2014/7 zorgvuldig

Samenvatting

In het artikel van de Stentor met de kop “Zaak over meenemen kind uit […] naar Duitsland van tafel” is als feit vermeld dat klager een kind van één jaar had meegenomen naar Duitsland, terwijl het jongetje op dat moment onder toezicht van zijn moeder stond. De redactie van de Stentor had zich daarbij alleen gebaseerd op een dagvaarding van het OM en geen navraag gedaan of wederhoor toegepast. Door deze partijdige werkwijze was de berichtgeving niet waarheidsgetrouw. De krant – i.c. adjunct-hoofdredacteur J. Lodewijks – heeft erkend een fout te hebben gemaakt en heeft in de rubriek ‘Correcties & aanvullingen’ de onvolledige berichtgeving op een passende wijze rechtgezet. Daarmee heeft de Stentor alsnog journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 

 
tegen
 
J. Lodewijks en de hoofdredacteur van de Stentor
 
De heer X (klager) heeft op 12 september 2013 online een klacht met drie bijlagen ingediend tegen J. Lodewijks en de hoofdredacteur van de Stentor. Vervolgens heeft hij in een e-mail van 18 september 2013 zijn klacht verder toegelicht. J. Lodewijks, adjunct-hoofdredacteur, heeft op 11 oktober 2013 geantwoord in een brief met een bijlage. Klager heeft daarop nog gereageerd in een e-mail van 4 november 2013 met een bijlage.
 
De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 8 november 2013 in aanwezigheid van Lodewijks. Klager was niet aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 5 september 2013 verscheen in de Stentor een artikel met de kop “Zaak over meenemen kind uit […plaats…] naar Duitsland van tafel”, waarbij klager de in het artikel bedoelde man is. Het artikel bevat de volgende passage:
“De zaak tegen een 41-jarige man die verdacht wordt van het zonder toestemming meenemen van een kind uit […plaats…] naar Duitsland, is van tafel. Omdat justitie in het buurland de zaak seponeerde, mag het Openbaar Ministerie in Nederland de zaak niet opnieuw voor de rechter brengen. Dat oordeelde de politierechter in Zutphen woensdag. Het jongetje was 1 jaar oud toen [X] hem op 1 juli 2010 meenam uit […plaats…] naar […plaats…], waar hij woont. De jongen stond echter sinds 29 juni dat jaar onder toezicht van zijn moeder. Dit na een beslissing van het gerechtshof in Arnhem. De jongen verbleef in […plaats…] tot hij ontdekt werd, op 9 juli 2010. In augustus vorig jaar moest X al voor de rechter in Zutphen verschijnen. De zaak werd toen aangehouden omdat onduidelijk was of justitie in Duitsland ook tot vervolging over zou gaan. Twee dagen na die zitting stuurde zijn raadsvrouw een brief naar de rechtbank met daarin de mededeling van de Duitse officier van justitie dat deze de zaak geseponeerd had.”
 
Op 13 september 2013 plaatste de Stentor in de rubriek ‘Correcties & aanvullingen’ een bericht met de kop “Ouderlijk gezag”. Dat bericht luidt:
“Het artikel van 5 september in deze krant over het meenemen van een kind naar Duitsland berust deels op onvolledige informatie, omdat deze was gebaseerd op de inhoud van de dagvaarding die het Openbaar Ministerie had uitgebracht. Omdat de zaak niet inhoudelijk is behandeld, is de visie van de advocaat van de familie/vader op de dagvaarding niet naar voren gekomen. De advocaat van de familie stelt dat de vader bevoegd zou zijn om zijn kind mee te nemen naar Duitsland, omdat de vader wel zou beschikken over het ouderlijk gezag en het kind in Duitsland woonde.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat het artikel van 5 september 2013 zonder wederhoor is geplaatst, nadat de zaak in ongeveer vijf minuten door de politierechter is behandeld. Volgens hem is de berichtgeving onjuist en suggestief. Ten onrechte is nergens vermeld dat het kind zijn zoon is en dat hij beschikte over het ouderlijk gezag, waardoor hij bevoegd was zijn kind mee te nemen naar Duitsland. Vanwege dit ouderlijk gezag was het Openbaar Ministerie in Duitsland van mening dat hij niet strafbaar handelde en is de zaak daarom geseponeerd. De berichtgeving is ten onrechte alleen gebaseerd op de inhoud van de dagvaarding die het Openbaar Ministerie in Nederland had uitgebracht. Volgens klager heeft de krant die dagvaarding ten onrechte als bron van waarheid beschouwd en deze ook nog onjuist weergegeven. Klager heeft de beschuldiging niet kunnen weerspreken, omdat de zaak op de zitting van de politierechter niet inhoudelijk is besproken. Hij vindt dat de krant wederhoor had moeten toepassen en zijn kant van het verhaal in het artikel had moeten verwerken. Verder meent hij dat de zaak geen nieuwswaarde had, gezien de gang van zaken bij de politierechter en het feit dat de gebeurtenissen al drie jaar geleden hebben plaatsgevonden. Door het artikel van 5 september 2013 is zijn goede naam aangetast en daarom heeft hij om een rectificatie verzocht. Volgens hem heeft Lodewijks erkend dat de krant een fout heeft gemaakt. Maar dit blijkt onvoldoende uit het bericht van 13 september, dat zonder zijn goedkeuring is gepubliceerd.
 
Lodewijks stelt dat de zaak van klager weliswaar op de zitting van de politierechter niet inhoudelijk is behandeld, maar dat de verslaggever toch een artikel heeft geschreven omdat het een vervolgzitting betrof en de zaak tijdens die zitting werd afgerond. In het artikel van 5 september 2013 is duidelijk gemaakt dat klager niet wordt vervolgd. Bovendien is hij voor de gemiddelde lezer niet herkenbaar. Na plaatsing van het artikel heeft Lodewijks veelvuldig contact gehad met de vader van klager, die hem informeerde over de ingewikkelde gezinsomstandigheden van zijn zoon. Hierdoor kwam Lodewijks tot de conclusie dat wederhoor had ontbroken. In een ‘normaal’ verslag van een zitting was de advocaat van een verdachte aan het woord gekomen, maar dat was nu niet gebeurd.
Vervolgens heeft Lodewijks contact gehad met de advocaat van klager over de publicatie van een rectificatie c.q. aanvulling. Daarbij heeft Lodewijks geprobeerd duidelijk te maken dat de krant niet ‘onjuist’ maar ‘onvolledig’ heeft bericht. Door alsnog volledigheid na te streven wilde hij de familie recht doen. Met de advocaat kon hij geen overeenstemming bereiken over de tekst van het vervolgbericht, met name wat betreft het gebruik van de woorden ‘onjuist’ of ‘onvolledig’. Daarom besloot de krant uiteindelijk tot plaatsing van het bericht van 13 september, zonder de instemming van klager c.q. diens advocaat. Lodewijks meent dat met die publicatie recht is gedaan aan de journalistieke uitgangspunten van hoor en wederhoor. In het bericht is vermeld dat de krant dat uitgangspunt in eerste instantie niet heeft nageleefd. Verder merkt Lodewijks op dat in de rechtszaak het ouderlijk gezag een ‘betwist punt’ is. De krant kan niet beoordelen welke partij gelijk heeft. Ook de rechter heeft zich daarover niet uitgesproken. Dat klinkt door in de tekst, waarin nu de standpunten van beide partijen zijn opgenomen. Volgens Lodewijks is in het bericht van 13 september de onvolledigheid van het artikel van 5 september hersteld (en erkend) en aan de lezer kenbaar gemaakt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat de redactie vrij is in de selectie van nieuws en dat het de krant vrijstond om over de rechtszaak te publiceren.
Verder kan de Raad niet vaststellen of de weergave van de dagvaarding onjuist is – zoals klager heeft gesteld – omdat de dagvaarding niet bij de stukken was gevoegd. Klager heeft overigens ook niet concreet gemaakt op welke punten de dagvaarding onjuist zou zijn weergegeven. Dat neemt niet weg dat in het artikel als feit is vermeld dat klager een kind van één jaar oud heeft meegenomen naar […plaats…] (Duitsland), terwijl het jongetje op dat moment onder toezicht van zijn moeder stond. De krant heeft zich bij deze berichtgeving alleen gebaseerd op de dagvaarding. Omdat de zaak op de rechtszitting niet inhoudelijk is behandeld, kwam de visie van (de advocaat van) klager daar niet aan bod. Daarom had de redactie voorafgaand aan de publicatie nader onderzoek moeten doen of wederhoor moeten toepassen. Dat is niet gebeurd. Hierdoor is de berichtgeving eenzijdig en daarmee niet waarheidsgetrouw.
 
De krant heeft erkend dat zij een fout heeft gemaakt door in het artikel van 5 september 2013 de visie van klager niet weer te geven en heeft dit op 13 september 2013 rechtgezet. In gevallen als deze, waarin een rechtzetting is gepubliceerd, moet de Raad beoordelen of daarmee de eerdere onzorgvuldigheid in voldoende mate is hersteld.
 
Volgens de Raad is dat gebeurd. In de aanvulling heeft de redactie ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat het artikel van 5 september 2013 onvolledig was, omdat daarin de visie van klager ontbrak. Ook is vermeld dat klager de visie van het Openbaar Ministerie over het ouderlijk gezag bestrijdt. Het zou de redactie hebben gesierd als zij in de rechtzetting zou hebben uitgesproken dat zij de gang van zaken betreurt. Dat zij dat niet heeft gedaan, betekent echter niet dat zij daarmee unfair tegenover klager heeft gehandeld.
 
Lodewijks en de Stentor hebben de onvolledige berichtgeving van 5 september 2013 op een nauwgezette en in de journalistiek passende wijze aangevuld met het bericht van 13 september 2013 en daarmee uiteindelijk journalistiek zorgvuldig gehandeld.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.2., 2.3.1., 2.2.5. en 6.1.
 
CONCLUSIE
 
Lodewijks en de Stentor hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 30 januari 2014 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, mw. dr. Y.M. de Haan, drs. G.J.P. Kloosterhuis en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.