2015/18 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

Omdat Het Parool niet meedoet aan de procedure van de Raad voor de Journalistiek, heeft de Raad een klacht tegen deze krant over het artikel “Hoogleraar klaagt dichter aan wegens pestacties” niet inhoudelijk behandeld. De Raad gaat in deze situatie alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van Het Parool

De heer X (klager) heeft op 19 mei 2015 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Het Parool. Klager heeft zijn standpunt verder toegelicht in e-mails van 31 mei 2015, van 3, 5 en 18 juni 2015, en van 19 en 20 augustus 2015.

De hoofdredacteur van Het Parool heeft in het verleden herhaaldelijk aan de Raad bericht dat hij niet meer wenst mee te werken aan de procedure van de Raad. Bij het doorsturen van de klacht is daarom aan de hoofdredacteur meegedeeld dat indien hij niet binnen de termijn van drie weken inhoudelijk heeft geantwoord, dit als een stilzwijgende afwijzing wordt beschouwd. Mevrouw K. Leupen, adjunct-hoofdredacteur, heeft in een brief van 28 augustus 2015 bevestigd dat Het Parool niet meewerkt aan de procedure van de Raad.

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 25 september 2015 op basis van de schriftelijke stukken.

DE FEITEN

Op 12 mei 2015 verscheen op de website van Het Parool een artikel met de kop “Hoogleraar klaagt dichter aan wegens pestacties”. Klager is de in het artikel bedoelde dichter.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager voert – kort samengevat – aan dat hij niets afweet van de in het artikel aangeroerde kwestie. De krant heeft melding gemaakt van een kwestie waaraan hij volgens de aangever debet zou zijn en heeft daarbij ten onrechte nagelaten hem vooraf te raadplegen of om een reactie te vragen. Hij heeft na de publicatie zijn commentaar erop aan de krant gestuurd, maar dat is niet geplaatst. Volgens klager heeft de krant geen enkele zorgvuldigheid in acht genomen.
Klager meent dat met zijn klacht een algemeen belang is gediend. Het Parool heeft kort-door-de-bocht aandacht besteed aan een aangifte, enkel omdat die aangifte door een hoogleraar is gedaan. Kranten dienen ten opzichte van hoogleraren dezelfde zorgvuldigheid te betrachten als tegenover een burger indien die zich met een grief tot de redactie wendt met het verzoek om daarover te publiceren, aldus klager.

BEOORDELING OF DE KLACHT VAN ALGEMENE STREKKING OF PRINCIPIEEL BELANG IS

In artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad is het volgende bepaald:
“Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”

De hoofdredacteur van Het Parool heeft zich op principiële gronden niet verweerd. De Raad zal dan ook slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval dat deze van een algemene strekking of van principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

De Raad vindt niet dat de strekking van de klacht het belang van klager in zodanige mate overstijgt, dat er sprake zou zijn van een algemene strekking. Er is geen sprake van een klacht met betrekking tot een onderwerp waarbij de belangen van (zeer) velen betrokken kunnen zijn.

Ook heeft de Raad geen aanknopingspunten kunnen vinden voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistieke proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, zodat de klacht van principieel belang zou zijn. De klacht gaat over de selectie van nieuws (het ‘aandacht besteden aan een aangifte, alleen omdat die aangifte door een hoogleraar is gedaan’), het niet-toepassen van wederhoor en het niet-plaatsen van de reactie van klager. De Raad heeft hierover in zijn Leidraad algemene uitgangspunten geformuleerd, die in diverse conclusies zijn uitgewerkt. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn. Dat Het Parool wellicht heeft gehandeld in strijd met die criteria, maakt op zichzelf nog niet dat de klacht daarmee van principieel belang is. De Raad ziet dan ook geen aanleiding de klacht inhoudelijk te behandelen.

Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 5
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2015/7, 2014/48, RvdJ 2014/47 en RvdJ 2014/32
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en D.

CONCLUSIE

De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 26 oktober 2015 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, ir. B.L. Hooghoudt, mw. H.M.M. Nietsch en H.P.M. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.