdig zou zijn en niet onafhankelijk te werk is gegaan.

Ten slotte was de krant niet verplicht de ingezonden brief van klager te publiceren. De Raad kan niet vaststellen dat klager een afspraak heeft gemaakt met de redactie, die deze vervolgens niet is nagekomen. De afhandeling van de klacht door de krant is door omstandigheden wellicht wat ongelukkig geweest, maar niet journalistiek onzorgvuldig.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3 en D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2013/58 en RvdJ 2013/4
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 2a

CONCLUSIE

De klacht tegen het artikel van 11 april 2014 wordt niet inhoudelijk behandeld.
Voor zover de klacht is gericht tegen de wijze waarop in het artikel van 19 december 2014 de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is weergegeven, hebben Rengers en de Volkskrant journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was de werkwijze van Rengers en de krant ten aanzien van dit artikel en de afhandeling van klagers klacht hierover journalistiek zorgvuldig.

De Raad doet de aanbeveling aan de Volkskrant om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 16 juni 2015 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, drs. G.J.P. Kloosterhuis, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.