2015/2 afgewezen

Samenvatting

De Raad voor de Journalistiek ziet geen aanleiding om een conclusie over een klacht tegen R. Elkerbout en de hoofdredacteur van Recht uit Noord-Holland (RTV NH) (RvdJ 2014/51) te herzien. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Raad zijn conclusie op basis van onjuiste constateringen heeft genomen. Verder kan verzoeker zich niet vinden in een aantal overwegingen van de Raad, maar dat is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van
 
X
 
tot herziening van de conclusie van de Raad van 16 december 2014 (RvdJ 2014/51) betreffende zijn klacht
 
tegen
 
R. Elkerbout en de hoofdredacteur van Recht uit Noord-Holland (RTV NH)
 
Mevrouw mr. L. Hugenholtz, advocaat te Almere, heeft op 9 januari 2015 namens X (verzoeker) verzocht om herziening van de conclusie van 16 december 2014 inzake diens klacht tegen R. Elkerbout en de hoofdredacteur van Recht uit Noord-Holland (RTV NH). Mevrouw Elkerbout heeft op 28 januari 2015 mede namens RTV NH op het verzoek gereageerd.
 
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Raad van 6 maart 2015 in een herzieningskamer buiten aanwezigheid van partijen.
 
Een van de Raadsleden heeft zich verschoond. De zaak is behandeld door de voorzitter en resterende leden.
 
DE FEITEN
 
De heer X heeft een klacht ingediend tegen R. Elkerbout en de hoofdredacteur van Recht uit Noord-Holland, die de Raad op 14 oktober 2014 heeft ontvangen. De klacht gaat over een uitzending van 23 september 2014, waarin aandacht is besteed aan de verdwijning van een vrouw in 1989. De Raad heeft bij conclusie van 16 december 2014 beslist dat mevrouw Elkerbout en Recht uit Noord-Holland journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld en daartoe het volgende overwogen:
“In de uitzending is aandacht besteed aan de verdwijning van een vrouw in 1989 vanuit het perspectief van de tante van de vrouw. Het stond de redactie vrij om dat zo te doen. Voor de gemiddelde kijker is voldoende duidelijk dat de aantijgingen aan het adres van klager, de persoonlijke mening van de tante bevatten en voor haar rekening zijn gelaten.
De Raad stelt vast dat in de uitzending herhaaldelijk de voornaam van klager is vermeld. Verder is een oude foto van klager en de vrouw in beeld gebracht. Daarbij is echter het portret van klager onherkenbaar gemaakt. Klager heeft gesteld dat op één specifiek moment ook zijn achternaam is genoemd, maar de Raad heeft dat niet kunnen vaststellen. In de opname die aan de Raad ter beschikking is gesteld is de achternaam van klager – ook bij herhaaldelijk luisteren op een hoog volume – niet hoorbaar. De Raad meent daarom dat klager niet voor het grote publiek in de uitzending herkenbaar is. Van een ongeoorloofde aantasting van zijn privacy is geen sprake. Dat klager wellicht in zijn directe omgeving op de uitzending is aangesproken, maakt dat niet anders. Daarbij neemt de Raad ook in aanmerking dat klager op de zitting heeft meegedeeld dat iedereen in zijn omgeving het verhaal kent.
Het is voorstelbaar dat klager de uitzending als grievend heeft ervaren. Omdat hij daarin niet algemeen herkenbaar is, kan echter niet worden geconcludeerd dat klager – objectief bezien – door de uitzending wordt gediskwalificeerd. Het was dan ook niet nodig om wederhoor bij klager toe te passen.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Verzoeker vindt allereerst dat de Raad ten onrechte ervan uit is gegaan dat alleen zijn voornaam – en niet ook zijn achternaam – hoorbaar in de uitzending is genoemd. Verzoeker verwijst in dit verband naar de uitzending zoals die te zien is op de website van RTV NH. Als wordt geoordeeld dat ook zijn achternaam hoorbaar in de uitzending is genoemd, zijn er volgens verzoeker nog meer redenen, waarom de conclusie van de Raad naar zijn mening zou moeten worden herzien.
 
Elkerbout en de redactie van Recht uit Noord-Holland blijven bij hun standpunt dat zij al het mogelijke hebben gedaan om de privacy van verzoeker te waarborgen. Zij zijn ervan overtuigd dat zij zorgvuldig te werk zijn gegaan.
 
BEOORDELING VAN HET VERZOEK
 
Een herziening van een eerder gedane conclusie is alleen mogelijk als verzoeker aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust op ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten’.
 
De conclusie van de Raad is gebaseerd op de constatering dat in de opname die aan de Raad ter beschikking is gesteld, de achternaam van verzoeker niet hoorbaar is. De herzieningskamer heeft op verzoek van verzoeker kennisgenomen van de uitzending zoals die is te zien op de website van RTV NH en constateert (wederom) dat in die uitzending de achternaam van klager niet te horen is. Verzoeker heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat de Raad in zijn conclusie van december is uitgegaan van ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten’. Zodoende is niet aannemelijk geworden dat de Raad zijn oordeel op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan.
 
Daarnaast bevat het verzoekschrift (een nadere uitwerking van) stellingen die verzoeker eerder al in zijn klacht heeft geformuleerd en waarover de Raad een oordeel heeft gegeven. Voor een herziening op grond van (aanvullende) stellingen biedt het Reglement geen ruimte. Dat verzoeker zich niet kan vinden in de overwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.
 
De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.
 
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2014/31
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 10a lid 1
 
BESLISSING
 
Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 30 maart 2015 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, mw. M.E.L. Kogeldans en drs. ir. M.C.N. Mokveld, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.