2014/43 zorgvuldig

Samenvatting

E. Strouwen en het Noordhollands Dagblad/Dagblad Zaanstreek hebben in het artikel “Verdubbeling nodig” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over roeivereniging Zaankanaries (klaagster). De door een lid van de vereniging verstrekte informatie is op een juiste wijze verwerkt en Strouwen was niet verplicht het artikel voor inzage aan de geïnterviewde toe te sturen. Verder is met de plaatsing van de ingezonden brief van klaagster de klacht op een correcte manier afgehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van  

Zaankanaries

tegen

E. Strouwen en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad/Dagblad Zaanstreek

Mevrouw A. Braakman heeft op 23 juni 2014 namens roeivereniging Zaankanaries te Wormer (klaagster) een klacht ingediend tegen E. Strouwen en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad/Dagblad Zaanstreek. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van de heer P. Hovestad, lid van de hoofdredactie, van 15 augustus 2014 betrokken.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 29 augustus 2014. Namens Zaankanaries waren daar mevrouw Braakman (voorzitter) en de heer A. Goutbeek (lid) aanwezig. Namens de krant zijn Strouwen en Hovestad verschenen.

DE FEITEN

Op 10 juni 2014 verscheen in het Noordhollands Dagblad/Dagblad Zaanstreek een artikel van de hand van Strouwen met de kop “Verdubbeling nodig” en de tussenkop “Noodklok klinkt bij roeivereniging Zaankanaries”. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Het bleef angstig leeg zaterdag in het clubhuis van De Zaankanaries. De maandelijkse open dag van de roeivereniging trok geen belangstelling. Tot groot verdriet van het bestuur. De vereniging bestaat momenteel uit veertig leden en pas als zo’n 75 personen contributie betalen worden de kosten gedekt. Momenteel legt (het bedrijf van) penningmeester Willem van den Berg het verschil bij. ,,Maar die situatie kan natuurlijk niet nog heel lang voortduren”, luidt Piet Kempenaar – in de regio bekend als molenaar van De Kat – de noodklok.”

Na de publicatie heeft mevrouw Braakman zich namens Zaankanaries tot de redactie gewend en de bezwaren tegen het artikel kenbaar gemaakt. Vervolgens is op 14 juni 2014 in het Noordhollands Dagblad/Dagblad Zaanstreek een ingezonden brief van Braakman geplaatst in de rubriek ‘Lezers schrijven’ onder de kop “Zaankanaries”. Deze brief bevat onder meer de volgende passages:
“In het sombere geluid dat doorklinkt in het artikel van dinsdag 10 juni in het sportkatern van Dagblad Zaanstreek herkennen wij ons als Zaankanaries niet. De ledengroei van 24 (eind mei) tot 43 (heden) is voor sportverenigingen ongekend.”
en
“Onze inkomsten zijn al ruim kostendekkend, waardoor er zelfs geïnvesteerd wordt.”
en
“Wij beschikken over een groot botenbestand. Zaankanaries kunnen allemaal tegelijk het water op. Gezien het percentage niet-roeiende Zaankanters, is er ruimte voor groei. Zaankanaries kan qua aantal boten en instructeurs die groei opvangen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster meent dat in het artikel ten onrechte een negatief beeld is geschetst van een groep rebellerende weglopers die zelf een vereniging zijn begonnen waar niemand op afkomt en die op sterven na dood is. Dit beeld is volkomen vervormd en niet gebaseerd op zo volledig mogelijke feiten. Bij de publicatie zijn de belangen van de vereniging niet voldoende overwogen dan wel verkeerd ingeschat. Door het artikel is het imago van klaagster ernstig geschaad. Dit blijkt uit de negatieve reacties van mensen die het artikel hebben gelezen.
Verder voert klaagster aan dat de heer Kempenaar geen weloverwogen besluit heeft kunnen nemen om aan het artikel mee te werken. De aanleiding voor het artikel was een min of meer toevallig telefoongesprek tussen Kempenaar en Strouwen. Kempenaar belde met de redactie om te vragen of het ingezonden stuk over het aanstaande Open Huis was ontvangen en zou worden geplaatst. Kempenaar is een enorme prater en begon meteen enthousiast te vertellen over de vereniging. Hij zei dat de vereniging graag publiciteit zou willen en heeft ongetwijfeld ook veel dingen gezegd die in het artikel staan. Maar als hij had geweten dat het artikel deze lading mee zou krijgen, dan zou hij nooit hebben meegewerkt. De woorden van Kempenaar zijn uit de context geplaatst. Er zijn flarden uit het gesprek gebruikt, waarbij Strouwen selectief te werk is gegaan en ervoor heeft gekozen een negatief beeld te schetsen. Uit het hele verhaal van Kempenaar is een zorgelijke situatie geschetst, terwijl de vereniging dat helemaal niet zo ziet. Daarbij komt dat geen inzage vooraf is verstrekt om feitelijke onjuistheden te kunnen corrigeren of onduidelijkheden weg te kunnen nemen.
Ten slotte vindt klaagster dat de krant niet ruimhartig is omgegaan met het rechtzetten van het onvolledige en juiste beeld. Naar aanleiding van het artikel heeft voorzitter Braakman contact gehad met Strouwen, die de onvrede van de vereniging betreurde maar het zelf anders zag. Hij bood aan een ingezonden brief te publiceren in de krant van 14 juni 2014. Daarbij is alleen gesproken over het aantal van 250 woorden, er zijn geen andere voorwaarden gesteld. Vervolgens heeft Braakman een brief van 253 woorden ingestuurd, die Strouwen vervolgens heeft ingekort en gewijzigd. Klaagster meent dat een betrokken redacteur niet zelf een ingezonden brief zou moeten beoordelen en dat dus ook die handelwijze van Strouwen niet juist is geweest. Na het contact met Strouwen heeft Braakman nog een officiële klacht gestuurd naar de hoofdredactie, maar die neemt het op voor Strouwen, waardoor klaagster zich niet gehoord voelt.

Strouwen en de krant stellen daar tegenover dat het artikel niet het initiatief was van de redactie. Strouwen is herhaaldelijk gebeld door de heer Kempenaar, met het dringende verzoek te schrijven over Zaankanaries die dringend meer leden nodig zou hebben. Toen Kempenaar een goed handvat bood – de penningmeester legt het verschil bij – zegde Strouwen een publicatie toe en ontstond een redelijk standaard telefonisch interview. Tijdens het Open Huis is getracht een leuke foto bij het verhaal te maken. Het artikel is gebaseerd op de door Kempenaar namens de vereniging verstrekte informatie en op eigen waarneming tijdens het Open Huis. De ‘belangen’ van de vereniging zijn in die zin overwogen dat het artikel mede was bedoeld om Kempenaar en zijn vereniging een plezier te doen. De citaten zijn geenszins in een andere context geplaatst. Voor inzage vooraf bestond geen aanleiding en de krant is daartoe ook niet verplicht. Na de publicatie liet Kempenaar weten dat hij niet blij was met het artikel, wat ook de krant natuurlijk jammer vindt. Maar Kempenaar bevestigde ook dat de publicatie inhoudelijk correct was. Alleen het onderkopje met de ‘noodklok’ riep voor hem het negatieve beeld op. In dat verband wijzen Strouwen en de krant erop dat de Raad eerder heeft uitgesproken dat een kopje niet het complete verhaal kan bevatten, probeert de essentie weer te geven en de nevenfunctie mag hebben tot lezen te verleiden.
In de optiek van de krant is ten slotte aan Zaankanaries ruimhartig de gelegenheid geboden de eigen zienswijze te verwoorden. In de geplaatste brief is de essentie niet aangetast. Op de zitting benadrukt Strouwen dat hij – omdat hij in deze kwestie partij was – over het inkorten van de brief overleg heeft gehad met meerdere collega’s, onder wie zijn chef. Hij heeft beide versies van de brief aan hen voorgelegd en zijn collega’s bevestigden dat de essentie in stand bleef en onderstreepten de redenen om passages te schrappen. Hovestad voegt hieraan nog toe dat op geen enkele redactie – ook niet de centrale redactie – een aparte afdeling ingezonden brieven beoordeelt. Het is het beleid van de krant dat de verslaggever dit zelf afhandelt.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt vast dat de heer Kempenaar ten behoeve van klaagster de publiciteit heeft gezocht. Klaagster heeft niet betwist dat Kempenaar de in het artikel verwerkte informatie heeft verstrekt en heeft gezegd wat in het artikel aan hem is toegeschreven. Dit geldt wellicht niet voor de term ‘noodklok’, maar het is journalistiek gebruikelijk dat een (deel van een) artikel in een kop scherp wordt aangezet.

Het stond Strouwen bovendien vrij om te bepalen op welke wijze hij de informatie van Kempenaar in een artikel zou verwerken. Niet aannemelijk is geworden dat Strouwen daarbij een zodanig vertekend en onnodig negatief beeld van klaagster heeft geschetst of een onzorgvuldige weergave van de feiten heeft gegeven, dat daarmee geen sprake meer is van waarheidsgetrouwe berichtgeving.

Verder is een journalist niet verplicht om vooraf een artikel ter inzage toe te sturen, tenzij hij dit met de betrokkene is overeengekomen. Niet is gebleken dat Strouwen met Kempenaar hierover een afspraak heeft gemaakt en die niet is nagekomen.

Ten slotte meent de Raad dat de klacht van klaagster op een correcte wijze is afgehandeld. De ingezonden brief van klaagster is kort na het artikel geplaatst. Niet is gebleken dat met klaagster is afgesproken dat de brief onverkort zou worden gepubliceerd. Strouwen heeft de brief op een zorgvuldige wijze ingekort door dit te doen in overleg met zijn collega’s en daarbij de inhoudelijke essentie en toonzetting van de brief intact te laten. Voor de lezer is de boodschap van klaagster duidelijk: zij meent dat het artikel een sombere teneur heeft en is het daarmee niet eens.

Een en ander leidt tot de slotsom dat Strouwen en het Noordhollands Dagblad/Dagblad Zaanstreek journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.1., 1.2., 2.7.2. en 5.2.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2014/37

CONCLUSIE

Strouwen en het Noordhollands Dagblad/Dagblad Zaanstreek hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 23 september 2014 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. M.J. Rietkerk en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.