2014/31 afgewezen

Samenvatting

De Raad voor de Journalistiek ziet geen aanleiding om een conclusie over een klacht tegen De Gelderlander (RvdJ 2014/10) te herzien. Verzoeker maakt bezwaar tegen de afwegingen die de Raad in zijn conclusie heeft gemaakt, maar hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Raad zijn conclusie op basis van onjuiste constateringen heeft genomen. Herziening alleen op grond van (aanvullende) stellingen is niet mogelijk.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van
 
E. van Amerongen
 
tot herziening van de conclusie van de Raad van 7 februari 2014 (RvdJ 2014/10) betreffende zijn klacht
 
tegen
 
de hoofdredacteur van De Gelderlander
 
De heer E. van Amerongen (verzoeker) heeft op 21 februari 2014 verzocht om herziening van de conclusie van 7 februari 2014 inzake zijn klacht tegen de hoofdredacteur van De Gelderlander. De Gelderlander heeft niet op het verzoek gereageerd.
 
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Raad van 21 maart 2014 in een herzieningskamer buiten aanwezigheid van partijen. Vanwege de plotselinge verhindering van een van de Raadsleden is de zaak behandeld door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
De heer Van Amerongen heeft op 13 september 2013 een klacht ingediend tegen De Gelderlander over het artikel “’Straling in oude melders valt mee’”. De Raad heeft bij conclusie van 7 februari 2014 beslist dat De Gelderlander journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld en daartoe het volgende overwogen:
“De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. De Gelderlander was daarom niet verplicht om alle door klager toegestuurde informatie over het onderwerp in het artikel op te nemen.
Verder meent de Raad dat het artikel geen grievende uitlatingen over klager bevat. De passage “als hij ze te spreken krijgt” is misschien wat ongelukkig geformuleerd, maar niet ontoelaatbaar. Bovendien is aan het eind zelfs nog een compliment over klager opgenomen. Er bestond dan ook geen aanleiding om wederhoor bij klager toe te passen.”
 
HET STANDPUNT VAN VERZOEKER
 
Verzoeker vindt dat een belangrijk aspect niet tot uiting komt in de motivering van de conclusie, te weten dat de kop van het artikel luidt: “Straling in oude melders valt mee”. Hierdoor werd de lezer direct op het verkeerde been gezet, want volgens verzoeker ‘valt het beslist niet mee’ en is de volksgezondheid in het geding.
Verzoeker betwist uitdrukkelijk dat De Gelderlander nauwgezet heeft gewerkt en journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld. Er had een terugkoppeling behoren te zijn met de aangever. Dit is ook een verplichting wanneer zo overduidelijk de volksgezondheid in het geding is. Verzoeker wijst erop dat het aangeven van onderwerpen aan de media ook in het belang van die media zelf is. Zij hebben daar uiteindelijk geldelijk gewin bij en dan mag de aangever ook correct behandeld worden door middel van een terugkoppeling. Volgens verzoeker is het gebrek aan terugkoppeling een structureel probleem geworden in herhaalde publicaties door de jaren heen.
 
BEOORDELING VAN HET VERZOEK
 
Herziening is slechts mogelijk indien verzoeker aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten.
 
Kern van het verzoek is dat verzoeker zich niet kan vinden in de overwegingen en het oordeel van de Raad. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Raad in zijn conclusie van 7 februari 2014 is uitgegaan van ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten. Het is dan ook niet aannemelijk geworden dat de Raad zijn oordeel op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan. Het verzoekschrift bevat vooral (een nadere uitwerking van) stellingen die verzoeker eerder al in zijn klacht heeft geformuleerd en waarover de Raad een oordeel heeft gegeven. Voor een herziening alleen op grond van (aanvullende) stellingen biedt het Reglement geen ruimte. Dat verzoeker het niet eens is met het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.
 
De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.
 
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2013/45 en RvdJ 2013/21
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 10a lid 1
 
BESLISSING
 
Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 16 mei 2014 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. M.J.H. Doomen en dr. H.J. Evers, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.