2013/60 ongegrond

Samenvatting

Op de website van Follow The Money zijn twee artikelen geplaatst, waarin klager is genoemd. Smit heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat op basis van zijn onderzoek aanleiding bestond om over klager te berichten zoals hij heeft gedaan. Niet is gebleken van belangenverstrengeling of ontoelaatbaar gebruik van informatie. Smit heeft niets van doen met de vermeende diefstal van dossiers uit klagers kantoor. Bovendien heeft hij ervan afgezien deze documenten te openbaren dan wel er uit te citeren. Verder is voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Klager heeft niet weersproken dat hij betrokken is (geweest) bij de vermelde kwesties en heeft niet aannemelijk gemaakt dat de artikelen relevante feitelijke onwaarheden bevatten. Klager is benaderd voor wederhoor en gelet op de opgenomen citaten moet hem duidelijk zijn geweest voor welk doel hij werd geïnterviewd en in welke context zijn reactie zou worden geplaatst. Van eenzijdige berichtgeving of onvoldoende toepassing van wederhoor is geen sprake. Klagers naam vormt een wezenlijk bestanddeel van de berichtgeving. Hij is tot op heden niet door justitie als verdachte van enig strafbaar feit aangemerkt. Smit was niet gehouden de naam van klager te anonimiseren. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen
 
E. Smit, hoofdredacteur van Follow the Money

Bij online klachtformulier van 16 juni 2013 met diverse bijlagen en een aanvullende e-mail van 20 juni 2013 heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen E. Smit, hoofdredacteur van Follow the Money (hierna: verweerder). Hierop heeft Smit geantwoord in een brief van 29 juli 2013.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 25 oktober 2013. Klager was aanwezig, vergezeld door […], en heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Ook Smit is daar verschenen.

DE FEITEN

Op 15 mei 2013 is op de website www.ftm.nl (Follow the Money) een artikel van de hand van Smit verschenen onder de kop “Voormalig zeepondernemer [Y] levert nu ook strijd met schoonfamilie”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De schoonouders van [Y] ontfermden zich over zijn vrouw en wensten niet langer direct met hem te communiceren. […] (…) schoof vervolgens een nieuwe persoon naar voren, iemand die de belangen van zijn dochter zou behartigen: [X]. [X] is iemand die volgens eigen zeggen juridische diensten verleent en voor mensen die zich in netelige situaties bevinden als ‘troubleshooter’ zijn sporen heeft verdiend. Voor [Y] stapelden de problemen zich echter snel op.”
en
“Om de kooptransactie af te ronden moest hij het resterende bedrag overmaken en daarover trad [Y] in contact met […] en ook [X]. De onderhandelingen verliepen stroef. Eind oktober wendde […] zich af en liet weten dat de koop zou worden ontbonden. [Y] en zijn inmiddels aangeschoven adviseurs onderhandelden met [X] door. Zonder enig resultaat, hoewel [Y] inmiddels een geldschieter had gevonden. (…)
De hoop op een positieve uitkomst wordt de bodem ingeslagen als [Y] begin maart een dossier in handen krijgt geschoven van een kantoorgenoot van [X]. Deze heeft talrijke documenten van [X] gekopieerd waaruit blijkt dat er van een vooropgezet plan sprake is geweest om [Y] van zijn bezittingen te strippen en waaruit ook zou blijken dat schoonvader […] daarbij een centrale rol heeft gespeeld. (…)
[Y] deed op 11 maart aangifte bij de Amsterdamse politie tegen zijn schoonvader […] (o.a. chantage en oplichting), en [X] (o.a. chantage, afpersing, smaad, oplichting).
[X] laat weten niet onder de indruk te zijn van de aangifte. ‘Justitie werkt langzaam maar gedegen, ik vertrouw daarop’, zegt [X]. ‘Maar meneer [Y] moet wel oppassen. Nu heeft hij een verhaal bedacht om de aandacht af te leiden, maar hij heeft zijn vrouw opgelicht en dat komt nog wel eens aan de orde. Hij heeft ook gerommeld met aandelen en ik heb dat ook bij de AFM en de FIOD gemeld.’ (…)
[…] zegt zich verder nergens mee te bemoeien. ‘Ik adviseer alleen mijn dochter. Ze heeft een onpartijdige adviseur in de arm genomen, de heer [X]. De eerste zeepwinkel van […] werd ooit nog door [X] gefinancierd. Toen kregen [Y] en [X] ruzie.’ (…)
[Y] laat weten nog ‘nooit van zijn leven’ met [X] in zaken te zijn geweest.”
 
Vervolgens is op 20 mei 2013 op de website www.ftm.nl een artikel van de hand van Smit verschenen onder de kop “Het geval [X]”. Dit artikel wordt als volgt ingeleid:
“Troubleshooter [X] is de spil in tal van controversiële zakelijke kwesties. In de helderziende […] vindt hij een trouwe partner.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“De gevallen ondernemer [Y] deinst niet terug voor een stevig conflict. De laatste jaren kreeg [Y] het met tal van mensen aan de stok. (…) Na het faillissement van zijn zeepbedrijf werd hij in augustus 2012 plotseling geconfronteerd met wat hij als ‘het verraad van mijn schoonfamilie’ omschrijft.”
en
“Naast zijn schoonvader […] speelt in dit zakelijke en persoonlijke drama de door zijn vrouw in de hand genomen adviseur [X] een opvallende hoofdrol, zo blijkt uit het verhaal van [Y] en ook uit de woorden van [X] zelf. ‘Ik ben betrokken bij de afwikkeling van de boedel’, zegt [X], ‘En naar mijn stellige overtuiging is dit in het belang van de schuldeisers’. De troubleshooter die door de vrouw van [Y] werd gevolmachtigd, heeft zich ook nadrukkelijk bemoeid met de Thaise villa van [Y]. ‘Ik heb op basis van coulance een bedrag kunnen bedingen. Ik zeg niet hoeveel het is. Het geld zal in elk geval voor de schuldeisers worden aangewend.’
Maar volgens [Y] is er meer aan de hand en wordt hij op zeer listige wijze opgelicht. Zijn verhaal wordt gestaafd door een uitvoerige emailcorrespondentie en de vele documenten waar hij begin maart de hand op wist te leggen en waar Follow the Money inzage in kreeg.”
en
“[…] deed in december 2005 aangifte tegen [X] wegens pogingen tot afpersing. ‘Ik heb nooit iets van die aangifte mogen vernemen’, zegt [X]. ‘De politie besloot klaarblijkelijk in al haar wijsheid om daar niets mee te doen.’
In dezelfde periode dat [X] voor […] problemen wilde oplossen, trad hij ook aan als adviseur/vertrouwensman van Edwin de Roy van Zuydewijn, de gewezen echtgenoot van prinses Margarita. Ook hier ontstonden (juridische) conflicten toen [X] het privédossier van De Roy van Zuydewijn als ingrediënt van een onthullend boek trachtte aan te wenden. Van Zuydewijn werd volgens eigen zeggen door [X] ‘om de tuin geleid’ omdat [X] hem als een ‘winobject/geldmachine’ zag.”

In een update van 21 mei 2013 is de volgende passage onder het artikel geplaatst:
“[X] laat in een reactie het volgende weten:

  • Er is geen sprake van listige oplichting; er zijn geen documenten die dit staven
  • [Y] is niet van laatste bezittingen vervreemd; hij heeft nog meer dan voldoende en heeft zelf o.a. juwelen terug ontvangen
  • […] is er bij Tiscali eruit gegooid NA de publicaties en intern onderzoek omtrent de juistheid van de stukken (die afkomstig waren van andere directieleden/ mede aandeelhouders)
  • Edwin de Roy van Zuydewijn is niet in de maling genomen
  • Er is geen sprake van doorverkoop van eetcafé De Stoof”

 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat de berichtgeving niet waarheidsgetrouw is en dat Smit te weinig moeite heeft gedaan de waarheid te achterhalen. Het gaat eigenlijk om een lastercampagne van de aanstaande ex-man van één van zijn cliënten. Daarbij heeft het er alle schijn van dat sprake is van belangenverstrengeling of sensatiezucht, aangezien er te weinig onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Bovendien is de toonzetting tendentieus. Volgens klager heeft Smit onvoldoende voorzichtigheid betracht bij het publiceren van beschuldigingen door wraakzuchtige derden. De geuite beschuldigingen zijn te lichtvaardig geplaatst. Verder is gebruik gemaakt van de inhoud van gestolen dossiers, die persoonlijke notities bevatten. Daarnaast heeft Smit eerder gepubliceerde onwaarheden als waarheid opgevoerd, zonder deze nader te onderzoeken.
Klager meent verder dat het vermelden van zijn naam niet opportuun is, nu hij in de berichtgeving als verdachte van oplichting is neergezet. Hij is weliswaar voorafgaand ten behoeve van de berichtgeving geïnterviewd, maar het doel van het interview was niet correct en de informatie is in een andere context vergaard.
Ter zitting heeft klager aan de hand van een aantal stukken een nadere toelichting gegeven op zijn betrokkenheid bij enkele spraakmakende zaken in het afgelopen decennium. Het gaat daarbij om zaken die deels wel en deels niet in de artikelen ter sprake zijn gekomen.

Smit stelt dat de berichtgeving is gebaseerd op gedegen onderzoek, waarbij een grondige bestudering van documenten heeft plaatsgevonden en hij in voldoende mate voorzichtigheid heeft betracht. Hij heeft zich allereerst diepgaand en uitgebreid in de kwestie-Y verdiept. Daarbij heeft hij inzage verkregen in e-mailcorrespondentie en documentatie die het verhaal van Y staven. Over de zeer controversiële reputatie van klager die met een eenvoudige zoekoperatie op internet kan worden aangetoond werd in het eerste artikel niet gerept. Daarover ging het tweede artikel, waarvan de productie vaststond toen de omtrekken van de persoon X zich begonnen af te tekenen.
Smit kan niet uitsluiten dat hij bij zijn onderzoek inzage heeft gekregen in stukken die mogelijk op onrechtmatige wijze zijn verkregen. De bron van de bedoelde documenten ontkent deze te hebben gestolen en op het moment van het opstellen van de artikelen lag er geen aangifte van diefstal van de stukken waar het hier om gaat. Smit meent dat er een maatschappelijk belang mee is gediend om zich te vergewissen van de feiten, zeker in het licht van de geuite beschuldigingen. Hij is voorzichtig met het materiaal omgegaan en heeft ervan afgezien deze documenten te openbaren of eruit te citeren.
Verder hebben uitgebreide interviews plaatsgevonden met verschillende ‘slachtoffers’ van klager, met […] en met andere personen die bij de verschillende kwesties betrokken waren. De gesprekken met verscheidene andere bronnen ­– buiten Y om – bevestigden het beeld van een zeer manipulatief persoon die op bedrieglijke wijze te werk gaat. EenVandaag en de Volkskrant hebben eerder over klager bericht in verband met perikelen rond het echtpaar […] en Tiscali, en een kwestie rondom Edwin de Roy van Zuydewijn. Dit zijn serieuze journalistieke bronnen, die op zichzelf al laten zien dat er een patroon van intimidatie en misleiding waarneembaar is. Het aantonen van dit patroon – waarbij klager vaak in samenhang opereert met […] en waarbij steeds sprake is van mensen die onder druk komen te staan en door het stel worden ‘geholpen’ – was de opzet van de tweede publicatie. Dit patroon werd overigens bevestigd door het omvangrijke artikel over klager dat Quote in dezelfde periode publiceerde. Daarnaast zijn er nog meer incidenten en juridische verwikkelingen te benoemen, die dit patroon aantonen. Bij het opstellen van het tweede artikel zijn de belangen van de (toekomstige) slachtoffers van klager gewogen tegen het belang van klager. Naar de mening van Smit is het evident dat het belang van de eerstgenoemden zwaarder weegt. In de artikelen is een duidelijke scheiding aangebracht tussen beweringen van bronnen (allen ‘on the record’), feiten en meningen. Klager heeft zijn stelling dat sprake is van een lastercampagne niet toegelicht. Smit werpt de niet onderbouwde beschuldiging van belangenverstrengeling verre van zich.
Verder meent Smit dat hij ten aanzien van beide artikelen op deugdelijke wijze wederhoor heeft toegepast. Dit is terug te lezen in de artikelen, waarin geciteerde commentaren van klager zijn opgenomen. In dat verband merkt Smit op dat het artikel over klager werd gepland toen hij bij zijn initiële onderzoek stuitte op de beduimelde reputatie van klager. Hij besloot eerst het artikel over de Thaise villa te publiceren en daarna het verhaal over de persoon X. In zijn gesprek met klager heeft Smit overduidelijk vragen gesteld die ook op het tweede artikel van toepassing waren, daar kan volgens hem geen misverstand over bestaan. Van de antwoorden op die vragen is het een en ander in de tekst als wederhoor terug te vinden. Er is dus niet ‘in een andere context informatie vergaard’, aldus Smit. Hij heeft klager nog herhaaldelijk vergeefs gevraagd aan te wijzen welke feitelijke onjuistheden in de berichtgeving concreet voorkomen. In zijn reacties bezigt klager regelmatig dreigende taal en creëert hij rookgordijnen zonder antwoord te geven op deze vraag. Niettemin heeft hij klager nog een kort nawoord gegeven, waarin hij zijn grieven kenbaar mocht maken.
Ten slotte vindt Smit dat hij de naam van klager volledig mocht vermelden, nu klager op dit moment door justitie niet als verdachte is aangemerkt en zijn naam dus niet geanonimiseerd behoefde te worden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat hij naar aanleiding van een klacht beoordeelt of al dan niet journalistiek zorgvuldig is gehandeld. De Raad doet in dat verband geen zelfstandig feitenonderzoek, zoals in een gerechtelijke procedure het geval is. 

Kern van de klacht is dat onjuist, eenzijdig en tendentieus over klager is bericht en dat hierbij gebruik is gemaakt van gestolen informatie. In dat verband heeft klager verder gesteld dat hij onjuist is voorgelicht over het doel van het interview waaraan hij heeft meegewerkt en dat het gebruik van zijn naam niet opportuun is.

Smit heeft uitgebreid onderzoek verricht voorafgaand aan de berichtgeving, die is gebaseerd op stukken en informatie afkomstig van diverse bronnen. Hij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat op basis van zijn onderzoek aanleiding bestond om te berichten over klager zoals hij heeft gedaan. Niet is gebleken dat sprake was van enige belangenverstrengeling bij de totstandkoming van de berichtgeving. Weliswaar zat aan een deel van de bekend geworden informatie een luchtje, maar Smit kan niet worden verweten dat informatie die mogelijk is ontvreemd, op zijn bureau is beland. Onbetwist is dat Smit niets van doen heeft met de vermeende diefstal van de dossiers uit het kantoor van klager. Bovendien heeft Smit ervan afgezien om deze documenten te openbaren dan wel er uit te citeren.

In de berichtgeving is verder voldoende onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Klager heeft niet weersproken dat hij betrokken is (geweest) bij de in de berichtgeving vermelde kwesties. Voorts heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de artikelen relevante feitelijke onwaarheden bevatten.

Niet ter discussie staat dat klager door Smit is benaderd voor wederhoor. Gelet op de in het artikel opgenomen citaten van klager is het aannemelijk dat hem duidelijk moet zijn geweest voor welk doel hij door Smit werd geïnterviewd en in welke context zijn reactie zou worden geplaatst. Van eenzijdige berichtgeving of onvoldoende toepassing van wederhoor is geen sprake.

Klagers naam vormt een wezenlijk bestanddeel van de berichtgeving. Hij is tot op heden niet door justitie als verdachte van enig strafbaar feit aangemerkt. Ook is niet gebleken van andere bijzondere omstandigheden die Smit ertoe hadden moeten brengen af te zien van het vermelden van klagers (volledige) naam. Smit was niet gehouden de naam van klager te anonimiseren.

De Raad komt dan ook tot de conclusie dat Smit niet journalistiek onzorgvuldig tegenover klager heeft gehandeld. (zie punten 1.1., 1.4., 1.5., 2.2.5., 2.3.1., 2.4.1. en 2.7. van de Leidraad van de Raad)
 
BESLISSING

De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld door de Raad op 12 december 2013 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, M.C. Doolaard, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. J.X. Nabibaks en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.