2014/16 deels-onzorgvuldig

Samenvatting

J. van den Heuvel, T. Zeeman en De Telegraaf hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld bij het publiceren van het voorpagina-artikel “Zelfmoord in cel uit angst voor Gwenette” en het portret “Topcrimineel Gwenette Martha brein achter Amsterdamse liquidaties?”. Zij hadden de bewering in de kop van het voorpagina-artikel niet als feit mogen brengen en hebben onvoldoende wederhoor toegepast. De Raad vindt de passage in het portret over een ‘ripdeal’ en liquidaties in de Staatsliedenbuurt niet journalistiek ontoelaatbaar. Tot deze conclusie komt de Raad naar aanleiding van de klacht van G.G. Martha en N.C.J. Meijering, waarop Van den Heuvel, Zeeman en De Telegraaf overigens niet hebben gereageerd. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan De Telegraaf om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

G.G. Martha en N.C.J. Meijering

tegen

J. van den Heuvel, T. Zeeman en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Mr. N.C.J. Meijering, advocaat te Amsterdam, heeft op 21 oktober 2013 mede namens G.G. Martha (samen klagers) een klacht met vier bijlagen ingediend tegen J. van den Heuvel, T. Zeeman en de hoofdredacteur van De Telegraaf. Vervolgens heeft Meijering in een brief van 28 november 2013 de klacht verder toegelicht. Van den Heuvel, Zeeman en De Telegraaf hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 6 december 2013. Partijen waren daar niet aanwezig. Vanwege de plotselinge verhindering van een van de leden van de Raad is de zaak behandeld door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op woensdag 21 augustus 2013 heeft Zeeman zicht per e-mail tot een kantoorgenote van Meijering gewend en drie passages ‘ter controle’ voorgelegd:
“1. Zo wordt in 1992 de dan 18-jarige Martha aangeklaagd voor een aantal overvallen op banken en geldlopers en wordt hij verdacht van de handel in drugs. Het Openbaar Ministerie eist tien jaar cel, maar de rechtbank ziet voor de overvallen onvoldoende bewijs en veroordeeld Martha alleen voor drugshandel en verboden wapenbezit.
2. In 2007 start het OM een groot proces tegen hem. Hij wordt aangeklaagd voor grootschalige handel in drugs en het witwassen van grote sommen crimineel geld. Martha wordt in hoger beroep veroordeeld tot acht jaar cel en moet ruim 16 miljoen euro terugbetalen aan de Nederlandse staat. Maar lang zit hij niet in de gevangenis. Hij weet te vluchten en duikt onder, om pas ander half jaar later in oktober 2009 in België weer te worden gearresteerd.
Uiteindelijk komt Martha in augustus 2012 onverwacht op vrije voeten. De Hoge Raad oordeelt namelijk dat er fouten zijn gemaakt in zijn strafzaak en dat die helemaal opnieuw moet. Martha mag dat in vrijheid afwachten, op voorwaarde dat hij zich niet meer met criminele zaken bezighoudt.
3. Martha zelf ontkent iets te maken te hebben met de liquidaties in de Staatsliedenbuurt, te meer omdat hij ten tijde van de liquidatie zelf vast zat. Twee maanden voor de liquidatie is de geboren Antilliaan namelijk met drie andere mannen op De Dam in Amsterdam aangehouden. Omdat hijzelf een kogelvrij vest droeg en twee anderen een doorgeladen pistool bij zich hadden, vermoedt de politie dat ze van plan waren een liquidatie uit te voeren. Ook toen zou het doelwit al Benaouf A. zijn geweest.”

Op verzoek van Meijerings kantoorgenote heeft Zeeman die e-mail op donderdag 22 augustus om 17:16 uur doorgestuurd naar Meijering en daarbij aan Meijering bericht:
“Benedicte vraagt me nu jou te benaderen met de vraag of jullie nog op- of aanmerkingen hebben en of er nog behoefte is om een reactie te geven… Dat doe ik dus bij deze.”
In een e-mail van een paar minuten later voegt Zeeman daar nog aan toe:
“Het is een portret over Gwenette, geen nieuwsverhaal. Zover ik kan beoordelen zitten er in ons verhaal geen nieuwe feiten.”
Hierop reageert Meijering per e-mail van 17:21 uur als volgt:
“Ik kijk er dadelijk even naar. Is het voor a.s. zaterdag?”
Waarop Zeeman in een e-mail van 17:23 uur antwoordt:
“Ja het is voor zaterdag, alleen wordt de pagina straks al opgemaakt, dus er is wat haast geboden…(…)”
Vervolgens laat Meijering in een e-mail van 18:32 uur het volgende aan Zeeman weten:
“Onder 1: client is tot 18 maanden veroordeeld. Zou mooi zijn als dat opgenomen wordt. Is toch minder dan geeist.
Onder 2: de zaak moet niet helemaal opnieuw: alleen de heroine zaak. Misschien dus het woordje “helemaal” (opnieuw) weg. Verder mag hij later van het Hof het in vrijheid afwachten. Dus niet de HR, maar dat is misschien wat al te veel gemillimeter.
Onder 3: vind ik niet helemaal lopen vanwege “namelijk” in 2e regel. “Namelijk” zou kunnen slaan op het ontkennen in eerste zin. Kijk er even naar.
Mijn commentaar:
“Client is het vooral meer dan zat dat hij telkens maar weer door OM en recherche in verband gebracht wordt met levensdelicten. We zijn er echter van overtuigd dat de rechter zich niet door dergelijke stemmingmakerij laat beïnvloeden en dat wij client spoedig weer in vrijheid kunnen begroeten.”

Op 24 augustus 2013 verscheen op de voorpagina van De Telegraaf een artikel van de hand van Van den Heuvel en Zeeman met de kop “Zelfmoord in cel uit angst voor Gwenette”. Het artikel luidt:
“De man die ervan wordt verdacht in oktober vorig jaar de ‘rechterhand’ van topcrimineel Gwenette Martha te hebben geliquideerd, heeft zelfmoord gepleegd in de koepelgevangenis in Haarlem. Het gaat om de 36-jarige Chris Bouman, die er op 18 oktober bij was toen in Antwerpen de Amsterdamse Marokkaan Najib Bouhbouh voor een hotel werd doodgeschoten. Bouman verhing zich aan een laken in zijn cel. Justitie sluit niet uit dat hij zichzelf doodde uit vrees voor de wraak van Gwenette Martha.
De moord op Bouhbouh was volgens de politie de opmaat van een gangsteroorlog, die onder meer leidde tot een wildwestschietpartij in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Bouhbouh was een boezemvriend en compagnon van de bekende en gevreesde Amsterdamse gangster Gwenette Martha.
Zie voor een uitgebreid portret van Gwenette Martha pagina TA1”

In dezelfde krant is een portret opgenomen, eveneens van de hand van Van den Heuvel en Zeeman, met de kop “Topcrimineel Gwenette Martha brein achter Amsterdamse liquidaties?”. Dit artikel opent als volgt:
“Al maanden zweeft zijn geest boven een reeks liquidaties in de hoofdstad. De politie beschouwt hem als een ABC’er oftewel een Amsterdamse beroepscrimineel. De oude penoze doet liever een stapje opzij als hij in beeld komt. Wie is deze Gwenette Martha (39) en hoe vergaarde de relatief onbekende gangster de status van topcrimineel? Een portret van een straatschoffie dat zich opwerkte tot een van de ogenschijnlijk onaantastbare bazen van de Amsterdamse onderwereld.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Bij zijn eerste serieuze strafzaak wordt de dan achttienjarige Martha aangeklaagd voor een aantal zeer gewelddadige overvallen op banken en geldlopers en handel in drugs. Het Openbaar Ministerie eist tien jaar cel, maar de rechtbank ziet voor de overvallen onvoldoende bewijs en veroordeelt Martha alleen voor drugshandel en verboden wapenbezit.”
en
“Pas in 2007, een jaar na de opzichtige steunbetuiging door Badr Hari in Japan, start het OM een groot proces tegen hem. Hij wordt aangeklaagd voor grootschalige handel in drugs en het witwassen van grote sommen crimineel geld. Martha wordt in hoger beroep veroordeeld tot acht jaar cel en moet ruim 16 miljoen euro terugbetalen aan de Nederlandse Staat. Maar lang zit hij niet in de gevangenis. Hij weet te vluchten en duikt onder, om pas anderhalf jaar later, in oktober 2009, in Belgie weer te worden gearresteerd.
Uiteindelijk komt Martha in augustus 2012 onverwacht op vrije voeten. De Hoge Raad oordeelt namelijk dat er fouten zijn gemaakt in zijn strafzaak en beslist dat die helemaal over moet. Martha mag dat nieuwe proces in vrijheid afwachten, op voorwaarde dat hij zich niet meer met criminele zaken bezighoudt.”
en
“Maar het duurt niet lang voordat de naam Martha opnieuw opduikt in een grote criminele zaak. Hij zou hebben bemiddeld in een drugsconflict tussen Belgische en Nederlandse criminelen, maar uiteindelijk zelf met het geld ervandoor zijn gegaan, een zogeheten ripdeal. Als vergelding zou Martha’s goede vriend en rechterhand Najib Bouhbouh zijn geliquideerd.
Juist deze moord ligt ten grondslag aan de gewelddadige liquidaties in de Staatsliedenbuurt, meent justitie. Gwenette Martha wilde hiermee de dood van zijn vriend BouhBouh wreken.”
en
“Martha zelf ontkent, te meer omdat hij ten tijde van de liquidatie zelf vast zat. Twee maanden voor de liquidatie werd de geboren Antilliaan namelijk met drie andere mannen op De Dam in Amsterdam aangehouden. Omdat hijzelf een kogelvrij vest droeg en twee anderen een doorgeladen pistool bij zich hadden, vermoedt de politie dat ze van plan waren een liquidatie uit te voeren. Ook toen zou het doelwit al Benaouf A. zijn geweest. ,,Als je het mij vraagt heeft hij zich hier bewust laten oppakken”, zegt een kennis van Martha. ,,Hij is veel te slim om zich zo te laten arresteren. Als hij de opdrachtgever is, heeft hij zichzelf een perfect alibi gegeven.”
Het slot van het artikel luidt:
“Martha’s advocaat Nico Meijering laat in een reactie weten dat zijn cliënt het meer dan zat is, dat hij telkens maar weer door OM en recherche in verband gebracht wordt met levensdelicten. ,,We zijn er echter van overtuigd dat de rechter zich niet door dergelijke stemmingmakerij laat beïnvloeden en dat wij cliënt spoedig weer in vrijheid kunnen begroeten.””
 
In een e-mail van 24 augustus 2013 heeft Meijering aan Zeeman en Van den Heuvel het volgende bericht:
“Zojuist kennis genomen van de publicatie in De Telegraaf van heden. Ik verwijs (o.m.) nog eens naar onderstaande emailwisseling alsmede naar de telefoongesprekken en smsberichten van afgelopen donderdag 22 augustus. In de eerste plaats heeft u slechts enkele passages “ter controle” (zoals u het zelf benoemde) toegezonden. In de tweede plaats heeft u gevraagd “of er nog behoefte is om een reactie te geven” op (de passage uit) het portret. N.a.v. die vraag heb ik telefonisch contact met u gezocht en aangegeven uiteraard geen reactie te kunnen geven op het (te publiceren) portret zolang mij slechts enkele passages daaruit kenbaar gemaakt zouden worden. Na overleg dat u met Van den Heuvel wenste te hebben, ontving ik een sms met de tekst: “He Nico, begreep van John dat beleid van de krant is dat we geen artikelen vooraf sturen, tenzij er ‘explosief materiaal’ in staat. Dat is naar onze mening niet het geval vandaar… Maar ik snap uiteraard dat jullie dan geen reactie (kunnen) geven. Mochten er nou in de gestuurde passages fouten staan, hoor ik dat uiteraard wel graag.” Hierop heb ik vervolgens gereageerd op de eerder per email toegezonden passages.
Verwijzend naar De Telegraaf van heden stel ik vast dat er meer passages in de publicatie zijn welke zich leenden voor een reactie/weerwoord. Ik beraad mij ter zake nog met client. Voor het overige verwijs ik vooralsnog naar de inhoud van de publicatie op de voorpagina en meer in het bijzonder de kop: “Zelfmoord in cel uit angst voor Gwenette”. Los van het feit dat hier geen reactie/weerwoord is gevraagd wordt een en ander als feit gebracht. Zulks is feitelijk onjuist, onrechtmatig en gevaarlijk. Voor wat dit deel van de publicatie betreft, verzoek ik u mij nog heden een voorstel tot rectificatie op de voorpagina van De Telegraaf van aanstaande maandag te doen. Voor het overige beraad ik mij nog (met client).”

Tenslotte heeft Meijering in een e-mail van maandag 26 augustus 2013 nog aan Zeeman en Van den Heuvel het volgende geschreven:
“Ik heb zojuist kennis genomen van uw publicatie van heden in De Telegraaf rondom client Martha. Helaas moet ik vaststellen dat de waarheid (weer) geweld is aangedaan. Op pagina 3 onder de kop “Zelfmoord in cel” schrijft u:
“Najib Bouhbouh werd in oktober vorig jaar in Antwerpen vermoord. Overigens werd vrijdag bekend dat de hoofdverdachte in deze zaak, Chris Bouman, zelfmoord heeft gepleegd in zijn cel. De Telegraaf publiceerde zaterdag een paginagroot portret van Gwenette Martha en meldde in een apart bericht op de voorpagina dat justitie niet uitsluit dat Bouman zichzelf doodde uit angst voor een wraakzuchtige Martha. Martha’s advocaat Nico Meijering vindt deze suggestie schandalig. Hij wilde verder geen commentaar geven.”
U bent bekend met het feit dat ik wel degelijk commentaar wilde geven, waren het niet dat ik niet het commentaar wilde geven dat u mij vooraf had gedicteerd en had voorgesteld in een sms-bericht. Ik licht een en ander nog eens nader toe.
Na uw publicatie in De Telegraaf van afgelopen zaterdag heb ik u gemaild en gesteld dat uw publicatie (op de voorpagina) onrechtmatig is en ik graag een voorstel tot rectificatie tegemoet wilde zien. Hierna heef u (Zeeman) telefonisch contact met mij gezocht in een poging om rectificatie te voorkomen. Daartoe heeft u voorgesteld dat u in de krant van maandag (heden dus) aandacht zou besteden aan de invrijheidstelling van client alsmede aan de zelfmoord van Bouman en de wijze waarop uw krant client met die zelfmoord in verband heeft gebracht: ik zou vervolgens commentaar mogen geven. Ik heb als volgt gereageerd. In de eerste plaats heb ik u meer dan duidelijk gemaakt dat u(w krant) m.i. hoe dan ook dient te rectificeren en dat zulks los staat van een nieuwe publicatie welk u naar eigen believen weer zou kunnen gaan inrichten. In de tweede plaats heb ik u wel degelijk commentaar gegeven t.b.v. de publicatie van heden. Ik verwijs o.m. naar het sms-contact dat ik afgelopen zaterdag met u (Zeeman) had. In een tweetal smsjes rond 14.15 uur schreef u mij met het oog op voorgenomen publicatie in de krant van heden:
“Nico, er staat nu als reactie: ‘Ik vind dit een kwalijke aantijging en is niet gestoeld op feiten. Dit soort insinuaties zijn bovendien gevaarlijk voor mijn client’”
en
“Kun je je erin vinden als ik dit zo in mijn artikel opneem?”
Ik heb vervolgens telefonisch contact met u opgenomen en gezegd dat ik mij niet in het door u gedicteerde commentaar kon vinden. Ik heb u meegedeeld dat u het volgende commentaar van mij mocht noteren: “Dit is levensgevaarlijke riooljournalistiek die rectificatie verdient”. Aangezien ik er niet gerust op was dat een en ander wel zou zijn doorgekomen, heb ik dit nog eens in een sms-bericht aan u vastgelegd.”(…)

Hierop heeft Van den Heuvel diezelfde dag per e-mail gereageerd als volgt:
“In uw reactie geeft u een dermate vertekend beeld van de feiten dat het vrij zinloos is inhoudelijk te reageren. Dat zal waarschijnlijk helaas op een ander podium dienen te gebeuren. Wij hebben meer dan voldoende pogingen gedaan u en uw kantoorgenoot Ficq in het kader van ‘hoor en wederhoor’ gelegenheid te geven inhoudelijk te reageren.(…)”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGERS

Klagers menen dat zowel in het voorpagina-artikel als in het portret ernstige beschuldigingen zijn gepubliceerd zonder dat daarvoor een deugdelijke grondslag bestaat. In de kop van het voorpagina-artikel is als feit gepresenteerd dat de beschreven zelfmoord in relatie staat tot Martha. Uit de inhoud van het artikel blijkt dat justitie een mogelijke relatie tussen de zelfmoord en Martha ‘niet uitsluit’. Dit biedt geen rechtvaardiging voor het opnemen van de beschuldigende kop.
Verder is Martha in het portret in verband gebracht met een ‘ripdeal’ en liquidaties in de Staatsliedenbuurt. Ook voor deze uiterst diffamerende beweringen ontbreekt een feitelijke grondslag. Iets dergelijks is ook nooit door de politie of het Openbaar Ministerie gesteld. Omdat De Telegraaf weigerde te rectificeren, zagen klagers zich genoodzaakt een persbericht te laten uitgaan om de beweringen te ontkrachten.
Bovendien is ten aanzien van de hiervoor bedoelde beschuldigingen geen wederhoor toegepast. Dit klemt temeer nu Zeeman en Van den Heuvel wél wederhoor hebben geboden betreffende een aantal passages in het portret die van ondergeschikte betekenis waren. Meijering heeft vervolgens duidelijk gemaakt dat hij niet in staat was adequaat te reageren, zolang hem slechts enkele passages kenbaar gemaakt zouden worden. Zeeman en Van den Heuvel hebben toen laten weten dat ‘het niet het beleid van de krant is vooraf een volledig artikel te sturen, tenzij er ‘explosief materiaal’ in staat’. Omdat dat volgens hen niet het geval was, hebben zij Meijering geen inzage verstrekt in de hele publicatie. Meijering heeft alsnog een reactie gegeven op de voorgelegde passages, zodat de schade zoveel mogelijk zou worden beperkt. Die reactie is onvolledig en onjuist verwerkt. Volgens klagers was bovendien in het voorpagina-artikel wel degelijk sprake van ‘explosief materiaal’, zodat er voor Zeeman en Van den Heuvel des te meer reden bestond om ook ten aanzien van dat artikel wederhoor toe te passen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de kop van het voorpagina-artikel is als feit gepresenteerd dat angst voor Martha heeft geleid tot zelfmoord. In het artikel is vermeld dat justitie ‘niet uitsluit’ dat de betrokkene uit vrees voor wraak van Martha zelfmoord heeft gepleegd. Dit rechtvaardigt niet dat deze mogelijke oorzaak in de kop stellig als feit is gebracht. De Raad vindt de presentatie van ‘de feiten’ daarom niet nauwgezet.

Verder hebben klagers aannemelijk gemaakt dat onvoldoende wederhoor is toegepast. Uit de stukken blijkt niet wanneer Bouman zelfmoord heeft gepleegd en wanneer De Telegraaf daarvan heeft vernomen. Vaststaat dat Zeeman op 21 augustus over het portret over Martha contact heeft opgenomen met (het kantoor van) Meijering en dat hij op 22 augustus aan Meijering heeft geschreven: “Het is een portret over Gwenette, geen nieuwsverhaal. Zover ik kan beoordelen zitten er in ons verhaal geen nieuwe feiten”.
Echter, vanaf het moment dat duidelijk was dat er op dezelfde dag zou worden gepubliceerd over de zelfmoord van Bouman inclusief de beschuldiging richting Martha en de link naar het over hem geschreven portret, hadden Van den Heuvel en Zeeman niet mogen volstaan met het slechts voorleggen van de drie losse passages uit het portret in combinatie met het doen van de suggestie dat het om een algemeen portret zou gaan. De Telegraaf had in ieder geval ook wederhoor moeten toepassen op het onderdeel dat op de voorpagina als ‘nieuw feit’ werd gebracht. De nu gevolgde werkwijze zette Meijering c.s. op het verkeerde been en heeft geleid tot eenzijdige en daarmee unfaire berichtgeving.

Uit de stukken maakt de Raad op dat kennelijk op 26 augustus 2013 een vervolgbericht in De Telegraaf is verschenen met de kop “Zelfmoord in cel” dat de volgende passage bevat:
“De Telegraaf publiceerde zaterdag een paginagroot portret van Gwenette Martha en meldde in een apart bericht op de voorpagina dat justitie niet uitsluit dat Bouman zichzelf doodde uit angst voor een wraakzuchtige Martha. Martha’s advocaat Nico Meijering vindt deze suggestie schandalig. Hij wilde verder geen commentaar geven.”
Voor zover dit artikel als rectificatie was bedoeld, is van een adequate rechtzetting geen sprake; Meijering wilde immers juist wél commentaar geven en uit de stukken blijkt dat zijn reactie meer behelsde dan ‘schandalig’.

Ten aanzien van de passage in het portret over de ‘ripdeal’ en de liquidaties in de Staatsliedenbuurt zijn Van den Heuvel en Zeeman voldoende terughoudend geweest in de formulering. In dat opzicht hebben zij niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.1., 2.2.5. en 2.3.1.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2013/32
 
CONCLUSIE

Van den Heuvel, Zeeman en De Telegraaf hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld voor zover de klacht gaat over het publiceren van beschuldigingen in het voorpagina-artikel en het niet adequaat toepassen van wederhoor.
Voor zover de klacht gaat over het publiceren van beschuldigingen in het portret betreffende de ‘ripdeal’ en liquidaties in de Staatsliedenbuurt hebben verweerders journalistiek zorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan De Telegraaf om deze conclusie integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 20 februari 2014 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, drs. G.J.P. Kloosterhuis, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. M.J. Rietkerk, leden, in aanwezigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.