2014/37 zorgvuldig

Samenvatting

I. Rubio, D. van Vliet en AD Rotterdams Dagblad hebben niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door in de kop “Onderwijzer pakt pestkop bij arm en wordt geschorst” de term ‘geschorst’ te gebruiken. Dat concludeert de Raad naar aanleiding van de klacht van Stichting OPOCK, die verder bezwaar maakte tegen een citaat dat is toegeschreven aan de Algemene Onderwijsbond. Ook op dit punt vindt de Raad de handelwijze van de krant niet ontoelaatbaar. 

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Stichting OPOCK
 
tegen
 
I. Rubio, D. van Vliet en de hoofdredacteur van AD Rotterdams Dagblad
 
De heer F.E. Peze heeft op 25 maart 2014 namens Stichting OPOCK (klaagster) een klacht ingediend tegen verslaggevers I. Rubio, D. van Vliet en de hoofdredacteur van AD Rotterdams Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder de reactie van de verslaggevers en de krant van 16 april 2014 betrokken.
 
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 25 april 2014. Stichting OPOCK werd vertegenwoordigd door de heer Peze, lid van het College van Bestuur, en de heer J. Noordam, directeur obs West. Namens de krant waren redacteuren Rubio en Van Vliet en de heer drs. P.F.G. van den Bosch, plaatsvervangend hoofdredacteur, aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op zaterdag 15 maart 2014 verscheen in AD Rotterdams Dagblad een artikel van de hand van  Rubio en Van Vliet met de kop “Onderwijzer pakt pestkop bij arm en wordt geschorst”. De lead van het artikel luidt:
“Omdat hij het opnam voor vier jonge gepeste kinderen, is een basisschoolonderwijzer uit Capelle aan den IJssel 1,5 week op non-actief gesteld.”
Verder bevat het artikel onder meer de passages:
“Directeur Jan Noordam van OBS West stelt dat hij de onderwijzer voor de klas vandaan moest houden omdat de politie en het Openbaar Ministerie onderzoek naar de zaak deden.”
en
“De Algemene Onderwijsbond is furieus. ,,Te gek voor woorden,” zegt woordvoerder Liesbeth Verheggen. ,,Ik vind dat alle leerkrachten 100 procent zeker moeten zijn dat de schoolleiding en het bestuur 100 procent achter hen staan in dit soort gevallen.””
 
Een dag voor de publicatie – op vrijdag 14 maart 2014 – heeft de heer Noordam, namens de directie, in een brief de ouders en verzorgers over het bewuste incident geïnformeerd. Deze brief bevat onder meer de volgende passage:
“Het incident heeft geleid tot een onderzoek door de politie en het afleggen van wederzijdse verklaringen. De directie van obs West heeft besloten om meester […] tijdens de periode van onderzoek niet in te zetten binnen zijn werk. Tevens was het voor hem noodzakelijk om tot rust te komen. Gedurende de periode van onderzoek heeft de politie aan de directie van de school nadrukkelijk verzocht om niet over dit incident te communiceren. Wij hebben aan dit verzoek uiteraard gehoor gegeven.
De politie heeft ons vandaag laten weten, dat het onderzoek is voltooid. Na overleg tussen de betrokken partijen zijn excuses aangeboden.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster meent dat de journalisten willens en wetens informatie hebben verdraaid met als doel een maatschappelijke verontwaardiging op gang te brengen en de school in een zeer negatief daglicht te plaatsen. Er was geen sprake van schorsen, maar van verlof op verzoek van de leerkracht, die niet in staat was de dag na het incident weer te werken.
De heer Noordam is voorafgaand aan de publicatie gebeld door Van Vliet en heeft toen geprobeerd de hele gang van zaken uit te leggen. Volgens Noordam heeft hij daarbij benadrukt dat de leerkracht niet was geschorst. Van Vliet heeft echter niet de moeite genomen om de informatie goed in het stuk te verwerken. Op de zitting benadrukt Noordam dat hij in verband met privéomstandigheden op een zeer ongelegen moment door Van Vliet werd benaderd. In het eerste telefoongesprek heeft hij te kennen gegeven dat hij graag eerst een brief aan de ouders wilde schrijven, voordat ze het verhaal uit de krant zouden vernemen. Toen Van Vliet in het tweede gesprek liet weten dat de krant de volgende dag zou gaan publiceren zag hij veel werk op zich afkomen en heeft hij zich verder heel terughoudend opgesteld.
Verder maakt klaagster bezwaar tegen de passage waarin een woordvoerder van de Algemene Onderwijsbond is geciteerd. Bij navraag heeft de woordvoerder verklaard dat zij in het gesprek met de journalist het voorbehoud heeft gemaakt ‘dat het zo is gegaan, als hij zegt’. Daarnaast heeft de woordvoerder laten weten dat het haar spijt dat haar reactie tot stand is gekomen zonder hoor en wederhoor. Op de zitting licht Noordam toe, dat hij de woordvoerder verwijt dat zij niet de moeite heeft genomen de school te bellen om te verifiëren wat er daadwerkelijk is gebeurd.
Volgens klaagster heeft de onjuiste berichtgeving niet alleen tot menselijk leed geleid, maar ook tot forse reputatieschade. Noordam is herhaaldelijk op de kwestie aangesproken, terwijl hij juist de leerkracht in bescherming heeft genomen.
 
De redacteuren en de krant stellen daar tegenover dat zij op de dag voor de publicatie, vrijdag 14 maart, een tip hadden gekregen dat er op de school iets gaande was, te weten dat een leerkracht plotseling niet meer voor de klas stond. Het gerucht ging dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan mishandeling. Van Vliet heeft dit gerucht voorgelegd aan Noordam, die het ontkende en toen vertelde over het incident dat ruim een week eerder was gebeurd. De vraag van Van Vliet of de leerkracht op non-actief was gesteld, beantwoordde Noordam omzichtig, zonder zich duidelijk uit te laten. Van Vliet ontkent dat Noordam in dat gesprek enkele keren heeft herhaald dat van een schorsing geen sprake is geweest.
Verslaggever Rubio heeft het hele verhaal van Noordam voorgelegd aan de Algemene Onderwijsbond. De reactie van de woordvoerder luidde dat dit gezien moest worden als een schorsing en dat een leraar in zo’n geval er meer baat bij heeft als de school hem in functie houdt hangende het onderzoek. De woordvoerder heeft in haar reactie geen enkel voorbehoud gemaakt. Rubio heeft later nog de brief van de school aan de woordvoerder doorgestuurd, die daarop niet meer heeft gereageerd. Overigens heeft de krant na de publicatie niets van de Algemene Onderwijsbond vernomen.
Later op die vrijdag heeft Van Vliet nog een keer contact gezocht met Noordam en gemeld dat het artikel waarschijnlijk toch een dag later geplaatst zou worden. Noordam toonde zich daarover teleurgesteld en opnieuw kwam de op non-actiefstelling ter sprake. Van Vliet wilde Noordam de uitspraak van de Algemene Onderwijsbond voorleggen, maar Noordam heeft dit afgehouden. Weer later op die dag kreeg Van Vliet de brief doorgestuurd, die Noordam aan de ouders en verzorgers had gestuurd.
De redacteuren en de krant menen dat zij niet onjuist over de kwestie hebben bericht. Zij hebben na de publicatie nog aangeboden een interview met de leerkracht te publiceren, maar dat aanbod is afgewezen.
Verder hebben zij op de zitting nog meegedeeld dat als Noordam zijn privéomstandigheden aan Van Vliet had kenbaar gemaakt, de krant daarmee rekening had gehouden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat in de kop van het artikel ten onrechte de term ‘geschorst’ is gebruikt en dat zonder wederhoor het citaat van de woordvoerder van de Algemene Onderwijsbond is opgenomen.
 
De Raad begrijpt dat de school, Noordam en de betrokken leerkracht door het incident in een zeer lastig parket zijn gebracht. Dit valt echter de journalisten en de krant niet te verwijten.
De Raad kan niet vaststellen wat precies in de telefoongesprekken tussen Noordam en Van Vliet ter sprake is gekomen. Wel constateert de Raad dat Noordam in de brief van 14 maart 2014 niet het beeld heeft neergezet vierkant achter de leerkracht te staan. Met de passage “obs West heeft besloten om meester […] tijdens de periode van onderzoek niet in te zetten binnen zijn werk.” is op z’n minst de indruk gewekt dat de school het initiatief heeft genomen de leerkracht tijdelijk op non-actief te stellen.    
Gezien de door beide partijen geschetste gang van zaken vindt de Raad de aanduiding ‘schorsing’ in de kop journalistiek toelaatbaar. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. In het geheel bezien is geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie gegeven, dat daarmee geen sprake meer is van waarheidsgetrouwe berichtgeving.
 
De Raad kan evenmin vaststellen wat de woordvoerder van de Algemene Onderwijsbond exact tegen Rubio heeft gezegd. Het verwijt van klaagster over het citaat lijkt zich meer te richten tegen de woordvoerder – te weten dat deze de school niet heeft benaderd – dan tegen de krant. Daarbij heeft Van Vliet aangevoerd dat hij het citaat voor wederhoor aan Noordam heeft willen voorleggen, die daarop afhoudend zou hebben gereageerd. Noordam heeft ook erkend dat hij zich in het tweede gesprek met Van Vliet zeer terughoudend heeft opgesteld. Ten slotte is niet gebleken dat het citaat relevante onjuistheden bevat. Gelet op al deze omstandigheden acht de Raad de wijze waarop het citaat in het artikel is verwerkt journalistiek zorgvuldig.
 
Relevante artikelen uit de Leidraad van de Raad: 1.1., 1.4. en 2.3.1.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2013/58
 
BESLISSING
 
Rubio, Van Vliet en AD Rotterdams Dagblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 23 juni 2014 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, M.C. Doolaard, ir. B.L. Hooghoudt, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.