2014/50 onzorgvuldig

Samenvatting

W.G.H.M. van der Putten en Brancheblad Uitvaartzorg hebben met het publiceren van het artikel “Dela begraaft zelf voor de hoogste prijs” journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Zij hebben te suggestief en niet waarheidsgetrouw over DELA (klaagster) bericht. Bovendien is ten onrechte geen wederhoor toegepast. Het aanbod tot het plaatsen van een ingezonden brief in combinatie met het publiceren van een vervolgartikel was onvoldoende om de nadelen voor klaagster op een faire en passende wijze te herstellen. De Raad doet de aanbeveling aan Brancheblad Uitvaartzorg om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van  

DELA Holding N.V.

tegen

mr. W.G.H.M. van der Putten en de hoofdredacteur van Brancheblad Uitvaartzorg

Mevrouw mr. E.P. van Gelder-Koens heeft op 2 oktober 2014 namens DELA Holding N.V. (klaagster) een klacht ingediend tegen mr. W.G.H.M. van der Putten en de hoofdredacteur van Brancheblad Uitvaartzorg. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster, van Van der Putten en van mevrouw ir. M. Weijzen (hoofdredacteur) van 8, 27 en 28 oktober 2014 betrokken.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 14 november 2014. Namens klaagster zijn daar de heer M. Kersbergen (manager Corporate communicatie en marketing) en mevrouw Van Gelder-Koens (bedrijfsjurist) verschenen. Aan de zijde van het brancheblad waren de heer Van der Putten, mevrouw Weijzen en de heer Th.A.M. de Natris (uitgever) aanwezig. Het standpunt van klaagster is toegelicht aan de hand van een notitie.

DE FEITEN  

Op 7 september 2014 verscheen in Brancheblad Uitvaartzorg in de rubriek ‘juridisch’ een artikel van de hand van Van der Putten met de kop “Dela begraaft zelf voor de hoogste prijs”. De intro van het artikel luidt:
“Uitvaartverzekeraar Dela stuurde dit voorjaar voor de achtste keer een klacht over de hoogte van de tarieven van begraven de wereld in. Dela doet jaarlijks onderzoek naar de tarieven van gemeenten voor begraven en spreekt zorg uit over de stijging van de kosten. Maar zijn de tarieven van begraven wel zo hoog als Dela beweert?”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
“De kritiek van Dela vond ik afgelopen jaren altijd makkelijk. Begraafplaatsen hebben grote moeite om uit de kosten te komen. Uitvaartorganisaties (zoals Dela) hebben niet voor niets alleen crematoria…
Dela heeft echter een jaar geleden zowel het crematorium als de begraafplaats Den en Rust in Bilthoven overgenomen. (…) Wat het eerst opvalt, is dat Den en Rust graven aanbiedt voor bedragen waar andere begraafplaatshouders alleen van kunnen dromen, zoals 9810 euro en 24.720 euro. Dat zijn – voor zover mij bekend – de allerduurste graven van Nederland. Er zijn ook wel goedkopere graven. Een eenpersoonsgraf op de natuurbegraafplaats van Dela kost ruim 5000 euro. Het goedkoopste graf voor tien jaar op Den en Rust kost, inclusief onderhoud en een begraving, 3325 euro. Op een doorsnee gemeentelijke begraafplaats kost het goedkoopste algemene graf voor tien jaar, inclusief onderhoud en een begraving, tussen de 800 en 1200 euro. Dat is een fors verschil.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster voert aan dat het artikel niet alleen een tendentieuze titel heeft, maar dat ook de verdere inhoud tendentieus en suggestief is. Daarbij zijn de aangehaalde feiten en omstandigheden grotendeels onjuist en/of onvolledig. Zij licht haar standpunt toe aan de hand van een aantal concrete voorbeelden. Zo kent de begraafplaats Den en Rust alleen graven voor onbepaalde duur. De aangehaalde tarieven van 9.810 en 24.720 euro betreffen (exclusieve) familiegraven voor zes tot negen personen. Op de begraafplaats zijn ook standaardgraven beschikbaar. De vergelijking met prijzen van een algemene begraafplaats met de duur van tien jaar, is krom en tendentieus. Overigens heeft Dela na de overname van Den en Rust de tarieven van de standaardgraven verlaagd en betrokken nabestaanden hebben geld gerestitueerd gekregen. Na de overname en de tariefsaanpassing is Den en Rust goedkoper dan de gemeentelijke begraafplaats. Volgens klaagster waren deze gegevens gemakkelijk verifieerbaar. Zij merkt op dat zij voorafgaand aan de publicatie niet betrokken is bij het feitenonderzoek. Bovendien is zij op geen enkele wijze benaderd om op de voorgenomen inhoud te reageren. Volgens klaagster had wederhoor toegepast moeten worden, nu zij door het artikel wordt gediskwalificeerd. Van een column met een opiniërende, eenzijdig belichte inhoud, waarvoor andere journalistieke normen gelden, is geen sprake. Het gaat hier om een juridische rubriek van een (doorgaans) objectieve feitelijke aard en met een informatieve strekking. Aan de feitelijk correcte inhoud van een artikel in deze rubriek mag zelfs extra waarde worden gehecht.
Klaagster heeft om een passende rectificatie verzocht, maar het brancheblad heeft geweigerd daaraan mee te werken. Weliswaar is aangeboden om een ingezonden brief te publiceren, maar van die mogelijkheid heeft klaagster afgezien. Naar haar mening doet een ingezonden brief afbreuk aan de verantwoordelijkheid die Van der Putten en het brancheblad in acht dienen te nemen en is daarbij bovendien van een gelijkwaardige discussie geen sprake.

Van der Putten en het brancheblad stellen voorop dat sprake is van een column, die de persoonlijke mening van Van der Putten bevat. Het toepassen van wederhoor was dan ook niet nodig. Verder menen zij dat het in deze kwestie niet gaat om feitelijke onjuistheden die verwijtbaar ten onrechte in de column zijn vermeld, maar om de interpretatie van feiten en nuances. Van der Putten licht dit verder uitgebreid toe in zijn schriftelijke reactie op de klacht. Hij meent dat het grafkostenonderzoek van klaagster niet deugt en dat zij daarover persberichten heeft verspreid die tendentieus zijn in het gepresenteerde feitenmateriaal en de woordkeus. Overigens sluit Van der Putten niet uit dat op de begraafplaats Den en Rust graven inmiddels niet meer voor de duur van tien jaar worden verkocht.
Volgens Van der Putten en het brancheblad gaven de bezwaren van klaagster dan ook geen aanleiding voor een rectificatie, maar zijn deze wél stof voor een open en transparant debat. Daarom is aan klaagster aangeboden om op een hele pagina in een ingezonden brief haar bezwaren tegen de column te uiten en waarin Van der Putten de gelegenheid krijgt om daar weer op te reageren. Daarnaast wilde de redactie graag een vervolgartikel publiceren. Zij betreurt het dat klaagster aan deze oplossing niet wenste mee te werken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het bestreden artikel is opgenomen in de vaste rubriek ‘juridisch’. Uit de door partijen overgelegde stukken maakt de Raad op dat – gezien de opmaak en inhoud van de rubriek – (doorgaans) wordt beoogd de lezer te voorzien van objectieve, juridisch gerelateerde informatie. Niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een publicatie die wordt gekenmerkt door de kennelijk persoonlijke mening van de auteur, waarop de uitzondering van het beginsel van wederhoor van toepassing is. Aangezien klaagster in het artikel wordt gediskwalificeerd had Van der Putten vooraf wederhoor bij klaagster moeten toepassen en hij heeft dat ten onrechte niet gedaan. Deze handelwijze is niet fair en journalistiek onzorgvuldig.

Daarnaast heeft Van der Putten onder meer op een ongenuanceerde manier de prijzen van de duurste graven op Den en Rust in het artikel verwerkt. Verder heeft klaagster aannemelijk gemaakt dat zij op Den en Rust geen graven voor de duur van tien jaar verkoopt en dat de publicatie op dit punt feitelijk onjuist is. De Raad meent dat in het artikel in zijn geheel beschouwd onnodig suggestief en niet waarheidsgetrouw over klaagster is bericht.

Gezien de wijze waarop klaagster in de publicatie is neergezet, was het aanbod tot het plaatsen van een ingezonden brief van klaagster – waarin Van der Putten kon reageren – in combinatie met het publiceren van een vervolgartikel onvoldoende om de nadelen voor klaagster op een faire en passende wijze te herstellen.

Een en ander leidt tot de slotsom dat Van der Putten en het brancheblad journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.1., 2.3.1., 3. en 6.1.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2011/56
 
CONCLUSIE

W.G.H.M. van der Putten en Brancheblad Uitvaartzorg hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan Brancheblad Uitvaartzorg om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 16 december 2014 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, dr. H.J. Evers, drs. P. Olsthoorn, mw. J.R. van Ooijen en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.