2013/49 ongegrond

Samenvatting

Klagers maken bezwaar tegen het artikel “Pestincident Montessorischool leidt tot nemen maatregelen”. Zij menen dat de publicatie onjuist, eenzijdig en tendentieus is en dat hen ten onrechte geen gelegenheid tot wederhoor is geboden.
Volgens de Raad stond het de journalisten vrij een artikel te schrijven waarin in hoofdzaak wordt belicht welke maatregelen de school(leiding) heeft genomen om nieuwe incidenten te voorkomen. De krant was niet gehouden een gedetailleerde reconstructie te publiceren over wat heeft plaatsgevonden op de school en/of het specifieke voorval waarbij de dochter van klagers was betrokken, nader te beschrijven. Dat voorval is kort, zakelijk en volledig geanonimiseerd aangehaald in een citaat van de directeur van de school. Het is daarom ook begrijpelijk en journalistiek aanvaardbaar dat klagers niet om wederhoor is gevraagd. Verder is niet gebleken dat bij de totstandkoming van het artikel sprake is geweest van een ontoelaatbare belangenverstrengeling. De Raad kan zich voorstellen dat klagers – vanwege hun betrokkenheid bij het onderwerp – zich niet (geheel) in de publicatie konden vinden. Verweerders zijn echter op een passende wijze omgegaan met de bezwaren van klagers. De (hoofd)redactie heeft klagers gevraagd of zij een ingezonden brief willen plaatsen en de bereidheid getoond de reactie van klagers in een vervolgartikel te verwerken. Aldus is een constructief voorstel gedaan om aan de bezwaren van klagers tegemoet te komen. Dat klagers hier geen gebruik van hebben willen maken kan verweerders niet worden verweten. Er is niet journalistiek onzorgvuldig ten opzichte van klagers gehandeld.

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X en Y

tegen

G. Dijkstra, J. de Kleine en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Bij brief van 12 juni 2013 met diverse bijlagen hebben X en Y (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen G. Dijkstra, J. de Kleine en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (hierna: verweerders). Hierop heeft G. Dijkstra, adjunct hoofdredacteur, namens verweerders geantwoord in een brief van 18 juli 2013 met diverse bijlagen. Klagers hebben daarop nog gereageerd in een e-mail van 20 augustus 2013 met bijlage.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 30 augustus 2013. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 22 mei 2013 is in De Twentsche Courant Tubantia een artikel verschenen onder de kop “Pestincident Montessorischool leidt tot nemen maatregelen”. De intro van het artikel luidt:
“Twee kinderen zijn van school gehaald na een pestincident. Na een onderzoek zijn de pestprotocollen weer op orde.”
In het artikel wordt beschreven dat de Montessorischool aan de […] in […] na een pestincident een externe partij heeft ingeschakeld om de gedragsregels van de school onder de loep te nemen. Het bedoelde pestincident is in het artikel kort omschreven, waarbij onder meer de directeur van de school is geciteerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen dat het artikel gaat over een gevoelig onderwerp waarbij kinderen zijn betrokken. Het pestprobleem heeft ertoe geleid dat vier kinderen, van wie drie halverwege groep 8 vlak voor de CITO-toets, van school zijn gegaan. Volgens klagers is dit niet zomaar gebeurd en is daaraan heel wat vooraf gegaan. Omdat een van deze kinderen hun dochter is, die door de gebeurtenissen al beschadigd was, heeft het artikel een hoop oud zeer opgerakeld. Hun dochter is hierdoor belemmerd in haar proces van herstel en teruggevallen in oud gedrag en emoties, die horen bij ‘het gepest worden’.
Volgens klagers is het artikel onjuist, eenzijdig en tendentieus. Zij schetsen uitvoerig de achtergrond van de kwestie. Verder wijzen zij erop dat de uitslag van het onderzoek was, dat er een structureel pestprobleem bestond. 43 % van de ouders gaf te kennen dat hun kinderen gepest werden/waren. Ook kwam uit het onderzoek naar voren dat het pestprobleem mede veroorzaakt werd door de cultuur/structuur op de school. In het onderzoek is over de gebeurtenis waarbij de dochter van klagers betrokken was, gemeld dat dit een incident betrof en niet onder de definitie van pesten viel. Dit kleine onderdeeltje van het onderzoek, dat niet de strekking is van de rest van het onderzoek, is ‘handig’ gebruikt om het artikel te schrijven.
Verder is ten onrechte beweerd dat klagers hun dochter van school hebben gehaald vanwege dit incident, terwijl het structurele pestprobleem – waartegen niets werd ondernomen – daarvan de reden was.
Klagers stellen verder dat gebruik is gemaakt van een bron waarmee zij in conflict waren en die bovendien onderwerp van het betreffende onderzoek was, namelijk de directeur van de school. Ten onrechte is hen geen gelegenheid tot wederhoor geboden. Bovendien was één van de geïnterviewde bestuursleden een columnist van de krant. Deze had dus twee petten op, waardoor er belangenverstrengeling is ontstaan. De journalist heeft weinig moeite gedaan om de grondslag van de beschuldigingen en geruchten te controleren. Bovendien heeft hij niet geverifieerd of dat wat door de directeur en het bestuur over het onderzoek is gezegd, juist was.
Volgens klagers zijn de belangen die met de publicatie zijn gediend onvoldoende afgewogen tegen de belangen die door de publicatie zijn geschaad, waaronder de belangen van hun 12-jarige dochter. De school had dringend nieuwe leerlingen nodig en kon zich geen slechte publiciteit veroorloven. In de ogen van klagers hebben de directeur en het bestuur van de school hun handen in onschuld proberen te wassen en zo hun straatje willen schoonvegen. Het lijkt erop dat het artikel, waarin het pestprobleem op de school is gebagatelliseerd, bewust in scene is gezet.
Klagers vinden dat een journalist waarheidsgetrouw dient te berichten. Op basis van zijn informatie moeten lezers zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. Dat is met dit artikel niet gebeurd, aldus klagers.

Verweerders stellen dat het artikel is geschreven naar aanleiding van een publiek debat binnen de […] gemeenschap na een publicatie in een plaatselijk weekblad over het incident op de school en de discussie daarover via sociale media. De insteek van het artikel was te achterhalen welke maatregelen de school(leiding) heeft genomen om nieuwe incidenten te voorkomen, niet om een reconstructie te maken van hetgeen is gebeurd. Het artikel is tot stand gekomen naar aanleiding van een gesprek met de heer […] (ouderbestuur), de heer Z (bestuur) en de heer […] (directeur). De heer Z verzorgt op freelance basis een vierwekelijkse column voor de krant, op de pagina Werk. De auteur van het artikel en de heer Z kennen elkaar niet persoonlijk en hebben ook geen enkele relatie via de krant. De column van Z valt onder de verantwoordelijkheid van de economieredactie.
In het artikel worden klagers en hun dochter niet genoemd. Het artikel is volledig geanonimiseerd. De hoofdredactie heeft klagers, nadat zij hun klacht hebben geuit, tot twee keer toe gevraagd of zij een ingezonden brief willen plaatsen, waarin zij hun visie op het verhaal kunnen geven. Ook heeft de (hoofd)redactie de bereidheid getoond de reactie van klagers in een vervolgartikel te verwerken. Klagers hebben te kennen gegeven hiervan geen gebruik te willen maken. Het aanbod voor het publiceren van een follow-up geldt nog steeds.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat het artikel onjuist, eenzijdig en tendentieus is en dat klagers ten onrechte geen gelegenheid tot wederhoor is geboden.

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad)

Het stond verweerders dan ook vrij om een artikel te schrijven waarin in hoofdzaak wordt belicht welke maatregelen de school(leiding) heeft genomen om nieuwe incidenten te voorkomen. Zij waren niet gehouden om een gedetailleerde reconstructie te schrijven over wat is voorgevallen op de school en/of het specifieke voorval waarbij de dochter van klagers betrokken was, nader te beschrijven. Het voorval waarbij de dochter van klagers was betrokken, is kort, zakelijk en volledig geanonimiseerd aangehaald in een citaat van de directeur van de school. Het is daarom ook begrijpelijk en journalistiek aanvaardbaar dat verweerders klagers niet om wederhoor hebben gevraagd.

Verder is niet gebleken dat bij de totstandkoming van het artikel sprake is geweest van een ontoelaatbare belangenverstrengeling.

De Raad kan zich voorstellen dat klagers – vanwege hun betrokkenheid bij het onderwerp – zich niet (geheel) in de publicatie konden vinden. Verweerders zijn echter op een passende wijze omgegaan met de bezwaren van klagers en hebben een constructief voorstel gedaan om aan die bezwaren tegemoet te komen. Dat klagers hier, om hen moverende redenen, geen gebruik van hebben willen maken kan verweerders niet worden verweten.

Gelet op het voorgaande is de Raad dan ook van mening dat verweerders niet journalistiek onzorgvuldig jegens klagers hebben gehandeld.
 
BESLISSING

De klacht is ongegrond.  

Aldus vastgesteld door de Raad op 29 oktober 2013 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. dr. Y.M. de Haan, A. Mellink MPA en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. J.K. N'Daw, plaatsvervangend secretaris.