2014/49 onzorgvuldig

Samenvatting

M. Boerefijn en Omroep Brabant hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld door ten onrechte te beweren c.q. de sterke indruk te wekken dat (ook) in de woning van klaagster verboden wapens zijn gevonden. Vanwege de niet waarheidsgetrouwe berichtgeving hadden Boerefijn en de omroep een passende rechtzetting behoren te publiceren. Dat hebben zij ten onrechte niet gedaan. De Raad doet de aanbeveling aan Omroep Brabant om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van  
 
X
 
tegen
 
M. Boerefijn en de hoofdredacteur van Omroep Brabant
 
Mevrouw X te [woonplaats] (klaagster) heeft op 24 augustus 2014 een klacht ingediend tegen M. Boerefijn en de hoofdredacteur van Omroep Brabant. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster van 30 oktober 2014 betrokken. H. Lemckert, hoofdredacteur, heeft in een brief van 9 september 2014 aan de Raad meegedeeld dat hij in deze specifieke zaak niet op de klacht zal reageren.
 
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 14 november 2014 in aanwezigheid van klaagster die werd vergezeld door mr. P.C. Schouten. Omroep Brabant was daar niet vertegenwoordigd.
 
DE FEITEN  

Op 13 augustus 2014 heeft verslaggeefster Boerefijn in een radio-uitzending van Omroep Brabant bericht over de vondst van een wapenarsenaal in [woonplaats] een dag eerder. Boerefijn heeft opnamen gemaakt vanuit de straat van de woning van klaagster, waarbij zij een van de omwonenden heeft geïnterviewd. Dit interview begint als volgt:
Boerefijn: “De overbuurman heeft een leuke hobby, hè?”
Omwonende: “Dat heb ik gehoord, ja.”
Boerefijn: “16 Brisantgranaten gevonden, een heel wapenarsenaal uit de tweede WO, de EOD moest erbij komen, politie, steenworpafstand van uw huis.”
 
Op diezelfde dag heeft Omroep Brabant een nieuwsapp geplaatst met de kop “Wapenarsenaal gevonden in woning [woonplaats], handgranaten onschadelijk gemaakt”. De intro van dit bericht luidde:
“In [woonplaats] is dinsdagmiddag een flink wapenarsenaal gevonden. Volgens omwonenden zijn twee huizen doorzocht. Een huis aan het [straatnaam1] en een in de [straatnaam2]. Een 51-jarige man en zijn 20-jarige zoon zijn aangehouden.”
 
Verder verscheen die dag op de website van Omroep Brabant een artikel met een (nagenoeg) gelijke tekst. Zes dagen later is de intro van dit artikel gewijzigd in:
“In de [straatnaam2] in [woonplaats] is dinsdagmiddag een flink wapenarsenaal gevonden. Een 51-jarige man en zijn 20-jarige zoon zijn aangehouden.”
Bovendien is verderop in de tekst de volgende zin opgenomen:
Ook een huis aan het [straatnaam1] werd doorzocht, maar hier werd niets gevonden.”
 
Klaagster woont in het bedoelde huis aan het [straatnaam1], haar ex-man in het huis in de [straatnaam2].
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster meent dat Boerefijn zeer onzorgvuldig te werk is gegaan door ten onrechte te berichten dat (ook) in haar huis wapenarsenaal was aangetroffen en daarover suggestieve vragen te stellen aan haar buren. Zij was ten tijde van de invallen op vakantie in het buitenland. Haar zoon heeft de politie binnen gelaten. In het huis van klaagster zijn geen wapens aangetroffen. Direct na haar thuiskomst heeft klaagster de omroep laten weten dat er veel dingen onjuist gepubliceerd waren. Boerefijn heeft telefonisch excuses aangeboden, het bericht op de website is aangepast en het radiofragment is van internet verwijderd, maar klaagster vindt dit onvoldoende. Zij heeft de indruk dat niemand nog eens het aangepaste stuk leest en meent dat de omroep een rectificatie had moeten plaatsen. Zij zou het rechtvaardig vinden als de omroep ook publiekelijk zou toegeven onjuist te hebben gehandeld, zodat haar naam wordt gezuiverd.
Op de zitting benadrukt klaagster dat dergelijke berichtgeving een grote impact heeft door de invloed van sociale media en internet. Dit brengt mee dat een rectificatie nu wenselijker is dan vroeger.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Uit de door klaagster overgelegde stukken maakt de Raad op dat Boerefijn en Omroep Brabant niet waarheidsgetrouw hebben bericht over de vondst van het wapenarsenaal in [woonplaats]. In hun berichtgeving van 13 augustus 2014 hebben zij ten onrechte beweerd c.q. de indruk gewekt dat (ook) in de woning van klaagster wapens zijn gevonden. Hierdoor is klaagster in een uitermate kwaad daglicht gesteld. Met hun berichtgeving hebben Boerefijn en de omroep journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
Vanwege de niet waarheidsgetrouwe berichtgeving hadden Boerefijn en de omroep een passende rechtzetting behoren te publiceren. Daarin hadden zij duidelijk moeten maken dat en waarom de berichtgeving van 13 augustus 2014 niet juist was. Weliswaar heeft Boerefijn persoonlijk haar excuses aan klaagster aangeboden, is het radiofragment van internet verwijderd en is het bericht op de website aangepast, maar dit alles heeft de nadelen voor klaagster onvoldoende kunnen wegnemen. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de aanpassing van het artikel op de website op geen enkele wijze als een rechtzetting is gepresenteerd. Bovendien vond de aanpassing pas zes dagen later plaats, toen het bericht al naar de achtergrond was verschoven. Met deze handelwijze is van een passende en faire rectificatie geen sprake.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.1., 1.5. en 6.1.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2014/5
 
CONCLUSIE
 
M. Boerefijn en Omroep Brabant hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
De Raad doet de aanbeveling aan Omroep Brabant om deze conclusie integraal of in samenvatting op haar website te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 16 december 2014 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, dr. H.J. Evers, drs. P. Olsthoorn, mw. J.R. van Ooijen en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.