2013/54 gegrond

Samenvatting

In de documentaire “De Sekspolitie”, die in januari 2013 is uitgezonden, is de zedenpolitie Haaglanden gevolgd. Voorafgaand aan de uitzending zijn een korte en een lange trailer van de documentaire getoond. Kern van klagers bezwaar is dat hij, ondanks het intrekken van zijn toestemming, herkenbaar in beeld is gebracht als verdachte.
Klager is – in ieder geval in de korte trailer – herkenbaar in beeld gebracht. Verweerders hebben aangevoerd dat klager daarvoor toestemming had gegeven en die toestemming pas na uitzending van de trailer heeft ingetrokken. Door wat klager heeft aangevoerd en de door hem overgelegde stukken is echter aannemelijk geworden dat hij – via zijn toenmalige advocaat – al in het voorjaar van 2012 aan een medewerkster van Keydocs B.V. heeft meegedeeld dat hij zijn toestemming voor het uitzenden van de opnamen heeft ingetrokken. De Raad meent daarom dat de privacy van klager ongerechtvaardigd is aangetast en dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. 

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

R. Dames en Keydocs B.V.

Bij brief van 10 juli 2013 met vier bijlagen heeft mr. F.C. Knoef, advocaat te Den Haag, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen R. Dames en Keydocs B.V. (hierna: verweerders). Hierop heeft J. Doolaard, producent, namens verweerders geantwoord in een brief van 16 augustus 2013. Ten slotte heeft klager nog een bijlage overgelegd per e-mail van 16 september 2013.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 20 september 2013 in aanwezigheid van klager en mr. Knoef. Verweerders zijn daar niet verschenen.

Een van de leden van de Raad heeft zich verschoond. Klager heeft desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en de overige leden.

DE FEITEN

Op 14 januari 2013 is de documentaire “De Sekspolitie” uitgezonden. In deze documentaire wordt de zedenpolitie Haaglanden gevolgd.

Voorafgaand aan de uitzending zijn twee trailers van deze documentaire getoond, een korte en een lange trailer. In de korte trailer is onder meer te zien hoe de deur van klager wordt geforceerd en hij door de politie wordt aangehouden in de gang van zijn woning. Het gezicht van klager is daarbij herkenbaar in beeld. Tijdens dit fragment is de volgende conversatie te horen en ondertiteld in beeld te zien:
Agent: “Je wordt in ieder geval aangehouden.”
Klager: “Voor wat dan?”
Agent: “ Voor mensenhandel”
Klager: “Mensenhandel?”
In de lange trailer is onder meer te zien hoe een auto op een oplegger wordt geladen en afgevoerd. Deze auto is van klager.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij in de korte trailer herkenbaar in beeld is gebracht, terwijl hij wordt aangehouden op verdenking van mensenhandel. In de documentaire is hij meerdere malen door een agent bij zijn voornaam aangesproken en zijn delen van de videoclip van de rapgroep van klager vertoond. Daarbij zijn de titel van het nummer en de bron waar de video is gepubliceerd, afgebeeld. Verder zijn in de documentaire en in de lange trailer beelden getoond van de auto van klager. De auto is zodanig aangepast dat kan worden gesproken van een uniek exemplaar.
Klager meent dat hij door de combinatie van gegevens eenvoudig identificeerbaar is. Dit blijkt ook uit de reacties onder de youtube-clip. Klager meent dat hierdoor zijn privacy is geschonden en dat hij in zijn eer en goede naam is aangetast. Nadat hij 10 maanden in de cel heeft gezeten, is hij een ander mens geworden. Hij wil niet meer geconfronteerd worden met zijn daden uit het verleden en wil een nieuwe start maken.
Klager heeft voorafgaand aan het maken van de beelden geen toestemming gegeven om in zijn woning te filmen. Na zijn aanhouding heeft hij mondeling toestemming gegeven voor het gebruik van de beelden. Hij besefte op dat moment niet goed waarvan hij werd verdacht en dacht dat sprake was van een misverstand. Ruim vóór de uitzending van zowel de trailers als de documentaire heeft klager zijn toestemming voor het gebruik van de beelden ingetrokken. Zijn toenmalige advocaat heeft daarover al in het voorjaar van 2012 contact gehad met een medewerkster van Keydocs B.V. Hij verwijst in dit verband naar een brief en telefoonnotities van zijn toenmalige advocaat, waaruit blijkt dat deze destijds aan Keydocs B.V. heeft duidelijk gemaakt dat klager niet meer wilde meewerken en niet herkenbaar in beeld wilde komen. Ter zitting benadrukt klager dat hij op het intrekken van zijn toestemming nooit is teruggekomen.
Nadat klager de trailers had gezien, waarin hij toch herkenbaar in beeld was gebracht, heeft hij zelf contact opgenomen met Keydocs B.V. en nogmaals meegedeeld dat hij geen toestemming gaf om de beelden uit te zenden. Vervolgens is het gezicht van klager in de documentaire onherkenbaar gemaakt. Het overige beeldmateriaal is ondanks klagers ondubbelzinnige intrekking toch getoond.
Volgens klager hebben verweerders onzorgvuldig gehandeld door hem zonder toestemming herkenbaar en herleidbaar in beeld te brengen.

Verweerders stellen dat klager meerdere malen toestemming heeft gegeven voor het maken van de opnamen van zijn aanhouding en het uitzenden daarvan als onderdeel van de documentaire. Klager heeft die toestemming gegeven in het bijzijn van getuigen en bovendien is dit op beeld vastgelegd. Het is ook de werkwijze van verweerders om toestemming te vragen aan personen die in een documentaire worden geportretteerd, zeker als die personen zich in een moeilijke positie bevinden. Dit doet Keydocs niet alleen in het belang van de geportretteerden, maar ook in haar eigen belang in verband met het eventueel verkopen of licentiëren van uitzendrechten.
Volgens verweerders heeft klager niet ruim voor de uitzending zijn toestemming ingetrokken. Er is met klager besproken of hij wilde meewerken aan het maken van andere, aanvullende opnamen. Daartoe bleek klager echter niet bereid. Pas op 10 januari 2013 – vlak voor de uitzending – heeft klager laten weten dat hij wilde terugkomen op zijn toestemming en heeft hij verzocht de beelden van zijn aanhouding niet uit te zenden.
Verweerders hebben begrip getoond voor klagers verzoek en dat hij niet herinnerd wil worden aan zijn verleden. Daarom hebben zij, ondanks het korte tijdsbestek, alsnog op eigen kosten een versie van de documentaire gemaakt waarin klager onherkenbaar in beeld komt. Op dit moment is de documentaire nergens te zien en als deze opnieuw wordt uitgezonden, dan is dat de versie waarin klager onherkenbaar in beeld is gebracht. Er is dus alleen een probleem geweest ten tijde van het uitzenden van de trailers. Daarvan kan verweerders echter geen verwijt worden gemaakt, omdat zij toen niet wisten en ook niet konden weten dat klager de door hem gegeven toestemming alsnog wilde intrekken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat klager, ondanks het intrekken van zijn toestemming, herkenbaar in beeld is gebracht als verdachte, waardoor er een ongerechtvaardigde inbreuk is gemaakt op zijn privacy.

Het is journalistiek gebruikelijk en niet ontoelaatbaar om in het kader van berichtgeving over strafzaken een betrokkene aan te duiden met zijn voornaam en hem onherkenbaar gemaakt in beeld te brengen. In het algemeen kan daarmee worden voorkomen dat een betrokkene eenvoudig kan worden geïdentificeerd.

Klager is – in ieder geval in de korte trailer – herkenbaar in beeld gebracht. Verweerders hebben aangevoerd dat klager daarvoor toestemming had gegeven en die toestemming pas na uitzending van de trailer heeft ingetrokken. Door hetgeen klager heeft aangevoerd en de door hem overgelegde stukken is echter aannemelijk geworden dat klager – via zijn toenmalige advocaat – al in het voorjaar van 2012 aan een medewerkster van Keydocs B.V. heeft medegedeeld dat hij zijn toestemming voor het uitzenden van de opnamen heeft ingetrokken.

De Raad is daarom van oordeel dat de privacy van klager ongerechtvaardigd is aangetast en dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. (zie punt 2.4.6. van de Leidraad van de Raad)

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 20 november 2013 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, dr. H.J. Evers, A. Mellink MPA en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.