2014/6 zorgvuldig

Samenvatting

De Stentor en journalist R. Touker hebben in het artikel “Kampenaren op ‘pedofielenjacht’” journalistiek gezien niet onzorgvuldig bericht over de rol van klager als advocaat bij een rechtszitting van een strafzaak. Touker mocht een – voor klager onaangename – duiding geven aan de gang van zaken op de zitting. Het was ook niet nodig om een reactie van klager in het artikel op te nemen. 

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
mr. S.F.J. Smeets
 
tegen
 
R. Touker en de hoofdredacteur van de Stentor
 
De heer mr. S.F.J. Smeets te Amsterdam (klager) diende op 23 augustus 2013 een klacht in tegen R. Touker en de hoofdredacteur van de Stentor door middel van een brief met twee bijlagen. J. Lodewijks, adjunct hoofdredacteur, heeft op 11 oktober 2013 per brief op de klacht geantwoord. Klager heeft daarop nog gereageerd in een brief met bijlage van 18 oktober 2013.
 
De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 8 november 2013. Klager is niet verschenen. Namens de Stentor was Lodewijks aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 22 augustus 2013 verscheen op de website www.destentor.nl een artikel met de kop “Kampenaren op ‘pedofielenjacht’”. Het artikel bevat de volgende passages:
“Aanvankelijk was het de bedoeling om de strafzaak donderdag inhoudelijk te behandelen, maar omdat de officier van justitie betrokken raakte bij een verkeersongeval lukte dat niet. Dat was vooral tegen het zere been van de Amsterdamse advocaat Sidney Smeets, die K. bijstaat. Hij was van mening dat de inderhaast geregelde plaatsvervangende aanklager de zaak maar moest behandelen. “Ik krijg ook te horen dat ik meteen een kantoorgenoot moet regelen als ik verhinderd ben. Dat moet het OM dan ook maar doen.”
en
“Volgens Smeets was de rol van de aanklager niets meer dan het voorlezen van het requisitoir. Deze onjuiste voorstelling van de gang van zaken leverde de advocaat een tik op de vingers van de voorzittend rechter op. De rechtbank besloot de zaken aan te houden. Omdat dezelfde Smeets de gehele maand september verhinderd is, wordt dat niet eerder dan oktober. Smeets en de advocaat van O. vroegen de rechtbank daarop het voorarrest van hun cliënten te schorsen dan wel op te heffen, maar dat werd na ampel beraad afgewezen, zeer tegen de zin van de familieleden van beide verdachten. Advocaat Smeets toonde zich een slecht verliezer en begon zomaar en op luide toon een agent van de parketpolitie uit te foeteren die de families van de verdachten verzocht de zaal te verlaten. “Een advocaat onwaardig,” zo reageerde een collega-advocaat.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager vindt dat Touker feitelijke onjuistheden heeft opgeschreven en dat hij dat op een zeer tendentieuze wijze heeft gedaan. Van journalistieke objectiviteit is geen sprake. Zo blijkt uit het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank dat wat hij zou hebben gezegd over de rol van de officier, onjuist is verwoord. Dit geldt ook voor de reactie van de voorzitter van de rechtbank daarop: er zijn onjuiste bewoordingen gebruikt en hij is ten onrechte als ‘slecht verliezer’ gekwalificeerd. In het artikel is niet vermeld dat de rechtbank hem ten aanzien van een van de vier feiten gelijk gaf en de voorlopige hechtenis voor dat feit heeft opgeheven. Daarnaast stond het incident met de parketwachter geheel los van de zitting en de uitspraak. Klager vond dat de familie afscheid moest kunnen nemen van zijn cliënt, maar de parketwachter stond dat niet toe. Daar heeft hij wat van gezegd. Hij begon dus niet ‘zomaar’ de betreffende parketwachter ‘uit te foeteren’. Voorts kwam het niet alleen door hem dat in september geen zitting kon plaatsvinden, maar was dat het gevolg van de verhinderdata van alle betrokken advocaten. Ten slotte stelt klager dat Touker heeft geweigerd enig commentaar van hem op te nemen.
 
De Stentor vindt dat het hier gaat om een feitelijk verslag van een zitting bij de rechtbank, met aandacht voor hoor en wederhoor. De journalist heeft de gang van zaken, de emotionele taferelen en de sfeer op de zitting beschreven en daaraan een duiding gegeven. Het incident na de zitting is in het artikel meegenomen, omdat het een uitzonderlijke situatie betrof en tekenend was voor de sfeer op de zitting. Klager bestrijdt ook niet dat de gebeurtenis heeft plaatsgevonden, zijn interpretatie is anders dan die van Touker. Dit geldt ook voor het vinden van een nieuwe zittingsdatum. Feit is dat de zaak is aangehouden. In de sfeer van het verhaal is een kwalificatie als ‘slecht verliezer’ te rechtvaardigen. Het optreden en gedrag van klager konden zo worden geduid, binnen de context van het rechtbankverslag.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Het artikel bevat de observaties van journalist Touker tijdens een openbare zitting van de rechtbank. Hij beschreef en gaf duiding aan wat tijdens deze zitting heeft plaatsgevonden en hoe klager zich heeft gedragen.
Het is begrijpelijk dat de door de krant gekozen invalshoek voor klager onaangenaam is. Gezien het door klager overgelegde proces-verbaal van de zitting, hadden bepaalde elementen in de verslaggeving wellicht op een voor hem minder negatieve wijze verwoord kunnen worden.
 
Volgens de Raad is echter niet een zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de gang van zaken gegeven, dat daarmee geen sprake meer is van waarheidsgetrouwe berichtgeving. In het kader van verslaggeving over rechtszaken is immers toelaatbaar dat standpunten van betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt.
 
Verder hoeft een journalist bij berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van openbare bijeenkomsten, in beginsel geen wederhoor toe te passen. Klager heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het artikel zijn belang zodanig raakt dat wederhoor toch was geboden. Het is daarom niet unfair dat in het artikel geen commentaar van klager is opgenomen.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.2. en 2.3.4.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2013/47, RvdJ 2012/41
 
CONCLUSIE
 
Touker en de Stentor hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 30 januari 2014 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, mw. dr. Y.M. de Haan, drs. G.J.P. Kloosterhuis en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.