2015/20 onzorgvuldig

Samenvatting

A. Verbraeken, H.E. Botje en Vrij Nederland hebben in het artikel “’Ik een moordenaar? Integendeel.’” op journalistiek onzorgvuldige wijze het verhaal opgetekend van Jean Claude Iyamuremye, die wordt verdacht van massamoord tijdens de genocide in Rwanda in april 1994. Dit heeft de Raad voor de Journalistiek geconcludeerd naar aanleiding van een klacht van Stichting Ibuka Nederland. Volgens de Raad is onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de beschrijving van de feitelijke situatie en de subjectieve inkleuring daarvan door de journalisten.
De Raad acht het aannemelijk dat de gemiddelde lezer de publicatie heeft opgevat als een objectief waarheidsgetrouw stuk. Aan de lezer is echter onvoldoende duidelijk gemaakt welke rol de schrijfster van het artikel in deze kwestie inneemt. Het is niet duidelijk dat het artikel persoonlijke opvattingen bevat en niet een zuiver objectief stuk betreft. Hierdoor is sprake van niet-waarheidsgetrouwe en tendentieuze berichtgeving. De Raad doet de aanbeveling aan Vrij Nederland om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting Ibuka Nederland

tegen

A. Verbraeken, H.E. Botje en de hoofdredacteur van Vrij Nederland

Op 20 augustus 2015 heeft de heer Ch. Mundele, voorzitter, namens Stichting Ibuka Nederland te Almelo (klaagster) een klacht ingediend tegen mevrouw A. Verbraeken, de heer H.E. Botje en de hoofdredacteur van Vrij Nederland (hierna gezamenlijk: Vrij Nederland). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en Vrij Nederland betrokken van 1, 18, 21 en 22 september 2015.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 25 september 2015. Namens klaagster is daar de heer Mundele verschenen, vergezeld door de heer J. van Oijen, die het standpunt van klaagster heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Ook mevrouw Verbraeken, redacteur, en de heer F. van Exter, hoofdredacteur van Vrij Nederland, waren aanwezig. Zij werden vergezeld door mevrouw C. Buisman en de heer J. Hofdijk.

DE FEITEN

Op 26 mei 2015 verscheen in Vrij Nederland een artikel van de hand van Verbraeken met de kop “’Ik een moordenaar? Integendeel’” dat met medewerking van Botje tot stand is gekomen. Het artikel wordt ingeleid als volgt:
“Al bijna twee jaar zit hij in uitleveringsdetentie op beschuldiging van betrokkenheid bij de genocide. Diverse verklaringen spreken dit tegen, maar Nederland schaart zich tot nu toe kritiekloos achter de Rwandese justitie en president Paul Kagame.
Jean Claude Iyamuremye ziet er gezond uit en is goed gehumeurd. Verbazingwekkend voor een man die al bijna twee jaar in uitleveringsdetentie zit omdat hij wordt verdacht van massamoord tijdens de genocide in Rwanda in april 1994.”
Verder bevat de publicatie onder meer de volgende passages, onder de tussenkop “Leugen”:
“Volgens de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is Iyamuremye een massamoordenaar. De dienst beschuldigt Iyamuremye ervan dat hij als 18-jarige jongen op 11 april 1994 deelnam aan slachtpartijen bij de Ecole Technique Officielle (ETO) in de Rwandese hoofdstad Kigali.”
en
“Maar Iyamuremye heeft een heel andere versie dan de IND en Rwanda. (…) ‘Ik een moordenaar?’ zegt hij. ‘Integendeel. Op die ochtend in 1994 was ik inderdaad bij de ETO, maar om bevriende families te redden. We hebben toen mensen meegenomen die we op ons terrein hebben verborgen.’”
en
”Iyamuremye heeft één probleem: in de Congolese hoofdstad Kinshasa, waar hij in 1998 was beland, vertelde hij een medewerker van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR dat hij ten tijde van de genocide niet in Rwanda was. En dat was een leugen. Hij was immers wél in Kigali. En die leugen achtervolgt hem al jaren.”
Onder de tussenkop “Het officiële verhaal”:
“Al jaren hou ik me bezig met Rwanda en vooral ook met de innige Nederlands-Rwandese verhoudingen. (…) In Rwanda stierven in 1994 bijna één miljoen mensen tijdens een gruwelijke genocide. Hutu-extremisten hakten in op Tutsi’s. De moordpartijen kwamen op gang nadat diezelfde Hutu’s een vliegtuig uit de lucht schoten waarin de Rwandese én de Burundese president zaten. Althans, dat is het officiële verhaal. De werkelijkheid is zoals altijd een stuk ingewikkelder.”
Onder de tussenkop “Genocide-revisionisme”:
“De afgelopen jaren nam de IND meer dan 450 dossiers onder de loep. Zo’n dertig Rwandezen werden vervolgens beschuldigd van massamoord, waarbij de IND zich in het overgrote deel van de gevallen baseerde op bewijsmateriaal afkomstig van internet, dubieuze rapporten en informanten uit Rwanda. Toevalligerwijs gaat het vaak om Rwandezen die actief zijn bij de oppositie of die bezittingen hebben in het land. De gevolgen zijn ingrijpend. Van de ene op de andere dag wordt de verdachten van oorlogsmisdaden hun vluchtelingenstatus afgenomen en zijn ze illegaal. Niemand komt voor ze op. Geen enkele politicus wil zich immers hard maken voor potentiële massamoordenaars.”
Onder de tussenkop “Vrijgesproken”:
“Jean Claude Iyamuremye is een van die mensen. Hij zit, zoals gezegd, al twee jaar vast, ongelofelijk lang voor iemand die in Nederland nog nooit een misdaad pleegde. (…) Enkele getuigen die hem afschilderen als massamoordenaar werden al in 2007 gehoord door het Rwandese openbaar ministerie, drie jaar voordat er in Nederland een onderzoek naar hem werd gestart. Maar kloppen alle beschuldigingen wel?”
en
“De Immigratie- en Naturalisatiedienst baseerde zich bij de totstandkoming van haar oordeel voor een belangrijk deel op verklaringen uit het rapport ‘Left to die at ETO and Nyanza’ uit 2001 van de mensenrechtenorganisatie African Rights. Die organisatie is omstreden omdat ze zich dicht tegen de Rwandese overheid heeft aan genesteld. Verschillende Rwandezen die door African Rights aanvankelijk werden beschuldigd van deelname aan de genocide, zijn later van alle blaam gezuiverd.”
en
“De beschuldigingen tegen Iyamuremye zijn ook gebaseerd op vier anonieme getuigen die in Rwanda werden opgespoord door een Rwandese onderzoeker in opdracht van de Nederlandse ambassade. Maar spraken ze wel de waarheid? De tolk die bij de gesprekken aanwezig was en van wie de naam bij de redactie van Vrij Nederland bekend is, verklaarde dat zij allen een motief hadden om Iyamuremye te beschuldigen. Een zekere […] zou een belastende verklaring hebben gegeven om zo een broer uit de gevangenis te krijgen. Broers […] en […] zouden in ruil voor hun verklaringen grond hebben mogen inpikken van Iyamuremye’s familie. En dan had je ook nog […] die als werkster bij familie van Iyamuremye werkte. Ook zij hoopte volgens de tolk te delen in de rijkdom van Iyamuremye’s familie, mochten de bezittingen ooit onteigend worden.”
Onder de tussenkop “Huiveringwekkende vlucht”:
“Iyamuremye is ervan overtuigd dat Rwanda zijn uitlevering wil omdat hij in 1998 ooggetuige was van een massaslachting in het stadje Mbandaka aan de Congo-rivier. Daarover wilde hij me heel graag spreken, maar ook over zijn lange vlucht dwars door Congo waar hij herhaaldelijk ontkwam aan andere moordpartijen. (…) Maar al snel begon hij te vertellen over zijn huiveringwekkende maandenlange vlucht, te voet, vijftienhonderd kilometer dwars door Congo, samen met duizenden haveloze Hutu’s, onder wie veel vrouwen en kinderen. De vluchtelingen hadden nauwelijks te eten of drinken, stierven als vliegen aan malaria, cholera of gele koorts. Maar de meesten werden gedood door de kogels en granaten die werden afgevuurd door Rwandese soldaten die hen dwars door de jungle opjoegen. Naar schatting van de UNHCR stierven bij deze militaire operatie tussen november 1996 en mei 1997 zo’n 200.000 mensen.”
Onder de tussenkop “Vergeten genocide”:
“Het heeft iets ironisch, een man die zelf overlevende is van een enorme moordpartij in de uitgestrekte oerwouden van Congo, wordt ervan beschuldigd een massamoordenaar te zijn. Naar de ‘vergeten genocide’ die tussen oktober 1996 en mei 1997 plaatsvond, is door de Verenigde Naties onderzoek gedaan. Maar makkelijk ging dat niet. (…) Uiteindelijk kwam in 2010 het zogenaamde ‘mapping report’ uit dat mensenrechtenschendingen in Congo in kaart bracht en waarin ook uitgebreid werd stilgestaan bij de vergeten genocide. Iyamuremye was voor dit rapport een van de getuigen.
De autoriteiten in Kigali waren woedend. Hoe kon het dat de Verenigde Naties die de genocide van 1994 op haar beloop had gelaten, nu het leger van Rwanda beschuldigde van het plegen van gruwelijkheden in Congo? Ze deden het rapport af als ‘eenzijdig’, ‘immoreel’ en ‘onacceptabel’. Sindsdien is van de vergeten genocide weinig meer vernomen. Voor de tweehonderdduizend slachtoffers is nog nooit een herdenkingsdienst gehouden.”
En ten slotte onder de tussenkop “Finaal oordeel”:
“Hoe moet het verder met Jean Claude Iyamuremye? De juridische procedures zijn bijna uitgeput.”
en
“In december van het afgelopen jaar verscheen een brief in NRC Handelsblad waarin toenmalig staatssecretaris Fred Teeven gevraagd werd af te zien van uitzetting van Rwandezen die van genocide worden verdacht omdat hun ‘geen eerlijke en onpartijdig proces’ te wachten staat in Rwanda. Politici als (….) ondertekenden de brief, waar ook mijn naam onder stond. Rwanda was, zo stelden we ‘een eenpartijstaat waarin geen ruimte is voor vrij opererende oppositie, pers en maatschappelijke middenveld.’ Ook schreven we in de brief dat Rwanda ‘politieke motieven’ had om in Nederland verblijvende landgenoten te veroordelen en dat het regime in Kigali er niet voor zou terugdeinzen politieke tegenstanders ‘te bedreigen en te vermoorden’.
Maar Teeven liet zich niet vermurwen. (…) Een dezer weken zal minister Ard van der Steur in de zaak van Iyamuremye zijn finale oordeel geven.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt voorop dat zij als overkoepelende organisatie opkomt voor de belangen van overlevenden van de genocide tegen de Tutsi’s in Rwanda. Haar klacht wordt ondersteund door rechtstreeks betrokken oud-medewerkers van de inmiddels opgeheven mensenrechtenorganisatie African Rights.
Ten aanzien van het artikel voert klaagster – kort samengevat – aan dat daarin overlevenden van de genocide tegen de Tutsi’s in Rwanda ten onrechte in diskrediet worden gebracht zonder dat zij in de gelegenheid zijn gesteld op de beschuldigingen te reageren. Zo worden vier getuigen – van wie de identiteiten vertrouwelijk waren, maar van wie de namen in het artikel zijn vermeld – beschuldigd van het afleggen van valse verklaringen en van het handelen uit egoïstische, materiële motieven. Volgens het artikel is de bron een niet bij naam genoemde tolk, dus geen deskundige of iemand die deel uitmaakt van het strafrechtelijk onderzoek. De beweringen worden niet ondersteund door feitelijke bewijzen.
Bovendien hebben de journalisten – aldus klaagster – geprobeerd de ETO-overlevenden in diskrediet te brengen met de suggesties dat African Rights een nauwe band zou hebben met de Rwandese regering, dat de Rwandese regering Iyamuremye zou willen veroordelen uit politieke motieven en dat de verklaringen van de overlevenden daarom niet betrouwbaar zouden zijn. Ook deze suggesties zijn niet onderbouwd met feiten, terwijl is nagelaten wederhoor toe te passen.
Volgens klaagster is de publicatie niet waarheidsgetrouw, omdat de auteurs het merendeel van de beschikbare informatie over de kwestie hebben verzwegen. Zij wijst in dat verband uit documentatie van het Rwanda Tribunaal, zoals getuigenverklaringen waarin relatief kort na de genocide de betrokkenheid van Iyamuremye is gemeld. Verder zijn tegenstrijdigheden in de verklaringen van Iyamuremye onvermeld gelaten. Daarnaast hebben de journalisten een veelheid aan gekleurde verhalen en meningen de revue laten passeren die ten onrechte als feiten zijn gepresenteerd.
Klaagster meent verder dat Verbraeken niet onafhankelijk is. Zij onderhoudt al jaren een persoonlijke vriendschap met de politiek leider van de beweging waarin de genocideverdachten zijn verenigd. Bovendien heeft zij zich als een activist voor de genocideverdachten geprofileerd, voert zij taken uit als informant van de advocaten van de verdachten en staat zij hen bij tijdens rechtszittingen.
Volgens klaagster blijkt uit het voorgaande dat de journalisten geen professionele afstand hebben bewaard en als resultaat geen onderscheid kunnen maken tussen feiten en meningen. Met hun conclusie – “Het heeft iets ironisch, een man die zelf overlevende is van een enorme moordpartij (…), wordt ervan beschuldigd een massamoordenaar te zijn.” – nemen de journalisten het standpunt in dat Iyamuremye, ondanks zijn tegenstrijdige verklaringen, de waarheid spreekt. Intussen leggen zij niet uit hoe een gebeurtenis in 1997 in Congo van invloed zou zijn op getuigenverklaringen over de massamoord van drie jaar eerder in Rwanda zoals Iyamuremye beweert.
Klaagster concludeert dat de vele omissies, belangenverstrengelingen en het activisme van Verbraeken de indruk wekken dat het artikel geen journalistiek product is, maar een eenzijdig pleidooi ter verdediging van de genocideverdachte. De journalisten hebben er helaas geen rekening mee gehouden dat de overlevenden die ze in hun artikel zwart maken, kwetsbare mensen zijn, voor het leven getekend door hun ervaringen, aldus klaagster.

Vrij Nederland legt allereerst de vraag voor of klaagster in deze zaak belanghebbende is. Zij wijst erop dat klaagster niet rechtstreeks is betrokken bij de publicatie en menen dat de belangen van klaagster niet in het geding zijn.
Verder voert Vrij Nederland aan dat het artikel gaat over één, prominente, verdachte: Jean Claude Iyamuremye. De publicatie is gebaseerd op een interview met hem, waarbij Verbraeken heeft getracht feitelijke beweringen te verifiëren. Verbraeken heeft haar betrokkenheid getoond, maar wel haar huiswerk gedaan. Het artikel werpt vragen op over de zaak tegen Iyamuremye, maar trekt op geen enkele wijze de genocide in Rwanda in twijfel. Wel wordt aandacht gevraagd voor een onderbelicht aspect van de massamoorden: ook Tutsi-groepen van het Rwandan Patriotic Front maakten zich schuldig aan slachtpartijen onder de Hutu-bevolking. Het is de taak van de journalistiek om aan dit aspect aandacht te besteden.
Over het noemen van de vier getuigen is op de redactie lang gediscussieerd. De namen zijn uiteindelijk toch vermeld, omdat dit balans bracht in de berichtgeving over de kwestie – in alle media werd Iyamuremye genoemd – en om te tonen dat de getuigen echt bestonden. Volgens Vrij Nederland was het bij nader inzien beter geweest de vier getuigen níet bij naam te noemen, ook omdat zij niet in staat zijn gesteld te reageren op het verhaal van de tolk. In de digitale versie van het artikel zijn de getuigen inmiddels geanonimiseerd. Voor wat betreft het verder toepassen van wederhoor deelt Vrij Nederland mee dat de oprichter en het boegbeeld van African Rights, Rakya Omar, niet reageerde op e-mails. Daarnaast werd de telefoon van de organisatie niet opgenomen en was het kantoor in Kigali onvindbaar.
Vrij Nederland meent verder dat in het artikel de belangrijkste beschuldigingen aan het adres van Iyamuremye zijn vermeld, ook de tegenstrijdigheid in zijn verklaring en het commentaar van een UNHCR-vertegenwoordiger daarop. De journalisten spreken zich daar niet over uit; zij hebben het verweer van Iyamuremye opgetekend en het verhaal gaat verder vooral over zijn vlucht. De kanttekening dat het ‘ironisch’ is dat iemand die een moordpartij heeft overleefd zelf beschuldigd wordt een massamoordenaar te zijn, betekent niet dat de journalisten de ontkenning van Iyamuremye onderschrijven. Voor de lezer zijn meningen en feiten goed te onderscheiden, aldus Vrij Nederland.
Op de zitting voegt Vrij Nederland hieraan nog toe dat Verbraeken in haar artikel transparant is geweest, dat de informatie verifieerbaar is en dat de lezer niet op een dwaalspoor is gezet. Bij diverse passages is terughoudendheid betracht door het gebruik van de term ‘zou’. Verbraeken heeft in het artikel duiding en context aan de kwestie gegeven. Vanuit de formule van Vrij Nederland mag een redacteur de vrijheid nemen om een visie te geven en opgeworpen vragen te beantwoorden en de lezer niet te laten ‘zwemmen’. De lezer weet dat Vrij Nederland een opinie-weekblad is en weet dus waar hij aan toe is.
Vrij Nederland concludeert dat in het artikel geen afbreuk is gedaan aan het respect voor nabestaanden van de genocide in 1994 in Rwanda. Dat ook aandacht is besteed aan de andere kant van de kwestie, doet daaraan niet af.

BEOORDELING VAN HET RECHTSTREEKS BELANG

Op grond van artikel 2 lid 1 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad moet een klacht worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’, waaronder tevens wordt beschouwd een organisatie die door doelstelling en feitelijk handelen opkomt voor het in geding zijnde belang.
Klaagster is opgericht door en voor overlevenden van de genocide in Rwanda en stelt zich onder meer ten doel deze overlevenden te steunen en te verdedigen. De Raad is van oordeel dat klaagsters klacht past binnen haar doelstelling en dat zij daarom in dit geval als ‘rechtstreeks belanghebbende’ kan worden aangemerkt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft de kern van de klacht zo opgevat dat het verhaal van Iyamuremye op zodanige wijze is opgetekend, dat daardoor een niet-waarheidsgetrouw en tendentieus beeld is geschetst over (diens rol in) de genocide in Rwanda. De Raad zal zich tot deze kern beperken.

De Raad stelt voorop dat journalisten waarheidsgetrouw, controleerbaar en zo volledig mogelijk behoren te berichten. Ze vermijden eenzijdige en tendentieuze berichtgeving, verrichten hun werk in onafhankelijkheid en vermijden (de schijn van) belangenverstrengeling. In hun publicaties maken journalisten een duidelijk onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen.

In het artikel is vermeld dat Verbraeken zich ‘al jaren bezighoudt met Rwanda en vooral ook met de innige Nederlands-Rwandese verhoudingen’ en dat zij een brief aan staatssecretaris Fred Teeven heeft ondertekend waarin werd gevraagd af te zien van uitzetting van Rwandezen die van genocide worden verdacht omdat hun ‘geen eerlijke en onpartijdig proces’ te wachten staat in Rwanda. Hoewel hiermee (enige) transparantie is gegeven over de betrokkenheid van Verbraeken bij de kwestie, biedt dit haar geen vrijbrief om zo over de kwestie te berichten als zij heeft gedaan.

Weliswaar staat het een journalist vrij over een bepaald feit zijn mening te verkondigen, maar dan moet duidelijk zijn dat het om zijn persoonlijke opvatting gaat. Dat is hier echter niet gebeurd. In het artikel is onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de beschrijving van de feitelijke situatie en de subjectieve inkleuring daarvan door de journalisten. Een subjectieve inkleuring is gebruikelijk voor een opiniestuk, maar het artikel is niet (voldoende) als zodanig herkenbaar.

De Raad acht het aannemelijk dat de gemiddelde lezer – óók die van Vrij Nederland – de publicatie moeilijk anders kan hebben opgevat dan als een objectief stuk en zich niet aan de indruk kan hebben onttrokken dat het verhaal van Iyamuremye wel waar moet zijn, terwijl aan de lezer onvoldoende duidelijk is gemaakt welke activistische rol Verbraeken in deze kwestie inneemt. Hierdoor is sprake van niet-waarheidsgetrouwe en tendentieuze berichtgeving.

Overigens heeft Vrij Nederland erkend dat het beter was geweest om de namen van de vier getuigen niet te vermelden, mede omdat deze getuigen niet hebben kunnen reageren op de beweringen van de tolk. De Raad deelt dit standpunt.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Verbraeken, Botje en Vrij Nederland journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en C.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2014/46, 2013/4

CONCLUSIE

Verbraeken, Botje en Vrij Nederland hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan Vrij Nederland om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 23 november 2015 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, ir. B.L. Hooghoudt, mw. H.M.M. Nietsch en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.