2013/52 ongegrond

Samenvatting

De klacht gaat over het item “Erfenissen bron van familieruzies”. Daarin zijn beelden getoond van een interview met de zus van klagers over een binnen hun familie afgewikkelde erfenis. Kern van de klacht is dat ten onrechte geen wederhoor bij klagers is toegepast en dat ten onrechte is gemeld dat de oudste broer van de reportage op de hoogte is gesteld.
In een telefoongesprek voorafgaand aan de uitzending is in ieder geval met X besproken dat aandacht zou worden besteed aan de afwikkeling van de erfenis binnen de familie van klagers en dat de zus van klagers daarover aan het woord zou komen. Uit de lezingen van beide partijen volgt dat X heeft laten weten dat hij het geschil niet op televisie wilde uitvechten, dat hij het gesprek positief heeft afgesloten met de woorden “Ik hoop dat het haar heeft opgelucht” en dat hij de redactrice niet heeft gewaarschuwd voor de mogelijk door zijn zus gedane c.q. nog te uiten beweringen. Het gaat om een langdurig conflict tussen klagers en hun zus, zodat X had kunnen weten dat zijn zus een voor klagers onwelgevallig standpunt in zou nemen. Het had daarom op zijn weg gelegen om uit eigen beweging iets van zijn bezwaren naar voren te brengen, óók terwijl hij kennelijk de indruk had (al dan niet terecht) dat de reportage al was gemaakt. Het zou de redactie hebben gesierd als zij na het opnemen van het item – waardoor de inhoud en strekking van de uitlatingen van de zus van klagers kwamen vast te staan – nog op enigerlei wijze contact had opgenomen met klagers. Gezien alle omstandigheden kan het feit dat klagers niet inhoudelijk hebben gereageerd, echter de redactie niet worden verweten.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X en Y
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Nieuwsuur (NOS/NTR)
 
Bij brief van 9 mei 2013 met acht bijlagen hebben X en Y (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Nieuwsuur (hierna: verweerder). Vervolgens heeft J.J. Oranje, hoofdredacteur, in een brief van 6 juni 2013 aan de Raad verzocht om bemiddeling. In een brief van 14 juni 2013 hebben klagers laten weten dat zij bemiddeling niet zinvol achten. Hierna heeft verweerder bij brief van 15 augustus 2013 op de klacht geantwoord. Klagers hebben daarop gereageerd in een brief van 26 augustus 2013. Ten slotte heeft verweerder daarop nog gereageerd bij brief van 13 september 2013.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 september 2013. Klagers waren daar aanwezig, net als hoofdredacteur Oranje en verslaggever J. Reiff.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de omstreden uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 2 januari 2013 is in het televisieprogramma Nieuwsuur het item “Erfenissen bron van familieruzies” uitgezonden. De presentator opent het item in de studio als volgt:
“De decembermaand, de gezinsmaand bij uitstek, is weer voorbij, maar veel van de families zijn niet bij elkaar geweest. Een van de oorzaken: de verdeling van de erfenis na het overlijden van vader of moeder. Dat levert in één op de vier families zo’n ernstig conflict op dat ze niet meer met elkaar praten. Familie-therapeut en schrijfster Else-Marie van den Eerenbeemt deed onderzoek naar de familieverhoudingen na de verdeling van een erfenis en beschreef dat in haar boek ‘Wie krijgt de gouden armband van moeder?’”
In het item is een interview te zien met mevrouw Van den Eerenbeemt die praat over haar boek en haar praktijk als familie-therapeut. Dit interview wordt afgewisseld met beelden van een interview met Z, de zus van klagers. Daarin wordt een binnen de familie van klagers afgewikkelde erfenis besproken. De voice-over bericht hierover onder meer:
“Het hele dorp [plaats] weet ervan. Dat met de erfenis van de familie […] is niet best afgelopen. Nog altijd leeft de familie in onmin.”
en
“Vader sterft in mei 2000. Er was een testament. Het ouderlijk huis van Z is groot. Het ligt op drie percelen grond. Elk van de drie kinderen zou één perceel grond krijgen. De waarde van het huis zou worden verdeeld. Onroerend goed in een gewilde gemeente aan de kust, de waarde ervan groot.”
Vervolgens vertelt Z:
“Mijn vader had een testament gemaakt en eh… mijn broer aangesteld als executeur, mijn oudste broer. Vlak voordat mijn vader overleed dacht-ie: ik ga het toch anders doen. Hij had daar geen vertrouwen in. Niet in mijn broer, maar ook niet in mijn moeder. Hij dacht: dat kunnen zij niet goed. En toen heeft hij zijn testament willen veranderen en eh… door zijn ziekte en door andere omstandigheden is het er niet van gekomen en hij is eigenlijk overvallen dus door de dood. Enne... toen heeft mijn broer het heft in handen genomen, en eh… besluiten genomen waar ik het niet mee eens was. Ik heb op een gegeven moment wel mijn handtekening gezet, ook onder dwang, omdat ik geen ruzie wilde. Dat was onder dwang, want hij zei: “Als je niet tekent dan eh… dan kom ik nooit meer, dan zie je me nooit meer.” Ik dacht: o God, eh, ik wil geen ruzie. Dat was eh… dat ze van de drie terreinen er één wilden maken, omdat het eh… ja, dan minder eh…  belastend was voor mijn moeder, want die moest erg veel eh... successierechten betalen.”
Even later bericht de voice-over:
“Na de dood van vader trekt de oudste broer van Z bij de moeder in.”
Z zegt vervolgens:
“Hij wilde per se in het huis wonen. En hij woonde alleen eh... in Kampen en is bij mijn moeder ingetrokken, wat mijn moeder niet prettig vond. Maar hij kwam er steeds vaker en uiteindelijk is-ie daar gaan wonen.”
Waarna de voice-over meldt:
“Z wordt bij het ouderlijk huis weggehouden. De jongere broer speelt het spel mee.”
Z vervolgt:
“Mijn moeder trok altijd al meer naar mijn broers toe. Want dat heb je natuurlijk in  een huwelijk dat niet zo goed [was], dan heb je altijd je eigen favoriete kinderen. En mijn vader was eh… ja, mijn grote held, en mijn moeder trok naar mijn broers toe. (….) Ik werd, ja, ik ben op heel veel dingen, ja, en ja ik ben buitengesloten, ja.”
De voice-over bericht hierna:
“De oudste broer hebben we op de hoogte gesteld van het interview met Z. U hoort weliswaar haar kant van het verhaal, maar dat is voldoende, want dit verhaal onderstreept welke gevolgen slecht afgewikkelde erfenissen kunnen hebben.”
 en
“In [plaats] spannen de broers en de moeder samen. Zij was blij geweest dat haar man als advocaat tot zijn 84ste bleef werken. Al op de begrafenis van haar man zei ze: “Eindelijk het huis voor mijzelf.””
en
“In 2008 overlijdt ook de moeder van Z.”
De interviewer vraagt:
“Hoe is uw moeder gestorven… of waaraan?”
Z antwoordt:
“Ouderdom geloof ik... dat weet ik niet, want ik mocht ook niet meer bij mijn moeder komen, dus eh… ik ben helemaal eh... ik bestond gewoon niet meer.”
Waarna de voice-over meldt:
“Een week voor de dood van moeder roept de oudste broer de man van Z op straat aan: “Jullie krijgen binnenkort bij de notaris minder prettig nieuws!” Toen wist ze al, zegt Z: “Ik word onterfd.””
Z:
“Mijn broers hebben de rouwkaart opgesteld en ik sta daar niet op. (…) Mijn kinderen niet.”
Waarop de interviewer vraagt:
“’t Was toch hun oma?”
Z antwoordt:
“Ja... ja. En dat is iets eh... dat is zo ingrijpend, want je bestaat niet… je hebt niet bestaan en je zult niet, niet bestaan… en het is je moeder, uit wie je bent geboren, het is onvoorstelbaar en… eh, ik zei altijd, het is nog eh... nog erger dan dood zijn, want als je dood bent staat je naam er wel op, met een kruisje weliswaar, maar ’t is verschrikkelijk, je bent niets meer ’t...’t... je bent afgesneden van alles. En daar kwam dus die erfenis bovenop.”
 Even later bericht de voice-over:
“Financieel is de erfenis nu afgewikkeld. Z heeft de helft van wat vader haar wilde laten erven, na veel advocatenwerk gekregen. Maar van de boedel: na veel gesoebat mocht Z, samen met een vriendin die door haar broer werd vertrouwd, het huis binnen. Broer bleef anderhalf uur lang met gekruiste armen bars in de tuin staan kijken.”
Z vervolgt:
“Ik vond eh... in een kast een eh… een paar scherfjes die… dacht ik, o, die zijn van mijn poppenserviesje en eh... ik vond een kannetje, met een oortje, zonder oort… het oortje eraf, en dat dacht ik, dat is ook van mij geweest vroeger, en ik vond een boekje met eh... kruissteekjes, en een doosje met kraaltjes. En toen zei ik tegen dat vriendinnetje: ‘k Kan ’t zo in m’n zak steken. Ja, zei ze, dat kun je zo doen. Ik zei: ja, maar ik zou niks stelen, dus zij heeft het aan mijn broer gevraagd. ’t Boekje met kruissteekjes mocht ik niet hebben, het doosje met kraaltjes mocht ik niet hebben, daar moest over gepraat worden, alleen de scherfjes en het kannetje mocht ik meenemen.”
Het item wordt in de studio afgesloten door de presentator.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat in de uitzending zware beschuldigingen zijn geuit waarvoor wederhoor toegepast had moeten worden. Volgens klagers is de uitzending grievend en beledigend voor henzelf, voor hun familie en voor de nagedachtenis van hun ouders. Zij menen dat hun zus een onjuist beeld heeft geschetst over de verdeling van de erfenis en zich ten onrechte heeft voorgedaan als slachtoffer van klagers en hun moeder. Haar verhaal is grotendeels verzonnen en voor zover het op feiten berust zijn die feiten uit hun verband gerukt dan wel verdraaid en uitvergroot. De redactie heeft geen goede poging gedaan de zaken te verifiëren, maar heeft daarentegen de beschuldigingen onderstreept door de commentaren van de voice-over. Bovendien zijn beelden die tot het privédomein van de familie behoren als illustratie gebruikt.
Klagers hebben naar aanleiding van de uitzending een brief aan verweerder gestuurd en daarin een groot aantal onjuistheden beschreven. Volgens hen was het voor de redactie mogelijk geweest om het overgrote deel van deze onjuistheden te verifiëren aan de hand van schriftelijke stukken. Met name de kern van de zaak – te weten de bewering van de zus dat zij door haar moeder zou zijn onterfd – is aan de hand van de financiële documenten eenvoudig te weerleggen. De bewering van verweerder dat onderzoek is gedaan naar het verhaal van de zus, onder meer door te spreken met verschillende anonieme bronnen, vinden klagers discutabel. Het is voor hen niet mogelijk de betrouwbaarheid van deze bronnen te controleren. Zij vermoeden dat al deze bronnen personen zijn die geloven in het verhaal van hun zus, zodat van objectiviteit geen sprake is. Er bestond daarom des te meer reden om wederhoor bij hen toe te passen. In dat verband melden klagers nog dat verslaggever Reiff in een telefoongesprek na de uitzending heeft meegedeeld dat hij enige aarzeling had over de waarheidsgetrouwheid van de beweringen van hun zus.
Volgens klagers is X weliswaar op 14 december 2012 telefonisch benaderd door redactrice mevrouw Van Uchelen, maar toen heeft de redactrice gesteld dat er al een reportage was gemaakt en dat die op 18 december 2012 zou worden uitgezonden. De redactrice heeft niet – zoals nu door verweerder wordt gesteld – duidelijk gemaakt dat de reportage nog moest worden gemaakt en dat er voor klagers nog enige mogelijkheid bestond om de uitzending te beïnvloeden of tegen te houden. In het telefoongesprek is in zijn algemeenheid gesproken over de afwikkeling van erfenissen en niet over de inhoud van de reportage. Volgens klagers is niet gevraagd of zij wilden meewerken aan de reportage of hun reactie daarop wilden geven. Was dat het geval geweest, dan hadden zij de redactie gewaarschuwd voor de mentale staat van hun zus en de onwaarheden die zij zou kunnen verkondigen. Wel is in het telefoongesprek gemeld dat klagers menen dat een dergelijke privékwestie niet op televisie uitgevochten behoort te worden en dat zij – indien hen dat was gevraagd – actieve medewerking hadden geweigerd. X heeft het telefoongesprek beëindigd met de zin “Ik hoop dat het haar heeft opgelucht” omdat hij dacht dat de uitzending zijn zus een stapje verder zou brengen in de verwerking van het verleden. Ter zitting voegt X hieraan toe dat hij de redactrice niet uit eigen beweging heeft gemeld dat zij ermee rekening moest houden dat de waarheid van zijn zus vertekend is, omdat hij uitging van een goed journalistiek product. Hij heeft niet vermoed dat het verhaal van zijn zus zo zou worden gebracht, met onderstreping door de voice-over. Klagers vinden dat met het telefoongesprek geen wederhoor is toegepast.
De uitzending waarin klagers door hun zus worden beschuldigd van list en bedrog kan zeer schadelijk zijn voor hun goede naam. Klagers wijzen erop dat zij beiden werkzaam zijn als kleine zelfstandige en door verschillende mensen op de uitzending zijn aangesproken.
Klagers concluderen dat ten onrechte geen wederhoor is toegepast en dat in de uitzending ten onrechte is gemeld dat de oudste broer ervan op de hoogte was gesteld dat de reportage zou worden gemaakt.
 
Verweerder stelt dat de uitzending draait om het boek “Wie krijgt de gouden armband van moeder?” van Else-Marie van den Eerenbeemt en dat het verhaal van de zus van klagers ter illustratie is opgenomen. De reportage is met de meest nobele intenties en de grootste zorgvuldigheid gemaakt, juist omdat het een gevoelig onderwerp betreft. De redactie heeft de betrouwbaarheid van de informatie onderzocht en onderzoek verricht. Reiff heeft toegelicht dat hij bovenmatig lang – vier keer zo lang als anders – met de reportage is bezig geweest. Hij heeft bovendien veel levenservaring en veel ervaring met interviewen. Er is indringend met de zus en haar man gesproken. De interviewers zijn geen inconsistenties tegengekomen en er was ‘geen woord grijs’ bij. De door de zus gedane uitlatingen zijn bij diverse anonieme bronnen gecontroleerd. De reportage joeg overigens geen waarheidsvinding na, maar ging om meningsverschillen die ontstaan bij de afwikkeling van erfenissen; een familieconflict waarin iedere partij zijn/haar waarheid heeft.
Juist omdat het conflict zich zo sterk toespitste op de relatie tussen klagers en hun zus, hebben de programmamakers nooit getwijfeld dat ook de tegenpartij moest worden gehoord. Vandaar dat – ver voor de uitzending – het telefoongesprek op 14 december 2012 heeft plaatsgevonden. Dit telefoongesprek had als doel X in te lichten over het feit dat de casus ter illustratie bij het boek van Van den Eerenbeemt gebruikt zou kunnen worden en hem/klagers ruimte te bieden voor wederhoor. Zo zou X voldoende gelegenheid krijgen om, zonder onredelijke tijdsdruk, en bij voorkeur in dezelfde uitzending, te reageren op de aantijgingen. In dit gesprek zijn verschillende zaken aan de orde gekomen waaronder de kwestie zelf, de relatie tussen de zus en broers en hoe de zaak is verlopen. Op geen enkel moment heeft X de geschetste feiten ontkend of gewaarschuwd voor de geestesgesteldheid van zijn zus. Wel liet hij duidelijk weten ‘nooit te zullen meewerken aan zoiets’, zonder bezwaar te maken tegen de reportage. Volgens verweerder bestaat er geen enkele twijfel over de bedoeling van het telefoongesprek. De bewering van klagers dat gezegd zou zijn dat de reportage al was gemaakt, klopt niet. Verweerder verwijst daarvoor naar een productiesheet waaruit blijkt dat pas in de week ná het telefoongesprek zou worden begonnen met het draaien van de reportage. Het is niet goed denkbaar dat en er is ook geen reden waarom de redactrice zou hebben beweerd dat de reportage reeds was gedraaid. Zij heeft juist gebeld om het verhaal van X/klagers te horen. Indien klagers twijfels hadden geuit over de uitzending of hun bezwaren tijdens het telefoongesprek kenbaar hadden gemaakt, dan was de reportage wellicht anders geworden. Klagers hebben dit niet gedaan, maar juist duidelijk gemaakt dat zij niet wilden meewerken. Voor de redactie was er dan ook geen aanleiding om op een later tijdstip nogmaals contact op te nemen. In de reportage is het telefoongesprek met X juist weergegeven. Er kon niet worden gezegd dat klagers geen commentaar hadden, omdat dat niet door hen is gezegd.
Volgens verweerder is de reportage met de grootst mogelijke zorgvuldigheid tot stand gekomen en zijn klagers in de gelegenheid gesteld te reageren. Hij betreurt het dat de reportage een dergelijke impact heeft op klagers, maar hij meent dat de werkwijze van de redactie juist is geweest.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat ten onrechte geen wederhoor bij klagers is toegepast en dat in de uitzending ten onrechte is gemeld dat de oudste broer van de reportage op de hoogte is gesteld. De Raad zal zich tot deze kern beperken.
 
Niet ter discussie staat dat op 14 december 2012, voorafgaand aan de uitzending, een telefoongesprek heeft plaatsgevonden tussen X en redactrice Van Uchelen. Daarin is in ieder geval besproken dat in Nieuwsuur aandacht zou worden besteed aan de afwikkeling van de erfenis binnen de familie van klagers en dat de redactie de zus van klagers daarover aan het woord zou laten.
 
De Raad kan niet vaststellen wat er in dit gesprek exact ter sprake is gekomen, omdat partijen elkaar op dit punt tegenspreken. Wel volgt uit de lezingen van beide partijen dat X in het gesprek te kennen heeft gegeven dat hij het geschil niet op televisie wilde uitvechten, dat hij het gesprek positief heeft afgesloten met de woorden “Ik hoop dat het haar heeft opgelucht” en dat hij de redactrice niet heeft gewaarschuwd voor de mogelijk door zijn zus gedane c.q. nog te uiten beweringen. Aangezien het gaat om een langdurig conflict tussen klagers en hun zus, had X kunnen weten dat zijn zus een voor klagers onwelgevallig standpunt in zou nemen. Het had daarom op zijn weg gelegen om uit eigen beweging iets van zijn bezwaren naar voren te brengen, óók terwijl hij kennelijk de indruk had – al dan niet terecht – dat de reportage al was gemaakt.
Het zou de redactie hebben gesierd als zij na het opnemen van het item – waardoor de inhoud en strekking van de uitlatingen van de zus van klagers kwamen vast te staan – nog op enigerlei wijze contact had opgenomen met klagers.
 
Gezien alle omstandigheden kan het feit dat klagers niet inhoudelijk hebben gereageerd, echter de redactie niet worden verweten. De Raad komt daarom tot de conclusie dat van journalistiek onzorgvuldig handelen geen sprake is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 november 2013 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, M.C. Doolaard,  dr. H.J. Evers,  A. Mellink MPA en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. M. Steenbergen, plaatsvervangend secretaris.