2014/24 onzorgvuldig

Samenvatting

De Leeuwarder Courant hoeft een artikel over klager niet van internet te verwijderen, maar heeft dit artikel wel op journalistiek onzorgvuldige wijze aangepast. De Raad heeft eind 2011 een klacht over (onder meer) deze publicatie gedeeltelijk gegrond verklaard (RvdJ 2011/87). De krant heeft enkele zinnen uit de uitspraak van de Raad overgenomen zonder de juiste context te vermelden. Daarmee is geen recht gedaan aan de eerdere beslissing van de Raad. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan de Leeuwarder Courant om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X  

tegen
 
de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant
 
De heer X (klager) heeft op 8 augustus 2013 een brief met bijlagen aan de Raad gestuurd. Naar aanleiding daarvan heeft de secretaris van de Raad in een brief van 27 augustus 2013 aan klager geadviseerd zich tot de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant te wenden. Vervolgens heeft klager op 7 november 2013 een klacht met bijlagen ingediend tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant. In een email van 11 november 2013 heeft klager zijn klacht verder toegelicht. Hierna heeft klager bij email van 10 december 2013 nog een bijlage aan de Raad gestuurd. H. Snijder, hoofdredacteur, heeft op de klacht geantwoord in een brief van 10 januari 2014 met een bijlage.
 
De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 17 januari 2014 in aanwezigheid van klager, die werd vergezeld door zijn echtgenote. De Leeuwarder Courant was niet vertegenwoordigd.
 
DE FEITEN  

Op 13 juli 2011 is op de internetpagina van de Leeuwarder Courant een publicatie met verschenen met de kop “Tandarts naar rechter om eigen praktijk”. Dit artikel luidt als volgt:
“Tandarts [X] (58) uit [woonplaats klager] wil weer een praktijk beginnen. Het ministerie van VWS weigert hem op te nemen in het BIG-register.
Dinsdag troffen [X] en het ministerie elkaar voor de Leeuwarder rechtbank. [X] wil via de rechter afdwingen dat hij weer zelfstandig zijn beroep kan uitoefenen.
[X] zou jarenlang ondeugdelijk werk hebben geleverd. Tientallen patiënten hadden daarover geklaagd. Nadat ze waren overgestapt naar andere tandartsen werd duidelijk dat gaatjes niet of slecht gevuld waren, tandsteen niet was verwijderd en kronen slecht gezet.
De rechter doet op vrijdag 22 juli uitspraak.”
Op 29 september 2011 is de tweede zin van de publicatie op internet als volgt aangepast:
“Het ministerie van VWS weigert de aantekening te schrappen die achter zijn naam in het BIG-register staat.”
 
Op 19 december 2011 heeft de Raad een klacht van klager over onder andere dit artikel deels gegrond verklaard (RvdJ 2011/87). De Raad heeft daartoe onder meer het volgende overwogen:
“De Raad constateert dat in de publicatie ten onrechte is vermeld dat klager de bestuursrechtelijke procedure is gestart om opgenomen te worden in het BIG-register. Vaststaat dat klager reeds was ingeschreven in dat register en dat de procedure gaat over het verwijderen van een aantekening uit het register. Deze feiten blijken uit het BIG-register zelf, zijn aan de orde geweest ter zitting van de bestuursrechter en volgen uit de pleitnota van de raadsman van klager, waarover verweerders beschikten. Op dit punt is sprake van een feitelijke onjuistheid in de berichtgeving die niet van ondergeschikte betekenis is. In zoverre is de klacht gegrond. Overigens hebben verweerders deze onjuistheid rechtgezet in de internetpublicatie, wat te prijzen is.”
en
“Het stond verweerders (…) vrij om in het kader van hun berichtgeving over de bestuursrechtelijke procedure de voorgeschiedenis te schetsen. (…) Echter, de Raad is van oordeel dat verweerders over die voorgeschiedenis onvolledig hebben bericht. Ten onrechte is onvermeld gelaten dat van de beschreven tientallen klachten slechts twee door het Centraal Tuchtcollege zijn gehonoreerd. Door die onvolledigheid is de onjuiste suggestie gewekt dat de tientallen klachten alle gegrond waren en dat klager jarenlang op grote schaal aantoonbaar ondeugdelijk werk zou hebben geleverd. Aldus is klager in een onnodig negatief daglicht gesteld.
Het voorgaande heeft ook invloed op de vraag of klagers naam in de publicatie kon worden vermeld. Hoewel in beginsel geen bezwaar bestaat tegen vermelding van de namen van de betrokken partijen in verslagen van een openbare terechtzitting in een bestuursrechtelijke procedure, is het in deze context journalistiek onzorgvuldig om de volledige naam van klager te vermelden. Immers, door de combinatie van de onvolledige en daarmee tendentieuze berichtgeving over het verleden van klager en de vermelding van diens naam, is zijn privacy disproportioneel aangetast. Niet aannemelijk is geworden dat een voldoende zwaarwegend maatschappelijk belang bestond om de naam van klager te vermelden. Ook op dit punt hebben verweerders de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Voor zover klager heeft betoogd dat de publicatie nog andere feitelijke onjuistheden bevat, is de Raad van oordeel dat deze niet van zodanige aard zijn dat daarmee grenzen zijn overschreden van wat journalistiek toelaatbaar is.”
Op 11 mei 2012 heeft de Raad een verzoek tot herziening van de zijde van de krant afgewezen  (RvdJ 2012/22).
 
Bij brief van 29 augustus 2013 heeft klager aan de Leeuwarder Courant verzocht het artikel van internet te verwijderen en zich verder te onthouden van suggestieve, belastende, ongenuanceerde en foutieve berichtgeving.
De Leeuwarder Courant heeft het verzoek tot verwijdering van het artikel afgewezen en de publicatie op 22 oktober 2013 aangepast. De kop is gewijzigd in “Tandarts naar rechter om aan de slag te blijven”. Verder luidt het artikel nu als volgt:
 “Tandarts [X] (58) uit [woonplaats klager] wil weer aan het werk in zijn beroep. Het ministerie van VWS weigert de aantekening te schrappen die achter zijn naam in het BIG-register staat.
Dinsdag troffen [X] en het ministerie elkaar voor de Leeuwarder rechtbank. [X] wil via de rechter afdwingen dat hij weer zelfstandig zijn beroep kan uitoefenen.
[X] zou jarenlang ondeugdelijk werk hebben geleverd. Tientallen patiënten hadden daarover geklaagd. Nadat ze waren overgestapt naar andere tandartsen werd duidelijk dat gaatjes niet of slecht gevuld waren, tandsteen niet was verwijderd en kronen slecht gezet. Het Centraal Tuchtcollege heeft twee klachten gegrond verklaard.
De rechter doet op vrijdag 22 juli uitspraak.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager meent dat de Leeuwarder Courant onjuist handelt door te volharden in de aantasting van zijn professionele hoedanigheid door handhaving van de publicatie op internet. Ondanks de recente aanpassing is de berichtgeving nog steeds onjuist. Zo is in de kop ten onrechte vermeld dat hij naar de rechter is gestapt ‘omdat hij weer aan het werk wil’; hij mag namelijk werken waar hij wil. Verder wijst klager erop dat de overgestapte patiënten daartoe onder druk zijn gezet door de zorgverzekeraar, omdat hun behandeling bij klager niet meer zou worden vergoed. De zorgverzekeraar heeft geprobeerd alle klachten die uit een ad random uitgevoerd tandheelkundig onderzoek voortkwamen, aannemelijk te maken bij het Centraal Tuchtcollege om klager uit zijn beroep te zetten, maar dat is mislukt. 
Klager vindt dat de krant een halt moet worden toegeroepen in haar actie hem als een soort ‘horrortandarts’ neer te zetten die patiënten onherstelbare schade heeft berokkend.
 
De Leeuwarder Courant stelt hier tegenover dat het verzoek tot verwijdering van het artikel vanuit een principieel en journalistiek oogpunt niet is gehonoreerd. Het verwijderen zou een precedent scheppen voor het verwijderen van de geschiedenis van een nieuwsonderwerp. Dit mag niet van een journalistieke organisatie worden gevraagd, tenzij het bericht van a tot z feitelijk onjuist is. Daarom is de publicatie op 22 oktober 2013 aangepast, om recht te doen aan zorgvuldigheid. Naar de mening van de krant, gebaseerd op vele gesprekken en beschikbare informatie, is de kop niet onjuist. Klager heeft nooit kunnen of willen vertellen wat zijn andere ‘moverende redenen’ zijn geweest. Verder is het een feit gebleken dat tientallen patiënten zijn overgestapt. De krant doet geen uitspraken over de vraag of de betrokken patiënten dat al dan niet uit eigen beweging hebben gedaan. Verder zijn geen uitspraken gedaan over een mogelijk geschil tussen klager en de zorgverzekeraar.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De vraag is aan de orde of de Leeuwarder Courant al dan niet correct heeft gehandeld door het internetartikel niet te verwijderen, maar aan te passen op de wijze zoals zij op 22 oktober 2013 heeft gedaan.
 
Het publieke belang om door media geïnformeerd te worden, weegt in beginsel zwaarder dan het belang dat een betrokkene kan hebben bij het verwijderen van een internetpublicatie. Er is geen grond voor het oordeel dat het publieke belang in dit geval dient te wijken voor het privébelang van klager.
Dat neemt niet weg dat de aanpassing van het artikel geen recht doet aan de uitspraak van de Raad van 19 december 2011. De Raad heeft eerst bezien of die uitspraak wellicht tot misverstanden aanleiding zou hebben kunnen geven en is tot de conclusie gekomen dat dat in redelijkheid niet het geval kan zijn. De Raad kan in het midden laten of bij de aanpassing van de internetpublicatie slechts sprake is geweest van een ongelukkige wijze van formuleren dan wel van het niet verstaan van de essentie van de uitspraak van de Raad. Duidelijk is in elk geval dat de Leeuwarder Courant enkele zinnen uit de uitspraak heeft overgenomen in de internetpublicatie zonder deze in de juiste context te plaatsen. Door deze niet nauwgezette werkwijze is de voor klager nadelige teneur van de publicatie ten onrechte versterkt. Dit betekent dat de Leeuwarder Courant journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.1., 1.2. en 2.2.8.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2010/23
 
CONCLUSIE
 
De Leeuwarder Courant heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
De Raad doet de aanbeveling aan de Leeuwarder Courant om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 27 maart 2014 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. dr. Y.M. de Haan, drs. G.J.P. Kloosterhuis en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.