2014/4 onthouding-oordeel

Samenvatting

De Raad voor de Journalistiek kan geen conclusie geven over het artikel in De Telegraaf met de kop “In moskee geronselde jihadisten sturen sms: ‘We zien elkaar in de hemel terug’” De Telegraaf heeft niet op de klachten gereageerd. Daardoor kan de Raad niet beoordelen of de berichtgeving op een journalistiek zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Verder is niet duidelijk wat de beweegredenen van de krant zijn geweest om de achternaam van klagers en de voornaam van een van hen te vermelden.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klachten van

X en Y

tegen

de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brieven van 10 september 2013 met drie bijlagen en 18 september 2013 met vier bijlagen heeft mr. R.G. Groen, advocaat te Den Haag, namens X en Y (klagers) twee klachten ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf. De Telegraaf heeft niet op de klachten gereageerd.

De zaken zijn gezamenlijk behandeld op de zitting van de Raad van 22 november 2013 in aanwezigheid van klagers, die werden vergezeld door Z en hun gemachtigde mr. drs. A. Motia. Aan de zijde van De Telegraaf is niemand verschenen.

DE FEITEN

Op 25 maart 2013 is in De Telegraaf een artikel verschenen met de kop “In moskee geronselde jihadisten sturen sms: ‘We zien elkaar in de hemel terug’”. Het artikel is als volgt ingeleid:
“De jonge jihadisten die ten strijde zijn getrokken tegen president Assad, hebben vanuit Syrië een gezamenlijke sms gestuurd aan hun ouders, waarin staat dat ze elkaar in de hemel terug zien. Dit zeggen ongeruste familieleden van de groep jongens uit met name […woonplaats…], die vier weken geleden naar het oorlogsgebied zijn getrokken.”
Het artikel bevat verder de volgende passages:
“In het ‘sms-bombardement’ staat dat de groep, die via Duitsland en Turkije naar het oorlogsgebied is gereisd, ‘goed is aangekomen en vecht voor een goede zaak’. ,,Dit was een enorme schok omdat we beseften dat onze X echt bereid is om te sterven”, zegt een familielid van de 21-jarige X.”
en direct hierna onder de tussenkop “Geronseld”:
“De geradicaliseerde […woonplaats…] is tegelijk met twintig andere jongens onder de 23 jaar naar Syrië vertrokken. De groep, van wie een aantal criminele antecedenten heeft, ging regelmatig naar de moskee en is daar volgens diverse familieleden ook geronseld. ,,Bij vertrek hadden ze niets bij zich. Geen kleding, niks. In Turkije zijn alle paspoorten en telefoons afgepakt, waarna enkele dagen later de schokkende sms binnen kwam.””

HET STANDPUNT VAN KLAGERS

Klagers zijn de in het artikel genoemde X en zijn vader. Zij ervaren het beiden als zeer beschadigend en lasterlijk dat in het artikel hun achternaam in verband is gebracht met ‘jonge jihadisten die naar Syrië afreizen om ten strijde te trekken tegen president Assad’.
Volgens zoon X is er een verkeerd beeld over hem geschetst en staan er onjuistheden in het artikel. Hij ontkent met klem dat hij een jihadist is en hij distantieert zich van alle geuite beschuldigingen. Hij is naar Syrië vertrokken – overigens niet zonder kleding en paspoort – om hulp te verlenen. In de vijf maanden dat hij in Syrië is geweest, heeft hij geen contact met Nederland gehad, omdat de communicatie plat lag. Zijn reis had niets te maken met jihad. Bij terugkomst in Nederland is hij door de politie verhoord, maar die zag geen aanleiding tot nader onderzoek.
Klagers trekken in twijfel dat De Telegraaf met een familielid van hen heeft gesproken, zoals in het artikel is vermeld. Zij geloven niet dat een familielid deze onjuiste informatie aan de krant heeft verstrekt. De naam […achternaam van X en Y…] is in […woonplaats…] eenvoudig te herleiden, zeker in combinatie met de voornaam van zoon X. Klagers zijn regelmatig op het artikel aangesproken, wat zij als emotioneel belastend hebben ervaren. Zij voelen zich in hun privacy en goede naam aangetast en vinden het onzorgvuldig dat de krant niet op voorhand met hen in contact is getreden. Dit had, gelet op de inhoud van het artikel en de naamsvermelding, wel moeten gebeuren.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In het algemeen behoort een journalist wederhoor toe te passen bij een betrokkene die door een publicatie wordt gediskwalificeerd. In dit geval kan De Telegraaf niet zonder meer worden verweten dat zij niet in contact is getreden met vader of zoon […achternaam…]. Het artikel bevat geen beschuldigingen aan het adres van vader Y. Zoon X was ten tijde van de publicatie niet voor wederhoor beschikbaar, omdat hij in Syrië verbleef en naar eigen zeggen geen communicatiemiddelen tot zijn beschikking had. Niet is bekend op welke wijze ­  anders dan mogelijk via het vermelde familielid   De Telegraaf de beschuldigingen aan het adres van zoon X heeft geverifieerd.

Verder doet zich de vraag voor of de inbreuk op de privacy van klagers in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie.

Bij zijn beraadslaging is de Raad tot het inzicht gekomen dat de beoordeling van de klachten niet met de vereiste zorgvuldigheid kan geschieden. De Raad kan louter op basis van wat klagers hebben aangevoerd en de door hen overgelegde stukken onvoldoende beoordelen of de standpunten van klagers juist zijn.
De Telegraaf heeft ervoor gekozen niet op de klachten te reageren. Zij heeft de Raad dus geen informatie verschaft over de wijze waarop de berichtgeving tot stand is gekomen en de beweegredenen om de voor- en achternaam van zoon X in de publicatie te vermelden. De Raad betreurt deze houding, omdat daarmee een onafhankelijke journalistieke toetsing van de handelwijze van de krant ernstig wordt bemoeilijkt.

Dit betekent dat de Raad niet kan concluderen of De Telegraaf al dan niet journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 2.2.5., 2.3.1. en 2.4.1.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2012/40, RvdJ 2012/34
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 4

CONCLUSIE

De Raad onthoudt zich van het uitspreken van een conclusie.

Zo vastgesteld door de Raad op 20 januari 2014 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, dr. H.J. Evers, A. Mellink MPA, drs. P. Olsthoorn en drs. H. Snijder, leden, in aanwezigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.