2014/35 zorgvuldig

Samenvatting

J. Schlimbach en Dagblad van het Noorden hebben in de artikelen “Met bankpas De Wijert op familiebezoek naar Iran” en “Aangifte tegen X” niet journalistiek ontoelaatbaar over klager bericht. De artikelen maken deel uit van een reeks berichten, die sinds april 2011 in de krant zijn verschenen. Daarin is aandacht besteed aan de geschillen tussen klager enerzijds en derden c.q. zijn eigen organisatie (wijkvereniging Wijert Welzijn) anderzijds. Telkens is daarbij de naam van klager vermeld. De krant hoefde bij de artikelen van mei en november 2013 niet tot anonimisering over te gaan. Verder is niet gebleken dat stelselmatig eenzijdig en zonder toepassing van wederhoor over de kwestie is bericht.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
J. Schlimbach en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden
 
De heer X (klager) heeft op 11 november 2013 een klacht ingediend tegen J. Schlimbach en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van J. Schlimbach en P. Sijpersma, hoofdredacteur, van 6 en 10 februari 2014 betrokken.
 
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 21 maart 2014. Partijen waren daar niet aanwezig. Vanwege de plotselinge verhindering van een van de Raadsleden is de klacht behandeld door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 21 mei 2013 verscheen op de website van Dagblad van het Noorden een artikel met de kop “Met bankpas De Wijert op familiebezoek naar Iran”. Het artikel, dat een dag later ook in de krant is gepubliceerd, luidt:
“X, de voorzitter van de wijkorganisatie Wijert Welzijn is met de bankpas van de organisatie vertrokken naar Iran. Naar eigen zeggen voor familiebezoek van enkele weken. Op de rekening is door gemeenten en corporaties 60.000 euro gestort. Dit geld is bedoeld voor projecten waarmee de leefbaarheid in de Wijert bevorderd moet worden. Onduidelijk is hoeveel geld al is uitgegeven. X heeft een conflict met de gemeente en de corporaties. Hij weigert nog langer om geld dat bedoeld is voor de wijk door te betalen. De rest van het bestuur van Wijert Welzijn doet aangifte tegen de eigen voorzitter.”
 
Verder verscheen op 5 november 2013 in Dagblad van het Noorden een artikel van de hand van Schlimbach met de kop “Aangifte tegen X”. De lead van het artikel luidt:
“In navolging van woningcorporatie Nijestee doet nu ook de gemeente Groningen aangifte tegen voormalig voorzitter X van de bewonersvereniging Wijert Welzijn. Uit onderzoek naar de administratie van de bewonersvereniging heeft de gemeente ‘een ernstig vermoeden van onrechtmatige besteding van toegekende subsidies over 2012 en 2013 vastgesteld’.”

Vervolgens verscheen op 6 november 2013 een artikel in Dagblad van het Noorden met de kop “X ontkent beschuldigingen”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“De in opspraak geraakte voorzitter van Wijert Welzijn, X, ontkent dat hij geld heeft achterovergedrukt dat was bedoeld voor activiteiten in de wijk. De gemeente Groningen heeft onderzoek gedaan naar de besteding van subsidiegelden die via Wijert Welzijn naar allerlei (bewoners-)projecten vloeien. Bij dat boekenonderzoek zijn onregelmatigheden geconstateerd. Volgens de voorzitter rammelt het onderzoek aan alle kanten. ‘Als ze dingen hebben ontdekt die niet kloppen, waarom hebben ze dan niet aan mij gevraagd hoe het zit? Dat kan toch niet zo?’”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager maakt bezwaar tegen de artikelen van 21 mei en 5 november 2013. Hij meent dat bij beide publicaties ten onrechte geen wederhoor is toegepast. Verder vindt hij dat zijn privacy is geschonden, omdat zonder zijn toestemming zijn naam is gebruikt en een foto van hem is geplaatst. Volgens klager heeft Schlimbach in het artikel van 5 november 2013 de rol van rechter op zich genomen, terwijl er nog geen uitspraak is gedaan en het de vraag is of het tot een strafzaak komt. Klager meent dat de berichtgeving tendentieus, schadelijk en grievend is voor hem en zijn familieleden.
 
Schlimbach en Dagblad van het Noorden wijzen erop dat de artikelen waartegen de klacht is gericht, deel uitmaken van een reeks berichten, die sinds 5 april 2011 in de krant zijn verschenen. Alle stukken betreffen de rol van klager, die zelf uitdrukkelijk de publiciteit zocht. Klager stelde vraagtekens bij de verdeling van publieke middelen bestemd voor het wijkwerk in Groningen. Hij kreeg daarvoor ruim baan in de krant. Daarbij is steeds de naam van klager genoemd, met als gevolg dat hij snel bekendheid opbouwde. Klager heeft in die periode nooit bezwaar gemaakt tegen de vermelding van zijn naam. Het conflict dat klager had met derden escaleerde, waarna hij eveneens in conflict kwam met zijn eigen organisatie. Uiteindelijk leidde een en ander ertoe dat vraagtekens werden gezet bij de financiële handel en wandel van klager als voorzitter van de wijkvereniging. Ook dat werd nieuws, waarbij de naam van klager werd vermeld. Er is geen sprake van een strafzaak maar van een boekenonderzoek. Klager is dus niet als verdachte aangemerkt. Het gaat om vervolgberichten, waarin de naam van klager opnieuw is vermeld. Het gebruik van initialen zou juist verdachtmakend of criminaliserend hebben gewerkt.
Verder voeren Schlimbach en Dagblad van het Noorden aan dat de bronnen officiële instanties zijn, die zich baseren op onderzoek dat zij hebben uitgevoerd of laten uitvoeren. Het artikel van 5 november 2013 beperkt zich tot vaststellingen uit het boekenonderzoek, zodat publicatie zonder wederhoor is te rechtvaardigen. Niettemin had Schlimbach graag met klager over de vaststellingen gesproken. Hij heeft daarom geprobeerd telefonisch contact te leggen, maar zonder resultaat. Vervolgens heeft hij getracht klager in de namiddag van 4 november bij zijn woning te spreken, maar hij trof klager daar niet aan. Op de dag van de publicatie heeft klager contact gezocht met de redactie, waarna hij in de eerstvolgende publicatie alle ruimte heeft gekregen om te reageren.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad vindt dat de artikelen van 21 mei en 5 november 2013 moeten worden gelezen in de context van een reeks van berichten over Wijert Welzijn en het gebruik van gemeenschapsgelden, die sinds april 2011 in Dagblad van het Noorden zijn verschenen.
De Raad constateert dat in deze reeks van artikelen ook aandacht is besteed aan de geschillen tussen klager en derden en later ook zijn eigen organisatie. Bij zo’n reeks van publicaties hoeft de krant niet altijd evenveel aandacht te geven aan de visie van iedere betrokken partij.

Bovendien geldt het beginsel van wederhoor niet voor publicaties die kennelijk een persoonlijke mening bevatten en berichtgeving van feitelijke aard, zoals hier aan de orde is. Daarbij in aanmerking genomen dat Schlimbach heeft geprobeerd op 4 november 2013 klager te spreken en dat in diverse artikelen – onder meer op 6 november 2013 – de visie van klager uitgebreid is weergegeven, heeft de krant niet ontoelaatbaar gehandeld. Er is dus niet gebleken dat de krant stelselmatig eenzijdig en zonder toepassing van wederhoor over de kwestie heeft bericht.
 
Verder constateert de Raad dat in het kader van die berichtgeving de naam van klager vanaf het eerste artikel telkens in de krant is vermeld. Het is aannemelijk dat klager zowel vanwege zijn functie als voorzitter van de wijkvereniging als door de berichtgeving in Dagblad van het Noorden in de regio algemene bekendheid geniet. Verder is niet gebleken dat klager eerder bezwaar heeft gemaakt tegen de vermelding van zijn naam in de krant. In tegendeel, hij heeft de publiciteit juist opgezocht. De Raad deelt daarom het standpunt van de krant dat de redactie bij de publicatie van de artikelen waartegen klager nu bezwaar maakt, niet tot anonimisering behoefde over te gaan.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 2.3.4., 2.4.1 en 2.4.6.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2012/59 en RvdJ 2012/46
 
CONCLUSIE
 
Schlimbach en Dagblad van het Noorden hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 2 juni 2014 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. M.J.H. Doomen en dr. H.J. Evers, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.