2014/39 onzorgvuldig

Samenvatting

G. Nijland en BN DeStem hebben in de artikelen “Oud-Steve Jobsschool onder vuur” en “Totale anarchie met de iPad in de hand” op journalistiek onzorgvuldige wijze over G. Kleinpaste (klager) bericht. Het is onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar waarop de ernstige beschuldiging van ‘frauduleuze administratie’ is gebaseerd. Bovendien is geen (adequaat) wederhoor toegepast. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan BN DeStem om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van  

G. Kleinpaste
 
tegen
 
G. Nijland en de hoofdredacteur van BN DeStem
 
De heer G. Kleinpaste te Breda (klager) heeft op 16 april 2014 een klacht ingediend tegen G. Nijland en de hoofdredacteur van BN DeStem. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en de heer H. van Ingen, adjunct-hoofdredacteur, van 28 april en van 6 en 14 mei 2014 betrokken.
 
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 23 mei 2014 in aanwezigheid van klager. BN DeStem was daar niet vertegenwoordigd.
 
DE FEITEN  

Op 5 april 2014 verscheen op de voorpagina van het katern ‘Stad en Streek’ van BN DeStem een artikel van de hand van Nijland met de kop “Oud-Steve Jobsschool onder vuur”. De intro van het artikel luidt:
“Meerdere klachten bij inspectie over ‘agressieve’ sfeer en ‘slechte’ kwaliteit van onderwijs op Perpetuumschool.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
“Volgens ouders en oud-medewerkers zou er op de school een ‘grote chaos’ heersen waarin leerlingen regelmatig aan hun lot worden overgelaten. De leiding zou geen controle hebben en directeur Gertjan Kleinpaste wordt verweten ‘opvliegend’ te zijn. Van didactisch verantwoord onderwijs zou in het geheel geen sprake zijn. Enkele oud-medewerkers hebben tot op heden hun salaris niet, of slechts deels, ontvangen. Sommige klagers reppen verder over een frauduleuze administratie. De schoolleiding zou de situatie zo rooskleuriger voordoen dan ze werkelijk is.
De Onderwijsinspectie bevestigt dat er klachten zijn binnengekomen, maar wil hierop inhoudelijk niet reageren. (…)
Directeur Gertjan Kleinpaste is naar eigen zeggen niet op de hoogte van de klachten. ,,Ik herken mij niet in het beeld dat wordt geschetst”, zegt hij.”
 
Het artikel is op pagina 30/31 vervolgd onder de kop “Totale anarchie met de iPad in de hand”. Deze publicatie bevat onder meer de volgende passage:
“De betrokkenen spreken van agressief gedrag tussen de kinderen, een directeur met een opvliegend karakter, een rammelende en zelfs frauduleuze administratie, leerkrachten die onbevoegd zijn en leerlingen die volledig aan hun lot worden overgelaten.”
Het slot van dit artikel luidt:
“De beklaagde directeur Gertjan Kleinpaste, die tevens landelijk bestuurslid van GroenLinks is, herkent zich niet in alle kritiek. ,,Ik geef toe dat ik communicatief niet altijd handig ben, maar realistisch ben ik wel. Met de wetenschap van nu erken ik dat we beter een jaar hadden kunnen wachten. Het is lastig roeien met de riemen die we hebben. Jammer dat we geen subsidie krijgen, maar we hebben baat bij sponsors en de samenwerking met OBO. En we werken met vrijwilligers die gekwalificeerd zijn en bevoegd voor de klas staan.”
 
Vervolgens verscheen op 12 april 2014 in BN DeStem een artikel, eveneens van de hand van Nijland, met de kop “Kleine school met ‘mondiale visie’”. Dit artikel bevat een interview met klager en mevrouw P. Camijn, directeur visie en marketing respectievelijk directeur bedrijfsvoering van de Perpetuumschool.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager voelt zich persoonlijk onjuist en in strijd met de feiten beschadigd door de artikelen van 5 april. Zijn voornaamste bezwaar is dat een verbinding is gelegd tussen zijn persoon en een frauduleuze administratie. Deze strafrechtelijke aantijging heeft zijn persoonlijke integriteit beschadigd. De journalist heeft hem, in zijn vragen om te reageren op de kritiek, niet gevraagd te reageren op het begrip ‘frauduleuze administratie’. Klager neemt met klem afstand van het beeld dat van hem in zijn rol van schoolleider wordt geschetst; ook heeft hij geen administratie gemanipuleerd. Er is geen sprake van een frauduleuze administratie en die bewering wordt in het artikel ook niet onderbouwd. Volgens klager is klakkeloos een kennelijk bestaande mening van een anonieme bron als feit gepresenteerd. Op de zitting voegt klager hieraan toe dat de journalist hem heeft gevraagd te reageren op de bewering dat de administratie ‘wat rommelig’ was. In zijn reactie heeft hij meegedeeld dat de school een transparante administratie voert, die op orde is. Maar daarover is in het artikel niets terug te vinden.
Na de publicatie van 5 april heeft klager contact gehad met de krant, waarbij hij zijn bezwaren tegen de artikelen uiteen heeft gezet. Volgens hem is toen afgesproken dat een interview met Nijland zou plaatsvinden en dat hij daarna zou besluiten of hij alsnog een klacht bij de Raad zou indienen. In het gesprek hebben klager en zijn collega vooral geprobeerd de school goed neer te zetten. Klager benadrukt dat in het interview geen ruimte bestond om in te gaan op de aantijging van ‘frauduleuze administratie’. Hij vindt het gesprek en de geboden ruimte dan ook onvoldoende om zijn reputatieschade te pareren. Volgens klager wilde de krant in een korte rectificatie wel tegemoet komen aan zijn bezwaar tegen de vermelding van zijn nevenfunctie bij GroenLinks, maar geen afstand nemen van de kwalificatie ‘frauduleus’. In de ogen van klager heeft de krant zijn klacht onvoldoende beantwoord en opgepakt. Dat vormt de aanleiding zijn klacht aan de Raad voor te leggen.
 
De krant stelt daar tegenover dat de publicatie van 5 april 2014 tot stand is gekomen naar aanleiding van zes klachten die de redactie hebben bereikt en die eveneens zijn ingediend bij de Onderwijsinspectie. Ook hebben diverse, anonieme en goed ingelichte bronnen de krant voorzien van de nodige informatie. Volgens de krant is aan klager wel degelijk de gelegenheid geboden te reageren op de aantijging van ‘frauduleuze administratie’. Als daarbij niet die exacte bewoording is gebruikt, dan toch op z’n minst woorden van gelijke strekking. In de artikelen van 5 april staat ook klagers verweer hiertegen.
Naar aanleiding van de artikelen heeft adjunct-hoofdredacteur Van Ingen telefonisch overleg gehad met klager. De hoofdredactie was het met klager eens dat het vermelden van zijn bestuursfunctie bij GroenLinks niet relevant was voor het verhaal. Aan klager is aangeboden dit te herstellen via een correctie. Klager liet weten daar geen prijs op te stellen, ook omdat was afgesproken dat later in die week nog een uitgebreid gesprek zou volgen en een vervolgartikel zou worden gepubliceerd. Het vervolgartikel is om twee redenen gemaakt: enerzijds om naar aanleiding van de forse kritiek uitgebreid met de directie terug te blikken en anderzijds om klager tegemoet te komen in zijn terechte bezwaar tegen het vermelden van zijn bestuursfunctie bij GroenLinks.
Volgens de krant is met klager afgesproken dat hij in dat geval zou afzien van het indienen van een klacht bij de Raad. De krant wijst erop dat het vervolgartikel vóór publicatie aan beide geïnterviewden is voorgelegd en dat voorgestelde wijzigingen zijn overgenomen. Als klager vond dat hem daarmee geen recht werd gedaan, had hij dat eerder kunnen meedelen. De krant vindt dat zij klager meer dan ter wille is geweest. Bovendien is klager tot twee keer toe uitgebreid de gelegenheid gegeven zich te verweren tegen de beschuldigingen, zodat voldoende wederhoor is toegepast.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad constateert dat in de publicatie van 5 april 2014 een ernstige beschuldiging – te weten: het voeren van een ‘frauduleuze administratie’ – aan het adres van klager is opgenomen, die hem ernstig diskwalificeert.
Deze beschuldiging is in de artikelen toegeschreven aan anonieme bronnen met wie klager bovendien in conflict zou zijn. Noch uit de publicatie noch uit de reactie op de klacht kan de Raad opmaken dat voor de krant voldoende aanleiding bestond om te berichten over klager zoals zij heeft gedaan. De krant had in het artikel meer inzicht moeten geven in het verrichte onderzoek en het beschikbare bronnenmateriaal; dat heeft zij onvoldoende gedaan. Voor de lezers is onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar, waarop de ernstige beschuldiging aan het adres van klager is gebaseerd. Hiermee heeft de krant journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
Verder kan de Raad niet vaststellen op welke aantijgingen klager voorafgaand aan de publicatie heeft kunnen reageren. Gelet op wat partijen op dit punt hebben aangevoerd, vindt de Raad het niet aannemelijk dat de strekking van de beschuldiging – te weten: een ‘frauduleuze administratie’ - als zodanig voldoende kenbaar voor wederhoor is voorgelegd. Maar mocht dat toch het geval zijn geweest, dan moet worden geconstateerd dat de publicatie op dit punt geen specifieke reactie van klager bevat en dat zijn eventuele wederhoor dus niet adequaat in de publicatie is verwerkt.
In het vervolgartikel van 12 april 2014 komen de beschuldiging van een ‘frauduleuze administratie’ en de weerspreking ervan door klager in het geheel niet aan de orde. Dit artikel heeft daarom de nadelen die klager van de artikelen van 5 april heeft ondervonden, onvoldoende kunnen herstellen. Ook op dit punt is de handelwijze van de krant journalistiek onzorgvuldig.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.1., 2.2.5., 2.3.1. en 6.1.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2014/5 en RvdJ 2013/41
 
CONCLUSIE
 
G. Nijland en BN DeStem hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
De Raad doet de aanbeveling aan BN DeStem om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 7 juli 2014 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. M.E.L. Kogeldans en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.