2014/46 zorgvuldig

Samenvatting

H. Wansink en de Volkskrant hebben met de publicatie van het opiniestuk “’Politisering van Sint en Piet is het laatste waarop kinderen zitten te wachten’” niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Wansink mocht daarin zijn mening verkondigen ‘dat de Sinterklaastraditie iets met slavernij te maken zou hebben, weliswaar wordt betoogd door activisten tot en met de Verenigde Naties, maar zonder kennis van zaken.’ Het is voorstelbaar dat Stichting Nederland Wordt Beter (klaagster) zich hierdoor gegriefd voelt, maar van niet-waarheidsgetrouwe of partijdige berichtgeving is geen sprake. 

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van  

Stichting Nederland Wordt Beter
 
tegen
 
H. Wansink en de hoofdredacteur van de Volkskrant
 
De heer R.J. Minneboo heeft op 22 augustus 2014 namens Stichting Nederland Wordt Beter (klaagster) een klacht ingediend tegen H. Wansink en de hoofdredacteur van de Volkskrant. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en de Volkskrant van 27 augustus, 2 en 8 september 2014 betrokken.
 
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 19 september 2014. Namens klaagster waren daar de heer Minneboo (bestuurslid) en de heer R. Balai (lid van de Raad van Advies) aanwezig. Aan de zijde van de Volkskrant waren de heer Wansink (redacteur en lid van het commentaarberaad), mevrouw C. de Vries (managing editor en lid van de hoofdredactie) en mevrouw A. Kranenberg (ombudsvrouw) aanwezig.
 
DE FEITEN  

Op 18 augustus 2014 verscheen in de Volkskrant een opiniestuk van de hand van Wansink met de kop “’Politisering van Sint en Piet is het laatste waarop kinderen zitten te wachten’”. Het artikel bevat de volgende passage:
“Dat de Sinterklaastraditie iets met slavernij te maken zou hebben, wordt weliswaar betoogd door activisten tot en met de Verenigde Naties, maar zonder kennis van zaken.”
 
Naar aanleiding van deze publicatie heeft Minneboo namens klaagster nog diezelfde dag een ingezonden brief gestuurd, die niet is geplaatst maar is doorgestuurd naar Wansink. Daarnaast heeft Minneboo op 18 augustus 2014 telefonisch contact gehad met Wansink, maar dat gesprek heeft niet tot een oplossing geleid.
Verder heeft klaagster haar bezwaren in een e-mail van 18 augustus 2014 voorgelegd aan de ombudsvrouw van de Volkskrant en verzocht om een rectificatie. In haar e-mail schrijft klaagster onder meer:
“De VN en de activisten worden gesteund door de wetenschap. De Volkskrant negeert deze wetenschap (bewust?) en degradeert de activisten tot onwetende gevoelige ‘donkere Nederlanders’ die zonder kennis van hun eigen geschiedenis iets over deze geschiedenis te melden hebben. Dit is kwalijke witte bevoogding en neigt naar racisme.”
In haar reactie van 20 augustus 2014 heeft de ombudsvrouw onder meer het volgende aan klaagster geschreven:
“Er zijn inderdaad wetenschappers die Zwarte Piet in verband brengen met het Nederlandse slavernijverleden en ik kan dus ook begrijpen dat u deze zin als onjuist interpreteert. De commentator laat evenwel weten dat hij de zin niet als zodanig heeft bedoeld. Hij had geen wetenschappers voor ogen, maar uitsluitend activisten. Zo heeft hij het, naar zijn idee, ook opgeschreven. De formulering laat ruimte voor verschillende interpretaties. Dat is misschien te betreuren, maar het is geen fout. Ik zal deze zin dus niet rectificeren.”
Op verzoek van klaagster heeft de ombudsvrouw de bezwaren van klaagster ook nog voorgelegd aan de hoofdredacteur. Deze heeft in een e-mail van 21 augustus 2014 aan klaagster onder meer het volgende bericht:
“Ik kan mij wel voorstellen dat u valt over de zin: ‘Dat de Sinterklaastraditie iets met slavernij te maken zou hebben, wordt weliswaar betoogd door activisten tot en met de Verenigde Naties, maar zonder kennis van zaken.’ De auteur had beter kunnen opschrijven dat er binnen het wetenschappelijk discours verschil van mening bestaat over de origine van Zwarte Piet en in hoeverre de huidige gedaante van Zwarte Piet gevormd is naar een racistisch stereotype. Dat is een belangrijke discussie die gevoerd moet worden.
Het standpunt van de Volkskrant in dezen, zoals ook wordt verwoord in het gewraakte commentaar, is dat wij een verandering van de figuur Zwarte Piet toejuichen, mist deze verandering uit de maatschappij zelf komt en niet van bovenaf wordt opgelegd. (…)
Uw verwijt in uw mail en op facebook dat de Volkskrant zich in deze discussie racistisch opstelt is niet alleen makkelijk maar ook ridicuul. Racisme druist in tegen alles waar de Volkskrant voor staat. De Volkskrant heeft zich in deze noch in andere discussies racistisch uitgelaten.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster meent dat in het artikel is gesteld dat zij (en anderen met haar) ten onrechte beweert dat er een relatie bestaat tussen de Sinterklaastraditie en slavernij, ofwel dat zij dit beweert zonder kennis te hebben genomen van het onderzoek dat op deze relatie – of het ontbreken daarvan – wijst. Volgens klaagster moet de tekst van Wansink worden gelezen als de inname van een standpunt in deze kwestie, te weten dat een deel van de Sinterklaastraditie, Zwarte Piet, niets te maken heeft met het slavernijverleden. Klaagster stimuleert kennis van ons gedeelde verleden op het gebied van de geschiedenis van slavernij en kolonialisme, is voorstandster van een niet-raciale roetpiet en neemt deel aan het overleg over de Sinterklaasintocht in Amsterdam. Zij vindt dat door het artikel haar geloofwaardigheid wordt aangetast.
Volgens klaagster herbergt de gewraakte zin twee onwaarheden die geen van beide als opvatting kunnen worden gezien. Zij vindt dat een rectificatie op zijn plaats is, die inhoudt dat ten onrechte de suggestie is gewekt dat er geen wetenschappelijke aanwijzingen zijn om Zwarte Piet in verband te brengen met het slavernijverleden en dat ten onrechte is verklaard dat activisten die op dit verband wijzen, dit doen zonder kennis van zaken.
 
Wansink en de krant stellen daar tegenover dat het opiniestuk de opvatting van Wansink bevat, verwoord in een commentaar, waarover hij met klaagster van mening verschilt. Dit is geen grond voor rectificatie. Volgens Wansink wordt zijn opvatting door tal van wetenschappers gedeeld. Bovendien heeft hij bij het schrijven geen moment klaagster op het oog gehad. Dat zij zich geadresseerd voelt, is dan ook niet terecht.
Op de zitting lichten Wansink en De Vries nog toe dat voorafgaand aan de publicatie van dergelijke opiniestukken een commentaarberaad plaatsvindt, waarin een gezamenlijk standpunt wordt ingenomen. Daarmee gaat één persoon aan de slag, die het standpunt net wat prikkelender kan verwoorden en het stuk ondertekent. In het onderhavige geval wordt het standpunt door de krant gedeeld, maar is Wansink als enige verantwoordelijk voor de formulering ervan. Wansink benadrukt nog dat de hoofdlijn van zijn stuk is dat het Sinterklaasfeest moet evolueren, maar dat dit geen politieke kwestie zou moeten zijn.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat op grond van artikel 2 lid 1 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad een klacht moet worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’ en dat daaronder tevens wordt beschouwd een organisatie die door doelstelling en feitelijk handelen opkomt voor het in geding zijnde belang. De Raad is van oordeel dat klaagsters klacht past binnen haar doelstelling en dat zij daarom in dit geval als ‘rechtstreeks belanghebbende’ kan worden aangemerkt.
Verder stelt de Raad vast dat de klacht zich richt tegen een opiniestuk. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat het artikel de visie van Wansink op de kwestie bevat. In het artikel is op een journalistiek aanvaardbare wijze onderscheid gemaakt tussen feiten en meningen. Bovendien hoeft een journalist in een opiniestuk, dat zijn persoonlijke mening over een bepaald onderwerp behelst, niet alle aspecten over het door hem besproken onderwerp te behandelen.
 
De Raad vindt niet dat in het stuk de suggestie is gewekt dat er geen wetenschappers zijn die Zwarte Piet in verband brengen met het slavernijverleden. De mening dat activisten een dergelijk verband leggen zonder kennis van zaken, mag in een opiniestuk worden verkondigd. De formulering van Wansink was wellicht ongelukkig en het is voorstelbaar dat klaagster zich daardoor gegriefd voelt. De Raad begrijpt dan ook dat het voor klaagster teleurstellend is geweest, dat haar ingezonden brief niet is geplaatst. Van niet-waarheidsgetrouwe of partijdige berichtgeving is echter geen sprake en voor een rectificatie bestaat geen aanleiding.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat Wansink en de Volkskrant journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.4. en 6.1.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2011/59 en RvdJ 2010/46
 
CONCLUSIE
 
Wansink en de Volkskrant hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 31 oktober 2014 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, ir. B.L. Hooghoudt, mw. H.M.M. Nietsch en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.