2015/7 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

Omdat het AD niet meedoet aan de procedure van de Raad voor de Journalistiek, heeft de Raad de klacht van H. van Wegen tegen journalisten L. de Vries, M. Willems en het AD niet inhoudelijk behandeld. De Raad gaat in deze situatie alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H. van Wegen

tegen

L. de Vries, M. Willems en de hoofdredacteur van het AD

Mr. F.A. Weijzen heeft op 28 april 2015 namens de heer H. van Wegen te Amersfoort (klager) een klacht ingediend tegen L. de Vries, M. Willems en de hoofdredacteur van het AD.

De hoofdredacteur van het AD heeft recentelijk aan de Raad bericht dat hij niet meer wenst mee te werken aan de procedure van de Raad. Bij het doorsturen van de klacht is daarom aan de hoofdredacteur meegedeeld dat indien hij niet binnen de termijn van drie weken inhoudelijk heeft geantwoord, dit als een stilzwijgende afwijzing wordt beschouwd. De heer drs. P.F.G. van den Bosch, hoofdredacteur regio AD, heeft in een e-mail van 11 mei 2015 bevestigd dat hij niet inhoudelijk op de klacht zal reageren. Journalisten L. de Vries en M. Willems hebben evenmin inhoudelijk op de klacht gereageerd.

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 29 mei 2015 op basis van de schriftelijke stukken.

DE FEITEN

Op 15 november 2014 verscheen in AD een artikel van de hand van De Vries en Willems met de kop “’Hans beschaamde mijn vertrouwen’” dat op de voorpagina is aangekondigd met de tekst “Ruud Schulten is vertrouwen helemaal kwijt in politieke vriend Hans van Wegen”.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager voert aan dat in het artikel de principes van goede journalistiek – te weten ‘hoor en wederhoor’ en ‘checken’ – met voeten zijn getreden. Volgens klager zijn hiermee zijn eer en goede naam grof aangetast en bezoedeld. Klager meent dat het hier gaat om een zeer principiële zaak, waarmee wordt voldaan aan wat is gesteld in artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad.

BEOORDELING OF DE KLACHT VAN ALGEMENE STREKKING OF PRINCIPIEEL BELANG IS

In artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad is het volgende bepaald:
“Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”

L. de Vries, M. Willems en de hoofdredacteur van AD hebben zich op principiële gronden niet verweerd. De Raad zal dan ook slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval dat deze van een algemene strekking of van principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

De Raad vindt niet dat de strekking van de klacht het belang van klager in zodanige mate overstijgt, dat er sprake zou zijn van een algemene strekking. Er is immers geen sprake van een klacht met betrekking tot een onderwerp waarbij de belangen van (zeer) velen betrokken kunnen zijn.

Ook heeft de Raad geen aanknopingspunten kunnen vinden voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistieke proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, zodat de klacht van principieel belang zou zijn. De klacht gaat over het ‘checken van informatie’ – waaronder de Raad verstaat: waarheidsgetrouwe en controleerbare berichtgeving – en onzorgvuldige toepassing van wederhoor. De Raad heeft hierover in zijn Leidraad algemene uitgangspunten geformuleerd, die in diverse conclusies zijn uitgewerkt. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn. Dat L. de Vries, M. Willems en AD wellicht hebben gehandeld in strijd met die criteria, maakt op zichzelf nog niet dat de klacht daarmee van principieel belang is. De Raad ziet dan ook geen aanleiding de klacht inhoudelijk te behandelen.

Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 5
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2014/48, RvdJ 2014/47 en RvdJ 2014/32
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3

CONCLUSIE

De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 8 juni 2015 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, drs. G.J.P. Kloosterhuis, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.