2015/23 zorgvuldig

Samenvatting

De Volkskrant heeft niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door de wijze waarop zij een ingezonden stuk van B. Molenaar ingekort heeft geplaatst onder de kop “Waar is mijn prijs?” De Raad voor de Journalistiek meent dat voor de willekeurige lezer de essentie van klagers stuk – zijn bezwaren tegen allerlei populaire initiatieven tegen kanker – overeind is gebleven. Aangezien  klager specifieke bedoelingen had met een bepaalde passage, die door de krant is geschrapt, had hij dit bij zijn inzending beter kenbaar moeten maken. De Raad vindt het wenselijk dat een redactie zoveel mogelijk transparant is in de wijze waarop zij omgaat met ingezonden brieven/stukken, dat was voor klager nu niet duidelijk. Het siert de Ombudsvrouw van de Volkskrant dat zij de redactie heeft aanbevolen de voorwaarden voor plaatsing voortaan standaard op te nemen in een (automatisch) antwoord op ontvangen e-mailberichten.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van  

B. Molenaar

tegen

de hoofdredacteur van de Volkskrant

De heer B. Molenaar te Haarlem (klager) heeft op 28 september 2015 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Volkskrant. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en mevrouw C. de Vries, managing editor van de Volkskrant, van 6, 12 en 21 oktober 2015 betrokken.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 30 oktober 2015 in aanwezigheid van klager. De Volkskrant is daar niet verschenen.

Een van de Raadsleden heeft zich verschoond. Klager heeft desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Op donderdag 24 september 2015 heeft klager per e-mail een ingezonden stuk met de kop “Darmen tegen fietskanker” gestuurd aan de redactie VK Opinie en in CC aan de redactie VK Brieven. Klager heeft daarbij het volgende vermeld: “Geachte redactie, graag plaatsing van onderstaande in de Volkskrant, ik weet niet of het onder opinie dan wel brieven valt, groet”
De eerste alinea van het stuk luidt:
“Zaterdag is het weer zover, ‘no guts, no glory’, we gaan in de ‘Zuiderzee klassieker’ fietsen tegen darmkanker. Het gaat over ‘strijd, vechten, lef en moed en uitdaging’ volgens de organisatie, de Maag Lever Darm stichting. Dit allemaal tegen darmkanker en voor alle darmkankerpatiënten en hun entourage: ‘We gaan samen darmkanker het nakijken geven.’ Ik wil dit niet. Deze onnozele flauwekul is alleen maar goed voor de organisatie en de fietsende deelnemers en heeft geen enkele betekenis voor darmkankerpatiënten zoals ik.”
Verder bevat het stuk onder meer de volgende passage:
“Kanker is een zeer moeilijk te bestrijden ziekte omdat het een wezenlijk deel van onszelf is, het is een karikatuur van ons gezonde zelf. De oplossing ligt niet direct in meer geld voor onderzoek. Het belangrijkste nu is screening van risicogroepen en algemene preventie: goede voeding en beweging. Daar is in Nederland voldoende geld voor. Eventuele genezing van (darm) kanker ligt heel ver weg in de tijd en zal nog vele decennia van onderzoek vergen als genezing al mogelijk is. Het gaat niet om meer geld, het gaat om meer tijd. De ziekte is zo ingewikkeld, en een zo’n wezenlijk deel van onszelf, dat het zelfs niet uit te sluiten is dat er geen echte remedie bestaat. Na opereren, chemie en bestraling, stelt nu ook de genetische aanpak ons teleur. Er zijn geen genen als schakelaars aan of uit te zetten om kanker te voorkomen of te genezen. De ironie is dat je kanker zelfs als een gezondheidsindicator zou kunnen zien; hoe ouder we worden hoe meer kanker zal voorkomen.”

Hierop heeft redacteur H. Müller van de redactie VK Brieven in een e-mail van 25 september 2015 gereageerd als volgt: “Dank, wil het (iets ingekort) meenemen, alleen naar de VK gestuurd, toch?”
Klager heeft daarop nog diezelfde dag in twee achtereenvolgende e–mails geantwoord met: “Zeker, alleen VK” en “Dank”.

Het stuk van klager is op zaterdag 26 september 2015 in de rubriek ‘Brieven’ van de Volkskrant geplaatst onder de gewijzigde kop “Waar is mijn prijs?” Verder is de hiervoor geciteerde passage volledig geschrapt en ook uit de laatste alinea van klagers stuk zijn enkele regels weggelaten.
Nog diezelfde dag heeft klager aan de Ombudsvrouw van de Volkskrant zijn bezwaren kenbaar gemaakt tegen de wijze waarop zijn stuk is gepubliceerd en verzocht om zijn originele stuk alsnog volledig te plaatsen. De Ombudsvrouw heeft in een e-mail van 28 september 2015 op de bezwaren van klager gereageerd, waarbij zij diens verzoek heeft afgewezen. In haar e-mail heeft de Ombudsvrouw onder meer aan klager geschreven:
“De redactie mag ingezonden brieven en opiniestukken redigeren en inkorten. Dagelijks staat op O&D aangegeven dat brieven maximaal 200 woorden mogen tellen. Elke zaterdag staat onder de titel U vermeld: ‘De redactie behoudt zich het recht voor artikelen en brieven te redigeren en in te korten.’”
Nadat klager hierop had geantwoord dat bij de rubrieken opinie/brieven behalve het aantal woorden geen andere voorwaarden zijn vermeld, heeft de Ombudsvrouw aan klager nog het volgende bericht:
“Het staat echt al jaren elke zaterdag in de krant bij de lezersbrieven op Opinie & Debat. Afgelopen zaterdag op pag. 20, waar ook uw brief stond. Ik kan me voorstellen dat u dit niet heeft gelezen. Ik zou het beter vinden als de betreffende zin ook in de automatische reply van de brievenredactie komt te staan. Dat heb ik de redactie ook laten weten.”
Hierna heeft klager zijn bezwaren voorgelegd aan de hoofdredacteur en nogmaals verzocht tot plaatsing van zijn originele stuk. De hoofdredactie heeft klagers verzoek evenmin gehonoreerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat hij op de dag dat hij zijn stuk verzond, de krant erop heeft nagekeken en naast de mailadressen van de opinie- en brievenredacties ook de voorwaarden vond: 600 woorden voor een opiniestuk, 200 voor een brief. Hij ging ervan uit dat als zijn stuk te lang werd bevonden voor de rubriek ‘Brieven’, het zou kunnen worden geplaatst in de rubriek ‘Opinie’.
Bij lezing van het geplaatste stuk in de zaterdagkant constateerde klager dat van de ongeveer 467 woorden er 166 zijn geschrapt. Volgens klager vormden die woorden precies de gehele inhoudelijke onderbouwing van zijn bezwaren tegen het fietsen tegen darmkanker en soortgelijke initiatieven. Ook andere zinnen waren verdwenen en er was bovendien een korte fraaie zin omgetoverd in een lelijke, iets langere zin, aldus klager. Hij meent dat Müller hem – met de mededeling dat het stuk ‘(iets ingekort)’ zou worden meegenomen – op het verkeerde been heeft gezet. Müller had de kop kunnen veranderen, hier en daar een herhaling kunnen schrappen, en het woord ‘stichting’ van een hoofdletter mogen voorzien, maar niet het stuk rigoureus inkorten en de essentie geheel de das om doen. Volgens klager had Müller hem ervan op de hoogte moeten stellen dat er zoveel uit zijn stuk zou worden geschrapt, dan had hij vervolgens van plaatsing afgezien.
Klager heeft om herplaatsing van zijn stuk verzocht omdat de geplaatste versie nu juist doet wat hij niet wil: een emotionele reactie neerzetten op een evenement als een fietstocht tegen kanker, dat hij zelf op een afkeurenswaardige wijze emotioneel vindt. Hij is in zijn omgeving aangesproken op de belachelijke, gewijzigde kop en het emotionele karakter van het stuk.
Ten slotte wijst klager erop dat de Ombudsvrouw hem pas achteraf de spelregels voor plaatsing van ingezonden stukken meedeelde. Die spelregels staan weliswaar in de krant van zaterdag, maar toen hij zijn stuk inzond, had hij de krant van de vorige zaterdag niet meer. Hij was dus niet op de hoogte van de spelregels en zou onder die condities nooit iets hebben opgestuurd.

De Volkskrant stelt daar tegenover dat de redactie altijd het recht heeft ingezonden brieven en opinieartikelen in te korten, net zoals de eindredactie gerechtigd is om stukken van eigen redacteuren in te korten. De krant vindt dat het stuk van klager prima is ingekort. Uit de reacties die op het stuk zijn binnengekomen, blijkt dat de strekking zeer duidelijk was.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de redactie verantwoordelijk is voor het plaatsen van ingezonden brieven. De redactie mag ingezonden brieven wijzigen of inkorten zolang de essentie en de toonzetting behouden blijven. Verder verdient het de voorkeur dat de redactie de voorwaarden voor de selectie en plaatsing van reacties publiceert.

Volgens de Raad heeft de krant zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de essentie van klagers stuk was gelegen in de bezwaren van klager tegen alle populaire initiatieven die worden genomen – zoals ‘lintjes, armbandjes en gesport’ – tegen kanker.

Klager had erop bedacht moeten zijn – ook zonder dat hij van de volledige spelregels op de hoogte was – dat zijn stuk op enigerlei wijze aangepast kon worden. De Raad vindt het begrijpelijk dat het voor Müller niet duidelijk was dat klager kennelijk specifieke bedoelingen had met de geschrapte passage. Klager had die bedoelingen bij zijn inzending onder de aandacht van Müller moeten brengen, maar dat heeft hij niet gedaan.

De Raad kan zich voorstellen dat klager bij de mededeling ‘(iets ingekort)’ een andere aanpassing voor ogen had dan Müller heeft verricht. De Raad vindt echter niet dat klagers stuk op journalistiek ontoelaatbare wijze is gewijzigd. Het grootste deel van de tekst is behouden, waarbij voor de willekeurige lezer de essentie en toonzetting overeind zijn gebleven.

Opgemerkt zij, mede naar aanleiding van deze zaak, dat de Raad het wenselijk acht dat een redactie transparant is in de wijze waarop zij omgaat met ingezonden stukken. Het siert de Ombudsvrouw van de Volkskrant dat zij de redactie heeft aanbevolen de voorwaarden voor plaatsing voortaan standaard op te nemen in een (automatisch) antwoord.

Een en ander leidt tot de conclusie dat de Volkskrant journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2014/43, RvdJ 2011/24, RvdJ 2009/3 en RvdJ 2007/69

CONCLUSIE

De Volkskrant heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 14 december 2015 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, dr. H.J. Evers en A. Mellink MPA, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.