2014/3 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

A.W. Bosch en de Vereniging van Gepensioneerden Pensioenfonds Metaal en Techniek (VG-PMT) hebben geklaagd over artikelen van Y. Hofs in de Volkskrant met de koppen “Enorme verslechtering van pensioenen” en “De sluipmoord op het welvaartsvaste pensioen”. Volgens de Raad voor de Journalistiek hebben klagers geen rechtstreeks belang bij de zaak. Daarom is de klacht niet inhoudelijk behandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.W. Bosch en de Vereniging van Gepensioneerden Pensioenfonds Metaal en Techniek (VG-PMT)

tegen

Y. Hofs en de hoofdredacteur van de Volkskrant

Bij online klachtformulier van 7 juni 2013 met twee bijlagen heeft A.W. Bosch te Hilversum, een klacht ingediend tegen Y. Hofs en de hoofdredacteur van de Volkskrant. Bosch heeft zijn klacht aangevuld bij e-mailberichten van 11 en 16 juni 2013, zijn ondertekende klachtformulier van 16 juni 2013 met een bijlage en per e-mail van 15 augustus 2013 met een bijlage. In een e-mail van 15 augustus 2013 met een bijlage heeft E. Daae laten weten dat de Vereniging van Gepensioneerden Pensioenfonds Metaal en Techniek (VG-PMT) de klacht van Bosch ondersteunt. Vervolgens heeft Daae in een e-mail van 6 september 2013 aan de Raad bericht dat de VG-PMT als medeklager kan worden beschouwd. Hofs, economieredacteur, en C. de Vries, managing editor van de Volkskrant, hebben op de klacht geantwoord in een brief van 4 oktober 2013 met twee bijlagen. Bij e-mail van 19 november 2013 heeft Bosch nog een bijlage overgelegd.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 22 november 2013 in aanwezigheid van klager A.W. Bosch, op persoonlijke titel en mede als vertegenwoordiger van de VG-PMT. Aan de zijde van de Volkskrant waren M. Vermeulen, ombudsvrouw, en C. de Vries aanwezig.

DE FEITEN

Op 8 december 2012 is in de Volkskrant een artikel van de hand van Hofs verschenen met de kop “Enorme verslechtering van pensioenen”. Het artikel is vervolgd in de Economie-bijlage onder de kop “De sluipmoord op het welvaartsvaste pensioen”. Het vervolgartikel gaat over de manier waarop pensioenfondsen omgaan met – door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen ontstane – financiële tekorten en wordt als volgt ingeleid:
“De financiële crises en de voortgaande vergrijzing hebben pensioenfondsen in de problemen gebracht. Die zijn op zes manieren de ontstane gaten gaan dichten. Weinig mensen beseffen dat zij daardoor in de toekomst een inkomensdaling van tientallen procenten zullen moeten slikken.”
Het artikel is onder meer gebaseerd op informatie die ter beschikking is gesteld door pensioenbeheerder Syntrus Achmea.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers menen dat in de berichtgeving een aantal zaken onjuist is weergegeven en dat de berichtgeving mede daardoor tendentieus is. Een deel van de informatie waarop het artikel is gebaseerd – met name de informatie en berekeningen van Syntrus Achmea – is onjuist geïnterpreteerd dan wel onvolledig weergegeven. Onder meer de pensioengrondslagen en opbouwpercentages zijn niet goed uitgelegd. Een deel van de uitleg en getrokken conclusies is niet in lijn met de werkelijke feiten en gang van zaken bij de pensioenfondsen. Klagers hechten veel waarde aan een objectieve en duidelijke verslaggeving met betrekking tot pensioenen. De berichtgeving is suggestief en zet ten onrechte de huidige gepensioneerden neer als opeters van pensioengelden ten nadele van de jongere generaties. De gewekte suggestie dat jongeren de dupe zijn van een onhoudbaar geworden pensioenstelsel klopt niet. Volgens klagers moet worden voorkomen dat door onjuiste, tendentieuze berichtgeving een generatieconflict ontstaat. Zij menen verder dat het gebruik van de informatie van Syntrus Achmea de indruk wekt dat het artikel een advertorial betreft.
Klagers motiveren hun standpunten aan de hand van pensioentechnische argumenten en (eigen) berekeningen. Zij bestrijden met name de in de berichtgeving beschreven gevolgen van de afschaffing van de eindloonregelingen. Bosch heeft nog aangevoerd dat hij als gepensioneerde er direct belang bij heeft dat pensioenrechten juist worden uitgevoerd. Hij meent dat het overhevelen van ouderen naar jongeren hem persoonlijk raakt.
Ten slotte uiten klagers hun teleurstelling over de wijze waarop de Volkskrant met hun klacht is omgegaan.

Hofs en De Vries merken allereerst op dat de redactie en ombudsvrouw van de Volkskrant goed bereikbaar zijn voor iedereen met eventuele klachten. Het is spijtig dat, vanwege een wijziging in de personele bezetting, Bosch geen reactie heeft ontvangen op zijn e-mails aan de hoofdredacteur. Wel heeft Bosch per e-mail contact gehad met Hofs. Hofs heeft in haar reactie uitgelegd dat de berichtgeving niet is gebaseerd op een rapport van Syntrus Achmea, maar dat een actuaris van dat bedrijf op verzoek van de Volkskrant een aantal pensioenscenario's heeft doorgerekend aan de hand van professionele rekenmodellen. Hofs heeft Bosch doorverwezen naar Syntrus Achmea voor meer informatie over het gebruikte rekenmodel. Verder heeft Hofs aan Bosch toegelicht dat de rest van het cijfermateriaal en de interpretatie daarvan op rapporten van andere instituten en bronnenonderzoek berust. De Volkskrant ontvangt dagelijks vele reacties. In het algemeen is het daarom voor de journalisten niet mogelijk om meer dan één keer inhoudelijk in te gaan op een lezersreactie. Klagers lijken het vooral niet eens te zijn met één punt uit het vervolgartikel ­ namelijk de uitleg dat een overstap van een eindloon naar een middelloonstelsel negatief uitpakt voor de jongere generaties en bestempelen op grond daarvan ten onrechte de hele berichtgeving als onjuist. Hofs en De Vries staan achter de inhoud ervan en leggen in hun schriftelijke reactie uit waarom zij van mening zijn dat de overgang van eindloon- naar middelloon wel degelijk nadelig is voor jongeren. Zij wijzen erop dat klagers hun bewering dat dit onjuist zou zijn doen op grond van eigen berekeningen waarvan niet duidelijk is waarop deze zijn gebaseerd. Het is verder niet raar dat verschillende media gebruik maken van (de informatie van) dezelfde gerenommeerde pensioendeskundigen en dat dit zijn weerslag vindt in de berichtgeving over pensioenen.

BEOORDELING VAN HET RECHTSTREEKS BELANG

Volgens het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek moet een klacht worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Een klager kan als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de bestreden publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.

Bosch heeft aangevoerd dat hij als gepensioneerde een rechtstreeks belang heeft bij de zaak. Kern van de klacht is dat onjuist is bericht over ontwikkelingen in de pensioenwereld en de gevolgen hiervan. De klacht is van een dermate algemeen karakter dat niet kan worden gezegd dat er sprake is van een direct betrokken belang van Bosch.

Verder is niet gebleken dat de VG-PMT als ‘rechtstreeks belanghebbende’ kan worden beschouwd. De vereniging wordt in het artikel niet genoemd. Met betrekking tot publicaties waarbij niet zo zeer een individueel belang maar eerder een collectief belang in het geding is, kan een klacht worden ingediend door een organisatie die door doelstelling en feitelijk handelen opkomt voor het in geding zijnde belang. Het doel van de VG-PMT, zoals omschreven in haar statuten, is echter zo algemeen geformuleerd dat hieruit niet kan worden afgeleid dat het belang van de vereniging direct betrokken is bij de bestreden berichtgeving en zij door de berichtgeving in haar belang is geraakt.

Nu klagers geen rechtstreeks belang hebben bij de zaak zal de Raad de klacht niet inhoudelijk behandelen.

Relevante artikelen uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 2 lid 1 en 9 lid 2
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2007/19, RvdJ 2006/29

CONCLUSIE

De Raad behandelt de klacht niet inhoudelijk.

Zo vastgesteld door de Raad op 20 januari 2014 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, dr. H.J. Evers, A. Mellink MPA, drs. P. Olsthoorn en drs. H. Snijder, leden, in aanwezigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.