2015/15 deels-onzorgvuldig

Samenvatting

Op één onderdeel na heeft Hart van Nederland (SBS6) journalistiek zorgvuldig gehandeld in het item “Graffraude”. Er bestond voldoende aanleiding om over klagers te berichten op de wijze zoals is gedaan. Niet is gebleken dat de berichtgeving niet-waarheidsgetrouw of tendentieus was. Van een onevenredige aantasting van de privacy van klagers is geen sprake. Hart van Nederland heeft echter op journalistiek onzorgvuldige wijze wederhoor toegepast door niet de reactie te verwerken die door P. Bart en Uitvaartzorg Memoriam Walcheren (klagers) was verstrekt. De Raad doet de aanbeveling aan Hart van Nederland om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

P. Bart en Uitvaartzorg Memoriam Walcheren

tegen

de hoofdredacteur van Hart van Nederland (SBS6)

Mevrouw P. Bart heeft op 22 juni 2015 mede namens Uitvaartzorg Memoriam Walcheren te Middelburg (hierna gezamenlijk: klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het televisieprogramma Hart van Nederland (SBS6). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klagers en mevrouw S. Nortier, bedrijfsjurist van SBS Broadcasting B.V., van 19 juni en 15 juli 2015.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 21 augustus 2015. Namens Hart van Nederland waren daar mevrouw Nortier, de heer P. de Graag (verslaggever) en mevrouw S. Kolenbrander (juridisch medewerker) aanwezig. De heren R. van der Bovenkamp en A. Dirks, die in de bestreden uitzending zijn geïnterviewd, hebben als toehoorders de zitting bijgewoond. Klagers zijn niet op de zitting verschenen.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een opname van de uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 1 juni 2015 is in een aflevering van Hart van Nederland aandacht besteed aan klagers in een item met de kop “Graffraude”. Het item wordt door de presentatrices ingeleid als volgt:
“Als een dierbare is overleden is gezeur over geld wel het laatste waar je zin in hebt. Maar wie het Zeeuwse Memoriam als uitvaartondernemer heeft, ontkomt daar niet aan. In de gemeente Middelburg is het bedrijf al niet meer welkom, omdat het een spoor van ellende achterlaat.”
Hierna komen twee nabestaanden – de heren Van der Bovenkamp en Dirks – aan het woord, die vertellen over hun negatieve ervaringen met klagers. Het item wordt door een voice-over afgesloten met de tekst:
“Memoriam wil niet voor de camera reageren. Inmiddels is die in de gemeente Middelburg niet meer welkom.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers voeren aan dat in de uitzending ten onrechte is gekopt dat nabestaanden zijn opgelicht. Hart van Nederland heeft zich gebaseerd op uitspraken van ontevreden nabestaanden. Van oplichting is echter geen sprake, aldus klagers; dit kan alleen door een rechter in een strafrechtelijke procedure worden vastgesteld en dat is niet gebeurd. Het gaat hier slechts om een civiele kwestie, die niet kan leiden tot dergelijke schandalige aantijgingen of beschuldigingen.
Volgens klagers was de uitzending eenzijdig en tendentieus. Voor de beschuldigingen die zijn geuit door personen die met hen in conflict waren, bestond geen deugdelijke grondslag. Verder is de privacy van mevrouw Bart geschaad, doordat een foto van haar in beeld is gebracht. Bovendien is onvoldoende wederhoor toegepast. Een personeelslid van de onderneming is ‘terloops’ gebeld, toen een team van het programma al onderweg was naar Middelburg. Mevrouw Bart was op dat moment niet bereikbaar en is vervolgens niet fatsoenlijk in de gelegenheid gesteld haar reactie te geven.
Klagers concluderen dat zij op grove wijze zijn aangetast in hun eer en goede naam en dat hun belangen in zeer ernstige mate zijn geschaad.

Hart van Nederland schetst allereerst wat de aanleiding van de uitzending is geweest. Dankzij diverse publicaties van andere media, werd de redactie geattendeerd op (vermeende) oplichting van nabestaanden door de onderneming van klagers. Dat zijn ernstige praktijken waarover het publiek moet kunnen worden geïnformeerd. Het is de taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen. De redactie heeft bij de productie het maatschappelijk belang dat met de uitzending is gediend zorgvuldig afgezet tegen de belangen van klagers. Het item als zodanig had nieuwswaarde en er was een breed maatschappelijk belang bij uitzending ervan, dat in dit geval veel gewicht toekomt.
Ter voorbereiding op de uitzending heeft de redactie de berichten over de handelwijze van klagers geverifieerd middels gesprekken en ontmoetingen met de gedupeerde heren Van der Bovenkamp en Dirks, telefonisch contact met de gemeente Middelburg en uitgebreid telefonisch contact met de zakenpartner van mevrouw Bart. De communicatieadviseur van de gemeente Middelburg liet stellig weten dat de verstandhouding met de Uitvaarzorg allerminst goed is en dat de gemeente zelfs niet meer samen wenst te werken met het bedrijf. Verder bevestigde de communicatieadviseur bekend te zijn met 15 gedupeerde klanten en tevens dat het bedrijf de gemeente nog een bedrag van ongeveer € 20.000,-- verschuldigd is. Bovendien blijkt uit reacties van lezers op door Omroep Zeeland gepubliceerde artikelen dat diverse lezers slechte ervaringen hebben met dan wel negatieve verhalen kennen over de Uitvaartzorg. Het standpunt van klagers dat de redactie zonder nader onderzoek naar een deugdelijke grondslag (klakkeloos) beschuldigingen heeft geuit, is dus niet juist.
Verder meent Hart van Nederland dat de inkleding van het item op zodanige wijze is geschied, dat daardoor de privacy van mevrouw Bart niet onevenredig is geschaad. Haar naam noch die van haar zakenpartner wordt in de uitzending genoemd en ook haar woonplaats is niet vermeld. De foto van Bart is zichtbaar op de website van de Uitvaartzorg en is in die context in beeld gebracht door een zogeheten ‘scroll’ over de website. De foto schuift daarbij niet-beeldvullend en slechts enkele seconden door het beeld. De naam van de Uitvaartzorg is wél vermeld, aangezien het noemen van die naam een essentieel bestanddeel van de berichtgeving is.
Voor wat betreft het toepassen van wederhoor voert Hart van Nederland aan dat de redactie uitvoerig heeft gesproken met de zakenpartner van mevrouw Bart. De redactie mocht erop vertrouwen dat deze zeer wel in staat is om mede namens Bart het woord te voeren als vertegenwoordiger van de Uitvaartzorg. De zakenpartner stelde onder meer dat de verstandhouding tussen de Uitvaartzorg en de gemeente Middelburg uitstekend is en bestempelde de klachten van gedupeerde klanten als ‘smaad en gezeur’. Hij ontkende dat sprake is van oplichting en stelde dat de facturen verkeerd geadresseerd zijn door een fout van de gemeente Middelburg en een nieuw factureringssysteem. Toen de redactie hem confronteerde met de bedragen die de gemeente nog van de Uitvaarzorg tegoed heeft, antwoordde hij dat de bedragen allang waren betaald en dat hij daar bewijs van had. Hij liet echter na om dit bewijs te overleggen aan de redactie. Verder gaf de zakenpartner namens de Uitvaartzorg te kennen niet voor de camera te willen reageren op de aantijgingen. Ten slotte deelde hij mee dat hij niet verder inhoudelijk wilde reageren op advies van zijn advocaat. De redactie heeft nog een poging gedaan om over de kwestie in contact te treden en verder wederhoor te bieden door een bezoek te brengen aan het bedrijfspand van de Uitvaartzorg, maar dat bleek gesloten te zijn. Op de zitting voegt Nortier hieraan nog toe, dat het verhaal van de zakenpartner onsamenhangend was en dat hij eigenlijk niets kwijt wilde. Verder benadrukt zij dat de redactie hecht aan een reactie voor de camera.
Ten slotte wijst Hart van Nederland nog op recente ontwikkelingen in de kwestie, waaruit blijkt dat de gemeente Middelburg op dit moment onderzoekt of aangifte tegen de Uitvaartzorg kan worden gedaan van fraude of valsheid in geschrifte, dat de Uitvaartzorg inmiddels failliet is en dat op korte termijn een bijeenkomst van gedupeerden zal plaatsvinden.
Hart van Nederland concludeert dat het item op een journalistiek zorgvuldige wijze is gemaakt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de uitzending is aandacht besteed aan het feit dat diverse voormalige klanten van klagers stellen door hen gedupeerd te zijn. Het kan maatschappelijk relevant en journalistiek geboden zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar mogelijk onoirbaar handelen door klagers. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen. Uit dat wat in de uitzending naar voren is gebracht en wat door Hart van Nederland is aangevoerd, maakt de Raad op dat voor de in de uitzending aan het adres van klagers geuite beschuldigingen voldoende grondslag bestond. Hart van Nederland heeft aannemelijk gemaakt dat de redactie deugdelijk onderzoek heeft verricht en daarbij diverse, onafhankelijke bronnen heeft geraadpleegd. Verder heeft de Raad in eerdere zaken bepaald dat een journalist zich bij het hanteren van de kwalificatie ‘oplichting’ niet hoeft te beperken tot gedragingen waarbij sprake is van oplichting in strafrechtelijke zin. Niet is gebleken dat de berichtgeving over klagers niet-waarheidsgetrouw of tendentieus is.

Bovendien is het niet zonder meer journalistiek onzorgvuldig indien in een uitzending waarin een misstand aan de kaak wordt gesteld, de naam van de betrokken onderneming wordt vermeld. Het was in dit geval van maatschappelijk belang om de naam van de Uitvaartzorg te vermelden, aangezien het bedrijf een essentiële rol speelt in de aan de orde gestelde kwestie. De naam van Bart is niet vermeld, terwijl haar foto slechts kort en als onderdeel van de website van de Uitvaartzorg in beeld is gebracht. Hart van Nederland heeft op verantwoorde wijze de belangen van klager afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend. Er is geen grond voor de conclusie dat de privacy van klagers onevenredig is geschaad.

Ten aanzien van het toepassen van wederhoor deelt de Raad het standpunt van Hart van Nederland dat de reactie van de zakenpartner van Bart tevens als een reactie van klagers mocht worden beschouwd. De Raad vindt het echter niet aannemelijk dat het verhaal van de zakenpartner zodanig onsamenhangend was, dat die reactie niet op een voor de kijker begrijpelijke manier in de uitzending weergegeven had kunnen worden. De Raad heeft er begrip voor dat de redactie de voorkeur geeft aan een reactie ‘voor de camera’. Dat neemt niet weg dat als een betrokkene die in de uitzending wordt beschuldigd, niet voor de camera wil verschijnen maar wel op een andere wijze op de beschuldigingen heeft gereageerd, die reactie zo mogelijk in de uitzending moet worden verwerkt. In dit geval had bijvoorbeeld in een voice-over en/of een in beeld gebrachte tekst vermeld kunnen worden dat en waarom de zakenpartner van Bart – mede namens klagers – de beschuldigingen betwist. Door dit na te laten heeft Hart van Nederland niet fair en daarmee journalistiek onzorgvuldig tegenover klagers gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.2, B.3 en C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2013/31, RvdJ 2011/2, RvdJ 2010/14, RvdJ 2009/41 en RvdJ 2003/48

CONCLUSIE

Hart van Nederland heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld door de reactie van klagers niet in de uitzending te verwerken. Verder was de handelwijze van Hart van Nederland journalistiek zorgvuldig.

De Raad doet de aanbeveling aan Hart van Nederland om bij voorkeur in een uitzending aan deze beslissing aandacht te besteden en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op haar website te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 13 oktober 2015 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. M.J.H. Doomen, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.