2014/17 zorgvuldig

Samenvatting

E. König en NRC Handelsblad hebben op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan de positie van klager als bestuurder van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), interne procedures bij de NVM en een faillissement van een makelaarskantoor waarbij klager is betrokken. De krant heeft grondig onderzoek verricht en op juiste wijze wederhoor toegepast. Van een ontoelaatbare aantasting van klagers privacy is geen sprake.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

E. König en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

De heer X (klager) heeft op 2 oktober 2013 in een brief met bijlagen een klacht ingediend tegen E. König en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad (samen: NRC). NRC heeft op de klacht gereageerd in een brief van 11 november 2013 met bijlagen en per e-mail van 14 november 2013 een aantal geluidsbestanden aan de Raad gestuurd. Ten slotte heeft klager per e-mail van 17 december 2013 nog een aantal bijlagen ingezonden.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 20 december 2013. Klager was daar aanwezig, net als E. König (redacteur economie) en J. Meeus (chef redactie economie). Klager heeft op de zitting een notitie overhandigd en voorgedragen.

Een lid van de Raad was onverwachts afwezig. Partijen hebben desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen de behandeling van de zaak door de voorzitter en de overige drie leden.

DE FEITEN

In de periode van 10 april 2013 tot en met 25 september 2013 verscheen in NRC Handelsblad en op de website van de krant een reeks artikelen, voornamelijk van de hand van König, waarin klager is genoemd. De artikelen gaan kort samengevat over de positie van klager als bestuurder van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), interne procedures bij de NVM en een faillissement van een makelaarskantoor waarbij klager is betrokken. Klager maakt bezwaar tegen de volgende publicaties:
·         10 april 2013: “Bestuurder NVM in opspraak om faillissement makelaarskantoor”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“[Y] (54), voormalig zakenpartner van [X] en oud-afdelingsvoorzitter van de NVM, verdenkt [X] van onrechtmatig handelen tijdens het faillissement van hun makelaarskantoor in 2009. Het conflict tussen [Y] en [X] is al jaren inzet van een juridische strijd. De zaak werd afgelopen februari achter gesloten deuren ook behandeld door de raad van toezicht van de NVM. De tuchtrechters doen binnenkort uitspraak. Het bestuur van de NVM weet van het conflict, maar heeft bewust afstand bewaard wegens de tuchtprocedure, aldus NVM-voorzitter Ger Hukker.”
en
“[X] spreekt van ,,vileine beschuldigingen” door [Y] en zegt dat de zaak gesloten is. De bestuurder van de NVM wil desgevraagd niet inhoudelijk ingaan op de affaire. [X] ontkent dat hij in de praktijk fungeerde als financieel directeur bij […] BV. Hij bevestigt op de hoogte te zijn van betwiste facturen, maar zegt niet te weten of de misgelopen inkomsten achteraf weer uit de omzetcijfers zijn gehaald.
Volgens een voorlopige uitspraak in een kort geding dat [X] heeft aangespannen mag [Y] hem niet betichten van oplichting of paulianeus handelen (schuldeisers opzettelijk benadelen). [Y] zegt bewijs bewust te hebben bewaard voor een definitieve uitspraak in een bodemprocedure.”
·         10 april 2013: “Verdacht faillissement achtervolgt NVM-bestuurder”. De intro van dit artikel luidt:
“[X], bestuurder van ’s lands grootste makelaarsvereniging NVM, is verwikkeld in een politieonderzoek en een tuchtzaak. De integriteit van de bestuurder en de kwaliteit van het interne tuchtrecht worden betwist.”
·         10 april 2013: “Bestuurder van NVM in opspraak na faillissement”.
·         12 april 2013: “Discussie in NVM over positie van bestuurslid” met de bovenkop “Affaire [X]-[Y] gevoelig in makelaarsvereniging”. De intro van dit artikel luidt:
“De aangifte van fraude tegen [X] heeft de positie van de bestuurder van makelaarsclub NVM verzwakt. Er is openlijk discussie over de vraag of hij wel kan aanblijven.”
·         13 april 2013: “…en voorman Hukker worstelt met een casus”
·         16 april 2013: “NVM-bestuurder treedt terug om fraudezaak”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“[X] zegt in een reactie te betreuren dat in de berichtgeving in deze krant “de integriteit van de NVM als organisatie en die van mij als bestuurder” in twijfel wordt getrokken. “De NVM mag immers geen hinder ondervinden van een zaak waarin zij geen partij is.”
Ger Hukker, voorzitter van het algemeen bestuur van de NVM: “Het is zowel voor [X] als voor de NVM vervelend dat zijn conflict met zijn ex-zakenpartner in verband wordt gebracht met zijn functies binnen de NVM. Vooralsnog gaat het om aantijgingen en niet om veroordelingen door een onafhankelijke instantie. In het belang van de NVM vervult [X] voorlopig geen bestuursfuncties meer voor de NVM.”
·         16 april 2013: “Fraudezaak vloert NVM-leider” met de bovenkop “Bestuurslid [X] van grootste makelaarsvereniging treedt terug”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Na zware interne druk legt NVM-bestuurder [X] zijn functie neer. In een laatste brief beticht ook de overleden makelaar […] hem van fraude.”
en
“[X] spreekt in een korte reactie op deze brief van ,,uitsluitend ongefundeerde aantijgingen” en zegt dat hij alle afspraken ,,naar behoren” heeft afgehandeld. (…) [X] wil niet reageren op zijn voorlopige terugtreden.”
·         18 april 2013: “Tuchtraad NVM doet uitspraak in schandaal”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Beide partijen – bestuurder [X] en zijn oud-compagnon [Y] – krijgen een tik van de interne tuchtraad.”
·         25 september 2013: “Bonje in de NVM”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt zich – kort samengevat – op het standpunt dat NRC eenzijdig en tendentieus over hem heeft bericht, waarbij onwaarheden zijn vermeld en feiten zijn verdraaid. Hij verwijt NRC met name onzorgvuldig te hebben gehandeld met het doel nieuws te creëren en zijn aftreden als NVM-bestuurder te bewerkstelligen.
Volgens klager heeft NRC de berichtgeving grotendeels gebaseerd op aantijgingen van een dubieuze bron: zijn rancuneuze oud-zakenpartner, met wie hij een slepend conflict heeft. NRC heeft daarbij niet de vereiste zorgvuldigheid betracht en onvoldoende onderzoek verricht naar de betrouwbaarheid en kwaliteit van de aangereikte informatie. Verder heeft NRC hem onvoldoende gelegenheid gegeven te reageren en daar waar hem is gevraagd om een reactie was dat onder een onredelijke tijdsdruk. Hij beschikte niet over de stukken waarop gereageerd moest worden, zodat het niet mogelijk was om daarop binnen een dag of minder uitgebreid te reageren. Bovendien had hij de indruk dat het verhaal al vaststond. Daarnaast wilde hij de NVM niet beschadigen.
Klager meent dat zijn goede naam en eer zijn aangetast onder het mom van een ‘maatschappelijk belang’, te weten dat het een rommeltje zou zijn binnen de NVM. NRC heeft geen rekening gehouden met zijn privacy. In de artikelen zijn niet ter zake doende privéomstandigheden aangehaald. Hij is op tendentieuze wijze in verband gebracht met frauduleus en paulianeus handelen. Daardoor is ten onrechte zijn integriteit als persoon en als bestuurder van de NVM in twijfel getrokken. De artikelen hebben een grote impact gehad op klager en zijn familie. Hij heeft zijn klacht onderbouwd met een groot aantal bijlagen.

NRC vindt dat de krant zorgvuldig heeft gehandeld. De NVM is een grote en invloedrijke partij op de woningmarkt. Het reilen en zeilen van een bestuurder van de NVM, een actueel (makelaars)conflict waarbij deze bestuurder is betrokken, en de interne procedures binnen de NVM, raken het maatschappelijk belang en hebben nieuwswaarde. De vermelde informatie over klager – bijvoorbeeld (de hoogte van) door hem afgesloten hypotheken – was in dit licht relevant en bovendien uit openbare bronnen opvraagbaar. König was zich van meet af aan ervan bewust dat hij verslag deed van een slepend en ernstig conflict tussen klager en diens oud-zakenpartner. Hij heeft de zaak als onafhankelijk journalist onderzocht en grondig bronnenonderzoek verricht. De berichtgeving is gebaseerd op overtuigende verklaringen en betrouwbare dossierstukken. De in de artikelen geuite verdenkingen worden ondersteund door meerdere betrouwbare bronnen. Verder is een aantal letterlijke citaten van bronnen in de artikelen opgenomen. De berichtgeving is niet tendentieus en bevat geen onwaarheden. NRC verwijst in dit verband naar de bijlagen bij de reactie op de klacht.
Verder betwist NRC dat klager onvoldoende gelegenheid tot wederhoor is geboden. König heeft ruim vóór de eerste publicatie en ook daarna contact gehad met klager zowel telefonisch als per e-mail en sms. Ondanks herhaalde verzoeken heeft klager nooit op een aantal wezenlijke punten willen ingaan. Hij gaf ook geen toestemming aan zijn vroegere advocaat en fiscalist om een toelichting te geven. Bovendien heeft klager het aanbod voor een vertrouwelijk achtergrondgesprek voorafgaand aan de eerste publicatie genegeerd. Ook is klager niet ingegaan op verzoeken voor een losstaand interview, waarin hij de ruimte zou krijgen zijn visie op de zaak te geven. Verder kwam het voor dat de kritiek die klager gaf, haaks stond op de bevindingen van König.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat hij naar aanleiding van een klacht beoordeelt of al dan niet journalistiek zorgvuldig is gehandeld. De Raad doet in dat verband geen zelfstandig feitenonderzoek, zoals in een gerechtelijke procedure het geval is. 
 
Kern van de klacht is dat eenzijdig en tendentieus over klager is bericht, waarbij onvoldoende wederhoor is toegepast en bovendien onvoldoende rekening is gehouden met klagers privacy. De Raad zal zich tot deze kern beperken.

NRC heeft aannemelijk gemaakt dat König grondig onderzoek heeft verricht en dat de berichtgeving is gebaseerd op stukken en informatie afkomstig van diverse bronnen. König is nauwgezet te werk gegaan. Er bestond voor de krant voldoende aanleiding om te berichten over klager zoals zij heeft gedaan.

In de berichtgeving is verder voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Klager heeft niet weersproken dat hij betrokken is (geweest) bij de vermelde kwesties. Verder is niet gebleken dat de artikelen relevante feitelijke onjuistheden bevatten.

Niet ter discussie staat dat klager door König is benaderd voor wederhoor. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij onder onredelijke tijdsdruk moest reageren. Voorafgaand aan de eerste publicatie heeft klager 17 dagen de tijd gehad om zijn kant van het verhaal toe te lichten en eventuele bewijsstukken naar voren te brengen. Ook daarna heeft König meermaals contact gelegd met klager. Zijn werkwijze is fair geweest en van onvoldoende toepassing van wederhoor is geen sprake. Dat klager wellicht niet adequaat heeft gereageerd, kan NRC niet worden verweten.
 
Verder is niet gebleken dat sprake was van partijdigheid bij de totstandkoming van de berichtgeving. Weliswaar is – met name in het artikel van 10 april 2013 – veel ruimte gegeven aan de visie van de oud-zakenpartner van klager, maar diens verhaal wordt voldoende ondersteund door onafhankelijke bronnen. Bovendien heeft klager, door niet of nauwelijks onderbouwd te reageren, zelf  nuancering in de berichtgeving in de weg gestaan.

Ten slotte is niet aannemelijk geworden dat de privacy van klager op journalistiek ontoelaatbare wijze is aangetast. Klager bekleedde als (voormalig) bestuurder van de NVM een openbare functie, zodat een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk is. Bovendien zijn de belichte privékwesties in de context van het uitoefenen van een publieke functie bij de NVM journalistiek relevant.

Een en ander betekent dat König en NRC Handelsblad journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.1.-1.5., 2.2.5., 2.3.1. en 2.4.1.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2013/60 en RvdJ 2013/15
 
CONCLUSIE

König en NRC Handelsblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 21 februari 2014 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, drs. ir. M.C.N. Mokveld, mw. H.M.M. Nietsch en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in aanwezigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N’Daw, plaatsvervangend secretaris.