2015/19 zorgvuldig

Samenvatting

Journalist C. Speksnijder en de Volkskrant hebben met het artikel “Consumptievis verdoven: lastig misschien, maar beslist zinnig” op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan de mogelijke pijnervaring bij vissen. Dat heeft de Raad voor de Journalistiek geconcludeerd naar aanleiding van een klacht van de Amsterdamse Hengelsport Vereniging. De bewering in de eerste alinea dat ‘nauwelijks’ omstreden is dat vissen pijn kunnen lijden, is weliswaar ongelukkig maar van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving is geen sprake. Voor de gemiddelde lezer is voldoende duidelijk dat het artikel voornamelijk het standpunt van één hoogleraar bevat. Overigens is in het hoofdartikel van dezelfde datum “Ook vis verdient pijnvrij einde” ruim aandacht geschonken aan de reactie van visbedrijf EkoFish Group, waardoor de totale berichtgeving voldoende genuanceerd is.
Speksnijder en de Volkskrant waren dan ook niet gehouden om een rectificatie of een vervolgartikel te plaatsen. Het siert ze dat zij dat niettemin hebben gedaan en daarbij diverse wetenschappers met tegengestelde opvattingen aan het woord hebben gelaten.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de Amsterdamse Hengelsport Vereniging

tegen

C. Speksnijder en de hoofdredacteur van de Volkskrant

De Amsterdamse Hengelsport Vereniging (klaagster) heeft op 8 april 2015 een klacht ingediend tegen C. Speksnijder en de hoofdredacteur van de Volkskrant. Naar aanleiding daarvan heeft de secretaris van de Raad in een e-mail van 16 april 2015 klaagster geïnformeerd over de klachtprocedure. Vervolgens heeft klaagster in een brief van 10 augustus 2015 aan de Raad gemeld dat zij de klacht wenst voort te zetten. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en Speksnijder betrokken van 11 en 31 augustus 2015, en van 21 september 2015.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 25 september 2015. Namens klaagster waren daar aanwezig de heren P. Kok (voorzitter), J.P. Breedijk (secretaris), A.P. van der Meché (adviseur), B. Bermond (adviseur), T. Derksen (adviseur) en M. van Haeften (bureau manager). Van de zijde van de krant zijn Speksnijder, mw. C. de Vries (managing editor) en T. Mudde (chef wetenschapsredactie) verschenen.

DE FEITEN

Op 10 februari 2015 verscheen in de Volkskrant een artikel van de hand van Speksnijder met de kop “Consumptievis verdoven: lastig misschien, maar beslist zinnig”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Dat vissen pijn kunnen lijden, is in wetenschappelijke kring nauwelijks nog omstreden. Het staat vast dat vissen een systeem hebben om pijnprikkels door te geven aan de hersenen, zegt Gert Flik, hoogleraar organismale dierfysiologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.”
en
“Dat vissen zijn ingericht op het waarnemen van pijn is bewezen, lastiger wordt het om aan te tonen hoe pijnprikkels door het dier worden beleefd.”
Dit artikel – waartegen de klacht is gericht – is geplaatst op dezelfde pagina als een publicatie met als titel “Ook vis verdient pijnvrij einde” met de bovenkop “Dieren mogen niet ondraaglijk lijden, staat in de wet. Maar voor vissen in een uitzondering gemaakt. Hoogste tijd om die ongedaan te maken, vindt Wakker Dier.” Deze publicatie bevat onder meer de volgende passage:
“De EkoFish Group, een visbedrijf uit Urk met een vloot van zeven kotters met eigen verwerkingssystemen aan boord, experimenteert al een tijd met het verdoven van vissen voor de slacht. Algemeen directeur Lauwe de Boer vindt het invoeren van een verbod op onverdoofd slachten, zoals Wakker Dier bepleit, geen goed idee.”

Op 25 april 2015 is een artikel van de hand van Speksnijder in de Volkskrant verschenen met de kop “Pijnpunt: de vis”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Aangespoord door dierenbeschermers worden maatregelen genomen om vissen op een minder pijnlijke wijze te doden. Maar óf ze pijn kunnen lijden, is nog altijd inzet van hoogoplopend debat.”
en
“Nederland heeft ‘hoge dierenwelzijnsambities’, schreef staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken onlangs in een brief aan de Tweede Kamer. Ze reageerde op een oproep van Wakker Dier om een eind te maken aan het onverdoofd doden van vissen, gekweekt en op zee gevangen. Hoe zinvol is dat? Welke bewijzen zijn er dat vissen pijn kunnen voelen? Welke voor het tegendeel?”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster voert – kort samengevat – aan dat het artikel “Consumptievis verdoven: lastig misschien, maar beslist zinnig” wordt gekenmerkt door een stellingname over vissenleed, die  eenzijdig is onderbouwd. Volgens klaagster heeft Speksnijder ten onrechte andere wetenschappelijke standpunten weggefilterd en maar één bron (hoogleraar Flik) opgevoerd, die bovendien dubieus is. Klaagster wijst erop dat Flik wellicht een belangrijk man is op het gebied van fysiologische stress-responsen bij vissen, maar daarmee nog geen specialist is op het gebied van bewustzijn, emotionele beleving en pijnleedervaring.
Volgens klaagster kan de eenzijdige en tendentieuze berichtgeving leiden tot verstrekkende, onjuiste en onvolledige beeldvorming bij lezers. Die beeldvorming staat haaks op het waarheidsgehalte over dit onderwerp en heeft een schadelijke invloed op het beleid van klaagster, die zich op dit moment moet rechtvaardigen tegenover de Amsterdamse gemeenteraad. Daarbij is van belang dat het artikel is geplaatst in samenhang met de publicatie “Ook vis verdient pijnvrij einde” dat is doordrenkt van het gedachtegoed van Wakker Dier, aldus klaagster. Op de zitting licht Kok toe dat in Amsterdam een initiatiefraadsvoorstel door de Partij voor de Dieren is ingediend om de hengelsport te verbieden en in dat verband wordt gelobbyd door onder meer Wakker Dier. Hierdoor worden de leden van klaagster bedreigd in het uitvoeren van hun sport en dat vindt klaagster niet terecht. In de context van de publicatie “Ook vis verdient pijnvrij einde” wordt de suggestie gewekt dat een visser – ook de sportvisser – dieren mishandelt. Klaagster had als sportvereniging graag een weerwoord willen geven, zodat zij had kunnen uitleggen dat sportvissers het haakje netjes verwijderen en de vis teruggooien.
Verder meent klaagster dat Speksnijder direct had over moeten gaan tot het plaatsen van een rectificatie, nadat hij door de heer Derksen erop was gewezen dat zijn artikel ernstige tekortkomingen bevatte. In plaats daarvan heeft Speksnijder aan Derksen meegedeeld dat hij op de kwestie zou terugkomen, zodra zich een actuele aanleiding zou voordoen. Het later geplaatste artikel “Pijnpunt: de vis” biedt onvoldoende genoegdoening, aldus klaagster. Zij meent dat uit dit artikel volgt dat Speksnijder eerder tekort is geschoten. Van een rectificatie is geen sprake, aangezien nergens wordt verwezen naar het eerste artikel.

Speksnijder en de Volkskrant stellen daar tegenover dat het artikel “Consumptievis verdoven: lastig misschien, maar beslist zinnig” is bedoeld om kort weer te geven wat er in de wetenschap bekend is over pijnervaring bij vissen. Speksnijder heeft daartoe contact opgenomen met hoogleraar Flik, die geldt als een autoriteit op dit gebied. De zin “dat vissen pijn kunnen lijden, is in wetenschappelijke kring nauwelijks nog omstreden” is gebaseerd op eerdere publicaties in onder meer de Volkskrant en het onderhoud met Flik. Verder beschouwde hij de stappen die in de visindustrie worden gezet om (kweek)vis bij het slachten te verdoven en het verbod om paling in een zoutbad van zijn slijmlaag te ontdoen, als een bevestiging van die constatering. De rest van het artikel bevat een korte weergave van het gesprek met Flik.
Speksnijder heeft het verzoek van Derksen tot rectificatie niet gehonoreerd, omdat de opvatting van Flik naar zijn mening dominant is onder onafhankelijke deskundigen en voortkomt uit de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Bovendien had hij niet geschreven dat pijnervaring bij vissen ‘niet omstreden’ is. Door het woord ‘nauwelijks’ te gebruiken heeft hij erkend dat hierover ook anders wordt gedacht.
Toen staatssecretaris Dijksma een brief aan de Tweede Kamer had gestuurd over de ‘hoge dierenwelzijnsambities’ was dat een goed journalistiek moment om op de kwestie terug te komen. Speksnijder heeft op dat moment een uitgebreider artikel geschreven, waarin tegenstrijdige opvattingen over pijn bij vissen aan bod zijn gekomen bij monde van zes wetenschappers. Dit artikel is niet bedoeld als rechtzetting van de eerste publicatie, maar als verdere verdieping van de interessante discussie over dit onderwerp, aldus Speksnijder.
Mudde voegt hieraan nog toe dat bij wetenschapsstukken de lezer niet met een kluitje in het riet wordt gestuurd door allerlei verschillende opvattingen over een onderwerp simpelweg tegenover elkaar te zetten. In dergelijke stukken wordt de meerderheidsopvatting over het besproken onderwerp genoemd.
Ten slotte benadrukt De Vries op de zitting dat de artikelen gaan over consumptievis en niet over de hengelsport.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Er bestaat evenmin een journalistieke norm die meebrengt dat een (hoofd)redactie bij een publicatie over een bepaald onderwerp alle standpunten daarover (evenveel) dient te belichten. Dit neemt niet weg dat de journalist waarheidsgetrouw dient te berichten en eenzijdige c.q. tendentieuze berichtgeving behoort te vermijden.

De Raad kan zich voorstellen dat de door de krant gekozen invalshoek klaagster niet welgevallig is. De term ‘nauwelijks’ in de eerste alinea van het artikel is – gezien de door klaagster overgelegde wetenschappelijke publicaties – wat zuinig gekozen. In het geheel bezien is echter in het artikel geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie gegeven, dat daarmee geen sprake meer is van waarheidsgetrouwe berichtgeving. Daarbij acht de Raad van belang dat voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk is dat het artikel niet alle standpunten over de kwestie omvat, maar dat voornamelijk het standpunt van hoogleraar Flik is weergegeven.
Verder heeft de Raad opgemerkt dat in het hoofdartikel van dezelfde datum “Ook vis verdient pijnvrij einde” ruim aandacht is geschonken aan de reactie van visbedrijf EkoFish Group. Hierdoor is de totale berichtgeving van 10 februari 2015 voldoende genuanceerd.

Gelet op het voorgaande waren Speksnijder en de Volkskrant dan ook niet gehouden om een rectificatie of een vervolgartikel te plaatsen. Het siert ze dat zij dat niettemin – op een moment dat daarvoor journalistiek bezien aanleiding bestond – hebben gedaan en daarbij diverse wetenschappers met tegengestelde opvattingen aan het woord hebben gelaten.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Speksnijder en de Volkskrant journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., C. en D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2015/10, RvdJ 2011/47

CONCLUSIE

Speksnijder en de Volkskrant hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 9 november 2015 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, ir. B.L. Hooghoudt, mw. H.M.M. Nietsch en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.