2014/45 zorgvuldig

Samenvatting

P. Heesen en Dagblad De Limburger hebben in de artikelen “CDA-wethouder onder vuur” en “De wethouder zit niet in het dossier” journalistiek zorgvuldig bericht over een gemeenteraads-vergadering. In die vergadering is scherpe kritiek geuit aan het adres van H. Dinghs (klager). Het is dan ook begrijpelijk dat de berichtgeving voor klager pijnlijk is. Volgens de Raad is echter niet aannemelijk geworden dat in de artikelen een vertekend beeld of onzorgvuldige beschrijving is gegeven van wat op de raadsvergadering is gebeurd.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van  

H. Dinghs
 
tegen
 
P. Heesen en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger
 
De heer H. Dinghs te Evertsoord (klager) heeft op 10 juli 2014 een klacht ingediend tegen P. Heesen en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en de heer H. Driessen, chef redactie Noord- en Midden-Limburg van Dagblad De Limburger, van 19 en 26 juli, 21 augustus en 6 september 2014 betrokken.
 
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 19 september 2014 in aanwezigheid van klager die werd vergezeld door de heer W.J.G. Geraedts. Dagblad De Limburger was daar niet vertegenwoordigd.
 
DE FEITEN  

Op 13 februari 2014 verscheen in Dagblad De Limburger een artikel van de hand van Heesen met de kop “CDA-wethouder onder vuur”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Dinghs moest zich dinsdagavond tijdens de raadsvergadering verantwoorden voor fouten die hij had gemaakt tijdens juridische procedures rond de vestiging en uitbreiding van varkenshouderijen in Sevenum. In het ene geval was hij niet op de hoogte van belangrijke informatie en moest hij die uit deze krant vernemen. In het tweede geval had hij verzuimd bezwaarmakers uit de buurt te informeren over nieuwe ontwikkelingen, ofschoon dat nadrukkelijk was beloofd. ,,Ik zit niet in het dossier”, vertelde Dinghs ter verdediging.
De politieke partijen – het ‘eigen’ CDA uitgezonderd – hekelden de slechte communicatie. Dinghs werd tevens verweten dat hij burgers kapittelt die ongerust zijn over ongewenste ontwikkelingen in hun omgeving.”
en
“,,Het lijkt erop dat de gemeenteraad verkeerd wordt voorgelicht”, stelde Eric Beurskens van Essentie. Frank Spreeuwenberg van de SP oordeelde dat ,,het geeft te denken dat de wethouder de precieze grootte van het bouwblok uit de krant moet lezen”. PvdA-PK-fractieleider Richard van der Weegen betwijfelde of Dinghs werkelijk slecht geïnformeerd is. ,,De juiste maat stond al in tekeningen uit 2010.” Naar zijn oordeel veinst de wethouder een gebrek aan kennis, om medewerking te kunnen verlenen aan de plannen van de varkenshouder.
Dinghs beklemtoonde dat hij vorig jaar als tussenpaus werd benoemd na het vertrek van wethouder Leon Litjens en om die reden niet goed ingevoerd zou zijn.
De kritische fracties dienden geen motie van wantrouwen in.”
Diezelfde dag is in Dagblad De Limburger in de rubriek ‘Opinie’ een artikel van de hand van Heesen verschenen met de kop “De wethouder zit niet in het dossier”. Dit vervolgartikel bevat onder meer de volgende passages:
“Wethouder Huub Dinghs van Horst aan de Maas kreeg dinsdagavond forse kritiek van de politieke partijen. Hij had fouten gemaakt in twee gevoelige, juridische procedures omtrent de vestiging en uitbreiding van varkenshouderijen in Sevenum.”
en
“De beschuldigingen aan het adres van Dinghs waren niet mals. Hij had burgers geschoffeerd die het waagden bezwaar te maken tegen de uitbreiding van een bedrijf. Zijn dossierkennis liet ernstig te wensen over; belangrijke informatie moest hij uit de krant vernemen. De deeltijdwethouder liet zijn oren hangen naar collega-boeren. Hij wekte de schijn dat hij de gemeenteraad verkeerd had voorgelicht.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager meent dat beide artikelen feitelijk onjuist en tendentieus zijn. Hem worden als wethouder bepaalde fouten verweten, die hij niet heeft gemaakt. De aantijgingen aan zijn adres zijn des te opmerkelijker omdat in de betreffende dossiers sinds zijn aantreden geen besluiten meer zijn genomen. Als een kritische noot al gerechtvaardigd zou zijn, dan zou dat aan het adres van de gemeente moeten zijn en niet aan hem persoonlijk. Voor alle besluiten in de dossiers draagt klager de volledige bestuurlijke verantwoordelijkheid. Zijn grieven richten zich op de terugkerende aanvallen op zijn persoon. Er is kritiek geuit tijdens de raadsvergadering, al wordt deze in de publicaties sterk overdreven. Wat klager vooral verwijtbaar vindt, is dat zijn integriteit in twijfel is getrokken.
Vanwege het feit dat zijn tijdelijke wethouderschap in mei 2014 zou eindigen door de benoeming van een nieuw college van B&W vond klager het zorgvuldiger te wachten met het voorleggen van zijn klacht tot na die periode. Ook het risico van nog weer een (negatief) artikel weerhield hem op dat moment van een reactie. Direct na de beëindiging van zijn wethouderschap heeft hij een gesprek gehad met de krant met als doel dat een passende rectificatie zou worden geplaatst. Een aantal weken later heeft de adjunct-hoofdredacteur echter gemeld dat hij ‘niets meer kon doen’ vanwege de lange periode die inmiddels was verstreken na de publicaties. 
Op de zitting benadrukt klager nog dat de publicaties hem diep hebben geraakt. Het gaat hem vooral om de manier waarop een en ander nu is opgeschreven. Hij heeft zijn wethouderschap in de gemeente Sevenum mooi afgesloten, maar het positieve gevoel daarover is nu helemaal teniet gedaan.
 
Heesen en de krant stellen vast dat klager niet bestrijdt dat er kritiek tegen hem is geuit, maar dat hij het niet eens is met die kritiek. Volgens Heesen vonden tijdens de raadsvergadering alle partijen behalve het CDA dat klager verwijtbare fouten had gemaakt. Klager was als portefeuillehouder verantwoordelijk voor de dossiers. Hem werd onder meer persoonlijk aangerekend dat hij na zijn aantreden in 2013 omwonenden niet had geïnformeerd. Overigens was klager tot de gemeentelijke herindeling in 2010 wethouder van de gemeente Sevenum, die opging in Horst aan de Maas. In die hoedanigheid was hij toen al jarenlang bestuurlijk verantwoordelijk voor de dossiers.
De krant begrijpt dat klager niet blij was met de artikelen. Klager heeft er echter zelf – weliswaar onbedoeld en te goeder trouw – voor gezorgd dat hij er met de krant niet is uitgekomen. Doordat klager na de publicaties twee maanden heeft gewacht met daarop te reageren, heeft hij de krant alle journalistieke middelen uit handen geslagen. De krant zou de lezer een raadsel voorschotelen als na zo een ruime periode een interview met klager zou worden gepubliceerd. Als klager zich direct tot de krant had gewend, dan had hij voldoende ruimte gekregen voor zijn visie.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt vast dat de berichtgeving een weergave behelst van een gemeenteraadsvergadering. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat Heesen in het eerste artikel voornamelijk een beschrijving heeft gegeven van wat hij tijdens die vergadering heeft waargenomen en in het vervolgartikel zijn visie op de gebeurtenissen heeft geschetst.
 
In de gemeenteraadsvergadering is kennelijk scherpe kritiek aan klagers adres geuit. Het is dan ook begrijpelijk dat de berichtgeving voor klager pijnlijk is. Volgens de Raad is echter niet aannemelijk geworden dat Heesen in de artikelen een vertekend beeld of onzorgvuldige beschrijving heeft gegeven van wat op de raadsvergadering is gebeurd. Heesen heeft op een journalistiek aanvaardbare wijze onderscheid gemaakt tussen feiten en meningen. Daarbij heeft hij duidelijk gemaakt dat klager het met de geuite kritiek niet eens is.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat Heesen en Dagblad De Limburger waarheidsgetrouw hebben bericht en journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.1. en 1.5.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2014/20 en RvdJ 2013/47
 
CONCLUSIE
 
Heesen en Dagblad De Limburger hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 31 oktober 2014 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, ir. B.L. Hooghoudt, mw. H.M.M. Nietsch en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.