2014/41 onzorgvuldig

Samenvatting

Het Friesch Dagblad heeft geconstateerd dat de slotalinea in het artikel “Strop door wal Schatzenburg” een ‘ongelukkige toevoeging’ is geweest. Door in het contact met klager te volstaan met deze constatering en klager niet verder tegemoet te komen, heeft de krant unfair en daarmee journalistiek onzorgvuldig gehandeld. De Raad doet de aanbeveling aan het Friesch Dagblad om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van 

B. Veerman

tegen

de hoofdredacteur van het Friesch Dagblad

De heer B. Veerman te Wjelsryp (klager) heeft op 27 mei 2014 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Friesch Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van de heer L. Kooistra, hoofdredacteur, van 19 augustus 2014 betrokken.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 29 augustus 2014 in aanwezigheid van klager, die zijn klacht verder heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Het Friesch Dagblad was niet vertegenwoordigd.

DE FEITEN

Op 23 april 2014 verscheen in het Friesch Dagblad een artikel met de kop “Strop door wal Schatzenburg”, dat gaat over het herstel van een geluidswal langs recreatiepark Schatzenburg. Het slot van het artikel luidt:
“Het park kwam in de afgelopen jaren veelvuldig in het nieuws door conflicten met de beheerder van de vakantiehuisjes op het park, Ron van Booma. Vorig jaar was er in eerste instantie sprake van dat het bad op het terrein niet meer open zou gaan. Van Booma was verwikkeld in een conflict met de gemeente en hij hield het bad lange tijd dicht. Het bad kon weer open nadat badeigenaar Piet Siderius via een kort geding wist te bewerkstelligen dat de beheerder moest vertrekken.”

Nadat klager zijn bezwaren over deze passage aan de krant had kenbaar gemaakt, heeft de plaatsvervangend chef van de regioredactie per e-mail aan klager bericht dat ‘de toevoeging van een alinea door een redactie (op basis van het archief) aan het artikel van een ander om het passend te maken, in dit geval inderdaad wellicht ongelukkig is’. Vervolgens heeft klager in twee e-mails verzocht om excuses en rectificatie, en heeft hij voorgesteld te bemiddelen bij een gesprek. Hierop heeft de plaatsvervangend chef aan klager bericht dat de krant de discussie als gesloten beschouwt en de mails van klager niet meer zal beantwoorden.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager legt uit dat ‘Schatzenburg’ een conglomeraat is van diverse onderdelen, dat bij de gemeente Menameradiel bekend is als Bestemmingsplan Schatzenburg. Binnen dit plan bevinden zich verschillende ondernemingen, die alle een eigen locatie/eigenaar/exploitant/ beheerder hebben. Eén van die ondernemingen is het Bungalowpark Schatzenburg, dat wordt geleid door bedrijfsleider Van Booma. Het Bungalowpark bestaat uit 220 kavels die eigendom zijn van 80 kaveleigenaren, onder wie klager. Het Bungalowpark was een aantal decennia geleden nog een camping. Rondom die camping bestonden in die tijd diverse problemen. Hij maakt er in het algemeen bezwaar tegen dat de krant zonder aanleiding teruggrijpt naar het verleden en daarover op onjuiste, ongenuanceerde wijze schrijft alsof het gaat om het Bungalowpark. In dit specifieke geval is zijn klacht gericht tegen het slot van het artikel over de kwestie met het zwembad. De passage heeft niets te maken met de rest van het artikel, dat is geschreven naar aanleiding van een persbericht over de geluidswal. Bovendien bevat de alinea diverse onjuistheden. Zo is op het terrein van het Bungalowpark geen bad aanwezig – het openluchtzwembad is een private onderneming die grenst aan het park – en de heer Van Booma oefent nog steeds zijn functie als bedrijfsleider van het Bungalowpark uit.
Klager betoogt dat hij, als kaveleigenaar, door de onzorgvuldige berichtgeving in zijn belangen wordt geschaad.

In zijn reactie op de klacht heeft de hoofdredacteur van het Friesch Dagblad erkend dat de toevoeging van de laatste alinea ‘ongelukkig’ is geweest en heeft hij daarvoor zijn excuses aangeboden. Volgens de hoofdredacteur is in de alinea weliswaar geen woord onwaar, maar de toevoeging was niet relevant voor het nieuws over het onderwerp van het artikel, te weten de perikelen rondom de geluidswal. Hij vindt wel dat de woede van klager groter is dan die ‘ongelukkige toevoeging’ kan bewerkstelligen en daarom disproportioneel is. In dat verband wijst hij op rechtszaken die over en naar aanleiding van ‘Schatzenburg’ dienen en op uitlatingen van de beheerder. Door die rechtszaken en uitlatingen worden de belangen van klager pas echt geschaad.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het Friesch Dagblad heeft erkend dat de slotalinea van het artikel van 23 april 2014 niet relevant was voor de berichtgeving over de geluidswal en geconstateerd dat de toevoeging van die alinea ‘ongelukkig’ was. Het had op de weg van de krant gelegen om in het contact met klager niet te volstaan met deze constatering, maar hem ruimhartiger tegemoet te komen. De redactie had ook direct excuses kunnen aanbieden – en niet pas in de reactie op de klacht bij de Raad – en met klager in gesprek kunnen treden over een mogelijke oplossing dan wel uit eigen beweging in de kolommen van de krant kunnen publiceren dat sprake was van een ‘ongelukkige toevoeging’. Door dit alles niet te doen maar in plaats daarvan in een e-mail aan klager de discussie te sluiten heeft de krant unfair en daarmee journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: 6.1.

CONCLUSIE

Het Friesch Dagblad heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan het Friesch Dagblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 23 september 2014 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. M.J. Rietkerk en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.