2014/42 zorgvuldig

Samenvatting

In het najaar van 2013 is in papieren edities van het AD in een reeks artikelen bericht dat klager door de politie Rotterdam zou zijn mishandeld. Klager, die hierover destijds zelf de publiciteit heeft gezocht, maakt er nu bezwaar tegen dat twee artikelen op de website van het AD zijn geplaatst met vermelding van zijn naam en de publicatie van zijn foto. Volgens klager kan het schadelijk zijn voor zijn carrière dat eenvoudig op internet kan worden gevonden dat hij in aanraking is gekomen met de politie. Volgens de Raad is dit onvoldoende om het belang van klager bij anonimisering van de artikelen zwaarder te laten wegen dan het publieke belang van betrouwbare en integere archivering.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van 

X

tegen

de hoofdredacteur van het AD

De heer X (klager) heeft op 12 juni 2014 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het AD. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en de heer drs. P.F.G. van den Bosch, plaatsvervangend hoofdredacteur, van 12, 14 en 22 augustus 2014 betrokken.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 29 augustus 2014. Partijen waren daar niet aanwezig.

DE FEITEN

Op 23 september 2013 verscheen in AD Groene Hart een artikel met de kop “Pak slaag van de politie” en de onderkop “Avondje uit eindigt voor rechtenstudent in de cel”. Diezelfde dag verscheen in AD Rotterdams Dagblad een artikel met de kop “Optreden van politie onder vuur”. Verder is op die dag een artikel op de website van het AD geplaatst onder de kop “’Meppende agenten’ Rotterdam onder vuur”.
Vervolgens verscheen op 24 september 2013 in AD Groene Hart een artikel met de kop “Aangifte tegen agent na geweld”.
Op 29 oktober 2013 verscheen in AD Groene Hart een artikel met de kop “[X]: ‘Onderzoek naar mishandeling niet serieus’”. Dit artikel is dezelfde dag ook geplaatst op de website van AD onder de kop “’Onderzoek na mishandeling door politie niet serieus’”.
Ten slotte verscheen op 15 februari 2014 in het AD nog een artikel met de kop “Agenten niet vervolgd”.

In de artikelen wordt bericht dat klager stelt door de politie Rotterdam te zijn mishandeld. Klager wordt in de publicaties bij naam genoemd en uitvoerig geciteerd. Bij een aantal artikelen zijn ook foto’s van klager geplaatst.

In een e-mail van 27 maart 2014 heeft klager aan het AD verzocht zijn achternaam te verwijderen uit de artikelen die op de website van het AD zijn geplaatst. In een e-mail van 2 juni 2014 heeft het AD dit verzoek afgewezen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat hij zich in september 2013 zelf tot de krant heeft gewend om zijn verhaal te doen. Waar het hem om gaat, is dat een aantal artikelen ook op de website van het AD is geplaatst. Dit is hem niet verteld en al helemaal niet dat daarin zijn naam zou worden vermeld. Doordat zijn naam ook in de online publicaties voorkomt, is hij gemakkelijk vindbaar op internet. Deze publicaties kunnen schadelijk zijn voor zijn carrière, omdat toekomstige werkgevers in deze (onvolledige) artikelen kunnen lezen dat klager te maken heeft gekregen met de politie. Klager heeft daarom aan het AD verzocht zijn achternaam uit de online-publicaties te verwijderen. De krant heeft dat geweigerd en daarom heeft hij nu een klacht bij de Raad ingediend. Klager meent dat het gebruik van zijn naam geen journalistiek doel dient; het maatschappelijk belang van de publicaties is dat de politie geweld gebruikt, zijn naam voegt daar niets aan toe en is onnodig gepubliceerd. Datzelfde geldt ook voor het online publiceren van zijn foto’s, ook daartegen maakt klager nu bezwaar.

Het AD stelt daar tegenover dat het online-archief zijn eigen integriteit heeft. Aanpassingen achteraf kunnen tot ongewenste geschiedvervalsing leiden, als het niet gaat om fouten of dwalingen. Bovendien tasten aanpassingen de compleetheid aan. De krant verwijdert een artikel níet van zijn site als dit ten tijde van de publicatie feitelijk juist en niet onrechtmatig was. Daarbij moet met de publicatie een maatschappelijk belang zijn gemoeid, dat groter is dan het betrokken privacybelang. Volgens de krant is het maatschappelijk belang van de publicaties evident. Klager heeft aangifte gedaan van mishandeling door de politie en heeft zelf de publiciteit gezocht om de vermeende misstand naar buiten te brengen. Klager heeft zich na de publicaties niet gemeld met een klacht; niet over het gebruik van zijn naam, niet over het verschijnen op internet, niet over de archivering. Dat vermelding op internet wellicht niet goed zou zijn voor zijn carrière, is blijkbaar pas later tot hem doorgedrongen. Dit is geen reden om de achternaam van klager uit de artikelen van de AD-site te verwijderen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht heeft weliswaar betrekking op publicaties uit het najaar van 2013, maar richt zich niet tegen die publicaties als zodanig. Klager maakt bezwaar tegen het niet-anonimiseren van de artikelen die op de website van het AD zijn geplaatst. De beslissing van het AD om de artikelen niet te anonimiseren is te beschouwen als een journalistieke gedraging in de zin van de statuten, zodat de Raad daarover kan oordelen.

De Raad stelt vast dat klager destijds zelf de publiciteit heeft gezocht en geen bezwaar heeft gemaakt tegen de publicatie van de artikelen. Bovendien constateert de Raad dat het in de huidige journalistieke praktijk gebruikelijk is dat artikelen zowel in de papieren versie als (soms in enigszins gewijzigde vorm) op de website van het nieuwsmedium verschijnen. Een betrokkene dient zich dan ook te realiseren dat als hij aan een publicatie meewerkt, deze publicatie ook op internet kan worden geplaatst.

De Raad onderkent het grote belang van een betrouwbare en integere archivering. Het publieke belang van zo volledig mogelijke, betrouwbare archieven waarvan de inhoud niet kan worden gewijzigd, weegt in beginsel zwaarder dan het belang dat personen kunnen hebben bij het verwijderen of anonimiseren van gearchiveerde artikelen met een voor hen onwelgevallige inhoud. Slechts in bijzondere gevallen kan dit maatschappelijk belangrijke principe wijken voor een privébelang. Daarvan is hier geen sprake.

Dat de publicaties voor de carrière van klager mogelijk nadelig zijn, is in dit geval onvoldoende om het belang van klager bij anonimisering van de artikelen zwaarder te laten wegen dan het publieke belang van het AD.

De Raad meent dat het AD integer en journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: 2.2.8.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2007/67 en RvdJ 2007/8

CONCLUSIE

AD heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 23 september 2014 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. M.J. Rietkerk en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.