2014/10 zorgvuldig

Samenvatting

De Gelderlander heeft niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door in het artikel “’Straling in oude melders valt mee’” niet alle door E. van Amerongen toegestuurde informatie op te nemen. De publicatie bevat bovendien geen ontoelaatbare uitlatingen over Van Amerongen. Het was dan ook niet nodig om wederhoor toe te passen.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
E. van Amerongen
 
tegen
 
de hoofdredacteur van De Gelderlander
 
De heer E. van Amerongen te Ochten (klager) heeft bij brief van 13 september met diverse bijlagen een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Gelderlander. Klager heeft bij brief van 28 oktober 2013 nog diverse bijlagen toegestuurd. De Gelderlander heeft op 3 december 2013 de Raad een kopie gestuurd van een brief van de hoofdredactie aan klager van 28 augustus 2013.
 
De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 6 december 2013 in aanwezigheid van klager. Van de kant van De Gelderlander is niemand verschenen.
 
Vanwege de plotselinge verhindering van een van de leden van de Raad heeft klager laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige drie leden.
 
DE FEITEN
 
In De Gelderlander verscheen op 27 juni 2013 een artikel met de kop “’Straling in oude melders valt mee’”. Het artikel bevat verder de volgende passage:
“Afvalverwijderaar Avri gaat de inwoners van het rivierengebied vertellen wat ze het beste kunnen doen met verouderde, radio-actieve stoffen bevattende rookmelders. Radioactieve rookmelders zijn al ruim vijf jaar verboden. Dat moet een schrale troost zijn voor de Ochtenaar E. van Amerongen, die landelijk op kruistocht is tegen die apparaten. Hij betoogt dat het radioactieve stofje dat in de rookmelders zit, als as van verbrandingsovens in asfalt terecht kan komen. Hij ziet grote gevaren en belt daar alle media over, en leden van beide Kamers in Den Haag als hij ze te spreken krijgt.”
Hierna komen woordvoerders van de Avri en de Centrale Organisatie voor Radioactief Afval in Nederland aan het woord. Het slot van het artikel luidt:
“Rookmelders werken nu met een optisch systeem dat rook detecteert. ,,Wat wij als Avri gaan doen, is heel duidelijk aangeven in onze Afvalwijzer op welke manier je met oude rookmelders kunt omgaan. Dat stond er nog niet in en gaan we dankzij van Amerongen rechtzetten.””
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager vindt dat De Gelderlander de informatie over technische gegevens vóór publicatie naar hem had moeten terugkoppelen om daarmee tegenstrijdigheden in het artikel te voorkomen. Hij heeft zich jarenlang beziggehouden met een levensgevaarlijk hiaat in de radioactieve stralingwetgeving. Dit heeft uiteindelijk ertoe geleid dat radioactieve rookmelders verboden zijn.
Klager heeft in het kader van andere artikelen over dit onderwerp contact gehad met journalisten binnen de Wegener Groep, waartoe ook De Gelderlander behoort. Volgens klager beschikte De Gelderlander over informatie van hem en wist de krant dat hij op dit gebied ervaringsdeskundige is.
Klager meent dat de krant hem voorafgaand aan de publicatie had moeten consulteren over de inhoud van het artikel en met name over de door derden gedane uitspraken. Daardoor zou zijn voorkomen dat het artikel onjuistheden bevat, zoals nu het geval is. Bovendien zou dan meer van de door hem verstrekte informatie in het artikel zijn opgenomen. Volgens klager is nu onder meer onvoldoende duidelijk gemaakt hoe gevaarlijk de nog steeds aanwezige radioactieve rookmelders zijn. Met name de verwijdering/vernietiging daarvan is gevaarlijk. Het inademen van een kleine hoeveelheid van de schadelijke stoffen kan al dodelijk zijn.
Verder vindt klager dat sprake is van stemmingmakerij. Hij maakt bezwaar tegen de zin “Hij ziet grote gevaren en belt daar alle media over, en leden van beide Kamers in Den Haag als hij ze te spreken krijgt.” als negatief. Volgens klager heeft hij veelvuldig contact gehad met ministeries en ambtenaren. Door deze passage op te nemen maakt de krant hem belachelijk.
 
De hoofdredactie heeft in haar brief van 28 augustus 2013 aan klager laten weten dat het toepassen van wederhoor niet nodig was. In het artikel is geen sprake van een beschuldiging of verwijt dat door klager weerlegd of weersproken moest worden. De journalist vond het daarom ook niet noodzakelijk klager in de gelegenheid te stellen om te reageren op uitlatingen van derden. De standpunten en opvattingen van klager ten aanzien van stralingsrisico’s van rookmelders waren duidelijk en zijn in het artikel naar voren gebracht.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. De Gelderlander was daarom niet verplicht om alle door klager toegestuurde informatie over het onderwerp in het artikel op te nemen.
 
Verder meent de Raad dat het artikel geen grievende uitlatingen over klager bevat. De passage “als hij ze te spreken krijgt” is misschien wat ongelukkig geformuleerd, maar niet ontoelaatbaar. Bovendien is aan het eind zelfs nog een compliment over klager opgenomen. Er bestond dan ook geen aanleiding om wederhoor bij klager toe te passen.
 
Een en ander betekent dat De Gelderlander nauwgezet heeft gewerkt en journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: 1.2. en 2.3.1.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2010/10
 
CONCLUSIE
 
De Gelderlander heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.
 
Zo vastgesteld door de Raad op 7 februari 2014 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, drs. G.J.P. Kloosterhuis, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. M.J. Rietkerk, leden, in aanwezigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.