2015/22 zorgvuldig

Samenvatting

Journalist E. Dekker en het Noordhollands Dagblad hebben in een aantal artikelen aandacht besteed aan een initiatief van klager om met zijn onderneming […] bezoekers over te brengen naar De Razende Bol, een zandplaat bij Texel. Het is niet journalistiek onzorgvuldig dat in die publicaties de naam van klager is vermeld. De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat aan klager is toegezegd dat hij anoniem zou blijven. Verder meent de Raad dat geen sprake is van een disproportionele inbreuk op de privacy van klager, die zelf de openbaarheid heeft gezocht. Ten slotte is niet gebleken dat de artikelen relevante onjuistheden bevatten.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van  

X  

tegen

E. Dekker en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad

De heer X (klager) heeft op 25 september 2015 een klacht ingediend tegen de heer E. Dekker en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en de heer G. van ‘t Hek, adjunct-hoofdredacteur, van 16 en 22 oktober 2015 betrokken.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 30 oktober 2015 in aanwezigheid van de hiervoor genoemde Dekker en Van ’t Hek. Klager is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 8 september 2015 verscheen in het Noordhollands Dagblad, editie Helderse Courant, een artikel van de hand van Dekker met de kop “Massatoerisme op Razende Bol dreigt”. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
“[naam onderneming klager] begint in juni met vaartochten naar de Razende Bol. Dagelijks kan dit bedrijf maximaal 216 personen naar de zandplaat brengen, vanaf 9 uur. Uiterlijk 21 uur worden zij opgehaald, afhankelijk van de boeking. Natuurliefhebbers vrezen op Facebook voor ‘uitwassen van dreigend massatoerisme’.”
Verder is in het Noordhollands Dagblad nog over de kwestie bericht in de artikelen “’Op Razende Bol geen vrijgezellenfeestjes’”, “Bezoek Razende Bol aan banden” en “’Je weet niet wat ze op de Bol uitspoken’”. De artikelen zijn – met een min of meer gelijkluidende inhoud – ook op de website van de krant geplaatst.

Klager is de in de artikelen bedoelde initiatiefnemer/bootjesverhuurder. Zijn naam is in de publicaties vermeld.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat Dekker contact met hem heeft opgenomen naar aanleiding van het persbericht dat door klagers onderneming ‘[…]’ is verspreid. In dat bericht wordt melding gemaakt van de intentie om volgend jaar te starten met het ‘beperkt’ overbrengen van mensen naar De Razende Bol, een zandplaat ten westen van Texel. Het noordelijke deel is in het hoogseizoen afgebakend als beschermd natuurgebied, het zuidelijke deel wordt gebruik voor recreatie, aldus klager.
Volgens hem reageerde Dekker in eerste instantie zeer enthousiast op de plannen en stelde hij talloze vragen. Klager heeft Dekker direct in het eerste gesprek kenbaar gemaakt dat hij niet wilde dat zijn naam zou worden vermeld, mede vanwege zijn nevenfunctie als privéchauffeur voor hoogwaardigheidsbekleders. Volgens klager heeft hij toegelicht dat hij het verzoek deed uit veiligheidsoverwegingen, waarop Dekker heeft toegezegd dat zijn privacy gewaarborgd zou blijven.
Tot verbazing van klager verscheen vervolgens het eerste artikel met een geheel andere insteek. In die publicatie worden ook hogere bezoekersaantallen vermeld dan door klager genoemd. Bovendien staat zijn volledige naam in het artikel. De publicatie heeft een kettingreactie veroorzaakt bij de provincie, Landschap Noord-Holland en vele duizenden natuurliefhebbers.
Nog dezelfde dag heeft klager zijn bezwaren tegen het artikel kenbaar gemaakt aan Dekker en verzocht om zijn naam uit de publicatie op internet te verwijderen. Dekker heeft daarop afwijzend gereageerd en meegedeeld dat hij ook in opvolgende publicaties de naam van klager zou vermelden.
Volgens klager heeft Dekker alle grenzen van respect en vertrouwen overschreden. Hij is door de berichtgeving blootgesteld aan risico’s waarbij zijn veiligheid in het geding is, aldus klager.

Dekker en het Noordhollands Dagblad voeren aan dat zij naar aanleiding van een Facebook-bericht en een ‘persbericht’ op de website [….].nl contact hebben gezocht met klager als initiatiefnemer van het project. Klager was eenvoudig te bereiken via het telefoonnummer dat op de website en in het persbericht was vermeld. In het telefoongesprek met Dekker heeft klager uitvoerig over zijn plannen verteld. Klager heeft daarbij laten weten dat hij niet met zijn naam in de krant wilde verschijnen en bij voorkeur als ‘geanonimiseerde’ woordvoerder aangeduid wilde worden vanwege ‘andere bedrijfsactiviteiten’. Over de diepere achtergronden voor dit verzoek bleef klager vaag. Dekker heeft toen zonder voorbehoud meegedeeld dat hij dit verzoek niet zou inwilligen. Lezers van de krant hebben recht op volledige informatie en daarbij hoort in beginsel ook de vermelding van volledige namen van de in publicaties opgevoerde personen. De redactie maakt alleen uitzonderingen op deze regel wanneer zwaarwegende belangen daartoe aanleiding geven. Klager heeft niet aannemelijk kunnen maken dat in deze zaak dergelijke belangen spelen. Op de zitting voegt Van ’t Hek hieraan nog toe dat de krant wordt verspreid binnen een gemeenschap op stadsniveau, waarin iedereen elkaar kent. De vermelding van namen van betrokkenen is journalistiek relevant; een institutioneel verhaal wordt daardoor persoonlijk.
Dekker en de krant wijzen erop dat eenvoudig te achterhalen was wie de initiatiefnemer is achter het project. De redactie heeft ondervonden dat klager gewoon zijn naam noemt als het telefoonnummer wordt gekozen dat op de website en in het persbericht staat. Vanwege de ‘mistigheid’ over het vermelden van klagers naam heeft Dekker nog enig onderzoek gedaan, onder meer door raadpleging van de Kamer van Koophandel waar klager met een ander bedrijf staat ingeschreven. Dekker voegt hier op de zitting aan toe dat hij in het tweede gesprek met klager heeft doorgevraagd naar de reden waarom klager anoniem wilde blijven. Als klager goede argumenten had gehad, dan zou Dekker dit met de hoofdredactie hebben overlegd, maar dat was niet het geval. Verder wijst Dekker er nog op dat op de website van [onderneming] een link is opgenomen naar het andere bedrijf van klager.
De redactie bestrijdt dat met het noemen van zijn naam zwaarwegende belangen van klager zijn geschaad. Los van het feit dat klager in zijn eerste contact met Dekker niet duidelijk was over zijn nevenfunctie, waardoor de krant geen belangenafweging heeft kunnen maken, maakt klager niet aannemelijk welk gevaar op benadeling of kwetsing zou kunnen optreden. Ook op latere contactmomenten heeft hij dat niet gedaan. Dekker en de krant benadrukken dat in de publicaties op geen enkele wijze een relatie wordt gelegd tussen [onderneming] en andere activiteiten van klager. De keuze om met een commerciële activiteit te starten en daarmee publiekelijk naar buiten te treden, is een keuze die klager zelf heeft gemaakt.
Ten aanzien van het vermelden van de aantallen in het artikel van 8 september 2015 merken Dekker en de krant op, dat Dekker aan klager heeft gevraagd hoeveel boten hij maximaal zou kunnen inzetten en hoeveel overtochten hij maximaal op een dag zou kunnen verzorgen. Met een eenvoudige rekensom is Dekker toen uitgekomen op het overzetten van maximaal 216 personen per dag. Dat aantal is in gesprekken met Dekker nooit bestreden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Het stond Dekker en het Noordhollands Dagblad dan ook vrij om aandacht te besteden aan het initiatief van klager op de wijze zoals zij hebben gedaan.

Dat zij daarbij de naam van klager hebben vermeld, is niet journalistiek ontoelaatbaar. De Raad concludeert in dit verband allereerst dat hij niet kan vaststellen of partijen zijn overeengekomen dat de naam van klager niet zou worden vermeld; de standpunten van partijen staan op dit punt lijnrecht tegenover elkaar. Verder is niet aannemelijk geworden dat een inbreuk is gemaakt op de privacy van klager die niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat klager zelf, als initiatiefnemer, de openbaarheid heeft gezocht.

Ten slotte is niet gebleken dat de artikelen relevante onjuistheden bevatten. Dekker heeft toegelicht hoe hij is gekomen tot de vermelding van het maximum aantal personen in het artikel van 8 september 2015. Hiermee heeft hij geen zodanig vertekend beeld geschetst dat daarmee sprake zou zijn van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Dekker en het Noordhollands Dagblad journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en C.1.

CONCLUSIE

Dekker en het Noordhollands Dagblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 14 december 2015 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, dr. H.J. Evers, A. Mellink MPA en mw. H.M.M. Nietsch, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.