2013/7 gegrond

Samenvatting

De klacht gaat over de publicatie “Strooien met bankbiljetten uit de zorg” met de onderkop “Dagblad-journalist beschrijft verspilling en wanbeleid in boek”. Het artikel is aangeduid als ‘nieuwsanalyse zorg’ en bevat de aankondiging van de voorpublicatie van het boek “Zeven vette jaren in de zorg”, die dezelfde dag in de weekendbijlage van de krant is verschenen. In de publicatie wordt een passage over klager aangehaald als een van de misstanden in de zorg.
Volgens de Raad laat die passage de lezer weinig ruimte voor een andere interpretatie dan dat klager miljoenen euro’s heeft weggesluisd. De bewering over klager is als een vaststaand feit gepresenteerd. De passage is te stellig, nu klager tot nog toe niet is veroordeeld voor het wegsluizen van geld. Voor zover verweerder ervan overtuigd is dat klager zich wel degelijk heeft schuldig gemaakt aan het wegsluizen van miljoenen euro’s, had hij duidelijk aan de lezer kenbaar moeten maken dat het zijn mening betreft. Hij had dit niet als feit mogen poneren. Verweerder heeft met de gewraakte passage journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden

Bij brief van 31 oktober 2012 met twee bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden (hierna: verweerder). Hierop heeft P. Sijpersma, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 27 november 2012 met diverse bijlagen. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 14 december 2012.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 december 2012. Klager is daar niet verschenen. Namens verweerder was A. van Wijngaarden, verslaggever bij Dagblad van het Noorden, aanwezig.

DE FEITEN

Op 27 oktober 2012 is in Dagblad van het Noorden een artikel verschenen onder de kop “Strooien met bankbiljetten uit de zorg” en de onderkop “Dagblad-journalist beschrijft verspilling en wanbeleid in boek”. Het artikel is aangeduid als ‘nieuwsanalyse zorg’ en bevat de aankondiging van de voorpublicatie van het boek “Zeven vette jaren in de zorg” van Van Wijngaarden, die dezelfde dag in de weekend-bijlage van de krant is verschenen. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
“(…) De Drentse thuiszorgdirecteur [X] die goochelde met panden en BV’s en miljoenen euro’s naar Zwitserse bankrekeningen sluisde. Het is het topje van de ijsberg, want op deze manier verdween rond 2006 tegen de 100 miljoen euro in de Nederlandse thuiszorg.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat de passage over hem onjuist en tendentieus is, en schadelijk en grievend voor hem en zijn familieleden. Volgens klager wordt als vaststaand feit gepresenteerd dat hij miljoenen euro’s heeft weggesluisd naar Zwitserse bankrekeningen. De stelling is echter niet gestaafd met onweerlegbaar duidelijk bewijsmateriaal. Gezien de aard van de bewering had dat wel gemoeten. Bovendien zijn geen bronnen genoemd en het lijkt erop alsof er geciteerd wordt uit het boek, maar die verwijzing ontbreekt.
Hoewel klager inderdaad is verwikkeld in verschillende juridische procedures inzake zorgfraude, is hij op één aanklacht na vrijgesproken van alle overige aanklachten. In de betreffende aanklacht op grond waarvan hij is veroordeeld, is niets vermeld over het wegsluizen van geld naar Zwitserse bankrekeningen. Ook in het overige financieel onderzoek is hiervoor geen grond gevonden. Klager betwist dat justitie deze bewering heeft gedaan, zoals verweerder stelt. De bronnen en achtergronden die in het boek zijn te vinden, geven geen aanleiding voor de stelling in het artikel.
Klager meent dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld, nu hij heeft nagelaten te vermelden dat de bewering is gebaseerd op geruchten en de bewering ten onrechte als feit heeft gepresenteerd.

Verweerder voert aan dat de bewering over klager is gebaseerd op uitlatingen van het Openbaar Ministerie, op de tenlastelegging en het requisitoir van de officier van justitie, op mondelinge en schriftelijke bronnen binnen en buiten het justitieel apparaat en op interviews met betrokkenen. Klager is weliswaar in 2010 vrijgesproken van een deel van de beschuldigingen, maar het Openbaar Ministerie is daartegen in hoger beroep gegaan. De gefundeerde beschuldiging staat dus nog steeds overeind, aldus verweerder.
Hij stelt voorts dat in het boek van Van Wijngaarden uitgebreid en genuanceerd wordt ingegaan op de beschuldigingen aan het adres van klager. In het artikel behoefde hij de bronnen niet te vermelden, nu in de voorpublicatie alleen een korte samenvatting van het boek is gegeven. Er worden in de voorpublicatie geen bronnen genoemd, de aard van het artikel laat dat niet toe.
Verweerder voert verder aan dat Van Wijngaarden ten tijde van de publicatie van het artikel sterke aanwijzingen had dat justitie nieuwe bewijzen in handen heeft. Overigens heeft Van Wijngaarden zich naast de uitspraken in de juridische procedures gebaseerd op eigen onderzoek. Uit dat eigen onderzoek, waarbij hij zich tevens heeft gebaseerd op de stukken van het Openbaar Ministerie, doemt wel degelijk het beeld op dat klager geld heeft weggesluisd naar Zwitserse bankrekeningen. Verweerder acht het daarom aannemelijk dat de bewering over klager juist is, ook al is de bewering strikt juridisch gezien op dit moment niet houdbaar. Mocht uit de juridische procedures blijken dat het wegsluizen van geld naar Zwitserse bankrekeningen niet kan worden bewezen, dan zal verweerder daar uiteraard over berichten en in dat geval de eerder geuite beschuldiging ruimhartig rechtzetten. Het is echter te veel gevraagd om op die eventuele vrijspraak in hoger beroep vooruit te lopen, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Vaststaat dat het artikel een voorpublicatie betreft van een boek dat gaat over verspilling en wanbeleid in de zorg. De passage over klager wordt aangehaald als een van de misstanden in de zorg. In deze zaak gaat het om de vraag of verweerder de passage over klager op deze wijze in het artikel had mogen formuleren.

De Raad overweegt dat in de berichtgeving de journalist een duidelijk onderscheid behoort te maken tussen feiten, beweringen en meningen. Bij het publiceren van beschuldigingen moet een journalist voorts met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, waarbij hij dient te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. (zie punten 1.4. en 2.2.4. van de Leidraad van de Raad)

In de door verweerder overgelegde delen van het boek worden de activiteiten van klager op een meer terughoudende wijze beschreven. Daarbij baseert de journalist zich vooral op de uitlatingen van het Openbaar Ministerie. In het boek is tot uitdrukking gebracht dat het Openbaar Ministerie klager van het verrichten van bepaalde activiteiten verdenkt. Daarbij zijn de juridische procedures beschreven en is vermeld dat klager voor een deel is vrijgesproken. De nuancering die wel voorkomt in het boek, is echter verloren gegaan in de korte samenvatting van het boek in de krant.

De gewraakte passage in het artikel laat de lezer weinig ruimte voor een andere interpretatie dan dat klager miljoenen euro’s heeft weggesluisd. De bewering over klager is als een vaststaand feit gepresenteerd.

Nu klager tot nu toe deels is vrijgesproken van de beschuldigingen had het op de weg van verweerder gelegen om ook bij de samenvatting van het boek in het artikel enige nuance aan te brengen. De passage in het artikel is te stellig, nu klager tot nog toe niet is veroordeeld voor het wegsluizen van geld. Voor zover verweerder – ondanks de gerechtelijke uitspraken – ervan overtuigd is dat klager zich wel degelijk heeft schuldig gemaakt aan het wegsluizen van miljoenen euro’s, had hij duidelijk aan de lezer kenbaar moeten maken dat het zijn mening betreft. Hij had dit niet als feit mogen poneren.

De Raad is dan ook van oordeel dat verweerder met de gewraakte passage in het artikel de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad van het Noorden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 maart 2013 door mr. V.H.G. Lebesque, voorzitter, dr. H.J. Evers, mw. M.E.L. Kogeldans, mw. M.J. Rietkerk en mw. drs. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.M. Leurs, plaatsvervangend secretaris.