2014/34 zorgvuldig

Samenvatting

De PZC heeft niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door bij het artikel “Het gaat al zo lang goed hier” met de onderkop “Een pedoseksueel in de buurt: de Goese wijk Overzuid blijft er nuchter onder.” een foto te plaatsen waarop ook het huis van klagers is afgebeeld. De suggestie is niet gewekt dat de pedoseksueel woont in het huis van klagers. Er is geen sprake van een disproportionele aantasting van de privacy van klagers. Verder heeft de PZC voldoende zorg besteed aan de afhandeling van de klacht.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X en Y
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de PZC
 
Mevrouw drs. Z heeft op 12 maart 2014 namens X en Y (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de PZC. Bij de beoordeling van de klacht is verder de reactie van A.L. Kroon, adjunct-hoofdredacteur, van 2 april 2014 betrokken.
 
De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 25 april 2014 in aanwezigheid van mevrouw Z. De PZC was daar niet vertegenwoordigd.
 
DE FEITEN
 
Op 28 februari 2014 verscheen in de PZC een artikel met de kop “Het gaat al zo lang goed hier” en de onderkop “Een pedoseksueel in de buurt: de Goese wijk Overzuid blijft er nuchter onder.”
Bij het artikel is een foto geplaatst waarop huizen in een straat en een met haar hond wandelende vrouw zijn afgebeeld. Het onderschrift luidt: “In de wijk Overzuid reageert men rustig op de aanwezigheid van (…)”.
 
Nadat mevrouw Z op 2 maart 2014 de bezwaren van klagers aan de PZC kenbaar heeft gemaakt, heeft de adjunct-hoofdredacteur op 3 maart 2014 per e-mail daarop gereageerd als volgt:
“De foto uit Overzuid noch het begeleidende bijschrift noch alle andere tekst over de Goese pedoseksueel in de krant van 28 februari suggereert dat hij in een van de huizen in de gefotografeerde straat woont. Dus lezers die desondanks tot deze foute conclusie komen, willen meer zien dan er is. Daar kan de krant geen rekening mee houden.
Freelance fotograaf Johan van der Heijden heeft een toevallige voorbijganger gefotografeerd in een willekeurig deel van Overzuid. De mevrouw op de foto had er geen bezwaar tegen. Verder heeft de fotograaf gewoon in de openbare ruimte gewerkt. Dat mag. Meer is hier niet aan de hand.
Het spijt ons dat uw ouders zich ongemakkelijk voelen over de publicatie van deze foto. Dat is natuurlijk niet onze bedoeling. Maar wij zien geen aanleiding tot rectificatie. Dit om de eenvoudige reden dat er niets is om recht te zetten.”

Hierna heeft mevrouw Z zich nog tot de lezersredacteur gewend. Deze heeft gereageerd als volgt:
“De adjunct-hoofdredacteur mailde zojuist dat u zijn antwoord kent. Hij wil het nog wel een keer toelichten, maar verder kan de PZC niets voor u doen. Het spijt mij oprecht dat uw ouders zich ongemakkelijk voelen bij de publicatie van de foto.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers, die hoogbejaard zijn, menen dat door de publicatie van de foto hun privacy onnodig is aangetast. Zij lichten toe dat kort voor de publicatie de burgemeester van Goes openbaar had gemaakt in welke straat de bewuste pedoseksueel woont. De wijkbewoners waren uitgenodigd om op de dag van de publicatie naar het gemeentehuis te komen en er was in die dagen extra politiesurveillance. De straat is in het artikel genoemd en op de foto afgebeeld. Hoewel de focus van de lens is gericht op een ontspannen wandelende vrouw, is tevens prominent en herkenbaar de woning van klagers in beeld gebracht. In combinatie met het onderschrift wekt dit de suggestie dat de pedoseksueel in de woning van klagers zou wonen.
Klagers zijn door diverse buurtgenoten op de publicatie aangesproken. Zij waren de eerste dagen zeer bezorgd, omdat zij rekening hielden met de mogelijkheid dat er nog agressieve reacties zouden volgen. De publicatie gaat immers over een beladen thema. Het kost iemand met vervelende bedoelingen geen enkele moeite om de gefotografeerde woning te herkennen en te vinden. Klagers vinden de plaatsing van de foto onzorgvuldig en menen dat de PZC hiermee ten koste van hen ernstige risico’s heeft genomen. De PZC had eenvoudig een foto met een veel algemener en anoniemer karakter van de omgeving kunnen plaatsen. Op de zitting voegt mevrouw Z hieraan toe dat de PZC er ook voor had kunnen kiezen in het onderschrift duidelijk te vermelden dat het afgebeelde huis niet de woning van de pedoseksueel is.
Verder maken klagers bezwaar tegen de wijze waarop de PZC hun klacht heeft afgehandeld. Zij menen dat de adjunct-hoofdredacteur in zijn reactie volledig voorbij is gegaan aan de essentie van de klacht. Daarnaast vinden zij de gang van zaken rond de afhandeling onzorgvuldig.
Klagers hopen dat een conclusie van de Raad ertoe bijdraagt dat media bij dergelijke precaire zaken zorgvuldig nadenken over mogelijke gevolgen van een publicatie voor betrokkenen. En dat media meer respect en aandacht hebben voor de zorgen en feedback die zij aangereikt krijgen van lezers.
 
De PZC stelt daar tegenover dat de vrouw, haar hond en de omgeving waarin ze lopen ongeveer gelijke aandacht krijgen. De foto straalt een zekere rust uit en dat past goed bij het verhaal. Het bijschrift, waarin de straatnaam niet wordt genoemd, bevestigt alleen dat de foto in de wijk Overzuid is genomen. In het artikel noch in het bijschrift wordt gesuggereerd dat de woning van de pedoseksueel in beeld zou zijn. Ook de foto zelf geeft geen enkele aanleiding te veronderstellen dat zijn huis zou zijn afgebeeld. Het huis van klagers is wellicht wat prominenter in beeld dan andere gelijksoortige woningen in de straat, maar dat is onvermijdelijk als je een voorbijganger wilt fotograferen. Die loopt immers ergens langs. Het zou geen wezenlijk verschil hebben gemaakt als de fotograaf wat meer afstand had gehouden. De voorbijgangster heeft toestemming gegeven voor publicatie van de foto. Het was niet nodig dat de fotograaf de bewoners van het pand dat zij toevallig passeerde (het huis van klagers) ook om toestemming vroeg.
In zijn e-mail aan klagers heeft de adjunct-hoofdredacteur zijn spijt betuigd. Het is niet juist dat de PZC ongevoelig is voor de reacties van lezers. De hoofdredactie heeft slechts gesteld dat de publicatie geen grond biedt voor de reacties die klagers melden. Verder heeft zij betoogd dat de krant geen rekening kan houden met dingen die lezers op de foto menen te zien, maar waarvoor de foto en de bijbehorende tekst feitelijk geen houvast geven. De mededeling aan klagers dat de hoofdredactie geen aanleiding ziet voor rectificatie maakt impliciet voldoende duidelijk dat de hoofdredactie niet onder de indruk is van het veronderstelde risico van de publicatie op de veiligheid van klagers. Althans, niet in die mate dat het zou moeten leiden tot correcties of aanvullingen. Wellicht had de hoofdredactie dat omstandiger kunnen uitleggen. Aan de zin ‘meer is hier niet aan de hand’ kennen klagers ten onrechte de betekenis toe dat de hoofdredactie de kwestie zou bagatelliseren. Het antwoord op de klacht was weliswaar relatief kort, maar voldoende duidelijk.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad meent dat de wandelende vrouw met hond, die prominent in beeld zijn gebracht, samen met de afgebeelde omgeving als één geheel moet worden beschouwd. Er wordt niet op nadrukkelijke wijze de aandacht gevestigd op de woning van klagers.
Voor de gemiddelde lezer is duidelijk dat de publicatie van de foto tot uitdrukking wil brengen dat er rust heerst in de straat. Als zodanig is de publicatie van de foto voor de berichtgeving ook journalistiek relevant. In het artikel is weliswaar de naam van de straat genoemd, waarin de pedoseksueel woont, maar uit de combinatie van tekst en foto blijkt niet dat die straat ook op de foto is afgebeeld. Daarbij komt dat het huisnummer van klagers woning niet goed leesbaar is. De foto leidt, behalve wellicht bij buurtbewoners, niet tot herkenbaarheid van klagers of van hun exacte adres.
De Raad heeft begrip voor de gevoelens van klagers in deze kwestie, maar meent dat niet de suggestie wordt gewekt dat de pedoseksueel woont in het huis van klagers. Er is geen sprake van een disproportionele aantasting van de privacy van klagers. Dat zij wellicht door een beperkte groep uit hun directe omgeving op de publicatie zijn aangesproken, kan hieraan niet afdoen.
 
Verder vindt de Raad dat de PZC voldoende zorg heeft besteed aan de behandeling van de klacht van klagers. De reactie van de adjunct-hoofdredacteur had wellicht inlevender kunnen zijn, maar is helder en ter zake doende. Dat klagers zich in die reactie niet kunnen vinden, maakt niet dat de krant daarmee journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld.
 
Relevant artikel uit de Leidraad van de Raad: 2.4.1.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2013/35 en RvdJ 2008/59
 
BESLISSING
 
De PZC heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 26 mei 2014 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, M.C. Doolaard, ir. B.L. Hooghoudt, drs. ir. M.C.N. Mokveld en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.