2015/6 zorgvuldig

Samenvatting

Op 7 maart 2014 is op de website van Omroep Brabant een artikel over klager verschenen. Klager, die destijds zelf aan de publicatie heeft meegewerkt, maakt er nu bezwaar tegen dat Omroep Brabant het artikel niet van haar site wil verwijderen. Hoewel hij in dat artikel slechts als slachtoffer zijn verhaal doet, meent hij dat de publicatie schadelijk kan zijn voor zijn nieuw te starten onderneming. Volgens de Raad is dit argument onvoldoende om het belang van klager bij verwijdering van het artikel zwaarder te laten wegen dan het publieke belang van betrouwbare en integere archivering. Overigens behoort een medium in zijn reactie op een verzoek tot anonimisering of verwijdering van een publicatie blijk te geven van de hiervoor bedoelde belangenafweging. Dat is in dit geval niet (voldoende) gebeurd, maar dat maakt niet dat L’Homme en Omroep Brabant journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van 

X

tegen

M. L’Homme en de hoofdredacteur van Omroep Brabant

De heer X te […] (klager) heeft op 25 maart 2015 een klacht ingediend tegen mevrouw M. L’Homme en de hoofdredacteur van Omroep Brabant. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van mevrouw L’Homme, adjunct hoofdredacteur, van 28 april 2015 betrokken.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 29 mei 2015 in aanwezigheid van klager. Omroep Brabant was daar niet aanwezig.

DE FEITEN

Op 7 maart 2014 verscheen op de website van Omroep Brabant een artikel met de kop “Slachtoffer verduistering uit […] krijgt deels gelijk van Ombudsman: ‘Het zit me heel hoog’”. Klager is het bedoelde slachtoffer en zijn naam is in het artikel vermeld.

In een e-mail van 23 maart 2015 heeft klager aan Omroep Brabant verzocht het artikel van de website te verwijderen. Omroep Brabant heeft dit verzoek afgewezen. L’Homme heeft hierover aan klager het volgende bericht:
“Omroep Brabant verwijdert of corrigeert alleen berichten op haar site als er in het bericht een feitelijke onjuistheid staat. Daar is in dit bericht geen sprake van. Uw verzoek kan ik dan ook niet honoreren.”
Naar aanleiding hiervan heeft klager zijn verzoek tot verwijdering herhaald en dit gemotiveerd als volgt:
“Ik probeer uw argumentatie te begrijpen maar volgens mij zijn er voor mij zwaarder wegende argumenten om het artikel te verwijderen. Ik zou de twee partijen naast elkaar willen zetten en de pro’s en contra’s willen afwegen. Hoeveel belang heeft Omroep Brabant bij het artikel en hoeveel baat heb ik bij het artikel. Ik kan dan alleen maar concluderen dat geen enkele partij daar baat bij heeft. Ik heb onlangs het besluit genomen om een nieuwe onderneming op te starten en [u] zult begrijpen dat klanten zomaar allerlei vraagtekens zouden kunnen hebben bij het lezen van het artikel.”
Hierop heeft L’Homme aan klager geschreven:
“Het is volstrekt helder dat u hier een ander belang heeft dan Omroep Brabant. Ons beleid voor wat het betreft het verwijderen van berichten blijft echter ongewijzigd. Kortom het wegen van argumenten is een excercitie die nergens toe gaat leiden. Een persoonlijke toelichting gaat eveneens geen wijziging van standpunten te weeg brengen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat hij naar aanleiding van de uitspraak van de Nationale Ombudsman in het voorjaar van 2014 door Omroep Brabant is benaderd om mee te werken aan een artikel. Dat heeft hij toen gedaan; destijds had hij geen bezwaar tegen de publicatie. Hij is toen echter niet gewezen op de consequentie ervan: dat het stuk altijd op internet beschikbaar zou blijven.
Nu, een jaar later, wil klager graag dat het artikel wordt verwijderd. Hij is bezig een nieuwe onderneming op te starten en het zou kunnen dat de publicatie daar een nadelige invloed op heeft; (potentiële) klanten zouden kunnen denken dat hij zich bezighoudt met duistere zaakjes. Klager heeft zich netjes met zijn verzoek tot verwijdering tot de omroep gewend, die zijn verzoek niet onderbouwd heeft afgewezen en verder niet met hem over de kwestie wenst te discussiëren. Volgens klager is er geen belang mee gediend om het artikel gepubliceerd te houden, maar heeft hij wel een belang bij verwijdering van de publicatie.

L’Homme en Omroep Brabant stellen daar tegenover dat het bericht correct is en dat er daarom geen aanleiding is om het te verwijderen. Dit uitgangspunt wordt bij alle verzoeken tot verwijdering gehanteerd. Volgens de omroep heeft klager destijds zelf de publiciteit gezocht en is zijn reactie naar waarheid opgetekend. Dat klager nu mogelijk schade ondervindt van de publicatie, is onvoldoende argument om tot verwijdering over te gaan. Klager doet in het artikel slechts als slachtoffer zijn verhaal.
De omroep wenst geen discussie te voeren over hoeveel baat zij heeft bij het handhaven van de publicatie. Journalistieke organisaties kunnen onmogelijk hun werk doen als zij alleen die artikelen online kunnen houden waarmee de hoofdpersoon gebaat is en zij, zodra de hoofdpersoon daar anders over gaat denken, die artikelen zouden moeten verwijderen, aldus de omroep.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht heeft weliswaar betrekking op een artikel van 7 maart 2014, maar richt zich niet tegen die publicatie als zodanig. Klager maakt bezwaar tegen het feit dat Omroep Brabant het artikel niet wil verwijderen van haar website. Die beslissing beschouwt de Raad als een journalistieke gedraging in de zin van de statuten, zodat de Raad daarover kan oordelen.

De Raad stelt vast dat klager destijds heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het artikel en geen bezwaar heeft gemaakt tegen de publicatie ervan op de website van de omroep.

De Raad onderkent het grote belang van een betrouwbare en integere archivering, waarvan de inhoud niet kan worden gewijzigd. Het publieke belang daarvan weegt in beginsel zwaarder dan het belang dat personen kunnen hebben bij het verwijderen of anonimiseren van gearchiveerde artikelen met een voor hen onwelgevallige inhoud. Slechts in bijzondere gevallen kan dit maatschappelijk belangrijke principe wijken voor een privébelang. Daarvan is hier geen sprake.

Dat de publicatie voor de onderneming van klager mogelijk nadelig is, weegt in dit geval niet op tegen het publieke belang van Omroep Brabant.

Overigens meent de Raad dat indien een betrokkene zich tot een nieuwsmedium wendt met een verzoek tot anonimisering of verwijdering van een publicatie, het medium in zijn reactie blijk moet geven van de hiervoor bedoelde afweging van belangen. Dat is in dit geval niet (voldoende) gebeurd, maar dat maakt niet dat L’Homme en Omroep Brabant journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2014/42, 2007/67 en RvdJ 2007/8

CONCLUSIE

L’Homme en Omroep Brabant hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 8 juni 2015 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, drs. G.J.P. Kloosterhuis, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.