2014/11 onzorgvuldig

Samenvatting

RTV Oost heeft in het bericht “Werkstraf voor eigenaar financieel adviesbureau […]” onvoldoende duidelijk gemaakt welke passages betrekking hebben op het standpunt van het Openbaar Ministerie en welke passages onderdeel uitmaken van de uitspraak van het hof. Verder is niet gebleken dat het vermelden van de naam van klager in dit geval gerechtvaardigd was. Daarom heeft RTV Oost niet journalistiek zorgvuldig gehandeld. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan RTV Oost om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van RTV Oost
 
Mr. A.C. Huisman, advocaat te Deventer, heeft op 19 september 2013 namens de heer X (klager) een klacht met twee bijlagen ingediend tegen de hoofdredacteur van RTV Oost. Mevrouw C. Verhagen, redactiechef RTV Oost, heeft op de klacht geantwoord in een brief van 14 oktober 2013 met twee bijlagen. Mr. Huisman heeft daarop nog gereageerd in een e-mail van 29 oktober 2013.
 
De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 6 december 2013. Partijen waren daar niet aanwezig. Vanwege de plotselinge verhindering van een van de leden van de Raad is de zaak behandeld door de voorzitter en overige drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 23 augustus 2013 verscheen op de website van RTV Oost een bericht met de kop “Werkstraf voor eigenaar financieel adviesbureau […]”. Het bericht luidt:
“Oud-politieman [X] uit […plaatsnaam…] is in hoger beroep veroordeeld tot 240 uur werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden voor oplichting.
Eerder werd hij door de rechtbank al veroordeeld tot een half jaar gevangenisstraf. Volgens het OM heeft hij enkele jaren geleden met zijn financieel adviesbureau drie klanten opgelicht met optieregelingen. Met vervalste overzichten wist hij de slachtoffers te bewegen om hun investeringen te verhogen. Hij belegde slechts een derde van in totaal zes miljoen euro. De rest van het geld vloeide weg naar zijn eigen adviesbureau en gebruikte hij om schulden bij zijn klanten mee te betalen. Het adviesbureau van de man ging na zijn aanhouding in 2007 failliet.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager vindt dat met het woord ‘al’ wordt gesuggereerd dat hij in een andere zaak is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf. Dit is niet het geval. Die andere zaak was er inderdaad, maar die bleef beperkt tot een verdenking van oplichting van drie personen en witwassen. In die zaak is een aanzienlijk lagere straf dan zes maanden gevangenisstraf opgelegd.
De rechtszaak waarover nu is bericht is wel aan de eerdere zaak gelieerd, maar de tenlastelegging en bewezenverklaring hadden betrekking op andere strafbare feiten dan oplichting. In eerste instantie is wel zes maanden gevangenisstraf opgelegd, maar deze uitspraak is in hoger beroep vernietigd. Het hof heeft een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Klager vindt dat in het bericht beide zaken door elkaar zijn verwerkt. Hierdoor kan de lezer de onjuiste indruk krijgen dat hij naast de zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf nu ook een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen.
Verder meent klager dat de suggestie is gewekt dat hij vier miljoen euro voor eigen gebruik heeft aangewend. Volgens klager is dit niet juist. Hij verwijst in dit verband naar de uitspraken van het hof en de rechtbank. Verder wijst hij erop dat uit een van de reacties onder het bericht blijkt dat een lezer het bericht ook zo opvat dat hij vier miljoen euro met zijn handel heeft verdiend. Daarnaast heeft RTV Oost exacte bedragen gepubliceerd alsof het feiten zijn. De exacte bedragen zijn nooit vastgesteld, ook niet door de rechtbank en het hof. Volgens klager kan hem nu via internet tot in lengte van jaren worden nagedragen dat hij vier miljoen euro met strafbare feiten zou hebben verdiend.
Ten slotte maakt klager bezwaar tegen de vermelding van zijn achternaam. Hij mag in zijn woonplaats een publiek figuur zijn, maar hij is dat niet in het hele verzorgingsgebied van RTV Oost. Er bestond dus geen meerwaarde om zijn volledige naam te vermelden.
 
RTV Oost stelt daar tegenover dat met het woord ‘al’ wordt verwezen naar de eerdere uitspraak van de rechtbank, waarbij klager is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf. Het bericht gaat over het hoger beroep naar aanleiding van die uitspraak. Lezers zijn ermee bekend dat een uitspraak in hoger beroep de eerdere uitspraak ‘vervangt’. Van een verwijzing naar een andere zaak is dus geen sprake.
Verder is verwezen naar de eis van het Openbaar Ministerie. Daarin is gesteld dat klager ingelegd geld van cliënten niet volledig belegde maar deels liet terugvloeien in het bedrijf. Daarmee is niet gesuggereerd dat er sprake is van persoonlijk gewin. Dat klager een eenmanszaak heeft staat daar los van en is ook niet vermeld. De conclusie van de lezer in de reactie onder het bericht is niet voor rekening van RTV Oost, maar voor de betreffende reageerder. De genoemde bedragen zijn gebaseerd op eerdere berichtgeving van RTV Oost en verwijzen naar de motivering van het OM. De rechtbank en het hof hebben die motivering niet overgenomen, maar dit wordt ook niet gesuggereerd.
Voor wat betreft het vermelden van de naam van klager geeft RTV Oost toe dat hij in de afgelopen jaren daarin niet consequent is geweest. Soms werd de volledige naam gebruikt, soms werd klager omschreven als ‘oud-politieman uit […plaatsnaam…]’. Omdat klager een publiek figuur is in […plaatsnaam…] en […plaatsnaam…] onder het verzorgingsgebied van RTV Oost valt, is het gerechtvaardigd om klagers naam te vermelden. Bovendien hebben ook andere media de volledige naam van klager gebruikt.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat op onjuiste wijze is bericht over de strafzaak tegen klager en dat klagers privacy onnodig is geschonden.
 
De Raad is niet van mening dat met het woord ‘al’ naar een andere strafzaak is verwezen dan waarin het hof nu uitspraak heeft gedaan. Het gebruik van het woord ‘al’ was onnodig en in de omstandigheden van de zaak misschien ook een wat minder gelukkige keuze, maar voor de oplettende lezer moet duidelijk zijn geweest dat slechts werd vermeld dat de rechtbank in die zaak tot een andere strafoplegging was gekomen.

Wel vindt de Raad dat onduidelijk is welke passages van het bericht betrekking hebben op het standpunt van het Openbaar Ministerie. Na de zinsnede “Volgens het OM” zijn diverse beschuldigingen aan klagers adres uitdrukkelijk als feit gebracht. Er is onvoldoende onderscheid aangebracht tussen dat wat aan het OM moet worden toegeschreven en dat wat onderdeel uitmaakt van de uitspraak van het hof. RTV Oost heeft in dit opzicht niet nauwgezet gewerkt, waardoor de berichtgeving niet waarheidsgetrouw is.
 
Verder is niet gebleken dat het vermelden van klagers naam in dit geval gerechtvaardigd was. RTV Oost heeft niet aannemelijk gemaakt dat de naam van klager binnen het hele verzorgingsgebied van RTV Oost zó bekend is geworden dat klager geen belang meer heeft bij de bescherming van zijn privacy. Met het vermelden van zijn naam is de privacy van klager onnodig geschaad. De Raad merkt in dat verband nog op dat RTV Oost ten aanzien van zijn berichtgeving een eigen journalistieke verantwoordelijkheid heeft. Dat andere media de naam van klager hebben vermeld, ontslaat RTV Oost niet van die verantwoordelijkheid. Door aldus de privacy van klager te schenden heeft RTV Oost niet fair gehandeld tegenover klager.
 
Een en ander betekent dat RTV Oost journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.1., 1.4., 2.4.1. en 2.4.6.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2007/82, RvdJ 2007/11
 
CONCLUSIE
 
RTV Oost heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
De Raad doet de aanbeveling aan RTV Oost om deze conclusie integraal of in samenvatting op zijn website te publiceren.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 7 februari 2014 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, drs. G.J.P. Kloosterhuis, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. M.J. Rietkerk, leden, in aanwezigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.