2013/59 deels-gegrond

Samenvatting

Klaagster maakt bezwaar tegen het artikel “Palermo aan de Geul”. Eerder was in Dagblad de Limburger gemeld dat klaagster vervelende telefoontjes kreeg. De redactie had ermee rekening moeten houden dat een nadere precisering van de persoonlijke gegevens van klaagster bij een groot publiek die overlast zou kunnen verergeren. Voor het aan de orde stellen van bepaalde familiebanden was het vermelden van de volledige naam van klaagster in combinatie met de gedetailleerde beschrijving van haar woonlocatie niet nodig. Een terughoudender aanduiding had geen afbreuk gedaan aan de inhoud en ‘couleur locale’ van het artikel. De privacy van klaagster is verder aangetast dan in het kader van de berichtgeving noodzakelijk was en verweerders hebben op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
De redactie heeft echter niet onjuist gehandeld door een concepttekst naar een bron te sturen, waarna die tekst op Facebook is beland. Klaagster maakt bezwaar tegen een passage die niet voorkomt in het artikel dat uiteindelijk in Vrij Nederland is gepubliceerd. Het is voorstelbaar dat klaagster de passage als grievend ervaart, maar de informatie is globaal en – objectief bezien – niet uitermate gevoelig of geruchtmakend. De redactie behoefde niet meer zorgvuldigheid in acht te nemen dan de gebruikelijke. Bovendien heeft de hoofdredacteur geprobeerd de concepttekst verwijderd te krijgen, toen hij ermee bekend werd dat deze op Facebook was geplaatst.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

A. Theunissen en de hoofdredacteur van Vrij Nederland

Bij brief van 18 juli 2013 met tien bijlagen heeft mr. L.P.H. Hameleers, advocaat te Roermond, namens X (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen A. Theunissen en de hoofdredacteur van Vrij Nederland (hierna: verweerders). Hierop heeft F. van Exter, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 5 augustus 2013 met tien bijlagen.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 25 oktober 2013. Klaagster was daar aanwezig en werd vergezeld door haar advocaat en haar broer. Aan de zijde van verweerders is Van Exter verschenen.

DE FEITEN

Op 27 april 2013 is in Vrij Nederland een artikel van de hand van Theunissen verschenen met de kop “Palermo aan de Geul” en de bovenkop “De dood van een wethouder”. De intro van het artikel luidt:
“Het was de lont in het politieke kruidvat Meerssen: hoe een vermeende tongzoen leidde tot de dood van een wethouder en een onbestuurbare gemeente.”
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Verderop drinkt een groep gemeenteambtenaren traditiegetrouw op deze vrijdag voor carnaval samen een biertje. [X] (48), een vrijgezelle blondine van Openbare Werken, is een van hen. Ze is een bekend gezicht in het dorp. Al twintig jaar werkt ze op het stadhuis en ze komt uit een hechte en politiek actieve ondernemersfamilie. (…) [X] woont […].”
en
“Na Aswoensdag begint het gewone leven weer, en een week verstrijkt. Dan, op 20 februari, wordt Dejong bij waarnemend burgemeester Schmidt ontboden en hoort hij dat hij tijdens het ambtenarencarnaval [X] heeft geprobeerd te tongzoenen.(…)”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster meent dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door in de publicatie rondom de politieke verwikkelingen in Meerssen haar naam en woonadres bekend te maken. Als slachtoffer van ongewenste intimiteit in de vorm van een tongzoen door wethouder Dejong had zij beschermd moeten worden. De journaliste is bekend met de zeer gespannen situatie in Meerssen, ontstaan na de zelfdoding van Dejong, en had acht moeten slaan op de belangen van klaagster. Het vermelden van klaagsters naam en adres dient geen doel in het artikel. Zij had anoniem kunnen worden aangeduid zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Weliswaar is niet het exacte woonadres vermeld, maar de omschrijving is zodanig dat haar adres voor iedereen eenvoudig te lokaliseren is. Haar privacy is hiermee verder aangetast dan in het kader van de berichtgeving noodzakelijk was. Klaagster benadrukt dat vóór de publicatie in Vrij Nederland haar naam noch haar adres algemeen bekend was. Het enkele feit dat voor de lokale gemeenschap ook zonder naamsvermelding de persoon herkenbaar zou kunnen zijn, betekent nog niet dat het belang bij de bescherming van de privacy buiten de gemeenschap geen betekenis meer heeft. Overigens waren ook in Meerssen, tot de publicatie in Vrij Nederland, nog heel veel mensen onbekend met haar naam en adres. Op de zitting merkt klaagster in dit verband op dat zij een zus heeft. Verder deelt zij mee dat vóór de publicatie in Vrij Nederland een tante dreigbrieven ontving, maar daarná kreeg zij de dreigbrieven zelf. Klaagster ziet hierin een duidelijk verband.
Verder meent zij dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door in een e-mail aan derden een concepttekst van het artikel te versturen, waarin de zinsnede voorkomt: “(…) waar [X] werkte totdat haar vader […], een baan voor haar vond bij de gemeente.” Deze tekst is op internet verschenen, kennelijk geplaatst door degene aan wie de journaliste het artikel had gestuurd. Klaagster vindt de suggestie dat haar vader een baantje voor haar vond onjuist en daarmee onrechtmatig, onnodig grievend en kwetsend. Dat dit uiteindelijk niet in Vrij Nederland is gepubliceerd laat onverlet dat deze tekst door verweerders is verspreid. Weliswaar heeft Vrij Nederland geprobeerd de tekst van het internet verwijderd te krijgen, maar toen was het kwaad al geschied.
Klaagster had een excuus van verweerders op zijn plaats gevonden.

De hoofdredacteur licht toe dat de ‘tongzoen’ landelijk nieuws werd door de tragische zelfmoord van de betrokken wethouder en de politieke nasleep in Meerssen. De gebeurtenissen leken symptomatisch voor de politieke cultuur in delen van Limburg. Dat was mede de reden voor Vrij Nederland om er een reportage aan te wijden. De journaliste reisde af naar Meerssen en sprak daar met zoveel mogelijk betrokkenen aan beide kanten. Zij heeft ook klaagster benaderd, die niet wilde meewerken, wat haar goed recht was.
Klaagster is de zus van de toenmalige voorzitter van de VVD-raadsfractie en politiek tegenstander van de betrokken wethouder. In de nasleep van de kwestie heeft ook hij zijn raadslidmaatschap opgezegd. De medestanders van de overleden wethouder zien in die verwantschap een belangrijke aanwijzing dat de wethouder in een val is gelopen. Zonder een oordeel over de zaak uit te spreken, is daarmee de identiteit van klaagster relevant voor het verhaal. Zij was ruim bekend in Meerssen en media hebben in verschillende publicaties melding gemaakt van de verwantschap vóórdat Vrij Nederland het artikel publiceerde. Het onderscheid dat klaagster kennelijk ten aanzien van Vrij Nederland maakt is de vermelding van haar voornaam en de nadere omschrijving van haar woonadres. Terwijl andere media het houden op formuleringen als ‘de zus van’, is in Vrij Nederland ook haar voornaam vermeld. Waar klaagster kennelijk in de eerste formulering geen schending van haar privacy ziet, meent zij dat door het vermelden van haar voornaam haar rust en anonimiteit is ‘doorbroken’. Verweerders zien dit onderscheid niet. Daarbij komt dat in het artikel bijzonderheden staan over klaagsters familie-achtergrond, die evenzeer relevant zijn. De woonsituatie bevestigt de hechte banden. Ook zonder kennis van de gemelde details was het adres van klaagster eenvoudig te achterhalen. Verweerders menen dat de naam van klaagster een wezenlijk bestanddeel is van de berichtgeving en dat het niet vermelden ervan, wegens de algemene bekendheid van de betrokkene, geen doel dient.
Ten aanzien van de verspreiding van de concepttekst stellen verweerders dat de journaliste conform de afspraak een conceptversie van het artikel ter autorisatie naar een bron heeft gestuurd. Dat is in de journalistiek een gebruikelijke praktijk. Daarbij mogen verweerders ervan uitgaan dat de geadresseerde de inhoud als vertrouwelijk beschouwt en het briefgeheim respecteert. Helaas is de conceptversie gepubliceerd op een Facebook-pagina. Toen verweerders daarop werden gewezen door de raadsman van klaagster hebben zij de geadresseerde en vermoedelijke beheerder per e-mail verzocht het bericht te verwijderen. Deze ontkende dat hij de beheerder was, maar hij zou het verzoek ‘doorgeven’. Dat is helaas niet gebeurd. Het achterhalen van de identiteit van de paginabeheerders is bij Facebook onmogelijk. Verweerders betreuren dit.
De hoofdredacteur betreurt ook wat klaagster is overkomen, maar meent dat het aanbieden van excuus een stap te ver gaat. Daarmee zou Vrij Nederland erkennen te hebben bijgedragen aan ‘escalatie en bedreigingen’ door schending van de privacy en dat betwijfelt hij. Zo blijkt uit een artikel van 20 april 2013 in Dagblad de Limburger dat klaagster ruim vóór de publicatie in Vrij Nederland vervelende anonieme telefoontjes heeft ontvangen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht bevat de volgende onderdelen:

  1. door de combinatie van de vermelding van haar volledige naam en de gedetailleerde omschrijving van haar woonlocatie is de privacy van klaagster ongerechtvaardigd aangetast;
  2. verweerders hebben onjuist gehandeld door een concepttekst met een suggestieve passage over klaagster ter autorisatie naar een bron te versturen, waarna deze tekst op Facebook is beland.


Ad 1.
Uit de stukken maakt de Raad op dat klaagster vóór de publicatie in Vrij Nederland niet met haar volledige naam in combinatie met haar woonlocatie in de media is aangeduid. De in het artikel opgenomen omschrijving van de woonlocatie van klaagster is dermate gedetailleerd dat klaagster daardoor eenvoudig voor iedereen te lokaliseren is. In het artikel van 20 april 2013 in Dagblad de Limburger over de kwestie was al gemeld dat klaagster vervelende telefoontjes kreeg. Het was dus niet ondenkbaar dat een nadere precisering van haar persoonlijke gegevens bij een groot publiek dergelijke overlast zou kunnen verergeren. Verweerders hadden hiermee rekening behoren te houden. Dat de naam van klaagsters broer, een (voormalig) politiek figuur, volledig is vermeld, is begrijpelijk. En zelfs het vermelden van de voornaam van klaagster kan in de context als journalistiek relevant worden geacht.
Echter, voor het aan de orde stellen van de familiebanden tussen een politieke opponent van wethouder Dejong en klaagster, was het vermelden van klaagsters volledige naam in combinatie met de gedetailleerde beschrijving van haar woonlocatie niet noodzakelijk. Een terughoudender aanduiding van klaagster had geen afbreuk gedaan aan de inhoud en ‘couleur locale’ van het artikel. Daarom concludeert de Raad dat de privacy van klaagster verder is aangetast dan in het kader van de berichtgeving noodzakelijk was. Verweerders hebben op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Ad 2.
Het versturen van een concepttekst naar een bron is een gebruikelijke handeling in de journalistieke praktijk en is een journalistieke gedraging die ter beoordeling aan de Raad kan worden voorgelegd. Met het versturen van conceptteksten dient zorgvuldig te worden omgegaan, waarbij de journalist zich ervan bewust moet zijn dat van de verschafte informatie misbruik kan worden gemaakt. Aan de vereiste zorgvuldigheid ten aanzien van het versturen van conceptteksten kunnen hogere eisen worden gesteld naar mate de gevoeligheid en geruchtmakendheid van de informatie die in de concepttekst besloten ligt, groter zijn.
In dit geval maakt klaagster bezwaar tegen een passage in de concepttekst, die niet voorkomt in het artikel dat uiteindelijk in Vrij Nederland is gepubliceerd. Het is voorstelbaar dat klaagster deze passage als grievend ervaart. De informatie is echter globaal en – objectief bezien – niet uitermate gevoelig of geruchtmakend. Verweerders behoefden daarom niet meer zorgvuldigheid in acht te nemen dan de gebruikelijke. De Raad zijn geen omstandigheden gebleken die meebrengen dat aan die maatstaf niet werd voldaan. Bovendien heeft de hoofdredacteur geprobeerd de concepttekst verwijderd te krijgen, toen hij ermee bekend werd dat deze op Facebook was geplaatst. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat verweerders op dit punt journalistiek onzorgvuldig ten opzichte van klaagster hebben gehandeld.

BESLISSING

De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op het vermelden van de volledige naam van klaagster in combinatie met een gedetailleerde omschrijving van haar woonlocatie. Voor zover de klacht betrekking heeft op het verzenden van een concepttekst is deze ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Vrij Nederland te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 10 december 2013, door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, M.C. Doolaard, ir. B.L. Hooghoudt, mw. drs. J.X. Nabibaks en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.