2014/12 onzorgvuldig

Samenvatting

P. Buss en De Telegraaf hebben in het artikel “Ex-politiedocent stalkte ex-vrouw” ten onrechte als feit gemeld dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan stalking, zonder klagers kant van het verhaal op te nemen. Bovendien hebben zij de privacy van klager onnodig geschonden door een bepaalde – voor de zaak niet relevante – functie te vermelden, waardoor klager door een breder publiek eenvoudig kon worden herkend. Deze journalistiek onzorgvuldige handelwijze werkt door in latere berichten over de zaak, terwijl de geplaatste ‘correctie’ niet afdoende was. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan De Telegraaf om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
P. Buss en de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
De heer X (klager) heeft op 18 augustus 2013 via twee klachtformulieren met bijlagen een klacht ingediend tegen P. Buss en de hoofdredacteur van De Telegraaf. Daarna heeft klager zijn klacht nog aangevuld en toegelicht via twee klachtformulieren van 19 augustus 2013 met bijlagen, een klachtformulier van 29 augustus 2013 met bijlagen, een e-mail van 22 september 2013 en 3 december 2013 met bijlage. Op verzoek van klager zijn ook stukken van mevrouw […] bij de klacht gevoegd. Buss en De Telegraaf hebben niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 6 december 2013 in aanwezigheid van klager. Vanwege de plotselinge verhindering van een van de leden van de Raad, heeft klager desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en de overige drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 19 februari 2013 verscheen in De Telegraaf een artikel van de hand van Buss met de kop “Ex-politiedocent stalkte ex-vrouw” en de bovenkop “In vermomming op feesten en vakantie”. Het artikel bevat de volgende passages:
“,,Hij bleef maar bellen en sms’en, en overal dook hij op: tijdens de herdenking van mijn overleden vader, op zijn kerkhof, in vermomming op de schoolvoorstelling van mijn zoontje en glurend over het tuinhek. Zelfs mijn moeder werd lastig gevallen.” Om nog maar te zwijgen van die keer dat hij als Ringo Starr van de Beatles op een bruiloft opdook.
Voor het stalkingslachtoffer van de inmiddels ontslagen docent van de politieopleiding [X] uit […woonplaats…] (43) was het gisteren allemaal te zwaar. Ze zat wel in de rechtbank, maar liet haar advocaat de slachtofferverklaring voorlezen.”
en
“De ontslagen politieman, en (volgens de website van […]) nog altijd […functie…], stond gisteren terecht voor stalking, afluisteren en het al dan niet in vermomming stelselmatig volgen van de vrouw tussen juli 2010 en 15 november 2011.”
en
“Officier van justitie F. van Veghel eiste vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, plus een werkstraf van tachtig uur. Bovendien wil hij dat [X] een verbod krijgt om contact te leggen met de vrouw en haar zonen.”
en
“Volgens de kleine, goedgebekte verdachte klopte er weinig tot niets van de beschuldigingen. Sterker, hij opende de aanval op zijn eigen werkgever: de politie. Die zou in het onderzoek naar de waarheid een tunnelvisie hebben gehanteerd. ,,Ik ben met de rug tegen de muur gezet, had geen mogelijkheid om mijn verhaal te doen.” [X] zit momenteel in een beroepsprocedure tegen zijn ontslag.”
 
Op 20 februari 2013 verscheen op de website van De Telegraaf een bericht, eveneens van de hand van Buss, met de kop “Nog geen gevolgen […functie…]”. Het artikel opent als volgt:
“[…] onderneemt vooralsnog geen actie richting […functie…] [X] (43) uit […woonplaats…], die wordt verdacht van stalking van zijn ex-vriendin en een voorwaardelijke celstraf boven het hoofd hangt.
[X], de ontslagen docent aan de politieopleiding, stond maandag terecht voor de rechtbank […plaats…], omdat justitie hem er van beticht tussen juli 2010 en november 2011 zijn ex-vriendin stelselmatig te hebben lastig gevallen en gevolgd. In een jaar tijd legde hij zo’n 11.000 keer contact (hoofdzakelijk via sms) met haar.
De officier van justitie achtte bewezen dat hij plots in vermommingen opdook op haar vakantieadres in Spanje en op een bruiloft, en afluisterapparatuur had geplaatst in de woning van het slachtoffer en onder haar auto.”
 
Op 5 maart 2013 verscheen in De Telegraaf een artikel met de kop “Veroordeeld voor stalken”. Het artikel bevat de volgende passage:
“[…woonplaats…]er [X] (43), docent aan de politieopleiding en […functie…], is voor het stalken van zijn ex-vriendin veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van drie maanden, plus een werkstraf van tachtig uur. Ook mag hij onder geen beding contact zoeken met zijn voormalige liefje.”
 
Ten slotte verscheen op 12 maart 2013 in De Telegraaf een bericht met de kop “Correctie [X]” dat luidt:
 “In De Telegraaf van 19 februari 2013 is ten onrechte door een kop gesuggereerd dat [X] zijn voormalige echtgenote zou hebben gestalkt. Het ging op dat moment om een verdenking ter zake het stalken van een ex-vriendin. Inmiddels is [X] daarvoor veroordeeld.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager vindt dat eenzijdig en onjuist over zijn strafzaak is bericht. Hij heeft er bezwaar tegen dat in het artikel van 19 februari 2013 een oordeel over hem is uitgesproken. Bovendien is ten onrechte gemeld dat het zou gaan om zijn ex-vrouw. Zij heeft met de kwestie niets te maken. Naar aanleiding van het artikel van 19 februari 2013 hebben mensen contact met haar opgenomen, omdat ze dachten dat het over haar ging en dat het háár vader betrof die overleden was, wat niet het geval was.
Bij de zaak is een andere vrouw betrokken en volgens klager draait het juist om het punt dat geen sprake was van een ex-vriendin. De vrouw was ten tijde van de gebeurtenissen nog zijn vriendin. Nu er geen sprake was van een ex, was er ook geen sprake van stalking, ze hadden immers nog een relatie. De correctie van 12 maart 2013 is dan ook niet volledig, omdat daarin nog steeds wordt gesproken over een éx-vriendin.
Klager deelt mee dat zijn standpunt op de rechtszitting uitvoerig door zijn advocaat naar voren is gebracht. Hij heeft de pleitnota van zijn advocaat bij de stukken gevoegd. Volgens klager zijn in het pleidooi de verklaringen van de vrouw onderuit gehaald. Dit is ook de reden dat hij uiteindelijk in hoger beroep is vrijgesproken, waarbij hij wijst op het overgelegde vonnis van het hof. Dat de rechtbank hem niet al heeft vrijgesproken, komt volgens klager omdat de rechtbank op de zitting de usb-stick met bewijsmateriaal niet in behandeling wilde nemen.
Ondanks het uitvoerige pleidooi van zijn advocaat is hij in het artikel van 19 februari 2013 al veroordeeld door de beschrijving in de kop en het gebruik van het woord ‘stalkingsslachtoffer’. In het artikel komt zijn kant van het verhaal in het geheel niet ter sprake, bijvoorbeeld niet zijn verklaring voor het veelvuldig telefonisch contact van zijn kant: dit was juist zo afgesproken omdat de vrouw weinig geld te besteden had.
Verder worden in het artikel zijn voornaam met initiaal van zijn achternaam, zijn woonplaats en zijn functie als […] vermeld. Volgens klager is die functie op de rechtszitting niet ter sprake gekomen, die functie was in de zaak ook niet relevant. Volgens klager is hij zo gemakkelijk herkenbaar gemaakt voor een groot publiek. Dit heeft er uiteindelijk ook toe geleid dat hij ontslagen is als […functie…]. Ook is er een relatie gelegd met (de bezwaarprocedure tegen) zijn ontslag bij de politie, terwijl dit niets te maken heeft met deze kwestie.
Volgens klager heeft De Telegraaf niet in de gaten wat een impact dergelijke onzorgvuldige berichtgeving op een mensenleven heeft.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat eenzijdig en daarmee tendentieus en onjuist over de kwestie is bericht.
 
De Raad stelt vast dat in het artikel van 19 februari 2013 – met name in de kop – ten onrechte als feit is gepresenteerd dat klager zich heeft schuldig gemaakt aan stalking. Uit het artikel volgt dat dit oordeel is gebaseerd op de standpunten van het Openbaar Ministerie en de bij de zaak betrokken vrouw. Slechts zeer beknopt is gemeld dat klager de beschuldigingen betwist. Zijn inhoudelijke argumenten – zoals die door zijn advocaat in een pleidooi op de rechtszitting naar voren zijn gebracht – zijn in het geheel niet in het artikel verwerkt. Hierdoor is het voor de lezer niet mogelijk om zich een volledig en controleerbaar beeld van de kwestie te vormen. De berichtgeving is niet nauwgezet en eenzijdig, en daarmee niet waarheidsgetrouw.
 
Bovendien is in het artikel – naast, zoals in berichtgeving over strafzaken gebruikelijk is: voornaam, initiaal van de achternaam, leeftijd en woonplaats – ook klagers functie als […] opgenomen. Klager heeft gesteld dat die functie niet op de rechtszitting aan de orde is gekomen. De Telegraaf heeft niet op de klacht en de daarin gestelde feiten gereageerd en ook anderszins is niet aannemelijk geworden dat de stelling van klager op dit punt onjuist zou zijn. Het moet er daarom voor worden gehouden dat inderdaad op de rechtszitting niet is gesproken over die functie. Ook zijn geen doorslaggevende redenen aannemelijk geworden waarom in de verslaglegging van deze specifieke strafzaak spontane vermelding van de functie van […] relevant zou zijn geweest. Door de functie van […] te vermelden, kon klager door een breder publiek eenvoudig worden geïdentificeerd. Deze onnodige privacyschending is niet fair tegenover klager.
 
Een en ander betekent dat Buss en De Telegraaf journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Deze onzorgvuldige handelwijze werkt door in de berichten die volgen op het artikel van 19 februari 2013. De Telegraaf heeft weliswaar op 12 maart 2013 een ‘correctie’ geplaatst, maar daarin is niet volledig duidelijk gemaakt dat en in hoeverre de handelwijze van de krant niet juist was. Dit artikel heeft de nadelen die klager van de eerdere publicatie moet hebben ondervonden, onvoldoende kunnen herstellen.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.1., 1.5. en 2.4.6.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2013/4
 
CONCLUSIE
 
Buss en De Telegraaf hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
De Raad doet de aanbeveling aan De Telegraaf om deze conclusie integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 13 februari 2014 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, drs. G.J.P. Kloosterhuis, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. M.J. Rietkerk, leden, in aanwezigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.