2013/61 deels-gegrond

Samenvatting

In Quote is het artikel “De zaakwaarnemer en de ziener” verschenen, dat gaat over de handel en wandel van klager. De publicatie is op Quotenet.nl aangekondigd met de tekst “(…) Verder leest u alles over meesteroplichter [X], (…)”. De Raad komt tot de conclusie dat ten aanzien van de publicatie in Quote niet journalistiek onzorgvuldig is gehandeld. Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat op basis van hun onderzoek aanleiding bestond om over klager te berichten zoals zij hebben gedaan. Niet is gebleken van belangenverstrengeling of ontoelaatbaar gebruik van informatie. Verweerders hebben niets van doen met de vermeende diefstal van dossiers uit klagers kantoor. Bovendien hebben zij een afweging gemaakt welke informatie uit deze dossiers wél en welke níet voor publicatie kon worden gebruikt. Verder is voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Klager heeft niet weersproken dat hij betrokken is (geweest) bij de vermelde kwesties en heeft niet aannemelijk gemaakt dat de artikelen relevante feitelijke onwaarheden bevatten. Klager is benaderd voor wederhoor en gelet op de opgenomen citaten moet hem duidelijk zijn geweest voor welk doel hij werd geïnterviewd en in welke context zijn reactie zou worden geplaatst. Van eenzijdige berichtgeving of onvoldoende toepassing van wederhoor is geen sprake. Klagers naam vormt een wezenlijk bestanddeel van de berichtgeving. Hij is tot op heden niet door justitie als verdachte van enig strafbaar feit aangemerkt. Verweerders waren niet gehouden de naam van klager te anonimiseren.
Wel is het gebruik van de term ‘meesteroplichter’ in samenhang met klagers naam in de vooraankondiging op Quotenet.nl ontoelaatbaar. Hierdoor is de suggestie gewekt dat klager zich heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, terwijl hij niet voor oplichting is veroordeeld. Op verzoek van klager hebben verweerders de term verwijderd en hun excuses aangeboden. Dit heeft echter de nadelen die klager van de vooraankondiging moet hebben ondervonden, onvoldoende kunnen herstellen.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

N. Sterkenburg en de hoofdredacteur van Quote en Quotenet.nl

In twee online  klachtformulieren van  16 juni 2013 met  diverse bijlagen en een  aanvullend e-mailbericht van 20 juni 2013 heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen N. Sterkenburg en de hoofdredacteur van Quote en Quotenet.nl (hierna: verweerders). Hierop heeft M. van den Broeke, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 29 juli 2013 met drie bijlagen.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 25 oktober 2013. Klager was daar aanwezig, vergezeld door […], en heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Namens verweerders was P. van Riessen, adjunct-hoofdredacteur, aanwezig.

DE FEITEN

Op 14 mei 2013 is in Quote een artikel van de hand van Sterkenburg verschenen onder de kop “De zaakwaarnemer en de ziener”. Het artikel gaat over de handel en wandel van klager en is als volgt ingeleid:
“Fiscaal jurist [X] geniet al jaren een dubieuze reputatie. Volgens gedupeerden verdwijnen er door zijn toedoen bezittingen en vermogens, ontstaan er ruzies en worden goede namen geruïneerd. Quote dook in het verleden van een man die zich lastig laat vangen, en ontdekte eveneens een glansrol van paranormaal medium […].”
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De 47-jarige fiscaal jurist [X] geniet al zeker veertien jaar ­– eufemistisch gezegd – geen goede reputatie. Niet bij voormalige cliënten, niet bij curatoren en zeker niet in de media. Op internet wordt hij in verband gebracht met afpersing, diefstal en oplichting.”
en
“Het leven van [X] is lastig te reconstrueren, mede doordat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, snel schuift met bedrijven (die hij op verschillende woonadressen van anderen laat vestigen) en regelmatig de wijk neemt naar het buitenland.”
en
“Naast […] en […] blijkt [X] het wel vaker voorzien te hebben op mensen met persoonlijke problemen. Om met hen in contact te komen, zou hij geregeld een-tweetjes spelen met hulpverleners uit het paranormale circuit. Vanaf 2001 lijkt er een bijzondere rol weggelegd voor paragnoste […], onder meer bekend van het tv-programma Op zoek naar het zesde zintuig.”
en
“[X] wordt vanaf 2001 op feestjes van […] geïntroduceerd als fiscaal genie, iemand die belastingtechnisch van alles voor je kan regelen. Al snel biedt hij aan om je – via volmachten­ –van je zakelijke hoofdpijndossiers af te helpen. Dan volgt er een periode van onduidelijke en slechte communicatie, waarbij betrokkenen gevraagd wordt geduld te hebben, met de belofte dat het allemaal goed komt. Maar nadat de mist is opgetrokken, blijken eigendommen onteigend, geld verdwenen en reputaties verwoest.”
In het artikel is een groot aantal citaten opgenomen van personen die zakelijk met klager te maken hebben gehad. Aan het slot is klager zelf aan het woord gelaten en geciteerd als volgt:
“En tot slot [X] zelf. Hij wil geen commentaar geven op de Turkse en andere kwesties, maar over […] zegt hij: ‘Ik heb getracht […] als ontevreden cliënt tegemoet te komen en hem ook gevraagd een zaak tegen mij aan te spannen. (…) Vanaf mijn 22ste opereer ik zelfstandig als trouble shooter. In al die jaren heb ik nog nooit een claim ontvangen voor slecht werk. Dat gaat om vele honderden zaken. Wel heb ik een voorkeur voor opvallende en moeilijke kwesties, waarbij de emoties van betrokken partijen hoog kunnen oplopen. (…)”

Voorafgaand aan de publicatie van het artikel is op Quotenet.nl een vooraankondiging verschenen die – voor zover relevant – luidde als volgt: “(…) Verder leest u alles over meesteroplichter [X], (…)”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel niet waarheidsgetrouw is en dat verweerders te weinig moeite hebben gedaan de waarheid te achterhalen. Het gaat eigenlijk om een lastercampagne van de aanstaande ex-man van één van zijn cliënten. Daarbij heeft het er alle schijn van dat sprake is van belangenverstrengeling of sensatiezucht, aangezien er te weinig onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Bovendien is de toonzetting tendentieus. Volgens klager hebben verweerders onvoldoende voorzichtigheid betracht bij het publiceren van beschuldigingen door wraakzuchtige derden. De geuite beschuldigingen zijn te lichtvaardig geplaatst. Verder is gebruik gemaakt van de inhoud van gestolen dossiers, die persoonlijke notities bevatten. Daarnaast hebben verweerders eerder gepubliceerde onwaarheden als waarheid opgevoerd, zonder deze nader te onderzoeken. Ter zitting heeft klager aan de hand van een aantal stukken een nadere toelichting gegeven op zijn betrokkenheid bij enkele spraakmakende zaken in het afgelopen decennium. Het gaat daarbij om zaken die deels wel en deels niet in het artikel ter sprake zijn gekomen.
Klager meent verder dat het vermelden van zijn naam niet opportuun is, nu hij in het artikel als verdachte van oplichting is neergezet. Hij is weliswaar voorafgaand aan de publicatie geïnterviewd, maar het doel van het interview was niet correct en de informatie is in een andere context vergaard.
Ten slotte maakt klager bezwaar tegen het gebruik van de term ‘meesteroplichter’ in de vooraankondiging die op Quotenet.nl is verschenen. Deze term is pas na herhaaldelijk aandringen van klager van Quotenet.nl verwijderd.

De hoofdredacteur stelt dat de publicatie het resultaat is van een weken durend, gedegen en onafhankelijk journalistiek onderzoek. In die periode zijn circa vijftien bronnen gesproken en talloze documenten bestudeerd. Ook met klager zelf is uitgebreid gesproken. Journaliste Sterkenburg heeft een afspraak met klager gearrangeerd en hem tijdig verteld dat de focus van het artikel enigszins was gewijzigd. Alle beschuldigingen die de bronnen die in een enkel geval anoniem wilden blijven hebben geuit, zijn aan klager voorgelegd. Klager heeft meermaals de kans gehad zijn kant van het verhaal te vertellen en in te gaan op de beweringen van derden. De belangrijkste reacties van klager zijn in het artikel terug te vinden. Er is dus geen sprake van een verkeerde voorstelling van zaken in de richting van klager.
Verweerders begrijpen dat het uiteindelijke artikel voor klager niet leuk was om te lezen maar bestrijden dat zij onzorgvuldig zouden hebben gehandeld. Zij stellen met klem dat geen sprake is van belangenverstrengeling of een tendentieuze toonzetting. De suggestie dat verweerders zich voor het karretje hebben laten spannen van de aanstaande ex-man van een cliënte van klager, werpen zij met kracht van zich af.
Verder menen verweerders dat zij er niets aan kunnen doen als gestolen informatie hen bereikt. De journalisten van Quote maken zich niet schuldig aan strafbare feiten en zij hebben nimmer voor informatie betaald. Verweerders hebben een weloverwogen keuze gemaakt  welke informatie wél en welke informatie beter níet kon worden gebruikt. Er is een nauwkeurig en duidelijk zichtbaar onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen.
Volgens de hoofdredacteur laat klager na te preciseren welke onjuistheden het artikel bevat. In de publicatie staan geen onwaarheden die als waarheden zijn opgevoerd. Verder is nergens gesuggereerd dat klager zich zou hebben schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Verweerders hebben slechts patronen gesignaleerd in de manier waarop klager opereert en geconstateerd dat veel mensen achteraf van mening zijn dat ze klagers adviezen beter in de wind hadden kunnen slaan.
Verweerders concluderen dat op elk moment van de journalistieke productie grote zorgvuldigheid is betracht.
Ter zitting voegt Van Riessen hieraan desgevraagd toe dat het onverkwikkelijk is dat in de vooraankondiging de term ‘meesteroplichter’ is gebruikt. Deze bewering wilden ze niet omarmen. Daarom hebben zij excuses aangeboden en is de term verwijderd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat hij naar aanleiding van een klacht beoordeelt of al dan niet journalistiek zorgvuldig is gehandeld. De Raad doet in dat verband geen zelfstandig feitenonderzoek, zoals in een gerechtelijke procedure het geval is. 

Kern van de klacht is dat onjuist, eenzijdig en tendentieus over klager is bericht, dat hierbij gebruik is gemaakt van gestolen informatie en dat klager in de vooraankondiging in strijd met de waarheid als ‘meesteroplichter’ is aangeduid. In dat verband heeft klager verder gesteld dat hij onjuist is voorgelicht over het doel van het interview waaraan hij heeft meegewerkt en dat het gebruik van zijn naam niet opportuun is.

Verweerders hebben uitgebreid onderzoek verricht voorafgaand aan de publicatie, die is gebaseerd op stukken en informatie afkomstig van diverse bronnen. Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat op basis van hun onderzoek aanleiding bestond om te berichten over klager zoals zij hebben gedaan. Niet is gebleken dat sprake was van enige belangenverstrengeling bij de totstandkoming van het artikel. Weliswaar zat aan een deel van de bekend geworden informatie een luchtje, maar verweerders kan niet worden verweten dat informatie die mogelijk is ontvreemd, op hun bureau is beland. Onbetwist is dat verweerders niets van doen hebben met de vermeende diefstal van de dossiers uit het kantoor van klager. Bovendien hebben verweerders een afweging gemaakt welke informatie uit deze dossiers wél en welke níet voor publicatie kon worden gebruikt.

In het artikel is verder voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Klager heeft niet weersproken dat hij betrokken is (geweest) bij de in het artikel vermelde kwesties. Voorts heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de publicatie relevante feitelijke onwaarheden bevat.
Niet ter discussie staat dat klager voorafgaand aan de publicatie is geïnterviewd. Gelet op de in het artikel opgenomen citaten van klager is het aannemelijk dat hem duidelijk moet zijn geweest voor welk doel hij werd geïnterviewd en in welke context zijn reactie zou worden geplaatst. Van eenzijdige berichtgeving of onvoldoende toepassing van wederhoor is geen sprake.
Klagers naam vormt een wezenlijk bestanddeel van de berichtgeving. Hij is tot op heden niet door justitie als verdachte van enig strafbaar feit aangemerkt. Ook is niet gebleken van andere bijzondere omstandigheden die verweerders ertoe hadden moeten brengen af te zien van het vermelden van klagers (volledige) naam. Verweerders waren niet gehouden de naam van klager te anonimiseren.
Voor zover de klacht is gericht tegen het artikel in Quote is de klacht dan ook ongegrond. (zie punten 1.1., 1.4., 1.5., 2.2.5., 2.3.1., 2.4.1. en 2.7. van de Leidraad van de Raad)

Wel acht de Raad het gebruik van de term ‘meesteroplichter’ in samenhang met klagers naam in de vooraankondiging op Quotenet.nl journalistiek ontoelaatbaar. Hierdoor is de suggestie gewekt dat klager zich heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, terwijl klager niet voor oplichting is veroordeeld. Op verzoek van klager hebben verweerders de term verwijderd en hun excuses aangeboden. Dit heeft echter de nadelen die klager van de vooraankondiging moet hebben ondervonden, onvoldoende kunnen herstellen. (vgl. onder meer RvdJ 2013/4)

BESLISSING

De klacht gericht tegen het artikel in Quote is ongegrond, de klacht tegen de oorspronkelijke vooraankondiging op Quotenet.nl is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Quote en op Quotenet.nl te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 december 2013 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter,  M.C. Doolaard, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. J.X. Nabibaks en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.

Bij conclusie van 16 april 2014 is het verzoek van N. Sterkenburg tot herziening van deze uitspraak toegewezen en is de klacht tegen haar alsnog ongegrond verklaard (RvdJ 2014/28).